Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg consequenties KB 746 en AWBZ-aspect

Datum nieuwsfeit: 29-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg consequenties kb 746 en awbz-aspect
Gemaakt: 30-5-2000 tijd: 19:57


1


27078 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999

Nr. 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 29 mei 2000

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<1> en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<2> hebben op 11 mei 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:


- de consequenties van KB 746 (kring verzekerden volksverzekeringen) (27078, nr. 1);


- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d.
3 mei 2000 inzake het AWBZ-aspect.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Stroeken (CDA) lichtte toe dat het KB 746 tot stand is gekomen om de regels voor volksverzekeringen in overeenstemming te brengen met de oorspronkelijke bedoeling van verzekeringen voor ingezetenen en om fraude tegen te gaan. Het KB heeft echter op de rechtszekerheid van de volksverzekeringen een negatief effect. De staatssecretaris stelde in zijn brief van 11 april 2000 dat de gevolgen van het KB voor AOW/ANW en AKW beperkt zijn en wees erop dat degenen die niet meer verplicht verzekerd zijn voor AOW/ANW zich tot 1 januari 2001 bij de SVB kunnen aanmelden voor het sluiten van een vrijwillige verzekering. Hoeveel mensen hebben zich hiervoor intussen gemeld? Kan de staatssecretaris aangeven hoe de voorlichting voor belanghebbenden geregeld is?

Het pijnpunt van dit KB is de AWBZ-verzekering. Veel in het buitenland wonenden vinden het onbegrijpelijk dat zij deze verzekering verliezen, juist nu zo vaak wordt gesproken over het streven naar één Europa. Een saillant detail is dat APB-gepensioneerden in Nederland belasting blijven betalen. De heer Stroeken bracht naar voren dat de vele reacties hem ervan overtuigd hebben dat bijstelling van het KB noodzakelijk is. Gezien de leeftijd of gebreken van betrokkenen is verzekering niet mogelijk of onbetaalbaar. Velen werden gedwongen naar Nederland terug te keren, omdat zij geen verzekering in het buitenland konden krijgen en hier kregen zij te maken met een wachttijd van maximaal een jaar. De groep benadeelden is heterogeen. Het gaat om mensen die om gezondheidsredenen in het buitenland wonen, mensen die met een laag pensioen in het buitenland van hun oude dag willen genieten, ex-grensarbeiders en grenslandbewoners die toevallig in het buitenland wonen. Men heeft gemeen dat men er niet op had kunnen rekenen dat zij onverzekerd zouden raken.

De voorlichting was gebrekkig. Mensen kregen eind december 1999 het bericht dat zij per 1 januari 2000 niet meer verzekerd waren. In een enkel geval kreeg men zelfs na 1 januari 2000 te horen dat men met terugwerkende kracht niet meer verzekerd was. De stichting Ombudsman heeft hierover honderden brieven ontvangen.

De heer Stroeken meende dat er betere overgangsmaatregelen getroffen moeten worden voor degenen die zich nu niet meer kunnen verzekeren. De brief van minister Borst van 3 mei jl. en de slotpassage van de brief van de staatssecretaris van 11 april jl. geven hoop op een oplossing. De minister geeft aan te willen onderzoeken of een vrijwillige verzekering mogelijk is. Dit is een positieve poging, maar het zal lang duren voordat een oplossing is gevonden en er is haast geboden, omdat mensen al maandenlang in onzekerheid verkeren. De minister schrijft dat op 17 mei overleg zal worden gevoerd. Wat is haar inzet daarbij? Wie komen in aanmerking voor een vrijwillige verzekering? Kunnen personen die reeds zijn terugverhuisd naar Nederland, omdat zij het risico niet konden dragen, zich aanmelden voor een vrijwillige verzekering en zich daarna opnieuw in het buitenland vestigen? Lopen personen die reeds krachtens de AWBZ op extramurale zorg aanspraak konden maken het risico als "brandend huis" beschouwd te worden? Hoe zal de nieuwe dekking zich verhouden tot die krachtens de AWBZ? Wordt de premie betaalbaar en welke regels gelden in de tussenperiode tot het moment waarop de vrijwillige verzekering geregeld is?

De heer Stroeken was, gelet op de vele vragen, van mening dat het beter is als het KB op korte termijn gewijzigd wordt zodat er een overgangsrecht komt met betrekking tot de AWBZ.

De heer Santi (PvdA) wees erop dat in de brief van de staatssecretaris wel op vragen van de heer Stroeken gereageerd wordt, maar niet op een eerdere brief van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij sloot zich aan bij de opmerkingen van de heer Stroeken over de gebrekkige voorlichting en bepleitte een ruime overgangstermijn.

De heer Santi realiseerde zich dat de Kamer niet nadrukkelijk heeft stilgestaan bij de mogelijke gevolgen van het KB. Door de gewijzigde inzichten op dit punt moeten oplossingen worden gecreëerd. Hij toonde zich tevreden over de brief van de minister die vier mogelijke oplossingen aangeeft, waarbij zij een voorkeur heeft voor de derde optie. Hierover dient echter op 17 mei a.s. met belanghebbenden overleg te worden gevoerd. Ook hij vroeg naar de financiële consequenties van een eventuele oplossing. Wat gebeurt er met de mensen die na 1 januari 2000 nog geen voorziening hebben kunnen treffen? Naar zijn mening dienen zij onder de vrijwillige verzekering te vallen. Wil de minister de Kamer informeren als een oplossing is bereikt en wil zij dat ook doen indien geen resultaten zijn geboekt?

Tot slot vroeg hij, indien blijkt dat het KB of de voorgenomen oplossingen in strijd zijn met Europeesrechtelijke aspecten, welke stappen de regering dan zal zetten.

Ook mevrouw Schimmel (D66) vroeg naar de voorlichting. Zij wees op de vele brieven van mensen die geen of verkeerde voorlichting hebben gekregen en die ten gevolge daarvan geen andere verzekering hebben kunnen afsluiten. Dit is nog pijnlijker voor mensen die in het buitenland verblijven omdat de toegang tot Nederlandse media bemoeilijkt wordt. Mevrouw Schimmel meende dat bij inwerkingtreding van besluiten of socialeverzekeringswetten die inkomensgevolgen hebben, het ministerie zich tot taak moet stellen het eerste jaar de voorlichting intensief te volgen. Zij herinnerde eraan dat het bij dit soort regelingen niet de eerste keer is dat mensen onvoldoende worden voorgelicht.

De vraag die de heer Santi in zijn brief van 10 december 1999 stelde of het juist is dat Nederlanders die nu uitgesloten worden van de AWBZ zich niet altijd vergelijkbaar kunnen verzekeren in het woonland is niet door de bewindslieden beantwoord. Dit probleem wordt echter opgelost als een vrijwillige voortzetting van de AWBZ wordt geboden. Dit geldt ook voor gevolgen van voorzieningen die in Spanje door Nederlandse bevolkingsgroepen in het leven zijn geroepen en waarvan het bestaan afhankelijk is van de AWBZ-bijdrage. Ook een aanzuigende werking die zal ontstaan omdat mensen terugkomen in verband met het feit dat ze hun AWBZ-verzekering in het buitenland niet kunnen voortzetten, kan voorkomen worden door een vrijwillig voortgezette verzekering. Mevrouw Schimmel sloot zich aan bij de vraag van de heer Santi over Europeesrechtelijke aspecten.

Zij was ervoor dat de minister in haar gesprek van 17 mei a.s. de in haar brief genoemde derde optie sterk naar voren brengt onder de voorwaarde dat de premie niet te hoog wordt. Het voorstel van de heer Stroeken over een uitbreiding van de overgangsregeling voor bestaande gevallen en handhaving van de uitgangspunten dat voor nieuwe gevallen de AWBZ-verzekering wordt beëindigd, kon zij niet steunen omdat het dan om een overgangsregeling gaat die voor bestaande gevallen wordt getroffen en niet voor nieuwe. Zij gaf de voorkeur aan het voortzetten van een vrijwillige verzekering, waaronder bestaande en nieuwe gevallen vallen. De derde optie wilde zij dan ook wijzigen in: "Introductie van een vrijwillig voortgezette verzekering voor personen van wie de verplichte AWBZ-verzekering eindigt of is beëindigd wegens vertrek naar het buitenland". Zij is tegen herintroductie van de verplichte AWBZ-verzekering, omdat het de bedoeling van het KB is de kring van verzekerden te beperken.

Mevrouw Hermann (GroenLinks) erkende dat men zich heeft verkeken op de implicaties van het KB 746. De Nederlandse medewetgever heeft ingestemd met de Europese regelgeving en daaruit vloeit voort dat Nederland zich moet aanpassen aan de Europese regels. Wonen in het buitenland wordt vaak met een hoog inkomen geassocieerd, maar nu dreigen zeer diverse groeperingen door het KB tussen de wal en het schip te vallen en de aanvankelijk verzekering biedende overheid kan haar handen hier niet vanaf trekken. Zij was er verheugd over dat uit beide brieven van de bewindslieden blijkt dat de regering dezelfde mening is toegedaan. Mevrouw Hermann sloot zich aan bij voorgaande sprekers die aandacht vroegen voor mensen die in de problemen zijn gekomen. Voor de langere termijn moet iets geregeld worden voor mensen die geen entree tot een verzekering hebben. Hierbij dient in het oog te worden gehouden dat de AWBZ-premie van ongeveer 10% van de eerste belastingschijf ingevolge deze regels niet meer verschuldigd is. Om het ongeveer in lijn te houden, dacht mevrouw Hermann aan een premie voor een voortgezette verzekering van 10% van het inkomen tot maximaal de eerste belastingschijf.

Er moet iets geregeld worden voor mensen die nu een probleem hebben. Mevrouw Hermann koos voor de tweede optie die de minister in haar brief noemt: uitbreiding van de overgangsregeling voor bestaande gevallen met extramurale zorg. Bij de handhaving van het uitgangspunt dat voor nieuwe gevallen de AWBZ-verzekering wordt beëindigd, wilde zij de nuance aanbrengen dat aan mensen die zich niet op vergelijkbare voorwaarden kunnen verzekeren een andere optie wordt geboden. Zolang deze optie er nog niet is, moet de overgangsregeling ook voor hen gelden. Zij kon verder instemmen met de aangepaste formulering van mevrouw Schimmel van de derde optie, waarbij zij onderstreepte dat het een vrijwillige verzekering moet zijn. Verder sprak zij de hoop uit dat een dergelijke verzekering op korte termijn kan worden ingevoerd, omdat het bestaande gat steeds groter dreigt te worden. In het licht van de Europese regelgeving keerde zij zich tegen de vierde optie, omdat daaruit voortvloeit dat men dan weer terug bij af is.

De minister schrijft in haar brief onder punt 6. over de mogelijkheid die de Ziekenfondswet biedt aan personen van 65 jaar en ouder met een inkomen onder de nieuwe ziekenfondsgrens voor zelfstandigen om alsnog toe te treden tot de verplichte ziekenfondsverzekering. Is daaraan automatisch een AWBZ-dekking verbonden? Verder staat onder genoemd punt dat ook personen die in een EU/EER-lidstaat wonen, van deze opt-inregeling gebruik kunnen maken onder de voorwaarde dat zij in het verleden verzekerd zijn geweest krachtens enige tak van de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving. Kan de minister hierop een nadere toelichting geven? Is het mogelijk om via particuliere verzekeringen voor mensen die naar het buitenland gaan de AWBZ-dekking standaard mee te nemen?

Mevrouw Van Blerck-Woerdman (VVD) merkte op dat de problemen rondom het KB eerder door de Kamer behandeld hadden moeten worden. Er is echter enige vertraging ontstaan doordat hierbij twee departementen, twee vaste commissies en een aantal uitvoeringsinstellingen betrokken zijn. Zij was het met voorgaande sprekers eens dat een onbedoeld neveneffect is opgetreden van wetgeving die nog steeds als zodanig door haar fractie wordt gesteund, wat betreft de uitgangspunten. Een volksverzekering is bedoeld voor ingezetenen en niet voor anderen. Aan dat principe hield zij vast.

Zij richtte zich op de gesignaleerde knelpunten bij de beëindiging van de AWBZ-verzekering van postactieven in het buitenland met een particuliere verzekering. Voor ziekenfondsverzekerden wordt de AWBZ-verzekering gecontinueerd. Waarom wordt voor ziekenfondsverzekerden het principe dat de verzekering alleen geldt voor ingezetenen verlaten? Voor de particulier verzekerden had toch hetzelfde stramien gevolgd kunnen worden? Het gaat hierbij overigens niet alleen om postactieven, het betreft ook werknemers van bedrijven die langdurig in het buitenland verblijven.

Mevrouw Van Blerck sloot zich aan bij de vragen over de voorlichting. Kunnen de bewindslieden mededelen om welke aantallen betrokkenen het gaat? Zij vond de tweede optie in de brief van de minister redelijk. Is het echter niet eenvoudiger om voor degenen die AWBZ-verzekerd waren op het moment waarop de wet in werking trad en die aantoonbaar in het buitenland woonden de status quo te herstellen? Degenen die geen probleem hebben, kunnen zich melden zodat kan worden overgegaan tot een opt-inregeling. Zij benadrukte het belang van een snelle oplossing omdat de tijd voortschrijdt. Tot slot sloot zij zich aan bij vragen over de Europeesrechtelijke aspecten.

Antwoord van de regering

De staatssecretaris memoreerde dat de Kamer nauw betrokken is geweest bij de totstandkoming van het KB en het deed hem deugd dat zij vasthoudt aan de principes van het KB: zoveel mogelijk beperking van de verzekeringsplicht tot ingezetenen. Ook met het andere oogmerk van het KB , verbetering van de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid, kan de Kamer nog steeds instemmen.

De bewindsman beaamde dat de voorlichting niet optimaal is geweest en betreurde het dat dit vooral het terrein van de werknemersverzekeringen betrof. De Sociale verzekeringsbank heeft wel goed en tijdig voorgelicht, maar bij de UVI's en het LISV is de voorlichting te traag op gang gekomen. Het KB is op 1 januari 1999 in werking getreden. Met opzet is een overgangstermijn van één jaar geboden voordat de bepalingen ingingen om tijd voor goede voorlichting te creëren, waarin -- zoals gezegd -- niet alle instanties zijn geslaagd. Betrokkenen kunnen nog het gehele jaar 2000 gebruiken om zich alsnog vrijwillig (bij) te verzekeren. De staatssecretaris nam de opmerkingen van mevrouw Schimmel ter harte dat niet alleen gekeken dient te worden naar de tijdigheid, maar ook naar de kwaliteit van de voorlichting en sprak de bereidheid uit de voorlichtingskwaliteit op zijn terrein te evalueren.

Over het antwoord op de vraag hoeveel mensen zich gemeld hebben voor een vrijwillige verzekering wilde de staatssecretaris zich door de betrokken instanties laten informeren.

Reagerend op de vraag over eventuele strijdigheid met de Europese regelgeving merkte de bewindsman op dat naar aanleiding van een brief hierover van de Europese Commissie door hem is geantwoord dat geen sprake is van een dergelijke strijdigheid. Hierop is geen nadere reactie van de Europese Commissie ontvangen. Als de Commissie van het tegendeel overtuigd zou zijn, was hierover stellig nadere correspondentie ontstaan. Minister Borst schrijft in haar brief aan de Kamer dat de Europese Commissie recent een inbreukprocedure tegen België aanhangig heeft gemaakt. De Commissie stelde zich op het standpunt dat postactieven die hun woonplaats overbrengen naar een andere lidstaat, altijd en uitsluitend onderworpen zijn aan de sociale zekerheidswetgeving van het nieuwe woonland. Verder wees de bewindsman op een recente uitspraak van de rechter in een kort geding dat er geen strijd zou zijn met de Europese regelgeving.

De minister memoreerde dat vanaf 1968 tot 1989 de AWBZ-verzekering uitsluitend voor ingezetenen bestemd was. Er was voor het buitenland geen sprake van dekking en ook niet van het betalen van premie. Het pakket van de AWBZ bestond indertijd alleen uit zorg in natura. Bij de belastingherziening van Oort werd besloten, alle postactieven in het buitenland te laten vallen onder alle volksverzekeringen, waaronder de AWBZ. De toenmalige minister van Volksgezondheid maakte daar grote bezwaren tegen en heeft zelfs de landsadvocaat ingeschakeld, maar de regeling werd onverkort ingevoerd. De postactieven in het buitenland waren verplicht AWBZ-verzekerd. Hiertegen rees echter een storm van protesten, omdat men wel premie betaalde, maar geen dekking had. Omdat de zorg in natura geboden werd, moest men terug naar Nederland. In
1992 is het restitutiesysteem ingevoerd. Uit een onderzoek van de Ziekenfondsraad bleek echter dat dit systeem zeer fraudegevoelig was. Het voorstel van de minister voor een vrijwillige verzekering bergt ook een zeker risico in zich, maar zij meende dat alle kwaden tegen elkaar moeten worden afgewogen.

In de Kamer zijn de consequenties van het KB aan de orde geweest, maar de omvang van de nadelen is onvoldoende onder ogen gezien, vermoedelijk omdat inderdaad het wonen in het buitenland met een hoog inkomen wordt geassocieerd, hetgeen lang niet altijd het geval hoeft te zijn.

Refererend aan de opties die zij in haar brief biedt, merkte de bewindsvrouw op dat ook een verdragsaanspraak gecreëerd kan worden. Een nadeel is dat dan het Europese traject moet worden afgelegd, hetgeen zeer lang zal duren. Daarom gaat haar voorkeur uit naar het introduceren van een vrijwillig voortgezette verzekering voor personen van wie de verplichte AWBZ-verzekering eindigt of geëindigd is. Met deze toevoeging is dan sprake van terugwerkende kracht. De nieuwe gevallen, die 65 jaar worden, dienen een jaar de tijd te krijgen om te besluiten, zich voor de AWBZ te verzekeren. Indien men dit niet doet, is het als men hulpbehoevend is geworden niet mogelijk om hiervoor nog later te kiezen. Er komt dus een eenmalige opt-inmogelijkheid voor deze vrijwillige verzekering. Als alleen mensen die al zorg nodig hebben deze verzekering sluiten, wordt de premie onbetaalbaar. Een herintroductie van een verplichte AWBZ-verzekering voor in het buitenland woonachtigen ondergraaft de bedoeling van het gehele KB, zeker als blijkt dat er sprake is van een zogenoemde sterke werking, omdat in dat geval alle andere wetten van toepassing moeten worden verklaard.

Wie komen voor deze vrijwillige verzekering in aanmerking? Dit geldt voor iedereen die in het buitenland verblijft en niet meer AWBZ-verzekerd is. Men kan inderdaad weer terug naar het buitenland als men inmiddels naar Nederland is teruggekeerd. Kan een zogenoemd brandend huis verzekerd worden? Deze verzekering wordt door de overheid aangeboden, waarbij een acceptatieplicht geldt. Aangezien de overheid zelf het aanbod doet, zal het gegeven dat men zorgbehoevend is geen bezwaar zijn. De dekking zal volgens het restitutiesysteem gelijk zijn aan wat in Nederland voor de AWBZ aan dekking wordt geboden. De minister kon de vraag over de hoogte van de premie nog niet beantwoorden. Er is een keuze mogelijk voor premie naar draagkracht, maar dan moet die draagkracht bekend zijn. Mensen die in het buitenland wonen, dient naar het belastbaar inkomen te worden gevraagd waarbij de vraag rijst of die gegevens betrouwbaar zijn. Er is dus veel voor een nominale premie te zeggen. De bewindsvrouw was blij met de opmerking van mevrouw Hermann dat 10% van de eerste schijf een redelijke premie zou zijn. Met het oog op de controle is dit de eenvoudigste oplossing, hoewel per 1 januari 2001 een eerste en tweede eerste schijf wordt ingevoerd. Men zal echter moeten uitgaan van een reële nominale premie, omdat anders hoge uitvoeringskosten zullen ontstaan.

Opgemerkt is dat de bewindsvrouw nog geen keuze heeft gemaakt, maar zij lichtte toe dat het haar uitdrukkelijke bedoeling was, de Kamer eerst te horen voordat zij met haar voorkeur als inzet het gesprek ingaat. Zij begreep uit het gestelde dat de voorkeur inderdaad uitgaat naar een vrijwillige AWBZ-verzekering.

Het is haar echter nog niet duidelijk of de Kamer in meerderheid van mening is dat dan ook een overgangsregeling moet worden getroffen voor de bestaande gevallen op het punt van extramurale zorg. Op het gebied van intramurale zorg bestaat al een dergelijke regeling. Indien de Kamer dit wenst, is de minister bereid dit ook voor de extramurale zorg te regelen. Hierbij is ook de terugwerkende kracht relevant. Zolang de nieuwe vrijwillige verzekering nog niet bestaat, zal men de kosten moeten voorschieten die later, nadat de nota's zijn ingediend gerestitueerd worden.

In antwoord op de vraag over ABP-gepensioneerden die belasting betalen, wees de minister erop dat zij geen AWBZ-premie binnen die belasting betalen. Mensen krijgen te maken met een wachttijd die bestaat uit een maand per jaar dat men niet in Nederland, een EU-land of een verdragsland heeft gewoond tot een maximum van twaalf maanden. Betreft het echter mensen die wel in een EU- of verdragsland wonen, dan wordt daar weer een maand per jaar voor afgetrokken.

Soms is het mogelijk in andere landen AWBZ-achtige zorg te verkrijgen. De Europese Commissie heeft hierover een informatiebulletin uitgebracht, genaamd long term caresystems in the memberstates. Het betreft echter zeer ingewikkelde informatie, waardoor het niet mogelijk was om tijdig voor dit algemeen overleg duidelijk te maken wie precies waarop recht heeft.

Particulier verzekerden die naar het buitenland gaan, kunnen in theorie een AWBZ-dekking bij een particuliere verzekering krijgen. Particulier verzekerden vallen niet onder de verplichte AWBZ, omdat zij niet onder de toepassing van de Europese verdragsregeling vallen. Als er sprake zou zijn van een onrechtmatig onderscheid, moet deze kwestie in Europa worden opgelost. Er is geen sprake van Nederlandse discriminatie.

Gevraagd is wat wordt bedoeld met opmerking dat de opt-inregeling geldt voor mensen die ingevolge enige tak van verzekering, verzekerd zijn geweest. Deze voorwaarde wordt gesteld in de Europese sociale verzekeringsverordening om te mogen toetreden tot een vrijwillig voortgezette verzekering van een lidstaat waarin men niet woont. Als men ooit, voor welke tak van verzekering dan ook, verzekerd is geweest mag men toetreden. Deze bepaling legt eigenlijk geen beperking op aan de kring van verzekerden.

Reagerend op vragen over het tijdpad merkte de minister op dat het ministerie enige tijd geleden al de opdracht heeft gekregen de diverse mogelijkheden uit te zoeken zodat al heel veel voorwerk verricht is. Het introduceren van een dergelijke vrijwillige AWBZ-verzekering wordt echter wel degelijk een geheel nieuwe wettelijke mogelijkheid. De minister ging ervan uit dat de Raad van State bereid is een spoedadvies uit te brengen en dat de Tweede en Eerste Kamer bereid zijn om het wetsontwerp snel te behandelen. Om deze redenen is het echter goed om te stellen dat er sprake moet zijn van terugwerkende kracht en dat voor bestaande gevallen van extramurale zorg dezelfde regeling moet wordt getroffen als voor intramurale zorg.

Nadere gedachtewisseling

De heer Stroeken (CDA) was blij met de welwillende opstelling van de bewindslieden. Moet hij een combinatievoorstel zo verstaan dat het overgangsrecht met betrekking tot een AWBZ-verzekering met terugwerkende kracht tot 1 januari 2000 op vrij korte termijn wordt gecreëerd conform punt b. in het voorstel van de minister totdat men zich vrijwillig kan verzekeren onder de door de minister tijdens dit overleg opgesomde condities?

De heer Santi (PvdA) was tevreden over de inzet van de minister en sprak de hoop uit dat de voorlichting over een bijgestelde regeling nu wel goed verloopt.

Mevrouw Schimmel (D66) wees nog op een adviesaanvraag aan de Sociale Verzekeringsraad over de kring van verzekerden met betrekking tot de werknemersverzekeringen. Wellicht kan het LISV hierover een opvatting geven. Zij sloot zich aan bij de opvatting van de minister over de uitbreiding van de overgangsregeling voor bestaande gevallen met extramurale zorg. Ook was zij het eens met de introductie van de vrijwillig voortgezette verzekering voor AWBZ voor personen van wie de verplichte AWBZ-verzekering is geëindigd dan wel eindigt. Zij vroeg nog of de punten b. en c. in de brief van de minister met elkaar in tegenspraak zijn, omdat aan de ene kant het begrip terugwerkende kracht wordt geïntroduceerd en aan de andere kant het overgangsrecht wordt verbeterd. Zij sprak de hoop uit dat zij snel na 17 mei van de resultaten op de hoogte wordt gesteld. Tot slot sloot zij zich aan bij de opmerking van de heer Santi over de voorlichting.

Mevrouw Hermann (GroenLinks) dankt de bewindslieden voor de duidelijke en constructieve wijze waarop de bewindslieden de vragen hebben beantwoord. Zij toonde zich verheugd over het voornemen van de minister om de overgangsregeling voor bestaande gevallen met extramurale zorg uit te breiden en over het voornemen om in een vrijwillig voortgezette verzekering voor personen van wie de verplichte AWBZ-verzekering eindigt of geëindigd is te voorzien. Zij ging ervan uit dat bij het uitgangspunt dat voor nieuwe gevallen de AWBZ-verzekering wordt beëindigd in het vervolg iemand die naar het buitenland vertrekt de mogelijkheid krijgt zich eenmalig vrijwillig voor de AWBZ te verzekeren.

Mevrouw Van Blerck-Woerdman (VVD) was blij met de voorgestelde oplossingen. Zij vreesde dat zij met de minister van VWS van mening blijft verschillen over de discriminatie tussen ziekenfondsverzekerden en particulier verzekerden. Zij was het ermee eens dat de minister kiest voor een nominale premie in de hoop dat dit de opmaat is voor een betere toekomst in vergelijking met het verleden waarin uitsluitend sprake was van procentuele premies. Haar vraag over de aantallen werd inmiddels beantwoord door een aanwezige op de publieke tribune die mededeelde dat er 15.000 particulier verzekerde AOW-ers in de EU zijn. Buiten de EU gaat het om 750 mensen.

De staatssecretaris was niet op de hoogte van de adviesaanvraag van de kring van verzekerden, maar hij zal laten onderzoeken hoe het daarmee staat.

De minister constateerde dat het de wens van de Kamer is om zo spoedig mogelijk een vrijwillige voortgezette verzekering aan te bieden aan personen die naar het buitenland vertrekken. Hierbij zal sprake zijn van terugwerkende kracht in die zin dat degenen die dat aanbod nog niet hebben ontvangen, dat alsnog krijgen. Zij benadrukte dat het hierbij om een eenmalige opt-in gaat, een eenmalige keuze, waarbij zij naar analogie van de AOW en ANW een termijn van een jaar wil introduceren. Men krijgt dus een jaar de tijd om een dergelijke wens te uiten, hetgeen noodzakelijk is om ander onrecht te voorkomen. Deze regeling zal worden gecombineerd met een uitbreiding van de overgangsregeling voor bestaande gevallen voor extramurale zorg die zal terugwerken tot 1 januari. Het lijkt strijdig, maar als men ervoor zorgt dat iemand niet tweemaal een restitutie ontvangt voor dezelfde zorg is een oplossing mogelijk. Indien het overgangsrecht niet wordt geïntroduceerd, moeten mensen die nu al extramurale zorg nodig hebben, erg veel geld voorschieten.

Naar aanleiding van een opmerking over de nominale premie, deelde de minister mede dat een basisverzekering voor het tweede compartiment voor alle Nederlanders ook als een sociale ziektekostenverzekering geldt. Het Europese systeem zal dan voor iedereen gelden.

De minister merkte op dat zij zo spoedig mogelijk na 17 mei de Kamer een brief met de verder uitgewerkte voorstellen zal sturen, hetgeen ook vanuit een oogpunt van voorlichting belangrijk is. Met het oog op dat laatste punt merkte de bewindsvrouw op dat de particuliere zorgverzekeraars vaak erg laat in hun berichtgeving aan de verzekerden zijn geweest. Zij zal trachten te bevorderen dat deze berichtgeving adequater tot stand komt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Terpstra

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Van Dijk


1 Samenstelling:

Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Kalsbeek (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Essers (VVD), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), Smits (PvdA), De Wit (SP), Verburg (CDA), Spoelman (PvdA), Van der Staaij (SGP), Örgü (VVD), Harrewijn (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Balkenende (CDA), Wilders (VVD), Santi (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Van der Hoek (PvdA), Dankers (CDA), Hamer (PvdA), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Schoenmakers (PvdA), Marijnissen (SP), Eisses-Timmerman (CDA), Middel (PvdA), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Vendrik (GroenLinks), Rosenmöller (GroenLinks), Wagenaar (PvdA), Mosterd (CDA), De Vries (VVD), Oudkerk (PvdA), Klein Molekamp (VVD)


2 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA) Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Arib (PvdA), Atsma (CDA)

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O.P.G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Duijkers (PvdA), Th.A.M. Meijer (CDA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie