Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Lijst vraag en antwoord informatie over bijbanen jongeren

Datum nieuwsfeit: 30-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

lijst van vr en antw informatie over bijbanen van jongeren
Gemaakt: 30-5-2000 tijd: 18:4


8


26 800 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en
de ontvangsten van het Ministerie van Sociale

Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar


2000

nr. 79 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 30 mei 2000

Na kennisneming van de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 6 april 2000 (26 800 XV nr. 70) inzake informatie over bijbanen van jongeren zoals gevraagd in de motie Van Gent c.s. 26
800 XV nr. 42), bestond in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1) behoefte om de minister enkele vragen voor te leggen. Deze vragen alsmede de ontvangen antwoorden daarop zijn hieronder afgedrukt.


1. Aantal jongeren met bijbanen


1.

De motie Van Gent c.s. roept de regering op te onderzoeken hoeveel jongeren van 13 tot 18 jaar bijbaantjes vervullen. Waarom wordt in de brief alleen het onderzoek van het CBS aangehaald, waarin geen rekening wordt gehouden met de bijbanen van 13- en 14-jarigen?

Is de regering bereid om spoedig nader onderzoek te (doen) verrichten naar het aantal bijbaantjes onder de groep 13- en 14-jarigen, gedifferentieerd naar man/vrouw en aantal uren, aangezien deze groep ook mag werken o.g.v de Arbeidstijdenwet?

Wordt, rekening houdend met een stijging van het aantal werkende jongeren, in onder-zoeken van het CBS en andere instanties wèl rekening gehouden met deze groep? Zo nee, waarom niet? Op welke wijze zal de regering dan uitvoering geven aan de motie?

Antwoord

Voor het geven van informatie over bijbanen is gebruik gemaakt van de uitkomsten van door derden verricht onderzoek. In de brief wordt niet alleen verwezen naar onderzoek van het CBS maar ook naar NSS-onderzoek en onderzoek van het NIBUD en het SCP. Zoals aangegeven in de beantwoording van de motie heeft het NIBUD in 1996 een scholierenonderzoek uitgevoerd en komt dit instituut in de tweede helft van juni van dit jaar met de resultaten van een nieuw recent uitgevoerd scholierenonderzoek. Het SCP zal in het najaar, mede op basis van die resultaten, een inschatting maken van de effecten van bijbanen voor jeugdigen, inclusief de 13- en 14-jarigen. Omdat 13- en
14-jarigen niet tot de beroepsbevolking behoren worden ze niet meegenomen in het EBB-onderzoek van het CBS. Door het NIBUD- en SCP-onderzoek zal wel het inzicht ontstaan dat de indieners van de motie wenselijk achten, namelijk inzicht in de kwantitatieve ontwikkeling van bijbanen voor jeugdigen, inclusief de 13- en
14-jarigen, en de kwalitatieve effecten daarvan.
Over de kwalitatieve effecten van bijbanen is nu geen informatie beschikbaar. Zoals aangegeven in de brief van 6 april wordt arbeid door kinderen en jeugdigen meegenomen in de jaarlijks uitgevoerde ATW-monitor. Voorts zal in het najaar een inspectieproject worden uitgevoerd in de sectoren horeca en detailhandel als follow up van het door de AI in 1998 uitgevoerde onderzoek «Arbeid Jeugdigen». Daarnaast zal de AI in het kader van de jaarlijkse Arbo-monitor vanaf het komende najaar in bedrijven vragen stellen over de arbeidsomstandigheden van kinderen en jeugdigen, waarbij ook arbeids- en rusttijden aan de orde komen. Dit monitor-onderzoek zal voor het eerst in het begin van 2001 gegevens opleveren. Ook hierdoor zal het inzicht in de kwalitatieve effecten van bijbanen van jongeren toenemen.

Overigens is recentelijk door de Arbeidsinspectie onderzoek uitgevoerd naar vakantiewerk onder 13 t/m 17-jarigen. In de zomer van 1999 was
12% van de jongeren van 13 t/m 17 jaar die vakantiewerk verrichtten 13 of 14 jaar oud.

Gegeven de beschikbare informatie en de informatie, die naar verwachting vanaf komend najaar en vanaf volgend jaar beschikbaar komt, ziet het kabinet op dit ogenblik geen reden een apart onderzoek te (doen) verrichten naar de bijbaantjes van 13- en 14-jarigen.

Terzijde wijs ik er in dit verband nog op dat het Ministerie van SZW een educatief pakket heeft ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs om jeugdigen duidelijk te maken wat er wel en niet is toegestaan op het terrein van arbeidsomstandigheden en arbeids- en rust-tijden. De titel van het pakket is «Wat nou regels!?» met als ondertitel: «Alles over bijbaantjes en vakantiewerk». Dit pakket komt in mei van dit jaar gratis beschikbaar voor scholen in het voorgezet onderwijs; alleen verzendkosten worden in rekening gebracht.


2.

Op basis van de vermelde gegevens is er sprake van een stijging onder het aantal jongeren met een bijbaan. Wat zijn hiervan de te verwachten effecten voor de arbeidsmarkt? Wat betekent dit voor de handhaving van wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden en arbeidstijden?

Antwoord

Het aantal jongeren met een bijbaantje draagt vermoedelijk bij aan vermindering van bepaalde knelpunten op de arbeidsmarkt. Dat neemt uiteraard niet weg dat bijbaantjes van jongeren primair bezien moeten worden op de effecten voor de jongeren zelf; zowel voor de korte als voor de lange termijn. Wat betreft de handhaving van wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden en arbeidstijden verwijs ik naar de beantwoording van vraag 12.


3.

Is bekend hoeveel uur de helft van de 17-jarigen (die per week meer dan 8 uur werken)

werkt?

Antwoord

Het exacte aantal wekelijks gewerkte uren van 17-jarigen die per week meer dan 8 uur werken is niet bekend. Bekend is wel dat 40% minder dan
8 uur werkt, 46% werkt tussen de 8 en 16 uur en 14 % werkt meer dan 16 uur. In totaal werkt dus 86% van de werkzame scholieren van 17 jaar minder dan 16 uur per week (EBB 1998).


4.

Volgens het onderzoeksbureau Interview-NSS had in 1997 20% van de 12-,
13- en 14-jarigen een bijbaan en in 1999 was dat inmiddels opgelopen tot 28%. Hoe is deze stijging te verklaren? Waarom zijn de bijbanen in de vakantieperiode niet meegenomen? Zijn er gegevens/cijfers bekend over de inkomsten die deze jongeren ontvangen voor de verrichtte werkzaamheden, d.w.z de betalingen per uur? Hoeveel van deze jongeren ontvangen minimaal het minimumloon en hoeveel jongeren ontvangen minder dan het minimum-loon?

Antwoord

De stijging kan ten dele worden verklaard uit het feit dat jongeren een steeds belangrijkere doelgroep vormen voor bedrijven vanwege knelpunten op de arbeidsmarkt. Blijkens Interview-NSS-onderzoek («Jongeren '99) vinden jongeren het beschikken over en het besteden van geld steeds belangrijker. De meeste jongeren zijn tevreden over de beloning. De gemiddeld jaarlijkse inkomsten uit bijbaantjes van 12-14 jarigen zijn gestegen van 569 gulden (netto) in 1997 tot 1010 gulden in 1999 (Interview-NSS-onderzoek). Dit levert echter geen informatie op over gemiddelde uurlonen omdat het gemiddelde aantal uren per jaar niet bekend is. Mede daardoor zijn er geen actuele gegevens bekend over gemiddelde uur-lonen van 12- tot en met 14-jarigen. Voor de 12-,
13- en 14-jarigen is geen minimumloon van toepassing. Verder geldt dat in het Interview-NSS-onderzoek expliciet is gevraagd naar (bij)baantjes naast school. Dit betekent dat bijbanen in de vakantieperiode wel zijn mee-genomen maar niet het reguliere vakantiewerk dat tot de vakantieperiode van school beperkt blijft. De argumenten van het onderzoeksbureau Interview-NSS voor deze beperking zijn mij niet bekend. Overigens is regulier vakantiewerk ook minder relevant voor onderzoek naar de effecten van werken op leren.

2. Effecten van bijbaantjes op leven en leren

5.

Worden aan het CPB specifieke vragen gesteld die kunnen leiden tot een antwoord op de vragen gesteld in het dictum van de motie Van Gent c.s.26 800 XV nr. 42?

Antwoord

Neen; vooralsnog is er geen aanleiding in dit verband specifieke vragen te stellen aan onderzoeksinstellingen zoals het CPB.


6.

Over de effecten van bijbanen op het leven en leren van jongeren komen dit jaar verschillende onderzoeken beschikbaar (Scholierenonderzoek van het NIBUD en Rapportage Jeugd 2000 van het SCP). Welke leeftijdsgroepen jongeren zijn daarvoor onderzocht? Wordt de groep 13- en 14-jarigen meegenomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

In het onderzoek van het NIBUD en het SCP wordt aandacht besteed aan
12 tot en met 20-jarigen, dus ook aan 13- en 14-jarigen.

7.

Zal de regering een reactie toevoegen aan de uitkomsten van de SCP Rapportage Jeugd


2000?

Antwoord

Het is niet gebruikelijk dat het kabinet een reactie toevoegt aan rapportages van het SCP op het moment dat deze worden gepubliceerd. Het SCP heeft een eigen verantwoordelijkheid in het uitbrengen van rapportages.


3. Toerusting Arbeidsinspectie wat betreft naleving Arbeidstijdenwet tegenover

jongeren


8.

Is er bij het onderzoek onderscheid gemaakt tussen bijbaantjes en gecombineerde leer-werktrajecten en zo ja welke verhouding bestond er dan tussen bijbaantjes en gecombineerde werk-leertrajecten (dit mede in het kader van de recente discussie over het mogelijke uitbreiden van leer-werktrajecten naar het VMBO)?

Antwoord

In het onderzoek van de Arbeidsinspectie buiten de vakantieperiode blijven de gecombineerde leer- werktrajecten buiten beschouwing. De geformaliseerde en doelbewuste combinatie van werken en leren is niet vergelijkbaar met het verrichten van bijbanen door scholieren. Het doelbewust combineren van werken en leren is gericht op het optimaliseren van het leerproces en leidt in beginsel niet tot een extra belasting die negatieve effecten voor het leerproces kan opleveren. Om die reden gelden voor deze leer- werktrajecten andere wettelijke regels dan voor bijbanen.

Terzijde kan nog worden opgemerkt dat het NIBUD in het najaar start met een onderzoek naar de inkomsten, uitgaven en tijdsbesteding van
16- t/m 23-jarigen die participeren in het BBL met het oog op een adequate financiële voorlichting van deze specifieke groep jongeren. SZW zal dit onderzoek mede-financieren.


9.

In welke mate was er sprake van ernstige overtredingen die bij 35% van de bedrijven plaatsvonden en over wat voor soort overtredingen gaat het hierbij?

Antwoord

Er zijn 1985 bedrijven bezocht. Bij 2% van de bezochte bedrijven die van vakantiewerkers gebruik maken (29 van de 1346) was sprake van ernstige overtredingen. Het gaat daarbij om de volgende situaties:

Vakantiearbeid door kinderen jonger dan 13 jaar (in dat geval krijgen ook de ouders een proces-verbaal).

Kinderen (jonger dan 16 jaar) die arbeid verrichten:


-gedurende 6 dagen of meer achtereen;

-tussen 21.00 en 06.00 uur;

-met een rusttijd van minder dan 12 uur per dag, waarbij de op school doorgebrachte uren als arbeidstijd worden meegeteld.
Jeugdigen (16 en 17 jaar) die arbeid verrichten:


-gedurende 7 dagen of meer achtereen;

-tussen 00.00 en 06.00;

-met een rusttijd van minder dan 10 uur per dag;
-met een wekelijkse arbeidstijd van 55 uur,
-c.q. een arbeidstijd van 12 uur of meer per dienst.
Een combinatie van minder ernstige overtredingen van de Arbeidstijdenwet, c.q. Nadere Regeling Kinderarbeid met (minder ernstige) overtredingen op het gebied van arbeidsomstandigheden.


10.

In hoeverre wijkt het percentage en de aard van de overtredingen (bij
35% van de bedrijven) ten opzichte van 13-17 jarigen af van overtredingen bij andere leeftijdscategorieën (blz.2)?
Antwoord

Dit percentage en de aard van de geconstateerde overtredingen laten zich niet vergelijken met geconstateerde overtredingen bij andere leeftijdscategorieën. Het onderzoek was vooral gericht op sectoren waar vakantiekrachten konden worden aangetroffen en leeftijd is nu juist als criterium gebruikt in de definitie van overtredingen.


11.

Wat is er gebeurd met de 33% van de bedrijven waar wel een overtreding is geconstateerd, maar geen proces-verbaal is opgemaakt?

Antwoord

Deze bedrijven hebben conform het vigerende handhavingsbeleid een waarschuwingsbrief ontvangen. Indien de AI dezelfde overtreding vervolgens binnen een bepaalde periode opnieuw constateert dan leidt dat direct tot een proces-verbaal.


12.

De minister geeft aan dat het groeiend aantal bijbanen zonodig aanleiding zal zijn voor extra inzet en capaciteit van de Arbeidsinspectie. Waar doelt de minister op als hij het heeft over 'zonodig'? Kan de minister nadere informatie geven over de uitbreiding van de toerusting van de Arbeidsinspectie, indachtig het feit dat het aantal jongeren met een bijbaan toeneemt en de Arbeidstijdenwet specifieke regelingen kent met betrekking tot jeugdige werknemers?

Op grond van welke criteria zal beslist worden over de uitbreiding van de capaciteit van de Arbeidsinspectie?

Welke concrete maatregelen zullen worden genomen om ervoor te zorgen dat de Arbeids-inspectie voldoende zal zijn toegerust?

Antwoord

Zoals toegelicht in de brief van 6 april besteedt de Arbeidsinspectie veel aandacht aan de naleving van regelgeving ten aanzien van jongeren. Met de uitspraak dat het groeiend aantal bijbanen van jongeren «zonodig» aanleiding zal zijn voor een extra inzet van capaciteit wordt het volgende bedoeld: indien het werken door jongeren ernstige ongewenste effecten blijkt op te leveren in de zin van wetsovertredingen en/of in de zin van negatieve kwalitatieve effecten, bijvoorbeeld voor de schoolprestaties of voor de persoonlijke ontwikkeling, dan zal dat aanleiding zijn de inzet van de Arbeidsinspectie opnieuw te bezien. Met name het eerder genoemde onderzoek van de Arbeidsinspectie zal informatie (blijven) opleveren over de naleving van regelgeving terwijl het genoemde onderzoek van het NIBUD en het SCP informatie zal opleveren over de kwalitatieve effecten. Op dit moment zijn er geen indicaties dat de naleving van de regelgeving ernstige problemen oplevert en er is geen informatie beschikbaar over de kwalitatieve effecten. Vooralsnog zal de uitvoering van de handhavingstaken op dit terrein daarom binnen de huidige capaciteit van de Arbeidsinspectie dienen plaats te vinden.


13.

Wat zijn de te verwachten effecten van het voorstel van staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen inzake betaalde arbeid van 14-jarigen? Wat betekent dit voorstel voor de handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van arbeids-omstandigheden en arbeidstijden?

Antwoord

Het voorstel van staatssecretaris Adelmund is niet gericht op het stimuleren van betaald werk door 14-jarigen maar op het bieden van ruimere mogelijkheden voor duale leer-werktrajecten die jongeren de gelegenheid geven praktijkervaring op te doen. Dit kan de motivatie van leerlingen tot het volgen van onderwijs vergroten en dat kan vroegtijdige uitval verminderen en doorstroom naar vervolgonderwijs bevorderen. Gezien de beperkte omvang van duale projecten zal dat geen gevolgen hebben voor de handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden en arbeidstijden (zie ook het antwoord op vraag 8).


14.

Tijdens de behandeling van de begroting SZW voor het jaar 2000 heeft de minister aangegeven niet te voelen voor een minimumloon voor 13- en
14-jarigen, dit om het aanvaarden van betaald werk niet te stimuleren. De minister zegt te kiezen voor toezicht en handhaving van de regelgeving. Hoe denkt de minister daarover, nu blijkt dat steeds meer jongeren in deze leeftijd een bijbaan hebben en dat aantal nog zal groeien als gevolg van de uitspraken van staatssecretaris Adelmund?
Antwoord

Bij brief van 28 september 1999 heeft mijn ambtsvoorganger de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten het niet wenselijk te vinden een wettelijk minimumloon voor 13 en 14-jarigen in te voeren. Ik deel deze opvatting en de argumentatie die daaraan ten grondslag ligt. In deze brief wordt daarbij gewezen op het volgende. Ik verwijs ook naar mijn antwoord op de desbetreffende vragen van het lid van Gent ingezonden 20 april 2000 (kenmerk 2990010250)

Van 13 en 14-jarigen wordt niet verwacht dat zij toetreden tot de arbeidsmarkt. Derhalve is ook regelgeving gericht op bevordering van de werkgelegenheid niet van toepassing op 13-en 14-jarigen. Het is niet logisch regulering inzake de minimumbeloning uit te breiden voor groepen waarvan niet verwacht wordt dat zij deelnemen aan het arbeidsproces.

Door een minimumjeugdloon voor deze groep in te voeren, zou de onjuiste suggestie gewekt worden dat 13- en 14-jarigen volwaardig aan het arbeidsproces deelnemen. De toegestane werkzaamheden van 13- en
14-jarigen zijn echter aan strikte regels gebonden.
Door de criteria die daarbij gelden, namelijk buiten schooltijd plaatsvindende lichte, niet-industriële, hulparbeid, is in de regel sprake van werkzaamheden met een bijzonder karakter. Het is duidelijk niet zo, en het moet ook niet zo zijn, dat 13- en 14-jarigen zonder meer zelfstandig en volwaardig aan het arbeidsproces deelnemen. Groei van het aantal jongeren van 13- en 14 jaar met een bijbaantje acht ik zeker geen argument voor deze jongeren een wettelijk minimumloon in te voeren.

De voorzitter van de commissie,

Terpstra

De griffier van de commissie,

Van Dijk

Samenstelling:

Leden:

Plv. leden:

Terpstra (VVD), voorzitter

Biesheuvel (CDA)

Schimmel (D66)

Van Zijl (PvdA)

Bijleveld-Schouten (CDA)

Kalsbeek-Jasperse (PvdA)

Noorman-den Uyl (PvdA),

ondervoorzitter

Kamp (VVD)

Essers (VVD)

Van Dijke (RPF)

Bakker (D66)

Visser-van Doorn (CDA)

De Wit (SP)

Verburg (CDA)

Smits (PvdA)

Spoelman (PvdA)

Van der Staaij (SGP)

Orgü (VVD)

Harrewijn (GroenLinks)

Van Gent (GroenLinks)

Bussemaker (PvdA)

Balkenende (CDA)

Wilders (VVD)

Santi (PvdA)

Snijder-Hazelhoff (VVD)

E. Meijer (VVD)

Van Ardenne-van der

Hoeven (CDA)

Giskes (D66)

Van der Hoek (PvdA)

Dankers (CDA)

Hamer (PvdA)

Kortram (PvdA)

Blok (VVD)

Van Blerck-Woerdman

(VVD)

Van Middelkoop (GPV)

Van Vliet (D66)

Stroeken (CDA)

Marijnissen (SP)

Eisses-Timmerman (CDA)

Schoenmakers (PvdA)

Middel (PvdA)

Van Walsem (D66)

Weekers (VVD)

Vendrik (GroenLinks)

Rosenmöller (GroenLinks)

Wagenaar (PvdA)

Mosterd (CDA)

De Vries (VVD)

Oudkerk (PvdA)

Klein Molekamp (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie