Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Remkes op Lighthouse congres 'Wie verdient er met bouwen?'

Datum nieuwsfeit: 26-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van VROM

Persberichten


-

Lighthouse congres 'Wie verdient er met bouwen?'


26 mei 2000

Toespraak van Kokhuis namens Staatssecretaris Remkes (VROM) bij opening van het Lighthouse-congres 2000 op 26 mei te Rotterdam

Dames en heren,

Met plezier ben ik ingegaan op het verzoek om vandaag uw jaarcongres te openen. Als staatssecretaris van VROM én coördinerend bewindsman voor de bouw sta ik achter de doelstelling van de Lighthouse Club om inzicht in en begrip voor elkaars werk te vergroten. Samenwerking kan daardoor beter gestalte krijgen. Zeven vertegenwoordigers van verschillende disciplines in het bouwproces zullen straks op het congresthema ingaan. Daarom vind ik het jammer dat ik wegens andere verplichtingen het middagprogramma niet kan bijwonen. Wat kunt u van mij verwachten vanmorgen? Na een korte beschouwing op het thema wil ik stilstaan bij enkele belangrijke Nota's voor de bouwsector. Vervolgens ga ik in op de vraag hoe we het beleid uit de diverse Nota's kunnen omzetten in concrete bouwprojecten. Samenwerking is daarvoor een sleutel. Ik zal mijn betoog afsluiten met enkele kansen voor de bouw.

Maar nu eerst het thema "Wie verdient er met bouwen?".

Ik heb begrepen dat het gekozen thema niet voortkomt uit discussies over grondpolitiek. Dat komt goed uit, want u zult toch echt tot het najaar geduld moeten hebben als u meer wilt weten over het kabinetsstandpunt over een nieuw grondbeleid. Maar laat ik wel proberen alvast een wijdverbreid misverstand uit de weg te ruimen: de huizen zijn niet zo duur omdat de grondprijzen hoog zijn, maar de grondprijzen zijn hoog omdat de huizen zo duur zijn. Uit onderzoek blijkt dat vooral de toegenomen leencapaciteit van huishoudens en het schaarse kwalitatieve aanbod in de voorraad en in de nieuwbouw, de prijzen van de woningen hebben opgestuwd. Een en ander kan leiden tot overwaarden die bij verschillende partijen terecht kunnen komen; overwaarden bij de verwerving en uitgifte van de grond, bij de realisatie van de woning en bij de eerste verkoop van de woning.

De mate waarin dat plaatsvindt is grotendeels afhankelijk van de lokale of regionale omstandigheden: een ontspannen dan wel een gespannen woningmarkt. Dit maakt het des te meer van belang meer kwaliteit te bouwen en het aanbod te verruimen, zowel op de uitleglocaties als in de bestaande stad.

Hoe kijk ik als politicus tegen het thema aan? Laat ik vooropstellen dat ik u, bouwers en u, projectontwikkelaars geenszins uw verdiensten misgun. U levert met z'n allen een bijdrage van zo'n tien procent aan het Bruto Binnenlands Product. Uw sector is - met andere woorden - een belangrijke motor van de Nederlandse economie. En velen in uw sector profiteren van de huidige prijsstijgingen. Des te schrijnender vind ik het dat de woonconsument niet meeprofiteert. De burger betaalt hogere prijzen voor zijn grond en voor het huis dat u erop bouwt. Uit onderzoek blijkt dat tussen
1991 en 1999 de grondprijzen per nieuwbouw koopwoning zijn gestegen van 41 naar 87 duizend gulden. De voor kwaliteit gecorrigeerde stijging van de grondprijzen bedroeg 75 procent en is duidelijk hoger dan de stijging van de voor kwaliteit gecorrigeerde bouwkosten (29 procent). Voor zijn extra geld kreeg de burger dus niets extra's terug. Met andere woorden: de prijs-kwaliteitverhouding is verslechterd.

Welke nota's zijn nu belangrijk voor de bouw? Zoals u weet, heb ik vorige week de nota Wonen uitgebracht. Ik kom daar zo op terug. De derde Nota Architectuurbeleid komt in september uit; de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening in het najaar. Minister Pronk brengt de discussie hierover al aardig op gang de laatste weken! De Vijfde Nota, het vierde nationaal milieubeleidsplan (NMP4), en het Nationaal verkeer- en vervoersplan (NVVP) zullen elkaar op het thema mobiliteit en infrastructuur moeten versterken. Ruimtelijke ordening en infrastructuur zijn immers sterk met elkaar verweven. Bovendien leggen verkeer en vervoer een belangrijk beslag op schaarse ruimte en bepalen mede hierdoor de kwaliteit van de leefomgeving.

Nota wonen

Het kabinet heeft op 12 mei de (ontwerp) Nota Wonen vastgesteld. We gaan ons meer richten op de kwaliteit van het wonen en de zeggenschap van burgers. En wonen is meer dan "het huis", het gaat ook om leefbaarheid, zorg en andere diensten. De raakvlakken met andere beleidsterreinen en departementen zullen toenemen. Ook moeten de bouw- en vervoersinfrastructuur goed op elkaar worden afgestemd. De zogenoemde ontschotting bij de stedelijke vernieuwing, maar ook de aandacht voor wonen en zorg, zijn daar voorbeelden van. Daar hoort bij dat gemeenten, projectontwikkelaars en bouwers samen beter kijken naar wat de consument werkelijk wil. Dat betekent onder meer dat projectontwikkelaars de burgers vroegtijdig bij het proces betrekken. De burger moet meer zeggenschap krijgen! Denk aan het project Gewild Wonen in Almere, waar bewoners optimaal inspraak hebben in de indeling van hun huis. Het betekent ook dat bouwers snel de fouten moeten verhelpen die in nieuwbouwwoningen nu nog veelvuldig worden aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat dat er gemiddeld zelfs
50 per woning zijn!
Gezien het thema vandaag wil ik u nog enkele financiële cijfers noemen. De totale kosten van de woonopgave voor de komende 10 jaar worden geraamd op:

* 240 miljard voor nieuwbouw (950.000 woningen, waarvan 600.000 in de steden en 225.000 in de sociale sector);
* 10 miljard voor sloop en samenvoeging;

* 80 miljard voor verbeteringen en verbouwingen (waarvan de helft milieu-investeringen);

* 10 miljard voor investeringen in de woonomgeving.
Er is dus genoeg te verdienen met bouwen! Hoe kunnen we deze "papieren nota's" nu omzetten in concrete bouwprojecten waar we in de toekomst trots op kunnen terugkijken? In maart van dit jaar (tijdens de studiereis naar Budapest) heb ik met marktpartijen én wethouders gesproken over de samenwerking tussen de overheid, burger en marktpartijen bij de nodige transformatie van de steden. We constateerden dat het voor alle betrokken partijen, zowel publiek als privaat een lastig leerproces is. De echte slag moet nog gemaakt worden in de gebiedsgerichte plannen die de komende fase opgesteld moeten worden. Ik wil u drie actuele voorbeelden noemen van samenwerking waar een groot aantal spelers bij zijn betrokken. Ik ben ervan overtuigd dat samenwerking hier tot meerwaarde voor de samenleving leidt.

Handvest Kwaliteit
:

Op 11 april heb ik tijdens de Bouwrai het Handvest Kwaliteit ondertekend, samen met de VNG, de Neprom, Aedes, het AVBB, NVB, en Veh. Met dit handvest willen we een kwaliteitsverbetering op Vinex- locaties tot stand brengen. Daarbij gaat het vooral om de volgende punten:

* het vergroten van de zeggenschap (particulier opdrachtgeverschap, burger betrekken bij planontwikkeling) en keuzevrijheid van de burger (woningtype en meer/minderwerk)

* de differentiatie in en tussen de Vinex locaties (grotere woningen, bredere beukmaten, grotere flexibiliteit);
* de afstemming van woningbouwprogramma's tussen de nieuwbouwlocaties en de bestaande stad;

* de ontsluiting van Vinex-locaties (o.a. sneller dan afgesproken realiseren van ov-verbindingen).

Stedelijke vernieuwing

Een tweede voorbeeld van samenwerking is de aanpak bij de stedelijke vernieuwing. De belangrijkste elementen daarbij zijn wat ik soms wel de drie I's noem: integratie, interactie en innovatie. Voor een vitale stad is meer nodig dan fysieke stadsvernieuwing alleen. Gevarieerde woonmilieus, een goede bereikbaarheid, economische vitaliteit en veiligheid in de stad zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Een integrale aanpak dus. Stedelijke vernieuwing is een zaak van gemeenten, bewoners, woningcorporaties, vervoerders, winkeliers, zorginstellingen, onderwijs, welzijnsorganisaties, bedrijven én beleggers in alle vormen van onroerend goed. Dit vereist dus een interactieve aanpak. Daarbij past een financieel en beleids-instrumentarium dat inhaakt op de gewenste verbreding van zowel beleid als spelers: het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. Het ISV beoogt nadrukkelijk de samenwerking tussen partijen te verbeteren; dit is zelfs een voorwaarde voor het verkrijgen van een bijdrage. Dan kom ik nu aan de derde I, die van innovatie. Volgend jaar zal ook het onderdeel "Innovatiebudget" van het ISV operationeel worden: voor de komende vier jaar zal daarvoor 415 miljoen beschikbaar. Daarbij gaat het om vernieuwende ideeën in de ontwikkeling van plannen en de uitvoering daarvan.
Alles overziende is de conclusie dat investeren in stedelijke vernieuwing ook een kwestie is van investeren in samenwerking.
Regiogesprekken verstedelijkingsbeleid tot 2010

In dit verband wil ik ook iets vertellen over de regiogesprekken die ik tot eind oktober van dit jaar voer. Het gaat om negentien gesprekken met de regio's in Nederland over het verstedelijkingsbeleid tot 2010. Vinex en ISV zijn ingangen voor deze gesprekken. De verstedelijkingopgave is een onverdeelde opgave die voortkomt uit de vraag naar meer kwaliteit. Meer kwaliteit in het centrum van de steden en meer kwaliteit aan de randen van de stad. Hoe wordt dat beeld in de regio gezien en wat doet men daar dan mee? Met die vragen zijn in april de gesprekken in de regio gestart in Leeuwarden en vervolgens in Groningen, Emmen, Amersfoort en Heerhugowaard. Het blijkt dat er nog veel ruimte zit tussen de aanpak van de bestaande stad en de nieuwe uitleg. Het zijn twee afzonderlijk processen die niet eenvoudig aan elkaar zijn te smeden. Bouwers en ontwikkelaars hebben geen eenduidig beeld van wat er nu in de bestaande stad moet gebeuren. Wel is het de markt duidelijk dat de bestaande stad de uitdaging voor de toekomst is. Zoals een ontwikkelaar het uitdrukte: "Ik werk al in de bestaande stad om de eenvoudige reden dat er over 10 tot 15 jaar geen andere opgave is". Ik vraag in deze regionale gesprekken om regionale uitwerkingen te maken van het Handvest Kwaliteit. Omdat niet elk verbeterpunt uit het Handvest Kwaliteit in elke regio van toepassing vraag ik de gemeenten te focussen op de belangrijkste regionale punten. Als het op landelijk niveau mogelijk is commitment te krijgen dan moet dat op regionaal niveau toch ook mogelijk zijn!

Enkele kansen voor de bouw

Naast dit alles wil ik nog twee kansen voor de bouw aanstippen om mijn betoog af te ronden. Dit zijn Bouwprocesinnovatie en ICT. Om met bouwprocesinnovatie te beginnen. De bouwwereld staat voor ingrijpende veranderingen. Vroeger had je de opdrachtgever, een architect, een aannemer, toeleverancier, onderaannemer en een klant. Later is daar de projectontwikkelaar bijgekomen. Nu heeft zich nadrukkelijk een nieuwe partij in het bouwproces gemengd: de consument.
Een wezenlijk andere figuur dan de klant. De klant is nog steeds de opdrachtgever, als het ware een tussenpersoon zoals Rijkswaterstaat, een ziekenhuisbestuur of een woningbouwvereniging. De consument is de gebruiker zelf van het gebouwde. In de bouwkolom groeit nu steeds meer het inzicht dat je met alle respect voor de klant, vooral moet gaan kijken naar de belangen, de interesses en de wensen van de consument.
ICT

Na de landbouwmechanisatie en de industriële revolutie zijn we nu in de ICT-revolutie beland. Door internet en e-commerce verschrompelen tijd en ruimte. ICT en internet beschouw ik als ontwikkelingen die ook de nodige impact zal gaan hebben op bouwprocessen en samenwerking in de bouwkolom. Wat zijn de mogelijkheden van e-commerce, hoe levert internet een bijdrage aan een slimmer, sneller en beter bouwproces, wie investeert erin en wie strijkt de winst op?

Ten slotte

Kortom, om ervoor te zorgen dat iedereen die met bouwen verdient, dit ook blijft doen, wordt optimale samenwerking steeds essentiëler. Het is aan u om daarnaast tijdig in te spelen op kansen voor de bouw zoals bouwprocesinnovatie en ICT. En het is aan u om de consument waar voor zijn geld te bieden. Als u deze kansen grijpt en het lukt om optimaal samen te werken, kunnen we later concluderen: ja, wij - overheid en markt - verdienen gezamenlijk met bouwen!

^

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie