Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg ambtsberichten landgebonden asielbeleid

Datum nieuwsfeit: 26-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg ambtsberichten landgebonden asielbeleid
Gemaakt: 30-5-2000 tijd: 16:6


1


19637 Vluchtelingenbeleid

nr. 526 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 26 mei 2000

De vaste commissie voor Justitie<1> heeft op 9 mei 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Cohen van Justitie over de brief d.d. 3 april 2000 inzake diverse ambtsberichten landgebonden asielbeleid (19637, nr. 520).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Albayrak (PvdA) noemde de uitspraak van de rechtseenheidskamer vreemdelingenzaken (REK) over het voor Sierra Leone gevoerde beleid zeer kritisch. De regering heeft naar aanleiding hiervan besloten voor de periode van 1 december 1997 tot 3 januari 2000 alsnog een VVTV-beleid te voeren. Welke consequenties heeft dit voor Sierra Leoners die in deze periode asiel hebben aangevraagd in Nederland? Wat is de actuele situatie in Sierra Leone en welke gevolgen moet deze hebben voor het Nederlandse beleid? Het uitstel-van-vertrekbeleid (UVV-beleid) is op 3 januari beëindigd, omdat volgens het ambtsbericht van 25 november 1999 Freetown een binnenlands vestigingsalternatief is. Inmiddels is de situatie in Sierra Leone echter verslechterd en vinden internationale organisaties het onverantwoord Sierra Leoners terug te sturen. Mevrouw Albayrak vroeg de staatssecretaris om zo spoedig mogelijk in een nieuw ambtsbericht in te gaan op de standpunten van internationale organisaties die de situatie in Sierra Leone volgen en op de vraag of er nog een binnenlands vestigingsalternatief is. Verder vroeg zij hem in afwachting daarvan af te zien van uitzetting naar Sierra Leone, in overeenstemming met het beleid van andere Europese landen. Ook vroeg zij de staatssecretaris zich op grond van het ambtsbericht erover te beraden of er redenen zijn voor een VVTV-beleid voor vluchtelingen uit Sierra Leone. Ten slotte vroeg zij de staatssecretaris op dit punt een overzicht te geven van de aantallen asielzoekers uit Sierra Leone en van het aantal uitzettingen sinds 3 januari.

Het voornemen van de regering in het kader van het beleid voor Afghanistan komt neer op bredere toepassing van artikel 1F van het vluchtelingenverdrag. Mevrouw Albayrak drong erop dat alles in het werk wordt gesteld om te voorkomen dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, in aanmerking komen voor een asielstatus in Nederland. Op welke wijze denkt de staatssecretaris duidelijkheid te verkrijgen over eventuele gedwongen toetreding tot de veiligheidsdiensten KhAD en WAD en de consequenties van weigering tot toetreding? Wat gebeurt er met degenen van wie bewezen kan worden geacht dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, maar die niet uitgezet kunnen worden? In antwoord op mondelinge vragen hierover van de heer Van Oven heeft de staatssecretaris nadere mededelingen aangekondigd, maar deze zijn uitgebleven. Wat is zijn reactie op de uitspraak van 4 mei van de REK, zowel over Afghanen die door Pakistan zijn gereisd als over de veroordeling van het beleid tegen de achtergrond van de parlementaire geschiedenis van de vreemdelingenwet?

Mevrouw Albayrak vroeg of het gewijzigde beleid voor Somalië tot gevolg heeft dat er daadwerkelijke VVTV's worden ingetrokken en, zo ja, om hoeveel personen het gaat. Vrijwel geen enkel Europees land zet mensen naar Somalië uit, omdat terugkeerprogramma's, ook die van UNHCR, vrijwel altijd mislukken door gebrek aan medewerking van Somalië. De staatssecretaris zal zijn inspanningen moeten intensiveren om de begeleide terugkeer van ex-statushouders succesvol te laten verlopen. Zullen weduwen en gescheiden vrouwen, aan wie de regering een speciale positie toekent, wel voor een VVTV in aanmerking blijven komen?

Wanneer wordt het ambtsbericht over dienstweigeraars en deserteurs uit de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) verwacht en wat zal tot dat moment het beleid voor deze personen zijn?

Mevrouw Albayrak drong aan op overleg met UNHCR en andere Europese asiellanden over de terugkeer van afgewezen Kosovaarse asielzoekers. Zij vroeg de staatssecretaris bij gedwongen terugkeer zoveel mogelijk samen te werken met UNHCR en hoe het Nederlandse beleid zich verhoudt tot het standpunt van UNHCR.

Met het beleid voor Azerbeidzjan stemde mevrouw Albayrak in.

Zij onderschreef het standpunt van de regering dat Tsjetsjeense asielzoekers onder de huidige omstandigheden niet kunnen terugkeren. In het licht van de uitspraken van de REK over Kosovo en Somalië vroeg zij waarom de regering op grond van het ambtsbericht van 31 januari
2000 tot de conclusie komt dat voor Tsjetsjenië een UVV-beleid volstaat en een VVTV-beleid dus niet nodig is.
Ten slotte benadrukte mevrouw Albayrak dat de indicatoren voor het VVTV-beleid moeten blijven gelden onder de vreemdelingenwet 2000, zij het dat de VVTV dan valt onder de tijdelijke status voor drie jaar. Het besluitmoratorium in de ontwerpvreemdelingenwet 2000 was volgens haar uitdrukkelijk niet bedoeld voor degenen die onder het huidige vreemdelingenbeleid een VVTV-status hebben.

De heer Kamp (VVD) steunde het regeringsstandpunt dat er in Sierra Leone op dit moment geen binnenlands vestigingsalternatief meer is. De regering, gesteund door de Kamer, kwam eerder -- toen de omstandigheden in het land anders waren -- tot de conclusie dat er op dat moment wel een binnenlands vestigingsalternatief was. De REK was het daar niet mee eens en de staatssecretaris wil zich daar bij neerleggen. De VVD-fractie is echter van mening dat niet de REK maar de regering -- gecontroleerd door de Kamer -- het beleid moet bepalen.

Een uitgangspunt van het vluchtelingenbeleid is dat iemand die meer dan twee weken in een veilig derde land heeft verbleven, niet in Nederland in aanmerking komt voor een status. De REK heeft echter in verband met vluchtelingen uit Afghanistan uitgesproken dat steeds individueel moet worden nagegaan of iemand kan terugkeren naar het derde land Pakistan, zelfs als hij daar al langer dan twee weken heeft verbleven. Ook met deze uitspraken is de REK voorbijgegaan aan het primaat van de politiek bij het vaststellen van beleid. Dit beklemtoont het grote belang dat er in de vreemdelingenwet 2000 duidelijkheid wordt gegeven over het beleid dat de politiek wenselijk acht en dat de rechter zich op grond daarvan tot een marginale toetsing beperkt. Ziet de staatssecretaris in de uitspraken van de REK aanleiding om artikelen van de ontwerpvreemdelingenwet 2000 te heroverwegen?

In verband met het standpunt van de staatssecretaris dat hij de uitspraak van de REK over Sierra Leone zal volgen, vroeg de heer Kamp of degenen die als asielzoeker zijn afgewezen, in Nederland kunnen blijven. Krijgen Sierra Leoners, die niet voor een A-status of een VTV-status in aanmerking komen, op grond van de huidige wet een VVTV? Het UVV-beleid in artikel 43, lid 4 van de ontwerpvreemdelingenwet
2000 heeft uitsluitend betrekking op uitgeprocedeerde, afgewezen asielzoekers. Zouden onder de nieuwe wet alle Sierra Leoners die naar Nederland komen, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd? Eenzelfde vraag rijst naar aanleiding van het besluit tot een UVV-beleid voor Tsjetsjenië.

De heer Kamp bepleitte steun voor de internationale troepenmacht in Sierra Leone om de situatie daar te stabiliseren. De EU zou snel één lijn moeten trekken in haar beleid voor dit land en andere Afrikaanse landen met vergelijkbare ontwikkelingen. Er verschijnen wel Europese stukken over asielbeleid, maar in de praktijk leiden deze nauwelijks tot resultaat. Welke conclusie trekt de staatssecretaris op dit punt?

Uit de brief van de staatssecretaris maakte de heer Kamp op dat het VVTV-beleid voor Somalië nog voor slechts drie groepen geldt: weduwen en gescheiden vrouwen van Reer Hamar en Reer Brawas zonder naaste familie in Puntland; Rahanweyn en Digil die niet afkomstig zijn uit het veilige deel van Somalië en daar evenmin een substantiële periode hebben verbleven; Hawiye, voorzover hun clan recentelijk met een andere Hawiyeclan heeft gevochten en geen eigen grondgebied heeft in het veilige deel van Somalië. Wordt in alle andere gevallen geen VVTV meer verleend? Worden alle overige verleende VVTV's ingetrokken en hoeveel zullen dit er zijn?

De heer Kamp stemde in met de regeringsstandpunten over de FRJ en Kosovo.

In verband met Afghanistan steunde hij het tegenwerpen van artikel 1F van het vluchtelingenverdrag aan (onder)officieren van de KhAD en de WAD. Betekent dit dat eventueel toegekende VVTV's worden ingetrokken? Wat betekent dit standpunt onder de nieuwe wet? Is het nieuwe ambtsbericht er al, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken in maart zou leveren en wanneer komt de regering met een standpunt?

Ten slotte sloot de heer Kamp zich aan bij het regeringsstandpunt over Azerbeidzjan en vroeg hij nog hoe de instroom uit dit land zich in de afgelopen twee jaar heeft ontwikkeld.

De heer Wijn (CDA) nam het standpunt in dat de situatie in Sierra Leone niet toelaat dat Nederland personen uitzet naar dat land. Heeft de staatssecretaris sinds zijn brief van 4 februari 2000 al een nieuw ambtsbericht gekregen? Zo niet, kan dit er zo spoedig mogelijk komen? Aan de hand daarvan kan immers worden besloten of er een UVV-beleid moet worden gevoerd.

Kan uit het feit dat de staatssecretaris de uitspraak van de REK over Sierra Leone wil volgen, worden geconcludeerd dat hij het eens is met het standpunt van de REK dat zijn besluit van 1 december 1997 onvoldoende was gemotiveerd? Is het resultaat dat er een UVV-beleid of een VVTV-beleid zal worden gevoerd en, zo ja, per wanneer en voor wie? Ook heeft de REK uitgesproken dat de Staat, alvorens het UVV-beleid te beëindigen, een redelijke termijn had moeten nemen om te bezien of de verbetering in de situatie in Sierra Leone zou doorzetten. Voor een verdragsvluchteling moeten zich gedurende minimaal drie jaar verbeteringen hebben voorgedaan; hierdoor wordt er de facto nooit een A-status ingetrokken. Wat moet volgens de staatssecretaris de termijn voor VVTV-beleid en UVV-beleid zijn?

De heer Wijn achtte een VVTV-beleid voor Afghanistan slechts noodzakelijk voor een beperkt aantal groepen. Wel was hij het er met de regering over eens dat Pakistan een veilig land is voor Afghanen en dat Afghanen, die langer dan twee weken in Pakistan hebben verbleven, dan ook niet voor een status in Nederland in aanmerking komen. De REK heeft echter uitgesproken dat individueel moet worden bezien of toelating in een veilig derde land is gewaarborgd en dat de betrokkene anders niet mag worden teruggestuurd. Omdat het de eigen keuze van de asielzoeker is om de bescherming in dat derde land te verlaten, achtte de heer Wijn het onbillijk dat de verantwoordelijkheid hiervoor wordt afgeschoven op Nederland. Hij vroeg de staatssecretaris dan ook nog voor de behandeling van de ontwerpvreemdelingenwet 2000 een brief aan de Kamer te sturen waarin wordt ingegaan op de mogelijke algemene gevolgen van deze uitspraak van de REK en op de feitelijke situatie in verband met personen uit Afghanistan en Pakistan. Ook vroeg hij de staatssecretaris indien mogelijk tegen de uitspraak van de REK in cassatie te gaan bij de Hoge Raad in het belang der wet. Ten slotte vroeg hij op dit punt wanneer er een nieuw ambtsbericht over Afghanistan komt en of de staatssecretaris in zijn reactie hierop pro forma wil toetsen aan de nieuwe VVTV-indicatoren.

In verband met de toepassing van artikel 1F voor (onder)officieren van de KhAD en de WAD wierp de heer Wijn de vraag op of de betrokkenen een keuze hebben gehad om tot deze veiligheidsdiensten toe te treden en of er sprake van overmacht was om in deze diensten te blijven. Krijgen de betrokkenen behalve geen A-status ook geen VVTV-status? Als hun in Afghanistan een onevenredige of onmenselijke straf wacht, mogen zij alsnog in Nederland blijven, maar dan moet er wel strafvervolging worden ingesteld. Wat is de stand van zaken op dit punt? Zijn er problemen bekend met beulen en slachtoffers uit Afghanistan die in hetzelfde centrum verblijven?

De heer Wijn vroeg de staatssecretaris in zijn reactie op het komende ambtsbericht over de FRJ in verband met dienstweigering en desertie in te gaan op de mate van bestraffing, de aantallen personen die op deze gronden aanvragen hebben ingediend in verschillende Europese landen, het voorkomen van misbruik en het gevaar van paramilitaire groepen in de FRJ voor deze mensen. Wat is er waar van de berichten dat de NAVO pamfletten heeft uitgestrooid waarin tot dienstweigering is opgeroepen? Wat vindt de staatssecretaris van het idee de sancties van de EU tegen de FRJ op te heffen of aan te passen, in ruil voor een amnestieregeling voor dienstweigeraars en deserteurs?

Bij de mededeling van de staatssecretaris dat het zeer moeilijk is om Somaliërs uit te zetten naar hun land, gaat het vooral om vliegverbindingen. Tienduizenden keren inmiddels uit omringende landen terug over land en er schijnen vrije havens te zijn. De heer Wijn achtte begeleide terugkeer van Somaliërs heel goed mogelijk, ook gezien het feit dat er Somaliërs vrijwillig terugkeren vanuit Nederland.

De heer Dittrich (D66) drong er bij de staatssecretaris op aan duidelijk uit te spreken dat Sierra Leoners niet worden teruggestuurd en de ontwikkelingen nauwlettend te volgen. De Tweede Kamer heeft nog in februari een motie verworpen waarin werd uitgesproken dat Sierra Leoners niet mochten worden teruggestuurd, omdat de situatie toen nog niet echt onveilig was. Wanneer zijn de laatste Sierra Leoners teruggezonden en hoeveel zijn het er in de afgelopen weken geweest?

De heer Dittrich benadrukte dat het een groot goed in Nederland is dat een onafhankelijke rechter kan vaststellen dat de regering onjuist beleid voert. Terecht wil de staatssecretaris zich dan ook houden aan de uitspraak van de REK over Sierra Leone. Wat houdt dit in voor degenen die zijn teruggestuurd in de periode waarin het beleid volgens de rechter onrechtmatig was?

Volgens VluchtelingenWerk Nederland is er alleen sprake van een binnenlands vestigingsalternatief wanneer iemand rechtstreeks van een onveilig gebied naar een veilig gebied kan trekken. De heer Dittrich achtte het echter ook aanvaardbaar om iemand rechtstreeks van Nederland terug te sturen naar een veilig gebied. Wat is het standpunt van de staatssecretaris hierover? De economische omstandigheden waaraan VluchtelingenWerk Nederland refereert, achtte hij onderdeel van de VVTV-indicatoren.

De heer Dittrich herhaalde zijn pleidooi voor opvang van Afghanen in de eigen regio en voor afspraken met Pakistan over het terugnemen van Afghanen die eerst in Pakistan hebben verbleven en vervolgens naar Nederland zijn gegaan. De noodzaak hiervan is groter geworden door de uitspraak van de REK. In hoeverre acht de staatssecretaris het mogelijk alle desbetreffende gevallen individueel te bekijken?

De standpunten van de regering over de FRJ en Kosovo kregen steun van de heer Dittrich. Wel pleitte hij ervoor dat mensen alleen naar Kosovo worden teruggestuurd in nauw overleg met UNHCR.

Ten slotte vroeg de heer Dittrich waarom de staatssecretaris niet voor een VVTV-beleid, maar voor een UVV-beleid voor Tsjetsjenië heeft gekozen. Op grond van de brief over de VVTV-indicatoren achtte hij dat in de rede te liggen.

Ook de heer Rabbae (GroenLinks) vond het terecht dat de staatssecretaris de uitspraak van de REK over Sierra Leone volgt. Hij drong aan op een VVTV-beleid voor dit land.

Dat de situatie in Somalië onoverzichtelijk is, bleek volgens de heer Rabbae uit de nauwkeurige omschrijving van verschillende groepen die de staatssecretaris in zijn brief geeft. Nederland zou zich dan ook moeten aansluiten bij het beleid van andere Europese landen die terugkeer niet goed mogelijk achten. Hij bepleitte een ruimhartig driejarenbeleid voor Somaliërs.

De heer Rabbae steunde het standpunt van de staatssecretaris over dienstweigeraars en deserteurs uit de FRJ en ging ervan uit dat desbetreffende aanvragen aangehouden worden, totdat het ambtsbericht er is. Hoe zit het in dit verband met gemengde huwelijken en de kinderen hieruit?

In verband met Kosovo sloot de heer Rabbae zich aan bij het uitgangspunt van vrijwillige terugkeer, in overleg met de instanties die aan de wederopbouw werken.

Voor uitstel van terugkeer acht de REK een periode van acht maanden redelijk. Omdat de problemen in Tsjetsjenië langer duren en voldoen aan de VVTV-indicatoren, vroeg de heer Rabbae waarom er nog geen VVTV-beleid voor dit land wordt gevoerd.

Vervolgens vroeg hij de staatssecretaris een ambtsbericht te laten maken over de vraag of mensen onder dwang in Afghaanse veiligheidsdiensten hebben gewerkt. Degenen die zich aan strafbare feiten schuldig hebben gemaakt, zullen in Nederland strafrechtelijk vervolgd moeten worden. Anders worden zij enerzijds niet toegelaten en hebben zij anderzijds geen mogelijkheden om gebruik te maken van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens. Hoe zullen de gezinsleden van de betrokkenen worden behandeld?

In verband met Sri Lanka vroeg de heer Rabbae wat de staatssecretaris bekend is van een onderzoek door het ministerie van Buitenlandse Zaken naar vier personen en of de staatssecretaris ertoe bereid is een ambtsbericht over Sri Lanka aan de Kamer aan te bieden.

De heer Rouvoet (RPF/GPV) stelde voorop dat hij de onafhankelijkheid van de rechter niet ter discussie wilde stellen, maar zag wel een dilemma ontstaan doordat de rechter ook bij marginale toetsing de feitelijke situatie in het land van herkomst moet beoordelen. Mede met het oog op de behandeling van de ontwerpvreemdelingenwet 2000 vroeg hij om een beschouwing hierover van de staatssecretaris, eventueel in een aparte brief.

Verder vroeg de heer Rouvoet de staatssecretaris om een reactie op de opmerkingen van VluchtelingenWerk Nederland over het aansluiten bij internationale ontwikkelingen en principes in verband met het binnenlandse vestigingsalternatief. Hij stelde hierbij de veiligheid voorop en achtte de sociaal-economische ontwikkelingsmogelijkheden niet doorslaggevend.

De heer Rouvoet vroeg vervolgens om een beschouwing van de staatssecretaris over de risico's van verdere specificering van groepen in het VVTV-beleid. Wanneer is er nog sprake van een categoraal landengebonden asielbeleid en wanneer wordt het een individuele beoordeling?

In zijn brief schrijft de staatssecretaris dat hij de ontwikkelingen in Sierra Leone nauwlettend in de gaten zal houden, maar de heer Rouvoet nam aan dat dit altijd gebeurt voor landen waarvoor een VVTV-beleid geldt of heeft gegolden. Wat zijn de consequenties voor het beleid van de huidige situatie in dat land? Op grond van een spoedig uit te brengen ambtsbericht zal moeten worden beoordeeld of er een VVTV-beleid moet worden gevoerd. Worden er in de tussentijd inderdaad geen Sierra Leoners uitgezet?

Vinden er al uitzettingen plaats naar Kosovo, waarvoor het VVTV-beleid is beëindigd, en, zo ja, met ingang van wanneer? Waarom wordt er voor Serviërs en Roma een beleid met individuele beoordeling en geen groepsspecifiek VVTV-beleid gevoerd?

Ook de heer Rouvoet steunde het beleid om (onder)officieren van de veiligheidsdiensten van het Afghaanse communistische regime artikel 1F van het vluchtelingenverdrag tegen te werpen. Hoe zorgvuldig wordt er in het algemeen op artikel 1F getoetst? Hij achtte een reactie van de staatssecretaris op de uitspraak van de REK over Afghanistan noodzakelijk, zeker in het licht van mogelijke gevolgen in verband met andere landen.

De heer Rouvoet sloot zich aan bij de vragen over mogelijkheden voor terugkeer naar Somalië en over de mogelijkheid van een UVV-beleid of VVTV-beleid voor Tsjetsjenië. Hij steunde het regeringsbeleid voor Azerbeidzjan en vroeg om een ambtsbericht over Sri Lanka.

Het antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris zegde toe in het kader van de voorbereiding van de behandeling van de ontwerpvreemdelingenwet 2000 te zullen terugkomen op de verhouding tussen bestuur en rechter. In het wetgevingsoverleg van 8 mei 2000 had hij al gezegd dat hij de uitspraak van de REK over Afghanistan nog bestudeert. Omdat de REK hierbij de wetsgeschiedenis heeft betrokken, is er geen sprake van marginale toetsing, in tegenstelling tot de uitspraak van de REK over Sierra Leone.

Over het vraagstuk van het binnenlandse vestigingsalternatief wilde de staatssecretaris schriftelijk een algemene beschouwing geven; dit zou echter niet op korte termijn mogelijk zijn. Hij kon zich in het algemeen vinden in de opmerkingen hierover van de commissie.

Bij een VVTV-beleid wordt er niet individueel maar groepsgewijs getoetst. Hoe scherp een groep kan en moet worden gedefinieerd, verschilt van land tot land. Voor Somalië, waar het gaat om conflicten tussen clans en families, achtte de staatssecretaris een sterke specificering goed mogelijk. Naarmate de situatie in een land overzichtelijker wordt, kunnen groepen beter gespecificeerd worden, maar dit heeft inderdaad het risico van bijna individuele toetsing. Op grond van de vreemdelingenwet 2000 zal in alle gevallen dat een VVTV-beleid langer dan drie jaar duurt, wat vaak voorkomt, individuele toetsing niet meer nodig zijn omdat de vergunning voor bepaalde tijd dan overgaat in een vergunning voor onbepaalde tijd. Hierdoor doet zich niet meer het probleem van doorprocederen voor. In de overige gevallen zal er echter individueel moeten worden getoetst.

De staatssecretaris kondigde een ambtsbericht over Sri Lanka aan voor juni. Omdat dit land niet als onderwerp voor het algemeen overleg geagendeerd was, kon hij geen antwoord geven op nadere vragen over dit land.

Naar aanleiding van de ontwikkelingen in Sierra Leone zal de minister van Buitenlandse Zaken waarschijnlijk binnen een week met een tussentijds ambtsbericht komen. De staatssecretaris zegde toe de minister van Buitenlandse Zaken te zullen vragen het oordeel van UNHCR hierbij te betrekken. Op grond van dat ambtsbericht kan een besluit worden genomen over het instellen van een UVV-beleid of een VVTV-beleid voor Sierra Leoonse asielzoekers; zo'n besluit zal direct aan de Kamer worden meegedeeld. In de tussentijd worden er geen Sierra Leoners uitgezet; hiervan is ook in de afgelopen weken geen sprake geweest. De staatssecretaris ontkende dat hiermee feitelijk nieuw beleid wordt gevoerd: het te voeren beleid wordt pas bepaald op grond van het ambtsbericht. De vraag of een situatie zoals die in Sierra Leone onder de ontwerpvreemdelingenwet 2000 in aanmerking komt voor het besluitmoratorium, verwees hij naar de behandeling van het wetsvoorstel.

In 1998 waren er ongeveer 480 asielzoekers uit Sierra Leone, in 1999 bijna 1300 en in 2000 tot en met maart iets minder dan 500. Tot nu toe lag een UVV-beleid of VVTV-beleid voor Sierra Leone niet voor de hand omdat er een kansrijk vredesinitiatief gaande was. De staatssecretaris vond het staatsrechtelijk juist om de uitspraak van de REK te volgen, maar verbond hieraan niet de conclusie dat er verkeerd beleid is gevoerd. Het gevolg van deze uitspraak is dat de periode van 1 december 1997 tot 3 januari 2000 meetelt voor het driejarenbeleid. Er worden echter geen VVTV's met terugwerkende kracht verleend omdat het VVTV-beleid inmiddels is beëindigd op basis van het ambtsbericht.

De staatssecretaris deelde mee dat tegen een uitspraak van de REK cassatie in het belang der wet kan worden ingesteld wegens schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een aantal artikelen van de vreemdelingenwet. Hieronder valt echter niet artikel
12a, over het VVTV-beleid. Cassatie in het belang der wet is dan ook niet mogelijk tegen de uitspraak van de REK over Afghanistan.
Uit het ambtsbericht over Afghanistan blijkt dat er geen sprake kan zijn van gedwongen toetreding tot de KhAD en de WAD omdat hiervoor uitsluitend loyale leden van de partij werden gerekruteerd. De staatssecretaris meende dat personen die zich bewust en vrijwillig hebben aangesloten bij een organisatie waarvan bekend is dat deze zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen, geen beroep op overmacht kunnen doen. Hij erkende dat er sprake is van een vacuüm in het geval dat iemand die niet wordt toegelaten op grond van artikel 1F van het vluchtelingenverdrag, niet kan worden uitgezet, maar hij zag hiervoor geen oplossing. Ook een VVTV-humanitair wordt alsnog ingetrokken als iemand blijkt te hebben verzwegen dat hij bij een van de veiligheidsdiensten heeft gewerkt. Familieleden die een afgeleide status hebben, volgen de status van de hoofdaanvrager. In voorkomende gevallen wordt strafvervolging ingesteld, maar de capaciteit hiervoor bij het openbaar ministerie is klein. De staatssecretaris zegde toe spoedig te zullen komen met een standpunt over het nieuwe ambtsbericht, dat hij pas enkele uren in zijn bezit had.

De staatssecretaris bevestigde dat er VVTV's zullen worden ingetrokken als gevolg van het ambtsbericht over Somalië. Omdat Somaliërs niet per clan worden geregistreerd, kon hij het precieze aantal niet noemen; hiervoor moeten de individuele dossiers worden bekeken. Wel wordt er nog VVTV-beleid gevoerd voor de drie door de heer Kamp genoemde groepen. De staatssecretaris voorzag problemen voor de opvang als het aantal Somaliërs dat niet meer doorstroomt, groot blijkt te zijn. De Nederlandse regering probeert de dialoog met de Somalilandse autoriteiten te activeren, gezien de rol die zij spelen in het moeizame verloop van de gedwongen terugkeer. Verder doet de regering voorstellen over Somalië in de High Level Working Group, onder andere over terugkeer. Overigens zijn velen al vrijwillig teruggekeerd naar Somalië en zijn ook vele duizenden uit de regio teruggekeerd. Of begeleide terugkeer mogelijk is, hangt ervan af of de betrokkene meewerkt en papieren heeft. Als iemand uitgeprocedeerd is, is daarmee, bijzondere omstandigheden uitgezonderd, de opvang beëindigd en is het aan de betrokken zelf om terug te keren.

De staatssecretaris zegde toe dat het onlangs verschenen ambtsbericht over dienstweigeraars en deserteurs uit de FRJ spoedig openbaar wordt gemaakt. Hierin worden de door de commissie gestelde vragen grotendeels beantwoord. De kwestie van de gemengde huwelijken is een reden voor individuele beoordeling.

De instroom uit Azerbeidzjan was in 1998 ongeveer 1250 personen, in
1999 bijna 2500 en in 2000 tot en met maart iets minder dan 500.
In afwachting van meer duidelijkheid over de situatie in Tsjetsjenië heeft de regering besloten uitstel van vertrek te verlenen aan Tsjetsjeense asielzoekers die niet beschikken over een woonplaatsregistratie voor elders in de Russische federatie. Het volgende ambtsbericht verwachtte de staatssecretaris in juni.

De staatssecretaris verklaarde dat er over Kosovo permanent overleg met UNHCR plaatsvindt, waarin terugkeer vanzelfsprekend aan de orde is en benadrukte het belang om hiervoor gezamenlijk met de andere opvanglanden beleid te voeren. Gedwongen terugkeer heeft alleen plaatsgevonden bij personen met een criminele achtergrond. Individuele toetsing achtte de staatssecretaris ook voor Serviërs en Roma goed mogelijk.

De voorzitter van de commissie,

Van Heemst

De griffier van de commissie,

Pe


1 Samenstelling:

Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Rouvoet (RPF/GPV), Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Dittrich (D66), ondervoorzitter, O.P.G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), De Wit (SP), Weekers (VVD), Wijn (CDA), Van der Staaij (SGP), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks)

Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Arib (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Hoekema (D66), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Marijnissen (SP), De Vries (VVD), Eurlings (CDA), Van Walsem (D66), Buijs (CDA), Rijpstra (VVD), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Kamp (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie