Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Vliegenthart voor Overleg Ondernemingsraden Thuiszorg

Datum nieuwsfeit: 25-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van VWS

Landelijk Overleg Ondernemingsraden Thuiszorg

Speech van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Margo Vliegenthart, voor het Landelijk Overleg Ondernemingsraden Thuiszorg in de Jaarbeurs te Utrecht op 25 mei 2000.


---

Dames en heren,
Drie maal is scheepsrecht. Ik heb helaas twee keer eerder bij u verstek moeten laten gaan. En gelooft u mij, dat vond ik erg vervelend. Maar vandaag is het gelukt. Ik ben oprecht blij dat ik hier voor u sta.
Arbeidsmarkt en personeelsbeleid zijn belangrijke onderwerpen in de thuiszorg. De centrale overheid, de werkgevers en zeker ook het personeel van de instellingen zelf hebben hier een grote verantwoordelijkheid. De sector heeft mensen nodig die zich betrokken voelen bij hun werk. U bent allemaal lid van een ondernemingsraad. Dus met die betrokkenheid zit het bij u wel goed.
U mag daar trots op zijn. De thuiszorg heeft immers een belangrijke maatschappelijke op-dracht: zij moet ervoor zorgen dat er voldoende zorg is van behoorlijke kwaliteit. Cliënten kun-nen op die manier een volwaardig, menswaardig en zelfstandig leven leiden. Dat is voor u een zware, maar ook een mooie opdracht. Het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die die opdracht willen en kunnen uitvoeren. De spanning op de arbeidsmarkt neemt toe. De forse stijging van het aantal banen in de zorg door wachtlijsten en werkdruk, maar ook de economie bloeit als een tierelier. Dus ook in andere sectoren neemt die vraag naar arbeidskrachten toe. Uit onderzoeken blijkt dat die problemen op de arbeidsmarkt alleen maar groter worden. Er zijn voorspellingen van een tekort aan gekwalificeerd verplegend en verzorgend personeel van ruim 44.000 personen in het jaar 2004 als er niets zou gebeuren. De thuiszorg neemt hiervan een kwart, 11.000 personen, voor haar rekening. Dat is nogal wat! Maar naast die stijging van het aantal banen in de zorg zien we ook de groei in andere sectoren. De concurrentie om de schaarse arbeidskrachten neemt toe
We zullen ons in de zorgsector niet alleen moeten richten op werving van nieuw personeel maar ook op het behoud van personeel door het verbeteren van de kwaliteit van de organi-satie. Het gaat daarbij zowel om het verlagen van het ziekteverzuim, het verlagen van de uit-stroom naar de WAO als het gebruik maken van onbenut potentieel. Er zijn veel mensen met een diploma die nu niet in de zorg werken. Het grootste knelpunt is vaak het combineren van arbeid- en zorgtaken. Vanuit de instellingen moet er meer flexibiliteit aan de dag worden ge-legd om tegemoet te komen aan de behoeften van medewerkers. Instellingen vragen veel flexibiliteit van hun mensen, maar dat moet omgekeerd ook zo zijn. Daar moet evenwicht in zijn. Ik denk ook aan mensen die nu al in de zorg werken en best een paar uur extra willen werken. Organisaties moeten daar flexibel op inspelen bijvoorbeeld via roosterplanning. Maar die pakken we aan. Niet alleen vanuit Den Haag. Maar ook samen met u en met uw ver-tegenwoordigers. U kent het Convenant Arbeidsmarkt Zorgsector van eind 1998 (minder werkdruk, meer arbeidsplaatsen). U kent het Arboconvenant (minder fysieke inspanning door bijvoorbeeld meer tilapparatuur). En u kent de meerjarenafspraken (meer geld als er meer pro-ductie is).
Ik reken erop dat door deze maatregelen het geraamde tekort op de arbeidsmarkt zal teruglo-pen van 11.000 personen naar iets meer dan 2300 mensen in 2004. Een tekort van ongeveer 3%. Nog steeds een tekort, maar een hanteerbare tekort, dat zich overigens concentreert op niveau 3 verzorgenden.

Maar ik zei het al: we kunnen dat niet alleen vanuit Den Haag regelen. We hebben u daar bij nodig. De medewerkers zelf weten op grond van hun ervaring waar ze over praten. Daar kan het management zijn voordeel mee doen door hen als gesprekspartner serieus te nemen. Niet alleen volgens je gezonde verstand, maar ook uit onderzoek komt naar voren dat instellingen die goed luisteren naar hun personeel vaak behoren tot de instellingen waar het goed loopt. Deze instellingen kennen het laagste ziekteverzuim. Deze instellingen kennen de grootste doelmatigheid, de hoogste produktiviteit en dus ook de kortste wachtlijsten. Het ligt dus voor de hand om naar de mensen op de werkvloer te luisteren. Om rekening te houden met uw mening. Investeren in de kwaliteit van de organisatie werpt in alle opzichten zijn vruchten af.

Eergisteren zijn de uitkomsten bekend geworden van een onderzoek onder medewerkers in de thuiszorg. Ongeveer 50.000 mensen hebben daar aan meegewerkt.

Ik stip hier enkele uitkomsten aan. Eerst enkele positieve.

• Medewerkers in de thuiszorg zijn redelijk tevreden over hun werkomstandigheden.

• In de thuiszorg hebben minder mensen last van een “burn-out” dan in andere sectoren in de Nederlandse economie.
• Medewerkers in de thuiszorg halen positieve energie uit de zelfstandigheid in hun werk, uit de mogelijkheden om zichzelf te ontplooien, uit duidelijkheid over het werk en uit de collegiale steun.
Ik hoop dat u zich hier in herkent. Ook als u niet aan het onderzoek heeft meegewerkt. Maar er is een keerzijde.
• De medewerkers zijn niet tevreden over hun werkbelasting en over hun fysieke belasting. Deze zijn te hoog en veroorzaken stress.
• De medewerkers in de thuiszorg hechten verder erg veel belang aan coaching door hun leidinggevenden. Deze coaching wordt lang niet altijd voldoende gegeven. In eerder onderzoek kwam de tevredenheid van de cliënten naar voren. Opmerkelijk is dat bij instellingen waar de cliënten tevreden zijn, de medewerkers dit ook zijn.

Ik kan u zeggen dat ik zeer veel waarde hecht aan het onderzoek. De thuiszorg is een sector die van heel ver komt. Die zeer veel problemen heeft gekend, zoals u zelf ook weet. Maar met het benchmarkonderzoek en deze raadpleging heeft de sector een enorme kwaliteitsslag ge-maakt. Het inzicht en de transparantie is groter dan in andere zorgsectoren. Waar het beeld van de sector nog negatief is, blijkt dat bij medewerkers zelf veel positiever. We zullen geza-menlijk dat positieve beeld ook meer moeten gaan uitdragen. Dit rapport kan daar bij helpen. U heeft vooral een rol in uw eigen instelling. Het is voor u dan ook nuttig om te weten dat elke instelling een eigen rapport ontvangt, waarin de uitkomsten van het onderzoek naar de mate van tevredenheid staan. Er worden ook aanbevelingen per instelling gedaan. Het is van groot belang dat deze rapportages in en met de OR worden besproken. Hetzelfde geldt voor de aanpak om tot verbeteringen te komen.
Alles staat of valt met het personeelsbeleid van een instelling. De zorg drijft op de medewer-kers. Het menselijk kapitaal. En daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. De deskundigheid van verplegenden en verzorgenden moet meetellen bij de organisatie van het werk. Als lid van een ondernemingsraad heeft u daarbij een belangrijke rol. In de ogen van uw ach-terban bent u mede verantwoordelijk voor het personeelsbeleid. Uw achterban verwacht een zeer actieve en constructieve rol van u.

Wat kunt u doen. U kunt uw stem laten horen: praten met het management ideeën voor ver-betering van de kwaliteit van de organisatie én meebeslissen. Daar staat een ondernemings-raad immers voor. Dat dat tot op de dag van vandaag niet overal gebeurt, verbaast mij. Het management maakt nog onvoldoende gebruik van de deskundigheid in eigen huis.

Een Italiaans spreekwoord zegt: 'Een goed zeeman herkent men bij slecht weer'. Managers zouden eens een dagje met hun medewerkers moeten meedraaien. Misschien wel meer dan één. Dan tonen zij interesse voor het werk van hun mensen. De betrokkenheid van het perso-neel neemt dan toe. De arbeidsvreugde zal aan beide kanten stijgen. Personeelsverloop en ziekteverzuim zullen afnemen.
Ik stipte de werkdruk al even aan. Deze is al jarenlang te hoog. Daardoor blijft er te weinig tijd over voor andere dingen dan de concrete zorg. 'Iemand die altijd haast heeft, heeft hoofd noch hart', zei W.B. Yeats. Hij had gelijk. De sociale factor is juist in de zorg immers erg be-langrijk. Het resultaat van al dat rennen en draven is, dat cliënten ontevreden zijn en de me-dewerkers ook.
Zo komen we in een vicieuze cirkel. Medewerkers willen die soms doorbreken door de pijp aan Maarten te geven. En dat is zeker niet de bedoeling.

Dames en heren, zover moeten we het niet laten komen. Laat uw stem horen bij het mana-gement. Praat mee en beslis mee. Op die manier kunt u bereiken dat het geld uit Den Haag voor werkdrukverlichting snel en doeltreffend wordt ingezet.

Er zijn al instellingen die functioneren langs de lijnen die ik zojuist uiteengezet heb. Daar wer-ken mensen - zowel bij het management als bij medewerkers - die 'hun hoofd gebruiken en hun hart op de goede plaats hebben'. En zoals u weet: uw hart zit links. Bij deze instellingen zien we dat het ziekteverzuim terugloopt en dat de medewerkers hun instelling trouw zijn. Dat is dubbel en dwars de moeite waard.

Ik eindig met enkele opmerkingen over de alfahulpen. Het kabinet wil alfahulpen de kans ge-ven bij een thuiszorginstelling te gaan werken. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten. In de eerste plaats wordt de positie van alfahulpen beter. Zij krijgen dezelfde rechtspositie en arbeidsvoorwaarden als de collega's die nu al een dienstverband bij een thuiszorginstelling hebben.
In de tweede plaats is het ook gunstig voor de instelling zelf. Alfahulpen werken over het al-gemeen weinig uren per week. Misschien willen zij wel meer werken. Dat moet kunnen. Het gaat om 67.000 mensen. Als iedereen één uur per week langer wil werken, levert dit per jaar meer dan 3 miljoen arbeidsuren op. Zo kan op eenvoudige wijze een deel van de arbeids-marktproblematiek worden opgelost. Maar belangrijk is dat we alphahulpen zelf willen laten kiezen of ze wel of niet een dienstverband willen aangaan.

Dames en heren. We gaan naar de zomer toe. Naar beter weer dus. Maar ik hoop van harte dat u, mede na de bijeenkomst van vandaag, van uw leidinggevenden stuurlieden weet te ma-ken die men ook bij slecht weer herkent. Zij worden daar beter van, u wordt daar beter van en – wat het belangrijkste is – uw cliënten worden daar beter van. Ik wens u daarbij veel suc-ces.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie