Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV verslag Europese Landbouwraad 16 mei 2000

Datum nieuwsfeit: 29-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV verslag landbouwraad 16 mei 2000

Gemaakt: 6-6-2000 tijd: 16:23


10


21501-16 Landbouwraad

Nr. 259 Brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2000

Op dinsdag 16 mei jl. vond in Brussel een vergadering plaats van de Europese Ministers van Landbouw. Bij aanvang deelde de Portugese voorzitter mee dat het Europese Parlement nog geen advies heeft uitgebracht over het voorstel van de Commissie voor herziening van de marktordening voor vlas en hennep. Dit onderwerp werd daarom van de agenda geschrapt. Over de prijsvoorstellen voor het verkoopseizoen
2000-2001 heeft een oriën-terende discussie plaatsgevonden. Aangezien het voorzitterschap besluitvorming over de herziening van de marktordening voor vlas en hennep en het prijzenpakket 2000-2001 aan elkaar heeft gekoppeld, zullen beide onderwerpen in de Landbouwraad van juni a.s. wederom aan de orde komen. Van Nederlandse zijde heb ik onder het agendapunt Diversen aandacht gevraagd voor de declaratie van de varkenspestmaatregelen. Onder dit agendapunt is op verzoek van mijn Ierse collega gesproken over de verlaging van de exportrestituties voor rundvlees. Mijn Zweedse collega heeft daarnaast aandacht gevraagd voor het vervoer van levende dieren.

Tot slot heeft een informele gedachtewisseling plaatsgevonden over de uitbreiding van de Europese Unie. Het geplande diner voor de dinsdagavond is - in verband met de inkorting van de agenda - geschrapt.

Prijsvoorstellen voor het verkoopseizoen 2000-2001

De voorzitter geeft aan dat de prijsvoorstellen voor het komende verkoopseizoen op ambtelijk niveau reeds uitgebreid zijn besproken. Uit die besprekingen is gebleken dat de lidstaten het unaniem eens zijn met de meerjarenaanpak zoals de Commissie die voorstelt. Er is nog wel een aantal specifieke punten waarover verschil van mening bestaat, aldus de voorzitter. Het betreft dan met name de verlaging van de maandelijkse verhogingen voor granen, het vochtgehalte van granen voor interventie, de wijziging van de interventie-periode voor Zweden en het niveau van de prijzen voor suiker.

Commissaris Fischler merkt tevreden op dat inmiddels is gebleken dat alle lidstaten kunnen instemmen met het handhaven van de prijsstabiliteit en de voorgestelde meerjarenaanpak.

Het moeilijkste punt zal zijn de verlaging van de maandelijkse verhogingen voor granen. Hij benadrukt echter dat deze verlaging logischerwijze voortvloeit uit de overeengekomen verlaging van de interventieprijzen voor granen in het kader van Agenda 2000.

Van Nederlandse zijde heb ik in eerste instantie mijn nieuwe Italiaanse en Spaanse collega's verwelkomd. Vervolgens heb ik geconstateerd dat het prijzenpakket voor het komende verkoopzeizoen beperkt van omvang is. Dat is ook logisch, aangezien als gevolg van de landbouwhervormingen in het kader van Agenda 2000 de prijzen voor een aantal belangrijke producten reeds voor enkele jaren zijn vastgelegd. Ik heb aangegeven de voorgestelde meerjarenaanpak een goede zaak te vinden aangezien dit de ondernemers meer zekerheid biedt bij het opstellen van hun teeltplannen. Ik heb tevens opgemerkt het begrijpelijk te vinden dat de Commissaris geen prijsvoorstellen heeft gedaan voor suiker en rijst. Voor deze sectoren kunnen we immers op korte termijn hervormingsvoorstellen van de Commissie verwachten. Wel heb ik de heer Fischler gevraagd of hij nog financiële problemen verwacht ten aanzien van de landbouwbegroting voor volgend jaar.

Tot slot heb ik mijn Belgische collega van harte ondersteund, die in zijn interventie stelde dat het huidige compromisvoorstel voor een herziening van de marktordening voor vlas en hennep volstrekt onvoldoende is.

In reactie op mijn vraag geeft Commissaris Fischler aan geen problemen te verwachten met de landbouwbegroting voor volgend jaar. Hij benadrukte echter dat - ofschoon er geen sprake is van tekorten - er ook geen marges zijn binnen de huidige begroting. Naar zijn mening moeten er dan ook geen aanpassingen in het prijzenpakket worden aangebracht.

Diversen

Declaratie varkenspestmaatregelen (verzoek Nederland)

In de Raad heb ik de aandacht van mijn collega's en de Commissaris gevraagd voor de declaratie van de maatregelen die Nederland in 1997 en 1998 heeft genomen in verband met de varkenspestcrisis. Ik heb aangegeven dat de bestrijding van een dergelijke epidemie is gebaseerd op uitroeiing van de ziekte, en dat daarom alle besmette en mogelijk besmette dieren vernietigd moesten worden. In Nederland zijn ruim 10 miljoen dieren vernietigd. De kosten voor deze maatregelen worden voor een deel uit het Brusselse budget betaald.

Ik heb aangegeven dat - gelet op de veelvuldige contacten met de Commissie ten tijde van de bestrijding - de Nederlandse regering onaangenaam verrast was toen de Commissie melding maakte van het feit dat ze voornemens was een korting door te voeren op de door Nederland gedeclareerde uitgaven. Ik ben niet ingegaan op de argumenten van de Commissie om een korting door te voeren; een dergelijke discussie moet immers bilateraal plaatsvinden. Wel heb ik gesteld dat de Nederlandse regering de argumenten die de Commissie aanvoert absoluut niet deelt, en dat Nederland zich zal beraden op verdere stappen.

Wat ik echter nadrukkelijk onder de aandacht van mijn collega's en de Commissaris heb gebracht, is dat de bestrijding van de varkenspest in Nederland beoordeeld is aan de hand van normen en inzichten die achteraf zijn geformuleerd. Daarom heb ik gesteld dat zowel de dierziektebestrijding zelf, als de afwikkeling daarvan, gebaat zou zijn met een duidelijker kader.

Nederland heeft geleerd van de epidemie, zo heb ik toegelicht. Het heeft ons namelijk met de neus op de feiten gedrukt dat in delen van ons land de varkenshouderij wel erg intensief is. Zo intensief zelfs dat er negatieve effecten zijn voor het milieu, maar ook met het oog op de dierziektesituatie. De varkenspest is dan ook eigenlijk de katalysator geweest voor de herstructurering van de sector die we thans doorvoeren.

Ik heb voorts aangegeven dat Nederland van de crisis heeft geleerd dat de Europese wetgeving waarop de bestrijding is gebaseerd, eigenlijk niet meer goed is toegesneden op de situatie in de moderne, intensieve varkenshouderij. De huidige wetgeving stamt namelijk grotendeels nog uit de tijd dat de structuur van de sector totaal anders was dan nu. Om in de toekomst beter voorbereid te zijn heb ik de Commissaris gevraagd om een evaluatie op te stellen van het bestaande beleid ten aanzien van de dierziekte-bestrijding.

De Spaanse en Belgische minister delen mijn zorgen, en geven eveneens aan dat we moeten leren van de ervaringen van deze crisis. Mijn voorstel om een evaluatie van de huidige wetgeving uit te voeren wordt dan ook onderschreven.

Commissaris Fischler heeft kort aangegeven dat onder meer naar aanleiding van diverse controlebezoeken en een onderzoek van de Universiteit van Wageningen, de Commis-sie is overgegaan tot een correctie van de Nederlandse declaratie. Hij verklaart zich echter bereid om in te gaan op het Nederlandse verzoek om een evaluatie uit te voeren van het bestaande dierziektebestrijdingsbeleid.

Exportrestituties rundvlees (verzoek Ierland)

De Ierse minister uit in de Raad zijn zorgen over de verlaging van de exportrestituties voor rundvlees waartoe het Beheerscomité onlangs heeft besloten. De gevolgen van deze verlaging zijn volgens hem voor Ierland groter dan voor de andere lidstaten, aangezien ongeveer 75% van de nationale productie wordt uitgevoerd naar derde landen. De Ierse minister pleit daarom voor een differentiatie van de verlaging van de exportrestituties.

Commissaris Fischler beaamt dat geen enkele lidstaat zo afhankelijk is van de export van rundvlees als Ierland. Hij wijst er echter op dat als gevolg van Agenda 2000 de prijzen naar beneden zijn verlaagd en dat daarvoor compensatie in de vorm van hogere dierpremies wordt verstrekt. Bovendien zijn de prijzen van rundvlees in Ierland momen-teel zeer hoog, zo merkt hij op. Naar zijn mening is de verlaging dan ook gerecht-vaardigd.

Vervoer van levende dieren (verzoek Zweden)

De Zweedse minister geeft aan onlangs een documentaire te hebben gezien over de wijze waarop diertransporten in de Europese Unie worden uitgevoerd. Mocht deze film de huidige praktijk correct weergeven, zo vervolgt zij, dan wordt de betrokken Europese richtlijn in de verschillende lidstaten niet nageleefd. Daarom vraagt zij de Commissaris om een rapport over het functioneren van de richtlijn inzake diertransporten.

Commissaris Fischler merkt op dat hij van zijn collega Byrne - die bevoegd is voor dit onderwerp - heeft vernomen dat het rapport waar de Zweedse minister om vraagt bijna gereed is. Op korte termijn kan de Landbouwraad dit rapport dus tegemoet zien, zo besluit hij.

Uitbreiding Europese Unie

Tot slot vindt een informele discussie plaats over de uitbreiding van de Europese Unie.

De voorzitter geeft aan dat de Raad Algemene Zaken in deze bevoegd is, maar dat de Landbouwraad uiteraard wel een bijdrage aan de discussie kan leveren.

Commissaris Fischler beaamt dat het goed is dat de Landbouwraad te kennen geeft belangstelling te hebben voor de discussies over de uitbreiding van de Europese Unie. Deze uitbreiding heeft immers ook grote gevolgen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Hij geeft vervolgens aan dat de voorbereidingen over de
landbouw-onderhandelingen in volle gang zijn. In april jl. heeft de Commissie een ontwerpgemeen-schappelijk standpunt over het markt- en prijsbeleid aan de Raad toegezonden, en deze week zal waarschijnlijk het ontwerpgemeenschappelijk standpunt over veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden worden afgerond, aldus Fischler. In juli a.s. zullen dan de feitelijke onderhandelingen over de toetreding van de zogenoemde Luxemburg-groep (Polen, Hongarije, Tsjechië, Slovenië, Estland en Cyprus) van start gaan.

De Commissie heeft inmiddels een standpunt ingenomen ten aanzien van de volgende drie belangrijke strategische kwesties.

Overgangsmaatregelen: in dit stadium van de onderhandelingen zijn er volgens Fischler geen argumenten om overgangsmaatregelen te hanteren. Er moet echter wel scherp worden gelet op de prijsontwikkelingen in de Europese Unie en de toetredende landen.

Productie quota: deze quota moeten volgens Fischler op basis van de meest recente historische referentiegegevens worden vastgesteld.

Directe steun: hierover heeft de Commissie nog geen definitief standpunt ingenomen. Wel is het duidelijk dat op termijn geen sprake kan zijn van twee verschillende soorten landbouwbeleid. Op dit moment is echter nog aanvullende informatie nodig van de toetredende landen.

Vervolgens geeft de Commissaris aan dat de bilaterale handelsgesprekken met de toetredende landen goed verlopen. Alleen met Polen en Slovenië verlopen de bespre-kingen moeizaam. Polen heeft onlangs zelfs besloten om de douanerechten voor een aantal producten te verhogen, in plaats van te verlagen. De dubbele 0-optie (verlagen van invoertarieven én exportsteun) wordt door Polen niet aanvaard.

De Commissie zal alles in het werk stellen om deze patstelling te doorbreken, maar Fischler geeft aan dat het mandaat voor de Commissie beperkt is.

Van Nederlandse zijde heb ik opgemerkt dat de uitbreiding moet worden gezien als een kans én een uitdaging voor alle lidstaten. Daarbij is een actieve en positieve bijdrage van de Landbouwraad een vereiste. Ik constateer dat er op dit moment in de onderhandelingen een sterke concentratie is op het markt- en prijsbeleid. Maar ik heb meer zorgen over het beleid ten aanzien van de voedselveiligheid in de toetredende landen, zo houd ik mijn collega's voor. Op het gebied van fytosanitaire en veterinaire maatregelen moet er in die landen namelijk nog veel gebeuren. Vervolgens heb ik gesteld het met de Commissaris eens te zijn dat in beginsel geen overgangsmaatregelen nodig zijn. Daarbij moet echter wel de samenhang met de interne hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw-beleid in acht worden genomen. Het kan immers niet zo zijn dat bij toetreding de prijzen in die landen eerst omhoog gaan, om daarna - zoals immers de bedoeling is
- de interne prijzen weer te verlagen richting wereldmarktniveau. In dat verband heb ik gesuggereerd dat de hervorming van het zuivelbeleid eventueel eerder plaats zou kunnen vinden. Dat heeft immers een positief effect op de toetreding.

Daarnaast moet naar mijn mening een signaal aan de toetredende landen worden gegeven dat met name structuuraanpassingen nodig zijn. We moeten op dit moment zeker niet de indruk bij de toetredende landen wekken dat de Europese Unie bereid is om directe steun te gaan geven, zo houd ik mijn collega's voor. Daar hebben we de financiële middelen niet voor, zo heb ik benadrukt. Vanuit efficiency-overwegingen is het in die landen ook beter de financiële middelen in versterking van de structuur te steken. Tot slot heb ik gesteld dat de gevolgen van de uitbreiding voor de Unie moeten worden meegenomen in de komende WTO-onderhandelingen.

Een grote meerderheid van de ministers ondersteunt de lijn die de Commissie volgt bij de huidige onderhandelingen. De standvastigheid van de Commissie als het gaat om het vasthouden aan de dubbele 0-optie wordt dan ook onderschreven.

Een meerderheid van de ministers is tevens van mening dat grote voorzichtigheid moet worden betracht bij het toepassen van overgangsmaatregelen. Indien deze onvermijdelijk zijn, dan moeten ze beperkt zijn in tijd en omvang. Voorop dient te staan dat het 'acquis communautair' wordt overgenomen en ook wordt uitgevoerd, zo wordt benadrukt.

Commissaris Fischler geeft aan dat de uitbreiding gevolgen zal hebben voor zowel de interne ontwikkeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid als de afspraken in WTO-verband.

Hij benadrukt dat de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over de instellingen van de Unie met succes moet worden afgerond, opdat de nodige voorwaarden gecreëerd worden voor de uitbreiding. Tot slot merkt Fischler op dat hij aan zijn collega Byrne door zal geven dat de Landbouwraad graag met hem van gedachten wil wisselen over de fytosanitaire en veterinaire aspecten van de uitbreiding. Het belang van die aspecten wordt in de Raad immers breed onderschreven.

Onder het agendapunt 'organisatie van toekomstige werkzaamheden' geeft de voorzitter aan zeer verheugd te zijn dat hij de aanwezigen op korte termijn kan verwelkomen in Evora, Portugal, waar de informele Landbouwraad van 28 - 30 mei a.s. plaats zal vinden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

mr. L.J. Brinkhorst

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Directie Internationale Zaken

Bezuidenhoutseweg 73

Postadres: Postbus 20401


2500 EK 's-Gravenhage
Telefoon: 070 - 3786868

Fax: 070 - 3786100

Telegramadres: Landvis

Telex: 32040 Lavinl

De Voorzitter van de Algemene Commissie

voor Europese Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018


2500 EA 's-GRAVENHAGE

IZ. 2000/868


29 mei 2000

Verslag van de Landbouwraad van 16 mei 2000.(TRC 2000/5096)


3784450



Geachte Voorzitter,

Op dinsdag 16 mei jl. vond in Brussel een vergadering plaats van de Europese Ministers van Landbouw. Bij aanvang deelde de Portugese voorzitter mee dat het Europese Parlement nog geen advies heeft uitgebracht over het voorstel van de Commissie voor herziening van de marktordening voor vlas en hennep. Dit onderwerp werd daarom van de agenda geschrapt. Over de prijsvoorstellen voor het verkoopseizoen
2000-2001 heeft een oriën-terende discussie plaatsgevonden. Aangezien het voorzitterschap besluitvorming over de herziening van de marktordening voor vlas en hennep en het prijzenpakket 2000-2001 aan elkaar heeft gekoppeld, zullen beide onderwerpen in de Landbouwraad van juni a.s. wederom aan de orde komen. Van Nederlandse zijde heb ik onder het agendapunt Diversen aandacht gevraagd voor de declaratie van de varkenspestmaatregelen. Onder dit agendapunt is op verzoek van mijn Ierse collega gesproken over de verlaging van de exportrestituties voor rundvlees. Mijn Zweedse collega heeft daarnaast aandacht gevraagd voor het vervoer van levende dieren.

Tot slot heeft een informele gedachtewisseling plaatsgevonden over de uitbreiding van de Europese Unie. Het geplande diner voor de dinsdagavond is - in verband met de inkorting van de agenda - geschrapt.

Prijsvoorstellen voor het verkoopseizoen 2000-2001

De voorzitter geeft aan dat de prijsvoorstellen voor het komende verkoopseizoen op ambtelijk niveau reeds uitgebreid zijn besproken. Uit die besprekingen is gebleken dat de lidstaten het unaniem eens zijn met de meerjarenaanpak zoals de Commissie die voorstelt. Er is nog wel een aantal specifieke punten waarover verschil van mening bestaat, aldus de voorzitter. Het betreft dan met name de verlaging van de maandelijkse verhogingen voor granen, het vochtgehalte van granen voor interventie, de wijziging van de interventie-periode voor Zweden en het niveau van de prijzen voor suiker.

Commissaris Fischler merkt tevreden op dat inmiddels is gebleken dat alle lidstaten kunnen instemmen met het handhaven van de prijsstabiliteit en de voorgestelde meerjarenaanpak.

Het moeilijkste punt zal zijn de verlaging van de maandelijkse verhogingen voor granen. Hij benadrukt echter dat deze verlaging logischerwijze voortvloeit uit de overeengekomen verlaging van de interventieprijzen voor granen in het kader van Agenda 2000.

Van Nederlandse zijde heb ik in eerste instantie mijn nieuwe Italiaanse en Spaanse collega's verwelkomd. Vervolgens heb ik geconstateerd dat het prijzenpakket voor het komende verkoopzeizoen beperkt van omvang is. Dat is ook logisch, aangezien als gevolg van de landbouwhervormingen in het kader van Agenda 2000 de prijzen voor een aantal belangrijke producten reeds voor enkele jaren zijn vastgelegd. Ik heb aangegeven de voorgestelde meerjarenaanpak een goede zaak te vinden aangezien dit de ondernemers meer zekerheid biedt bij het opstellen van hun teeltplannen. Ik heb tevens opgemerkt het begrijpelijk te vinden dat de Commissaris geen prijsvoorstellen heeft gedaan voor suiker en rijst. Voor deze sectoren kunnen we immers op korte termijn hervormingsvoorstellen van de Commissie verwachten. Wel heb ik de heer Fischler gevraagd of hij nog financiële problemen verwacht ten aanzien van de landbouwbegroting voor volgend jaar.

Tot slot heb ik mijn Belgische collega van harte ondersteund, die in zijn interventie stelde dat het huidige compromisvoorstel voor een herziening van de marktordening voor vlas en hennep volstrekt onvoldoende is.

In reactie op mijn vraag geeft Commissaris Fischler aan geen problemen te verwachten met de landbouwbegroting voor volgend jaar. Hij benadrukte echter dat - ofschoon er geen sprake is van tekorten - er ook geen marges zijn binnen de huidige begroting. Naar zijn mening moeten er dan ook geen aanpassingen in het prijzenpakket worden aangebracht.

Diversen

Declaratie varkenspestmaatregelen (verzoek Nederland)

In de Raad heb ik de aandacht van mijn collega's en de Commissaris gevraagd voor de declaratie van de maatregelen die Nederland in 1997 en 1998 heeft genomen in verband met de varkenspestcrisis. Ik heb aangegeven dat de bestrijding van een dergelijke epidemie is gebaseerd op uitroeiing van de ziekte, en dat daarom alle besmette en mogelijk besmette dieren vernietigd moesten worden. In Nederland zijn ruim 10 miljoen dieren vernietigd. De kosten voor deze maatregelen worden voor een deel uit het Brusselse budget betaald.

Ik heb aangegeven dat - gelet op de veelvuldige contacten met de Commissie ten tijde van de bestrijding - de Nederlandse regering onaangenaam verrast was toen de Commissie melding maakte van het feit dat ze voornemens was een korting door te voeren op de door Nederland gedeclareerde uitgaven. Ik ben niet ingegaan op de argumenten van de Commissie om een korting door te voeren; een dergelijke discussie moet immers bilateraal plaatsvinden. Wel heb ik gesteld dat de Nederlandse regering de argumenten die de Commissie aanvoert absoluut niet deelt, en dat Nederland zich zal beraden op verdere stappen.

Wat ik echter nadrukkelijk onder de aandacht van mijn collega's en de Commissaris heb gebracht, is dat de bestrijding van de varkenspest in Nederland beoordeeld is aan de hand van normen en inzichten die achteraf zijn geformuleerd. Daarom heb ik gesteld dat zowel de dierziektebestrijding zelf, als de afwikkeling daarvan, gebaat zou zijn met een duidelijker kader.

Nederland heeft geleerd van de epidemie, zo heb ik toegelicht. Het heeft ons namelijk met de neus op de feiten gedrukt dat in delen van ons land de varkenshouderij wel erg intensief is. Zo intensief zelfs dat er negatieve effecten zijn voor het milieu, maar ook met het oog op de dierziektesituatie. De varkenspest is dan ook eigenlijk de katalysator geweest voor de herstructurering van de sector die we thans doorvoeren.

Ik heb voorts aangegeven dat Nederland van de crisis heeft geleerd dat de Europese wetgeving waarop de bestrijding is gebaseerd, eigenlijk niet meer goed is toegesneden op de situatie in de moderne, intensieve varkenshouderij. De huidige wetgeving stamt namelijk grotendeels nog uit de tijd dat de structuur van de sector totaal anders was dan nu. Om in de toekomst beter voorbereid te zijn heb ik de Commissaris gevraagd om een evaluatie op te stellen van het bestaande beleid ten aanzien van de dierziekte-bestrijding.

De Spaanse en Belgische minister delen mijn zorgen, en geven eveneens aan dat we moeten leren van de ervaringen van deze crisis. Mijn voorstel om een evaluatie van de huidige wetgeving uit te voeren wordt dan ook onderschreven.

Commissaris Fischler heeft kort aangegeven dat onder meer naar aanleiding van diverse controlebezoeken en een onderzoek van de Universiteit van Wageningen, de Commis-sie is overgegaan tot een correctie van de Nederlandse declaratie. Hij verklaart zich echter bereid om in te gaan op het Nederlandse verzoek om een evaluatie uit te voeren van het bestaande dierziektebestrijdingsbeleid.

Exportrestituties rundvlees (verzoek Ierland)

De Ierse minister uit in de Raad zijn zorgen over de verlaging van de exportrestituties voor rundvlees waartoe het Beheerscomité onlangs heeft besloten. De gevolgen van deze verlaging zijn volgens hem voor Ierland groter dan voor de andere lidstaten, aangezien ongeveer 75% van de nationale productie wordt uitgevoerd naar derde landen. De Ierse minister pleit daarom voor een differentiatie van de verlaging van de exportrestituties.

Commissaris Fischler beaamt dat geen enkele lidstaat zo afhankelijk is van de export van rundvlees als Ierland. Hij wijst er echter op dat als gevolg van Agenda 2000 de prijzen naar beneden zijn verlaagd en dat daarvoor compensatie in de vorm van hogere dierpremies wordt verstrekt. Bovendien zijn de prijzen van rundvlees in Ierland momen-teel zeer hoog, zo merkt hij op. Naar zijn mening is de verlaging dan ook gerecht-vaardigd.

Vervoer van levende dieren (verzoek Zweden)

De Zweedse minister geeft aan onlangs een documentaire te hebben gezien over de wijze waarop diertransporten in de Europese Unie worden uitgevoerd. Mocht deze film de huidige praktijk correct weergeven, zo vervolgt zij, dan wordt de betrokken Europese richtlijn in de verschillende lidstaten niet nageleefd. Daarom vraagt zij de Commissaris om een rapport over het functioneren van de richtlijn inzake diertransporten.

Commissaris Fischler merkt op dat hij van zijn collega Byrne - die bevoegd is voor dit onderwerp - heeft vernomen dat het rapport waar de Zweedse minister om vraagt bijna gereed is. Op korte termijn kan de Landbouwraad dit rapport dus tegemoet zien, zo besluit hij.

Uitbreiding Europese Unie

Tot slot vindt een informele discussie plaats over de uitbreiding van de Europese Unie.

De voorzitter geeft aan dat de Raad Algemene Zaken in deze bevoegd is, maar dat de Landbouwraad uiteraard wel een bijdrage aan de discussie kan leveren.

Commissaris Fischler beaamt dat het goed is dat de Landbouwraad te kennen geeft belangstelling te hebben voor de discussies over de uitbreiding van de Europese Unie. Deze uitbreiding heeft immers ook grote gevolgen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Hij geeft vervolgens aan dat de voorbereidingen over de
landbouw-onderhandelingen in volle gang zijn. In april jl. heeft de Commissie een ontwerpgemeen-schappelijk standpunt over het markt- en prijsbeleid aan de Raad toegezonden, en deze week zal waarschijnlijk het ontwerpgemeenschappelijk standpunt over veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden worden afgerond, aldus Fischler. In juli a.s. zullen dan de feitelijke onderhandelingen over de toetreding van de zogenoemde Luxemburg-groep (Polen, Hongarije, Tsjechië, Slovenië, Estland en Cyprus) van start gaan.

De Commissie heeft inmiddels een standpunt ingenomen ten aanzien van de volgende drie belangrijke strategische kwesties.

Overgangsmaatregelen: in dit stadium van de onderhandelingen zijn er volgens Fischler geen argumenten om overgangsmaatregelen te hanteren. Er moet echter wel scherp worden gelet op de prijsontwikkelingen in de Europese Unie en de toetredende landen.

Productie quota: deze quota moeten volgens Fischler op basis van de meest recente historische referentiegegevens worden vastgesteld.

Directe steun: hierover heeft de Commissie nog geen definitief standpunt ingenomen. Wel is het duidelijk dat op termijn geen sprake kan zijn van twee verschillende soorten landbouwbeleid. Op dit moment is echter nog aanvullende informatie nodig van de toetredende landen.

Vervolgens geeft de Commissaris aan dat de bilaterale handelsgesprekken met de toetredende landen goed verlopen. Alleen met Polen en Slovenië verlopen de bespre-kingen moeizaam. Polen heeft onlangs zelfs besloten om de douanerechten voor een aantal producten te verhogen, in plaats van te verlagen. De dubbele 0-optie (verlagen van invoertarieven én exportsteun) wordt door Polen niet aanvaard.

De Commissie zal alles in het werk stellen om deze patstelling te doorbreken, maar Fischler geeft aan dat het mandaat voor de Commissie beperkt is.

Van Nederlandse zijde heb ik opgemerkt dat de uitbreiding moet worden gezien als een kans én een uitdaging voor alle lidstaten. Daarbij is een actieve en positieve bijdrage van de Landbouwraad een vereiste. Ik constateer dat er op dit moment in de onderhandelingen een sterke concentratie is op het markt- en prijsbeleid. Maar ik heb meer zorgen over het beleid ten aanzien van de voedselveiligheid in de toetredende landen, zo houd ik mijn collega's voor. Op het gebied van fytosanitaire en veterinaire maatregelen moet er in die landen namelijk nog veel gebeuren. Vervolgens heb ik gesteld het met de Commissaris eens te zijn dat in beginsel geen overgangsmaatregelen nodig zijn. Daarbij moet echter wel de samenhang met de interne hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw-beleid in acht worden genomen. Het kan immers niet zo zijn dat bij toetreding de prijzen in die landen eerst omhoog gaan, om daarna - zoals immers de bedoeling is
- de interne prijzen weer te verlagen richting wereldmarktniveau. In dat verband heb ik gesuggereerd dat de hervorming van het zuivelbeleid eventueel eerder plaats zou kunnen vinden. Dat heeft immers een positief effect op de toetreding.

Daarnaast moet naar mijn mening een signaal aan de toetredende landen worden gegeven dat met name structuuraanpassingen nodig zijn. We moeten op dit moment zeker niet de indruk bij de toetredende landen wekken dat de Europese Unie bereid is om directe steun te gaan geven, zo houd ik mijn collega's voor. Daar hebben we de financiële middelen niet voor, zo heb ik benadrukt. Vanuit efficiency-overwegingen is het in die landen ook beter de financiële middelen in versterking van de structuur te steken. Tot slot heb ik gesteld dat de gevolgen van de uitbreiding voor de Unie moeten worden meegenomen in de komende WTO-onderhandelingen.

Een grote meerderheid van de ministers ondersteunt de lijn die de Commissie volgt bij de huidige onderhandelingen. De standvastigheid van de Commissie als het gaat om het vasthouden aan de dubbele 0-optie wordt dan ook onderschreven.

Een meerderheid van de ministers is tevens van mening dat grote voorzichtigheid moet worden betracht bij het toepassen van overgangsmaatregelen. Indien deze onvermijdelijk zijn, dan moeten ze beperkt zijn in tijd en omvang. Voorop dient te staan dat het 'acquis communautair' wordt overgenomen en ook wordt uitgevoerd, zo wordt benadrukt.

Commissaris Fischler geeft aan dat de uitbreiding gevolgen zal hebben voor zowel de interne ontwikkeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid als de afspraken in WTO-verband.

Hij benadrukt dat de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over de instellingen van de Unie met succes moet worden afgerond, opdat de nodige voorwaarden gecreëerd worden voor de uitbreiding. Tot slot merkt Fischler op dat hij aan zijn collega Byrne door zal geven dat de Landbouwraad graag met hem van gedachten wil wisselen over de fytosanitaire en veterinaire aspecten van de uitbreiding. Het belang van die aspecten wordt in de Raad immers breed onderschreven.

Onder het agendapunt 'organisatie van toekomstige werkzaamheden' geeft de voorzitter aan zeer verheugd te zijn dat hij de aanwezigen op korte termijn kan verwelkomen in Evora, Portugal, waar de informele Landbouwraad van 28 - 30 mei a.s. plaats zal vinden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

L.J. Brinkhorst

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie