Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV afhandeling varkenspestuitgaven

Datum nieuwsfeit: 30-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV afhandeling varkenspestuitgaven

Gemaakt: 6-6-2000 tijd: 16:18


4


25229 Varkenspest

Nr. 57 Brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 mei 2000

In antwoord op vragen van het lid Th.A.M. Meijer (CDA) heb ik de Kamer op 20 december 1999 geďnformeerd over de discussie met de Europese Commissie inzake de declaratie van de uitgaven ter bestrijding van de varkenspestepidemie die Nederland in 1997 en 1998 teisterde.

(Zie Aanhangsel Handelingen II 1999-2000, nr. 507)

Door middel van deze brief wil ik de Kamer op de hoogte stellen van de laatste ontwikkelingen in dit dossier. Om misverstanden te voorkomen wil ik er daarbij aan herinneren dat de discussie tussen Nederland en de Commissie betrekking heeft op de veterinaire uitgaven. De uitgaven ten behoeve van de marktmaatregelen welke werden genomen ter verlichting van welzijnsproblemen op varkensbedrijven maken van deze discussie geen deel uit. De declaraties die Nederland in het kader van de marktmaatregelen heeft ingediend zijn tot nu toe volledig gehonoreerd. Bij de financiële audits die de diensten van de Europese Commissie in het kader van de gebruikelijke procedures voor de kwijting van de rekeningen op deze laatste uitgaven hebben uitgevoerd, zijn geen onvolkomenheden aan het licht gekomen. De bevindingen van de zgn. conformiteitsaudits zijn nog niet bekend.

De uitgaven die Nederland in 1997 in het kader van de veterinaire maatregelen heeft verricht en bij de EU heeft gepresenteerd belopen in totaal 398,7 miljoen ¤, t.w. voor:


- schadeloosstellingen aan veehouders 269,6 miljoen ¤

- bijkomende kosten, zoals kosten van transport,
destructie, tijdelijke opslag etc. 81,6


- overname maatregelen om welzijnsredenen 47,5



Totaal 398,7 miljoen ¤

Voor de goede orde herinner ik er hierbij aan dat het bij de overname om welzijnsredenen gaat om de overname van dieren die niet onder de marktmaatregelen ter verlichting van welzijnsproblemen konden vallen, o.a. omdat de betreffende varkensbedrijven tijdelijk de verdachtstatus bezaten.

Overeenkomstig de bepalingen van Beschikking 90/424/EEG is door Nederland voor 50% medefinanciering van de EU gevraagd van de uitgaven ten behoeve van de veterinaire maatregelen, in totaal dus 199,3 miljoen ¤. Zoals bekend heeft de Commissie zich, tot nu toe, niet bereid getoond volledig aan het Nederlandse verzoek tegemoet te komen. In de ontwerpbeschikking die de Commissie op 7 december 1999 aan het Permanent Veterinair Comité (PVC) heeft voorgelegd wordt de bijdrage voor 1997 beperkt tot 109,9 miljoen ¤ of wel 89,4 miljoen ¤ minder dan door Nederland werd gevraagd. In het PVC heeft de Nederlandse delegatie zich verzet tegen het voorstel van de Commissie en daarbij begrip en steun ontvangen van verschillende andere lidstaten. Uiteindelijk verkreeg het voorstel van de Commissie niet de vereiste gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Sinds medio december 1999 heeft veelvuldig nader overleg plaatsgevonden tussen medewerkers van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en DG Sanco van de Commissie. Ook heb ik zelf overlegd met Commissaris Byrne. De inzet daarbij was de diensten van de Commissie en de Commissaris ervan te overtuigen dat de argumenten die de Commissie hanteert voor het aanbrengen van een korting op de bijdrage aan Nederland voor een belangrijk deel geen hout snijden. In deze brief wil ik, in het kort, nogmaals op deze discussie ingaan. Alvorens dat te doen geef ik eerst een overzicht van de opbouw van de door de Commissie voorgestane korting op de bijdrage aan Nederland voor in 1997 verrichte uitgaven (bedragen in miljoen ¤):

uitgaven gevraagde standpunt

in totaal bijdrage Commissie


- schadeloosstellingen 269,6 134,8 -/- 25% = 100,0

- bijkomende kosten 81,6 40,8 9,9


- overname maatregelen 47,5 23,7 -


________ ________ _____

Totaal 398,7 199,3 109,9

===== ===== =====

Voor de korting van 25% op de schadeloosstelling aan de veehouders voert de Commissie in hoofdzaak twee argumenten aan. In de eerste plaats is de Commissie van opvatting dat de schadeloosstelling per dier te hoog is uitgevallen. In dit verband hebben de diensten van de Commissie berekeningen opgesteld die aantonen dat de door Nederland gevraagde bijdrage aan de schadeloosstellingen aan de varkenshouders aanzienlijk hoger uitvalt dan de bijdrage die door de EU aan andere lidstaten is betaald. De door Nederland gevraagde bijdrage zou neerkomen op 156 ¤ per (preventief of besmet geruimd) varken, terwijl bijv. aan België in 1993 117 ¤ per varken zou zijn vergoed. Na aftrek van 25% zou de bijdrage aan Nederland op nagenoeg hetzelfde niveau liggen als de aan andere lidstaten per varken verstrekte bijdrage. Tegen deze redenering van de Commissie is door Nederland aangevoerd dat de schadeloosstelling per varken, geheel overeenkomstig de bepalingen van de GWWD, is vastgesteld door onafhankelijke taxateurs en de minister van LNV op grond van de GWWD de bevoegdheid mist om de schadeloosstellingen lager vast te stellen dan het bedrag zoals dat door de taxateurs is bepaald. Overigens is de hoogte van de schadeloosstellingen uitvoerig onderzocht door Ernst & Young en de Accountantsdienst van mijn ministerie. Dit onderzoek heeft niet geleid tot de bevinding dat de schadeloosstellingen, over de gehele linie, significant te hoog zijn uitgevallen.

Het tweede argument van de Commissie voor de korting van 25% is - ik maakte daar in de antwoorden op de vragen van de heer Meijer uitvoerig melding van - dat Nederland veel eerder en grootschaliger had moeten overgaan tot het preventief ruimen van bedrijven in een cirkel rond besmette en verdachte bedrijven en dat niet tijdelijk had moeten onderbreken. De Commissie baseert zich daarbij op het, ook bij de Kamer bekende, in opdracht van het ministerie van LNV vervaardigde, simulatiemodel van de Universiteit van Wageningen, op grond waarvan de conclusie wordt getrokken dat bij grootscheepse toepassing van preventief ruimen de epidemie mogelijk eerder had kunnen worden ingedamd. Van Nederlandse zijde is de Commissie erop gewezen dat het hier een simulatie betreft op basis van achteraf verzamelde informatie omtrent aard en omvang van de uitbraak; informatie welke op het moment van besluitvorming over de bestrijdings-maatregelen niet voorhanden was. Ook de Wageningse onderzoekers zelf hebben er met nadruk op gewezen dat het simulatiemodel van nut kan zijn voor de in de toekomst, bij een nieuwe epidemie, te treffen maatregelen maar niet mag worden gehanteerd voor het vellen van een oordeel over de aanpak in het verleden. De diensten van Commissie hebben zich door deze argumentatie niet van hun standpunt laten afbrengen.

Voor het standpunt om het grootste deel van de bijkomende kosten niet voor mede-financiering in aanmerking te laten komen, beroept de Commissie zich op een zeer strikte interpretatie van Beschikking
90/424/EEG. Naar de mening van de Commissie komen slechts uitgaven voor medefinanciering in aanmerking die directie verband houden met schadeloosstellingen aan veehouders. De Commissie spreekt derhalve geenszins twijfel uit over de rechtmatigheid van de verrichte uitgaven; slechts de medefinanciering door de EU wordt tot het minimum beperkt. Nederland is daarentegen van mening dat Beschikking
90/424/EEG wel degelijk een ruimere medefinanciering van de bijkomende kosten mogelijk maakt. Het betreft hier dus een geschil over de interpretatie van de relevante beschikking. Omgerekend per varken komt de bijdrage die de Commissie bereid is aan Nederland te betalen voor bijkomende kosten overigens ongeveer op hetzelfde neer als eerder aan andere lidstaten is betaald.

Bij beschikking van 25-05-2000 heeft de Commissie de beschikking ten aanzien van de door Nederland over 1997 ingediende declaratie van veterinaire uitgaven vastgesteld.

Het kabinet zal zich thans buigen over de vraag of Nederland tegen de beschikking van de Commissie beroep moet instellen bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Hiervoor staat een termijn van twee maanden.

Hoewel er een uitvoerige gedachtenwisseling met de diensten van de Commissie heeft plaatsgevonden heeft Commissaris Byrne uiteindelijk besloten niet van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie af te wijken. Op 17 februari jl. is het voorstel, gegeven het feit dat in het PVC geen gekwalificeerde meerderheid was verkregen, voorgelegd aan de Raad. Indien de Raad vervolgens niet binnen 3 maanden met unanimiteit een afwijkend besluit zou nemen, zou de Commissie de bijdrage aan Nederland kunnen vaststellen volgens de oorspronkelijke ontwerpbeschikking, zoals die in december 1999 aan het PVC is voorgelegd. Omdat, ondanks de relatief brede steun voor enkele van de Nederlandse bezwaren tegen het standpunt van de Commissie, niet te verwachten was dat de Raad zich in unanimiteit tegen het voorstel van de Commissie zou keren, heb ik ervan afgezien het onderwerp op de agenda van de Raad te laten plaatsen. Wel heb ik tijdens de Landbouwraad van 16 mei jl. onder het agendapunt «Diversen» de aandacht van de Raad gevraagd voor de tekortkomingen die de systematiek van de medefinanciering van de veterinaire uitgaven m.i. vertoont en erop aangedrongen deze systematiek aan een evaluatie te onderwerpen. Ik heb sympathie voor dit verzoek bespeurd in de Raad zowel als bij de Commissie. Verder heb ik er nogmaals op gewezen dat Beschikking 90/424/EEG, anders dan de EOGFL-verordeningen, niet voorziet in de mogelijkheid van forfaitaire kortingen op door lidstaten ingediende declaraties.

Te verwachten valt dat de Commissiebeschikking t.a.v. de door Nederland over 1997 ingediende declaratie van veterinaire uitgaven een dezer dagen van kracht zal worden. Het Kabinet zal zich vervolgens buigen over de vraag of Nederland tegen de beschikking van de Commissie een procedure aanhangig zal maken bij het Hof in Luxemburg.

Overigens heeft Nederland over 1998 voor 28,6 miljoen ¤ medefinanciering gevraagd. Te verwachten valt dat de Commissie t.a.v. dit verzoek een vergelijkbaar standpunt zal innemen als met betrekking tot de declaratie over 1997.

Voor de goede orde deel ik u verder nog mee dat het rapport van bevindingen van de Accountantsdienst inzake de financiële afwikkeling van de varkenspestcrisis binnenkort gereed zal zijn. Ik zal de Kamer overeenkomstig het verzoek van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 7 januari 2000, in juni informeren over de bevindingen van de Accountantsdienst van mijn ministerie.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

L.J. Brinkhorst

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie