Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng Thijs Udo (VVD) bij debat wijziging Rijksoctrooiwet

Datum nieuwsfeit: 30-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
VVD

Inbreng Thijs Udo over wijziging Rijksoctrooiwet

Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 30 mei 2000

Thijs Udo pleitte tijdens het debat voor octrooiering van biotechnologische uitvindingen om zo te voorkomen dat iedereen met biotechnologische vondsten kan gaan experimenteren.

Wijziging Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet '95 en de Zaai-zaad-en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen woordvoerder drs. M.W.Ch. Udo

Voorzitter,
De opkomst van nieuwe technieken, met name op het terrein van genetische modificatie, geeft aanleiding tot een aantal speci-fieke moeilijkheden bij de toepassing van het octrooistelsel. De nu te implementeren Europese Richtlijn heeft als essentieel doel het onderscheid te verduidelijken tussen wat wel of niet octrooieerbaar is met betrekking tot uitvindingen op het terrein van de moderne biotechnologie.
Een goed wettelijk octrooibeschermingsysteem vormt de hoeksteen voor een goed biotechnolo-gisch investerings- en vestigingsklimaat. Deze wetswijziging is hiertoe een begin-stap.

Voorzitter ik ben van mening, dat genetische modificatie van het grootste belang is voor de technologische ontwikkeling in de volksgezondheid: Ik noem therapiestrategieën, preventie, nieuwe diagnostiek van ziekten waaronder hart- en vaatziekten, kan-ker, reuma, Alzheimer, diverse spierziekten, ziekte van Pompe en jeugdsuikerziekten.
Hiernaast is deze technologie van het grootste belang voor de totstandkoming van een duurzame en doelmatige landbouw, zowel in de Westerse wereld als in ontwikkelingslanden. Een belangrijk ander bijkomend voordeel, is dat deze weten-schap nieuwe (plantaardige)producten ontwikkelt die duurzaam van aard zijn en waarvoor minder bestrijdingsmiddelen gebruikt hoeven te worden. En financieel gezien, last but not least, verschaft de biotechnologie Nederland een grote economische en weten-schappe-lijke kans.
Nu Europa en Nederland sterk zijn achter gebleven in de bio-technologische octrooien bij de Verenigde Staten, wordt het bittere noodzaak de kapitaalintensieve investeringen op dit vlak beter te promoten. Mijn fractie ondersteund deze imple-mentatie van de Richtlijn, echter wel met de nodige opmerkin-gen.

Voorzitter,
De Nota naar aanleiding van het Verslag geeft aan dat het Nederlandse verzoekschrift tot nietigverklaring geen schorsen-de werking heeft en dat wachten onmogelijk is omdat dan de implementatietermijn van 31 juli a.s. wordt overschreden.
En een niet tijdige implementatie zal de nodige sancties voor Nederland opleveren en bovendien is dit niet datgene wat wij wensen, n.l. een goed vestigingskli-maat voor biotechnologische bedrijven binnen Nederland.
Ook zullen wij op onze tellen moeten passen wat betreft de reeds verleende octrooien: Het kan en mag niet gebeuren dat aan reeds verleende octrooien getornd gaat worden bij eventue-le vernietiging of wijziging van de Richtlijn.

Kern van de Wet
Kern van de wetswijziging vandaag is echter het feit, dat nu naast de biotechnologische werkwijze ook het voortbrengsel van de uitvinding, vatbaar is voor octrooiering. Dit is een logi-sche gang van zaken: Alle landen van de EU kennen deze moge-lijkheid en derhalve heeft ook de nu voorliggende richtlijn deze bepaling voorgeschreven. Materieel is het eveneens nood-zakelijk dat wij in Nederland het voortbrengsel van de uitvin-ding octrooieren, omdat de biotechnologische werkwijze alleen, nage-noeg geen bescherming biedt. Uiteindelijk is de uitvinding een product en producten beschermen wij in dit land met een oc-trooi, logisch natuurlijk, omdat grote inves-teringen nodig zijn geweest om deze biotechnologische produc-ten te verkrijgen. Bovendien zal het niet kunnen octrooieren van een biotechnologische uitvinding ongelooflijk gevaarlijk kunnen uitwerken, omdat dan iedereen met biotechnologische vondsten kan gaan slepen en experimenteren!
Welnu, om deze uitvindingen nu te behouden en verdere investeringen aan te moedigen, is deze bescherming eveneens onontbeerlijk. Overigens is de octrooiering in de voorliggen-de wetgeving aan verschillende beperkingen onderhe-vig. Een belangrijke in deze is strijd met de openbare orde of de goede zeden.
Bij de schriftelijke voorbereiding heb ik daar reeds een vraag over gesteld, waarbij ik aandacht en zorg uitsprak over de verplichting om een prejudiciële beslissing te vragen van het Hof bij de uitleg, voor zover het criterium niet duidelijk is in een bepaald geval. Het antwoord van de Staatssecretaris was niet bevredigend, hier zou niets aan te doen zijn. Ik zou de Staatssecretaris nogmaals willen vragen of hij niet met mij van mening is, dat een dergelijke prejudiciële beslissing toch geen jaren mag duren? Is de nationale rechter niet zelf in staat te beoordelen wat moet worden verstaan onder strijd met openbare orde of goede zeden?

Octrooi op leven
Dan kom ik op het wijdverbreide misverstand omtrent het octrooi op leven. Hier is echter geen sprake van. Er is sprake van octrooi op de uitvinding, niet op leven. Dit zou men ook wel kunnen illustreren door te zeggen dat er sprake is van octrooi op het gen dat onderdeel uitmaakt van de plant of het dier.
Overigens wil ik er tevens op wijzen, dat octrooiverlening die in strijd is met de openbare orde of de goede zeden reeds verboden is in deze voorliggende richtlijn en de wetgeving. Diegenen die het z.g. bezwaar van octrooi op leven nog steeds blijven aanvoeren, maken het wetenschappelijk onderscheid niet. Bovendien heeft het Europees Octrooibureau in december vorig jaar, onomwonden uitgesproken dat octrooi op dieren en planten mogelijk is. Dit betekent dat deze vorm van octrooiering binnen de Europese Unie uitdrukkelijk is toegestaan en onderdeel vormt van het EU-gemeenschapsrecht.
Voorzitter, dan kom ik op het zogenaamde kwekersrecht. Onder het huidige regime van het kwekersrecht hebben kwekers het recht om veredelingsactiviteiten te verrichten met be-schermde rassen die op de markt gebracht worden (de z.g. breeders exemption). In de nieuwe wet is hieromtrent een aanscherping opgenomen, waarbij de kweker zal moeten aantonen dat het ras dat hij aan het ontwikkelen is, een belangrijke technische vooruitgang van aanzienlijk economisch belang vertegenwoordigt t.o.v. het octrooi. Dit kan de kweker onmoge-lijk aantonen. Deze elementen kan de kweker pas aantonen op het moment dat hij kwekersrecht heeft verkregen en het ras gaat exploiteren. Wanneer de kweker al een licentie nodig heeft gedurende het veredelingstraject, komt hij dus in een vacuüm terecht. Aldus zal een oplossing nodig zijn voor de kweker die planten-rassen wil ontwikkelen waarbij een octrooi-licentie vereist is.
Dit is mogelijk door het wijzigen of aanvullen van de wet, waarbij de kweker toch nieuwe planteras-sen kan ontwikkelen, zonder dat voor die ontwikkeling een octrooi-licentie is vereist. Indien de kweker het nieuwe ras wil exploiteren, is natuurlijk wel de licentie vereist. Kan de Staatssecretaris zich in deze gedachte vinden? Het lijkt mij rechtvaardig en redelijk deze constructie in de wet op te nemen.
Voorzitter,
De VVD-fractie is met de Regering overtuigd van de noodzaak van de Europese harmonisatie en de verder invulling van oc-trooiering van biotechnologische uitvindingen in de voorlig-gende wetgeving. Laten wij nu ook in Nederland de ontwikkeling van de biotechnologie waardig en veilig laten geschieden met maximale aandacht voor mens, dier, plant en milieu.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie