Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Agenda Europese Interne Marktraad

Datum nieuwsfeit: 25-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief BUZA de agenda interne marktraad 25 mei a.s.

Gemaakt: 19-5-2000 tijd: 12:29


12


21501-01 Interne Marktraad

nr. 138 Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 12 mei 2000

Hierbij doe ik u toekomen de geannoteerde agenda van de Interne Markt Raad van 25 mei a.s.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

D.A. Benschop

Follow-up van de Europese Raad van Lissabon

Tijdens de lunch van de Interne Markt Raad (IMR) zal van gedachten worden gewisseld over de rol van de Interne Markt Raad bij de follow-up van de Europese Raad (ER) te Lissabon. Voor deze discussie is geen document beschikbaar.

Naar verwachting zal Commissaris Bolkestein een mondelinge presentatie houden. Daarin zal hij de lidstaten oproepen de Commissie te steunen bij het tot een goed einde brengen van een aantal belangrijke dossiers, om zo bij te dragen aan doelstellingen van de Top van Lissabon. Een aantal van die dossiers staat ook op de agenda van deze IMR en worden bij dat agendapunt nader toegelicht (zie richtlijn auteursrecht, overheidsopdrachten, E-Europa, gemeenschapsmodellen, parallelimport, witboek voedselveiligheid).

Een apart aandachtspunt zijn de bijdragen van de IMR in het kader van het Cardiff-proces aan de uitvoering en bewaking van de Globale Richtsnoeren en de rol van de IMR bij de voorbereiding van de speciale Europese Raad, die elk voorjaar zal worden gehouden om economische en sociale kwesties te behandelen. De Commissie stelt voor om in het evaluatierapport, dat de Interne Markt Raad elk jaar opstelt over het functioneren van de produkt- en kapitaalmarkten, meer aandacht te besteden aan dossiers die van belang zijn voor de doelstellingen van de ER van Lissabon. De Interne Markt Raad kan zo beter monitoren in hoeverre de ontwikkelingen op de produkt- en kapitaalmarkten tevens de doelstellingen van deze ER dichterbij brengen. Deze rapporten kunnen dan ook dienen als de bijdrage van de Interne Markt Raad aan de voorbereiding van de voorjaarszittingen van de Europese Raad. Ook de bijdrage van de Interne Markt Raad aan het Cardiff-proces door middel van deze evaluatie-rapporten zal zo meer concreet zijn toegespitst op de follow-up van de ER van Lissabon.

De Commissie zal bij de keuze van de thema's van de rapporten aansluiten bij de doelstellingen van Lissabon voor groei, werkgelegenheid en sociale insluiting. Daarnaast wil de Commissie in deze evaluatierapporten meer aandacht besteden aan de gevolgen voor het MKB en voor de burgers en consumenten. Bij alle dossiers zal aandacht worden besteed aan deze twee horizontale thema's.

De Commissie voegt meteen de daad bij het woord door zich bij de eerste evaluatie van de Strategie voor de Interne Markt meer te richten op de doelstellingen van de ER. Daarover meer bij het hiernavolgende agendapunt.

Eerste jaarlijkse herziening van de strategie voor de interne markt (doc. 8307/00 MI 79 + 8371/00 MI 80)

Wat ter kennisneming aan de Raad voorligt is een mededeling van de Commissie waarin de Commissie een evaluatie geeft van het eerste half jaar na aanname van de 'Strategie Interne Markt' en nieuwe prioriteiten stelt naar aanleiding van de conclusies die getrokken zijn uit het economisch hervormingsproces van Cardiff van dit jaar en de Europese Raad van Lissabon in maart jongstleden. De Raad zal hierover een korte gedachtewisseling houden en geen conclusies formuleren, gezien het feit dat het document pas begin mei beschikbaar is gekomen.

De Commissie is redelijk openhartig in haar mededeling. Het laat zien dat de Commissie traag is met betrekking tot de door haar geformuleerde acties: slechts ongeveer 50% zal naar verwachting in het eerste half jaar worden gerealiseerd.

Alle acties zoals ze op de Top van Lissabon zijn geformuleerd en die betrekking hebben op de interne markt zijn in dit document als prioritair opgevoerd. De Raad wordt gevraagd zijn mening te geven over de prioriteiten zoals in dit document zijn geformuleerd en ook zijn best te doen om deze prioritaire acties zo snel mogelijk uit te voeren. Nederland zal, gezien het feit dat deze nieuwe prioriteiten rechtstreeks voortvloeien uit de Lissabon-conclusies, positief reageren op deze nieuwe prioriteitstelling.

Daarnaast heeft de Commissie een aantal prioriteitswijzigingen en nieuwe prioriteiten aangegeven. Dit alles leidt tot de toevoeging van een aantal nieuwe actiepunten. Zo kondigt de Commissie aan op korte termijn te zullen komen met wijziging van de wetgeving betreffende de afgifte van marktvergunningen voor farmaceutische producten in de EU en met een witboek over een nieuwe strategie voor chemicalieën. Ook zijn de tijdpaden van reeds lopende dossiers in de Interne Markt Strategie meer in lijn gebracht met de prioriteiten en deadlines van de Europese Raad van Lissabon.

De dossiers die de Commissie op korte termijn wil afronden, zijn de volgende:


1. Voor de verbetering van de levenskwaliteit van de burgers:
Witboek over voedselveiligheid.

Mededeling over bescherming van passagiers in het luchtvervoer.

Mededeling over rechtsbijstand in civielrechtelijke zaken.

Mededeling over prioriteiten op het gebied van verkeersveiligheid.

Pakket verordeningen over een uniform paspoort, identiteitskaart en verblijfsvergunning.

Start van de campagne voor de bevordering van de 'Dialoog met burgers en bedrijfsleven'.

Voorstel tot wijzing van de richtlijn 92/59 inzake algemene productveiligheid.


2. Voor de verbetering van de efficiëntie van de produkt- en kapitaalmarkten zijn dat:

Een voorstel voor een richtlijn over de octrooieerbaarheid van software.

Een voorstel voor een verordening inzake een Gemeenschapsoctrooi.

Een mededeling over namaak en piraterij.

Een voorstel voor een kaderrichtlijn inzake electronische communicatie .

Interpretatieve mededeling van de Commissie inzake concessieovereenkomsten

Het Cardiff-verslag 1999/2000.

Tenuitvoerlegging door de lidstaten van de voor hen bestemde aanbevelingen zoals opgenomen in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid in 1999.

Ondersteuning van initiatieven voor buitengerechtelijke 'on line' geschillenbeslechting.


3. Voor de verbetering van het ondernemingsklimaat zijn dat:
Een voorstel voor wetgevende maatregelen op het gebied van overheids-aanbestedingen.

Afronden van het pakket belastingmaatregelen.

Afronden van het dossier betalingsachterstanden.

Afronden van de insolventierichtlijn.

Document over octrooigemachtigden in de interne markt.


4. Voor het gebruik maken van de verworvenheden van de interne markt in een veranderende wereld is dat:

Goedkeuring van ratificatie van het verdrag inzake het auteursrecht en het verdrag inzake uitvoering en fonogrammen, beide van de WIPO (Wereldorganisatie voor het intellectuele eigendom).

Om de evaluaties van het functioneren van de interne markt effectief in te kunnen zetten bij de voorbereiding van de voorjaars-ER en in het Cardiff-proces, wil de Commissie de eerder overeengekomen rapportagetermijnen van juni en december verschuiven naar maart en september. Nederland kan daarmee instemmen.

Gezamenlijk werkprogramma van de drie voorzitterschappen (Portugal, Frankrijk en Zweden)

Het voorzitterschap en de Commissie zullen de stand van zaken uiteenzetten, waarop een gedachtewisseling met de Raad zal plaats vinden. Er vindt geen besluitvorming plaats. Gezien de lange-termijnplanning van de Commissie en het grote aantal doelstellingen op het terrein van de interne markt dat door de Europese Raad van Lissabon is geformuleerd, ligt het voor de hand dat ook de programma's van het Franse en het Zweedse voorzitterschap nauw zullen aansluiten bij de door de Commissie en door de Top van Lissabon uitgezette lijnen.

Scoreboard (doc IMAC/28/3/2000-3)

De Commissie heeft zojuist een document gepubliceerd met daarin een overzicht van de mate waarin lidstaten op de datum 28 maart 2000 Europese regelgeving hebben omgezet in nationale regelgeving. Uit de cijfers valt op te maken dat Nederland goede voortgang maakt met de implementatie van Europese regelgeving. Nederland heeft op die datum 3,31% van de Europese regelgeving nog niet of slechts gedeeltelijk geimplementeerd. Het gemiddelde percentage van de lidstaten ligt op 4,4%. Alleen Zweden en Spanje hebben een nog betere score, terwijl Denemarken en Nederland elkaar weinig ontlopen.

Overigens zijn er sinds eind maart 2000, van de 86 richtlijnen die Nederland volgens gegevens van de Commissie nog moest implementeren, alweer 33 aan de Commissie gemeld als afgehandeld. Niettemin zijn verdere inspanningen vereist: doelstelling van de Commissie is om het percentage achterstand in implementatie terug te brengen tot 1,5%, een minimum-percentage dat onvermijdelijk is gezien het feit dat omzetting in wetgeving in de lidstaten enige tijd in beslag nemen. De procedures voor implementatie van wetgeving zijn in Nederland tegen die achtergrond al verder aangescherpt. Dit werpt zijn vruchten af. Nederland zal zich blijven inspannen de achterstand nog verder terug te brengen.

Beter wetgeven - Vereenvoudiging regelgeving (SLIM) (doc. 7926/00 MI 69)

Zoals bekend heeft de Commissie het SLIM-initiatief (Simpler Legislation for the Internal Market) geëvalueerd en aanbevelingen gedaan ter verbetering van SLIM. Nederland heeft samen met het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Oostenrijk middels twee non-papers aangegeven dat SLIM een belangrijk initiatief is met grote potentie, maar dat het verbetering behoeft. Deze verbeteringen betreffen zowel de inhoud (de onderwerpkeuze) als het proces (de inbreng van lidstaten, de aansturing van de SLIM-teams en de snelle en concrete follow-up van aanbevelingen van de SLIM- teams door de Commissie en de Raad). In mijn vorige geannoteerde agenda en verslag van de Interne Markt Raad van 16 maart heb ik u hierover geïnformeerd.

Wat nu voorligt, zijn de ontwerpconclusies van de Raad ten aanzien van de Commissie review van SLIM. In de ontwerpconclusies wordt de evaluatie en de lijst van voorstellen ter verbetering van SLIM van de Commissie verwelkomd en wordt een aantal accenten gelegd. Het betreft hier dan de noodzaak tot het vergroten van de transparantie van het SLIM-proces, een meer systematische consultatie van de lidstaten (o.a. door het instellen van een subgroep van het IMAC, Internal Market Advisory Council) en het ontwikkelen van meer coherentie en synergie met de andere initiatieven inzake verbeterde regelgeving zoals het European Business Test Panel en het Fiche d'Impact ('regulatory impact assessment' op richtlijnvoorstellen).

De ontwerpconclusies vragen de Commissie ook om voor de Europese Top van volgend voorjaar met een strategie te komen die het geheel van 'better regulation'- initiatieven meeneemt; dit is ook afgesproken tijdens de Top van Lissabon.

Tevens worden de lidstaten opgeroepen ook zelf actief aan de slag te gaan en programma's te ontwikkelen gericht op vereenvoudiging en verbetering van de wetgeving. Als laatste roept de Raad de Commissie op om vereenvoudiging en verbetering van de wetgeving tot een duidelijke prioriteit te maken in de Strategie voor de Interne Markt en daarover regelmatig te rapporteren, bijvoorbeeld via het scoreboard. van de interne markt. Nederland kan instemmen met deze ontwerpconclusies.

Auteursrecht (doc. 6652/00PI en 7179/00 PI 20)

Aan de Raad ligt voor ter politieke besluitvorming het richtlijnvoorstel harmonisatie van bepaalde aspecten van auteursrecht en aanverwante rechten in de informatiemaatschappij.

Op zes punten lopen de meningen van de delegaties principieel uiteen. Het betreft achtereenvolgens (1) het principe van internationale of communautaire uitputting, (2) de reikwijdte van de uitzondering voor technische kopieën, (3) de opname en invulling van het begrip 'fair compensation' bij bepaalde beperkingen op het auteursrecht, (4) de formulering van de bepaling waardoor de lijst van beperkingen niet geheel limitatief is, (5) de juridische bescherming tegen omzeiling van technische beschermings-maatregelen en (6) de betekenis van het onderhavige voorstel met reeds bestaande richtlijnen. Daarnaast bestaat er nog een lijst van ten minste zestig kleinere reserves. Tot dusverre zijn alleen de zes principiële twistpunten in Raadskader ter sprake gekomen. Dat heeft nog niet geleid tot een compromis dat door een gekwalificeerde meerderheid wordt gesteund. Coreper zal volgende week nog tweemaal bij elkaar komen in een poging tot een aanvaardbaar compromis te komen. De Raad is er veel aan gelegen dit dossier nu uit te onderhandelen, gezien het grote belang van dit onderwerp.

Nederland heeft zich steeds voorstander getoond van de onverkorte toepassing van het auteursrecht en naburige rechten in een digitale omgeving. Misbruik van creatieve prestaties dient te worden bestreden. Maar er dient tevens rekening te worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van consumenten, bibliotheken, omroepen, onderwijsinstellingen, vrije pers en mededinging. De achtergrond daarvan is iedereen laagdrempelige toegang tot de informatiemaatschappij te kunnen bieden en de ontwikkeling van de techniek zo min mogelijk te belemmeren. De richtlijn heeft nog niet helemaal een goede balans kunnen vinden in het spanningsveld tussen de vele belangen. In de loop van de onderhandelingen in Brussel zijn, mede door toedoen van Nederland, reeds belangrijke verbeteringen aangebracht. Het voorstel voor een richtlijn en de stellingnamen van Nederland in de onderhandelingen daarover zijn reeds ter sprake gekomen tijdens het Algemeen Overleg van 11 mei jongstleden met de Vaste Kamercommissie voor Justitie over de nota van de minister van Justitie en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van mei 1999 over de invloed van nieuwe media op het auteursrecht en naburige rechten.

Bescherming van natuurlijke personen i.v.m. de verwerking van persoonsgegevens (doc. 7895/00)

De Raad zal een oriënterend debat houden over de ontwerpverordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen en organen van de Gemeenschapen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Deze ontwerpverordening vloeit voort uit art. 286 van het EG-verdrag. Het Economisch en Sociaal Comité heeft in december 1999 een (positief) advies uitgebracht. Het advies van het Europees Parlement wordt in juni verwacht.

Het voorliggende voorstel bevat enerzijds materiële regels inzake de bescherming van persoonsgegevens en voorziet anderzijds in de oprichting van een zogenoemde Europese Toezichthouder, die toezicht gaat houden op de verwerking van persoonsgegevens door de Gemeenschapsinstellingen en organen.

De materiële regels die zijn neergelegd in de ontwerpverordening zijn noodzakelijkerwijs ontleend aan de bestaande regelingen van de Gemeenschap inzake de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking en het vrije verkeer van persoonsgegevens. De twee belangrijkste rechtsinstrumenten op dat terrein zijn Richtlijn
95/46/EG en Richtlijn 97/66/EG. De bepalingen uit die twee richtlijnen zijn overgenomen en waar nodig aangepast en gespecificeerd met het oog op de toepassing op de Gemeenschapsinstellingen en organen. Dit werd door de Commissie noodzakelijk geacht, omdat de richtlijnen tot de lidstaten gericht zijn en derhalve qua formulering niet geschikt zijn op rechtstreeks op de Gemeenschapsinstellingen en organen te worden toegepast.

Met de oprichting van de Europese Toezichthouder wordt voldaan aan de in artikel 286, tweede lid, neergelegde eis betreffende het oprichten van een onafhankelijk controle-orgaan. De Europese Toezichthouder vervult een rol vergelijkbaar met die van nationale toezichthoudende autoriteiten, zoals bijvoorbeeld de Registratiekamer.

Dertiende richtlijn vennootschapsrecht betreffende het overnamebod (doc. 9482/00 DRS 18 CODEC 368 + COR 1)

Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn er in april jongstleden in geslaagd de Gibraltar-kwestie op te lossen. Dit betekent dat veel dossiers die tijdelijke waren aangehouden nu alsnog afgesloten kunnen gaan worden. In eerdere brieven kon ik u slechts melden dat de bovengenoemde richtlijn tot nader order was aangehouden door de Gibraltar-kwestie. Nu deze van de baan is, betekent dit dat de Dertiende Richtlijn Vennootschapsrecht betreffende het Overnamebod als A-punt op een van de Raden zal worden afgehandeld.

Richtlijn sanering en liquidatie van verzekeringsondernemingen (doc.
7895/00)

Aan de Raad ligt ter politieke besluitvorming voor de richtlijn ter sanering en liquidatie van verzekeraars. In 1997 zijn de besprekingen weer gestart na jaren stilgelegen te hebben, onder meer ten gevolge van de uitstaande kwestie tussen het Verenigd Koninkrijk en Spanje over de positie van de (Engelse) toezichthouder voor financiële instellingen op Gibraltar. Nederland heeft gedurende al deze jaren positief gestaan ten aanzien van de richtlijn en met het onlangs oplossen van de Gibraltar-kwestie lijkt niets meer in de weg te staan aan het vaststellen van de richtlijn. De discussie in Raadskader is nog niet afgerond.

Een sanering of faillissement in internationaal verband roept vragen op over de competentie van de toezichthouders en het recht dat toepasselijk is op de sanering of de afwikkeling van het faillissement. Dit richtlijnvoorstel beoogt daarvoor een oplossing te geven.

Het richtlijnvoorstel kent als hoofdregel dat sanerings- of liquidatiemaatregelen slechts kunnen worden ingeleid door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst. Bij een verzekeraar met bijkantoren in (één van de) andere lidstaten, beheerst het recht van de lidstaat van herkomst van de verzekeraar alle voorwaarden voor het openen, het verloop en het beëindigen van de sanering- en liquidatieprocedure.

Het recht van de lidstaat van herkomst bepaalt bijvoorbeeld welk deel van het vermogen van de verzekeringsonderneming tot de boedel behoort, welke vorderingen te verhalen zijn op het vermogen van de verzekeringsonderneming, regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen, etc. De vorderingen van schuldeisers die in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst zijn gevestigd, moeten op dezelfde manier worden behandeld als soortgelijke vorderingen in de lidstaat van herkomst.

Op deze algemene regel worden enkele in de tekst nader omschreven uitzonderingen gemaakt ter bescherming van het gewettigd vertrouwen en van de rechtszekerheid van bepaalde handelingen in andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst. Die uitzonderingen hebben betrekking op de gevolgen voor: bepaalde overeenkomsten en rechten, de zakelijke rechten van derden, eigendomsvoorbehouden, verrekening, financiële markten, nadelige handelingen, derde kopers en lopende rechtsvorderingen.

Overheidsaanbestedingen

In 1996 heeft de Europese Commissie een Groenboek gepubliceerd als basis voor een breed debat over de overheidsopdrachten in de Europese Unie (EU). Aanleidingen hiervoor waren het verzuim van de lidstaten om de richtlijnen tijdig en op juiste wijze te implementeren en de teleurstellende economische resultaten als gevolg van de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen in 1992 en 1993. In 1998 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd (COM(98)143) met de maatregelen die de Commissie van plan was te nemen. Een eerste maatregel betreft het wetgevend pakket dat tijdens deze Interne Markt Raad door de Commissie zal worden gepresenteerd. De doelstelling van de gedane voorstellen is vierledig:

verduidelijking

modernisering

vereenvoudiging

flexibilisering

Deze doelstellingen heeft de Commissie willen verwezenlijken door de volgende voorstellen te doen:

Een voorstel betreffende diensten, leveringen en werken. De belangrijkste aspecten zijn:

van drie aparte richtlijnen wordt één nieuwe gemaakt;

het flexibeler maken van de richtlijnen, zodat zij meer kunnen aansluiten op de
verschillende behoeften van aanbestedende diensten en ondernemers. Hierbij spelen de volgende onderwerpen:

transparantie inzake gunningcriteria;

invoeren mogelijkheid raamovereenkomsten;

vergroten mogelijkheden elektronisch aanbesteden;

technische specificaties ook in de vorm van functionele eisen;

nieuwe procedure van competitieve dialoog;

transparantie inzake selectiecriteria.

Een voorstel betreffende de nutssectoren. De belangrijkste aspecten hierbij zijn:

verwijdering van de telecommunicatiesector als aanbestedende dienst uit de
reikwijdte van de richtlijn;

verandering van de definitie van speciale en exclusieve rechten;

mechanisme voor uitzondering van activiteiten die onder volledige concurrentie vervallen.

Nederland steunt de acties van de Commissie gericht op verduidelijking en flexibilisering van het regelgevend kader.

Richtlijn inzake goede klinische praktijken en klinische proeven geneesmiddelen voor menselijk gebruik (doc. 8230/00)

De richtlijn beoogt de verschillen die bestaan tussen de lidstaten in de wettelijke regels en de toestemmingssystemen als voorwaarde voor het mogen beginnen van een medische proef met geneesmiddelen bij proefpersonen weg te nemen. De richtlijn dient ertoe potentiële handelsbelemmeringen voor geneesmiddelen in de interne markt weg te nemen.

Om de harmonisatie te bereiken onder gelijktijdige bewaking van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, is de richtlijn in hoofdzaak gericht op:

bescherming van de (rechten van) de proefpersoon door het stellen van aparte regels voor onderzoek met geneesmiddelen, inclusief voorwaarden gericht op rechten van de proefpersoon;

handhaving van de eisen door goede klinische proeven een wettelijke basis te geven;

harmonisatie en vereenvoudiging van de procedures om een klinische proef rechtmatig te kunnen beginnen.

De procedure voor goedkeuring van een proef met geneesmiddelen is relatief flexibel opgebouwd:

a. zonder positief oordeel van de ethische commissie kan de voorgestelde proef niet worden uitgevoerd;

b.1. de bevoegde autoriteit kan, mits positief advies van de ethische commissie, binnen de maximum beoordelingstermijn de opdrachtgever mededelen dat de proef kan beginnen, dan wel;

b.2. de opdrachtgever kan, mits positief advies van de ethische commissie, de maximum beoordelingstermijn laten passeren waarna de proef een aanvang kan nemen;

c. de bevoegde autoriteit kan bij positief advies van de ethische commissie binnen de maximum beoordelingstermijn de opdrachtgever in kennis stellen van gemotiveerde bezwaren.

De inhoud van de richtlijn sluit aan op hetgeen in Nederland geldend recht is (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen). De procedures vervat in de richtlijn vergen aanpassing van geldende wetgeving. Deze aanpassingen brengen wellicht enige extra uitvoeringslasten met zich. Deze zijn echter verantwoord vanwege de bescherming die proefpersonen nu binnen de EU wordt geboden enerzijds en de uniformiteit waar de industrie mee gebaat is anderzijds. Nederland zal in uitvoering van de procedure optie b.2 volgen. Onverlet de positie van de bevoegde autoriteit neemt de ethische commissie met een negatief oordeel over een onderzoeksvoorstel een beslissing met rechtsgevolg welke niet gepasseerd kan worden door de bevoegde autoriteit.

Nederland kan instemmen met het voorliggende compromisvoorstel voor de richtlijn. Tijdens de Raadszitting zal Nederland wel een verklaring afleggen ten behoeve van de Raadsnotulen en bekendmaking in het EG-publicatieblad (gelijktijdig met de richtlijn) waarin met name wordt verklaard dat ethische commissies naar Nederlandse administratief recht als onafhankelijke instanties een oordeel geven, waartegen beroep open staat.

Weekmakers in speelgoed (richtlijn wijziging gevaarlijke stoffen en preparaten) (doc. 7974/00 ENT 61 CODEC 311 + 7970 ENT 70 CODEC 310)

De Raad zal geïnformeerd worden over de laatste stand van zaken met betrekking tot de richtlijn wijziging gevaarlijke stoffen en preparaten. Het gaat hier in het kort om twee zaken:

Speelgoed dat bestemd is om in de mond te worden genomen

Zoals bekend is er op basis van een Deens onderzoek ophef ontstaan over weekmakers (ftalaten) in kinderspeelgoed. Volgens verschillende belangengroepen zouden ftalaten een groot gevaar voor de gezondheid inhouden. Op basis van deze berichten heeft de Commissie vorig jaar een spoedmaatregel afgekondigd die bepaalde weekmakers in kinderspeelgoed verbiedt. Nederland heeft zich verzet tegen de spoedmaatregel omdat het een verbod van de hier bedoelde stoffen, gelet op de afwezigheid van een direct gevaar voor de volksgezondheid, niet proportioneel vond en het daarmee een ongewenst precedent achtte inzake de risicobeheersing van chemische stoffen in producten. Nederland is voorstander van een meer genuanceerdere benadering, te weten: het vaststellen van veilige grenswaarden voor deze weekmakers met een bijbehorende meetmethode. Echter, Nederland staat redelijk geïsoleerd met dit standpunt en zal, ook gezien discussies met de Tweede Kamer hierover, nu meegaan met de Commissie en andere lidstaten om de spoedmaatregel structureel te maken middels deze richtlijnwijziging. Hierover zal naar verwachting tijdens de Raad een politiek akkoord worden bereikt.

Speelgoed dat niet bestemd is om in de mond te worden genomen, maar waarbij het waarschijnlijk is dat kinderen dit toch regelmatig doen

De Commissie stelt voor om een etiketteringsverplichting in te voeren, waarbij gewaarschuwd wordt voor het binnenkrijgen van te grote hoeveelheden weekmakers in het betreffende speelgoed. Nederland heeft voor een ander systeem gepleit dat nu ook door het Portugese voorzitterschap is overgenomen. Het betreft hier het vaststellen van bepaalde migratiewaarden ten aanzien van de weekmakers zoals gebruikt in het speelgoed dat hiervoor in aanmerking komt. Dit houdt in dat er een bepaalde veilige waarde kan worden bepaald waaronder het sabbelen aan speelgoed met weekmakers geen gevaar voor de gezondheid creëert, omdat het kind er weinig van binnen krijgt. Het is niet duidelijk welke strategie het Portugese voorzitterschap in dit dossier wil volgen, gezien de afwijking van het voorstel van het voorzitterschap ten opzichte van het Commissievoorstel.

Richtlijn speciale voorschriften voor voertuigen (doc. 7366/00 ENT 41 CODEC 234 + 7851/00 ENT 58 CODEC 296)

Het voorstel van de Commissie is gebaseerd op art. 95 van het Verdrag en heeft tot doel de veiligheid van het verkeer en de passagiers te verbeteren en de technische handelsbelemmeringen voor het vrije verkeer van deze voertuigen op te heffen.

Op basis van de politieke gevoeligheid van het onderwerp (veiligheid van autobussen) is er zeven jaar geleden voor gekozen om deze richtlijn nog volgens de «oude aanpak» op te stellen. Dit betekent dat niet slechts essentiële eisen worden vastgesteld, zoals bij de nieuwe aanpak, maar ook dat een gedetailleerde uitwerking van deze eisen in de richtlijn wordt vastgelegd. Inhoudelijk is het voorstel grotendeels gebaseerd op de technische voorschriften van de VN/ECE-reglementen m.b.t. zaken als deuren, treden, gangpaden, handgrepen, stabiliteit van het voertuig en sterkte van de bovenbouw. Nieuw ten opzichte van de ECE-reglementen zijn de voorschriften die ertoe strekken de voertuigen toegankelijk te maken voor passagiers met beperkte mobiliteit. Nederland kan instemmen met het voorstel.

E-Europa, een informatiemaatschappij voor iedereen: het ontwerp-actieplan

De Commissie zal op de Interne Markt Raad een presentatie geven van een alomvattend actieplan E-Europa: 'een informatiemaatschappij voor iedereen'. De ER van Lissabon bevestigde de doelstellingen en acties zoals neergelegd in de eerdere mededeling en verzocht de Commissie o.a. een alomvattend actieplan voor te leggen aan de Europese Raad van Feira in juni van dit jaar, met daarin uitgewerkt de conclusies van de ER van Lissabon.

De Europese Raad van Lissabon riep de Raad, het Europees Parlement en de Commissie in het bijzonder op om:

nog in het lopende jaar (2000) het juridische raamwerk voor elektronische handel te vervolmaken door aanname van een aantal relevante wetgevingsvoorstellen alsook initiatieven te ondernemen ter bevordering van het consumentenvertrouwen in elektronische handel, met name d.m.v. alternatieve systemen voor geschillenbeslechting;

ultimo 2000 opsplitsing van het fijnmazige lokale aansluitingsnetwerk (de zgn. «local loop») te verwezenlijken;

zo spoedig mogelijk in 2001 de wetgevingsvoorstellen aan te nemen die verband houden met de herziening van het regelgevend kader voor de telecommunicatiesector (de zgn. «ONP-review»);

ervoor te zorgen dat op doeltreffende wijze wordt voldaan aan de frequentievereisten voor toekomstige mobiele communicatiesystemen (UMTS);

ultimo 2001 toegang van scholen tot internet en multimedia te realiseren en per eind 2002 leerkrachten in multimediale vaardigheden te scholen, en;

in 2003 elektronische toegang tot de belangrijkste publieke diensten te verzekeren;

te bevorderen dat, waar mogelijk met steun van de Europese Investeringsbank, hogesnelheidsnetwerken voor internettoegang worden aangelegd en dat de aanleg van de meest geavanceerde informatie-technologie en andere telecommuncatienetwerken wordt bevorderd. Het actieplan E-Europa moet hiervoor specifieke doelen vaststellen.

Inmiddels wordt aan een aantal conclusies van de ER van Lissabon reeds gewerkt. Gehoor gevend aan de oproep van de Europese Raad van Lissabon, heeft bijvoorbeeld het Europese Parlement 4 mei jongstleden de 'Kaderrichtlijn inzake Elektronische Handel' zonder amendementen goedgekeurd. Ook is tijdens de Telecommunicatie Raad van 2 mei jl. uitgebreid gediscussieerd over zowel de splitsing van de «local loop» alsook de ONP-review. Om haast te maken met de aanname van relevante wetgevingsvoorstellen heeft het komende Franse voorzitterschap een extra Telecommunicatieraad gepland voor de tweede helft van dit jaar. Tijdens de Wereld Radio Conferentie van 8 mei tot 2 juni te Istanbul, zal worden onderhandeld over de frequentieverdeling ten behoeve van de nieuwe generatie mobiele telefoonsystemen (UMTS).

Witboek Voedselveiligheid (doc. 8073/00)

De Commissie heeft in januari het Witboek Voedselveiligheid gepresenteerd. Centraal onderdeel van dit Witboek vormt het voorstel tot oprichting van een Europese Voedsel Autoriteit. Op 31 maart is de reactie van de Nederlandse regering op het Witboek verzonden aan de Tweede Kamer (brief van Minister Brinkhorst en Minister Borst, kenmerk VVM 00.1024/JB). Deze reactie is op 30 april aangeboden aan de Commissie.

Het Witboek zal aan de orde komen tijdens de Europese Raad van 19 en
20 juni. Het is de bedoeling dat het document van het voorzitterschap, dat geagendeerd staat voor bespreking in de Interne Marktraad, zal worden aangeboden aan de Europese Raad van Feira. Dit document is een weergave van de discussies in de diverse raden en trekt enkele voorlopige en beknopte conclusies uit de discussies. In de conclusies wordt het Witboek in algemene zin ondersteund. Zo wordt gesteld dat het voorstel van de Commissie om te komen tot een integraal beleid met betrekking tot voedselveiligheid breed wordt gedragen. Ook stelt het voorzitterschap dat alle delegaties voor de oprichting van een onafhankelijke Europese Voedsel Autoriteit zijn.
Nederland zal tijdens de Interne Markt Raad in lijn met de Nederlandse reactie reageren op het document dat voorligt.

Verticale levensmiddelenrichtlijn inzake honing (doc. 7861/00 DENLEG
25 + ADD1; 8164/96 DENLEG 59 CODEC 385)

Het betreft hier de laatste van een set van vijf verticale levensmiddelenrichtlijnen die de Commissie op 30 mei 1996 presenteerde. Doel van de exercitie was om de verticale levensmiddelenrichtlijnen te vereenvoudigen. Inmiddels zijn de vier andere richtlijnen (melk, suiker, jam en cacao) uitonderhandeld en rest alleen nog de richtlijn voor honing. De richtlijn behelst benamingen en samenstellingen van verschillende soorten honing en producten waarin honing verwerkt is. Ook wordt aandacht besteed aan de etikettering van honing en honingproducten.

Nederland heeft de vereenvoudiging van de wetgeving altijd ondersteund. Ook heeft Nederland zich hard gemaakt voor een adequate etikettering. Deze punten zijn in het compromis opgenomen.

Gewijzigd voorstel voor een Verordening betreffende gemeenschapsmodellen (doc. 9579/99 PI 37)

De Interne Markt Raad zal de stand van zaken bespreken over de conceptverordening inzake Gemeenschapsmodellen. Er is geen besluitvorming voorzien. Dit agendapunt is op verzoek van Spanje op de agenda gezet, evenals dat was gebeurd voor de Raad van 16 maart jongstleden. Sinds 16 maart is weinig veranderd. Het valt niet te verwachten dat er nog onder het Portugese voorzitterschap een Gemeenschappelijk standpunt kan worden vastgesteld. Het advies van het Europees Parlement wordt op zijn vroegst juni a.s. verwacht.

De Europese Commissie heeft in juni 1999 een gewijzigd voorstel voor een Verordening inzake het Gemeenschapsmodel ingediend bij de Raad en het Europees Parlement, nadat een eerder voorstel uit 1993 tijdelijk in de ijskast was gezet. Met dit voorstel wordt beoogd een recht op een tekening of model te creëren, dat uniform voor de gehele EU wordt verleend. Het tekeningen- of modellenrecht is een onderdeel van de industriële eigendom en heeft betrekking op de bescherming van de nieuwe vormgeving van industriële producten (variërend van koffiezetapparaten tot de print van behangpapier). Tot nu toe wordt het recht alleen nationaal toegekend door de lidstaten.

Als de Verordening eenmaal is vastgesteld zal deze worden uitgevoerd door het Bureau voor Harmonisatie in de Interne Markt (merken, tekeningen of modellen) (BHIM) gevestigd te Alicante, Spanje. Dit verklaart wellicht waarom Spanje heeft gevraagd de voortgang van dit dossier te agenderen. Spanje wil zo spoedig mogelijk het BHIM, dat nu alleen de Verordening inzake het Gemeenschapsmerk uitvoert, aan een nieuwe taak helpen.

Parallelle import/Uitputting van merkrechten (doc. 13709/99 PI 65 MI
123 + 8052/00 PI 27 MI 74)

Op 11 februari en 14 april van dit jaar vonden bijeenkomsten plaats met de delegaties van de lidstaten over een werkdocument van de Europese Commissie van december 1999, dat is opgesteld naar aanleiding van het rapport van een onderzoeksbureau naar de economische effecten van de systemen van uitputting bij het merkenrecht. De Commissie zal tijdens deze Interne Markt Raad mondeling verslag doen van de bijeenkomsten. Er is geen besluitvorming voorzien.

Bij brief van 4 april 2000 is de Kamer door de Staatssecretaris van Economische Zaken geïnformeerd over de stand van zaken en over de haalbaarheid van het Nederlandse standpunt. Op aandringen van een aantal lidstaten is een fundamentele discussie gestart over uitputtingssystemen. Het werkdocument van de Commissie dient als uitgangspunt voor de discussie, welke vooral technisch van aard is en spitst zich toe op vier onderdelen, namelijk:


1) Moet het uitputtingsregime hetzelfde zijn voor zowel nationale merkenwetgeving als het Gemeenschapsmerk?


2) Moet eenzijdig voor wereldwijde uitputting worden gekozen, of dient reciprociteit, op bi- danwel multilaterale basis een voorwaarde zijn?

3) Moet hetzelfde regime gelden op alle terreinen van intellectuele eigendom?


4) Zou moeten worden gedifferentieerd naar economische sector?
Inmiddels heeft een aantal lidstaten die voorstander zijn van een systeem van internationale uitputting ook eigen studies laten uitvoeren. Nederland is voorstander van internationale uitputting bij het merkenrecht. Een dergelijk systeem doet recht aan het belang van een zo ruim mogelijke concurrentie en van het opheffen van handelsbelemmeringen. Er zijn echter nog een aantal lidstaten voorstander van handhaving van het huidige systeem.


****

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie