Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Visitatie fysiotherapie, ergotherapie, bewegingstechnologie

Datum nieuwsfeit: 30-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
HBO-Raad

Persberichten


30-05-2000
Visitatie opleidingen Fysiotherapie, Ergotherapie en Bewegingstechnologie:
Inhoudelijke en didaktische vernieuwing onderwijs zet door, meer samenwerking noodzakelijk

De opleidingen Fysiotherapie, Ergotherapie en Bewegingstechnologie vernieuwen de curricula ingrijpend en doen dit voortvarend. Daaraan liggen nieuwe didactische inzichten en de veranderende behoeftes van het werkveld ten grondslag. Op deze wijze hebben de opleidingen tijdig gereageerd op de nieuwe visies in het veld over het beroep en de kwalificaties van de nieuwe beroepsbeoefenaar. Actieve werkvormen hebben hun intrede gedaan. Opleidingen verwachten van studenten in toenemende mate een productieve en zelfstandige opstelling. De rol van de docent verandert daardoor ingrijpend: van kennisoverdrager naar procesbegeleider. Onderwijs wordt in een meer geïntegreerde vorm aangeboden. Studenten werken aan opdrachten die rechtstreeks aan de beroepspraktijk zijn ontleend.

Dit constateert de visitatiecommissie die de kwaliteit van het onderwijs heeft onderzocht bij de 11 opleidingen Fysiotherapie, de drie opleidingen Ergotherapie en de opleiding Bewegingstechnologie. De commissie is in het algemeen van oordeel dat de opleidingen zich sinds de vorige visitatie hebben verbeterd. De voorzitter van de commissie, de heer prof. dr. R.A.B. Oostendorp zal het eindrapport 'Dynamiek in een veranderend decor' op 30 mei aanbieden aan de voorzitter van de HBO-raad, de heer prof. dr. F. Leijnse.
De gerealiseerde kwalificaties van afgestudeerden Fysiotherapie, Ergotherapie en Bewegingstechnologie zijn bij een meerderheid van de opleidingen voldoende voor een adequaat functioneren in de volle breedte van de beroepenvelden. De afgestudeerden van de opleiding Bewegingstechnologie zijn voldoende gekwalificeerd om in de beroepspraktijk te functioneren. Binnen de volle breedte van het werkveld (inclusief ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra) is de inzetbaarheid van fysiotherapeuten soms twijfelachtig. De kwalificaties van afgestudeerden van twee opleidingen Ergotherapie zijn nog zeer wisselend.

Het is noodzakelijk om in landelijk overleg te komen tot een inhoudelijk meer concrete invulling van de landelijke eindtermen. Zo kan een aantal basiskwalificaties worden vastgesteld waaraan elke beroepsbeoefenaar binnen de gevisiteerde domeinen moet voldoen. Bij veel opleidingen is sprake van een te hoge werkdruk. Om te komen tot een hoger rendement zijn intensievere samenwerking en meer afspraken tussen opleidingen noodzakelijk. De zogeheten 'peer review' kan daarbij een waardevol instrument zijn voor de gevisiteerde opleidingen om van elkaar te leren en elkaar te stimuleren. Het merendeel van de opleidingen houdt voldoende contact met relevante ontwikkelingen in het werkveld. Dit gebeurt vaak via een werkveldcommissie.

De vraag naar een (wetenschappelijke) onderbouwing van het handelen neemt toe. Aandacht voor wetenschappelijke oriëntatie is onontbeerlijk. Dat wordt door de meeste opleidingen onderschreven. Nagenoeg alle opleidingen passen de mogelijkheid toe om na het eerste jaar een bindend studieadvies uit te brengen. Daarbij is echter in onvoldoende mate sprake van een bewust en inhoudelijk gefundeerd selectiebeleid.
Het aantal beschikbare stageplaatsen binnen het gevisiteerde domein is krap. Dat geldt met name voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg en ziekenhuizen. Veel opleidingen stellen studenten in de gelegenheid om zelf een stageplaats te zoeken. Dat blijkt echter geen afdoende oplossing te zijn voor het tekort aan stageplaatsen. Daarnaast oordeelt de commissie dat de kwaliteitsborging van de stageplaatsen onvoldoende is gegarandeerd.
Een aanzienlijk deel van de afgestudeerden, in het bijzonder de fysiotherapeuten, werkt in het buitenland. De commissie heeft daarom met extra aandacht het aspect 'internationalisering' onderzocht. Daaruit blijkt dat de meeste opleidingen dit onderwerp niet stelselmatig benaderen. Het ontbreekt ook vaak aan een geëxpliciteerde visie op internationalisering. Zo is er beperkte aandacht voor regels en gebruiken van verschillende culturen. En zijn docenten vaak onvoldoende geïnformeerd over de registratiecriteria en mogelijkheden in andere landen.

De samenstelling van de commissie was als volgt: Voorzitter: de heer prof. dr. R.A.B. Oostendorp, wetenschappelijk directeur Nederlands Paramedisch Instituut te Amersfoort, bijzonder hoogleraar Paramedische Zorg UMC Sint Radboud te Nijmegen.

De leden van de commissie:

- de heer prof. dr. A. Versprille, tevens vice-voorzitter, klinisch fysioloog, emeritus hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR);
- de heer J. Cloïn, kinderfysiotherapeut, hoofd van de dienst Fysiotherapie Sint Joseph Ziekenhuis te Veghel;
- de heer A.A. Golja, student Fysiotherapie aan de Hogeschool Rotterdam; lid van het Hogeschool Studenten Overleg;
- mevrouw A.H. Poll, kwaliteitsadviseur met betrekking tot innovatieve projecten bij ZOA zorgverzekeringen;

- de heer H. Rijswijk, zorgmanager bij het Revalidatiecentrum Amsterdam;

- de heer prof. dr. P. van Roy, hoogleraar anatomie en toegepaste biomechanica aan de faculteit lichamelijke opvoeding en kinesitherapie, alsook aan de faculteit geneeskunde en farmacie van de Vrije Universiteit Brussel; gewezen docent en/of directeur bij hogescholen kinestherapie en fysiotherapie in België, Nederland en Zwitserland;

- mevrouw A.M.V. Stoopendaal, ergotherapeut en voormalig voorzitter Nederlandse Vereniging van Ergotherapie (NVE);

- de heer J.M. Tanis, Manager Physiotherapy Services Addenbrooke's NHS Trust, Cambridge, Verenigd Koninkrijk. Tevens lid van de Council of the Chartered Society of Physiotherapy;

- mevrouw A. Weise, student Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam, lid van de Instituutsmedezeggenschapsraad. Adviseur voor de opleiding Bewegingstechnologie was mevrouw drs. J.C.M. Derksen, voorheen werkzaam bij de afdeling Biomedische natuurkunde en technologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

EINDE PERSBERICHT

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie