Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg inspectieonderzoek bouwregelgeving 1999

Datum nieuwsfeit: 30-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inspectieonderzoek bouwregelgeving 1999
Gemaakt: 5-6-2000 tijd: 12:44


1


26800 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2000
Nr. 67 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 30 mei 2000

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<1> heeft op 11 mei 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Remkes van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over het inspectieonderzoek Bouwregelgeving 1999 (26800-XI, nr. 61).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Verbugt VVD) merkte op dat de bouwregelgeving momenteel zo'n
25.000 pagina's beslaat. Zij achtte het wenselijk, vanuit het uitgangspunt dat regelgeving toegankelijk en handhaafbaar moet zijn, dat wordt onderzocht of met minder regelgeving volstaan kan worden. Het Bouwbesluit, dat uit 1992 dateert, heeft aan de ene kant een aanzienlijke verbetering teweeggebracht, omdat hiermee een eind kwam aan de onoverzichtelijke veelheid aan varianten in de gemeentelijke bouwverordeningen. Aan de andere kant bestaat terecht veel kritiek op de complexiteit van het Bouwbesluit en is het van belang dat gekeken wordt of vereenvoudiging en minder regeldruk mogelijk is. Zowel de architecten als de bouwsector zeggen niet te kunnen werken met het Bouwbesluit, terwijl de gemeentes niet in staat zijn de handhaving te waarborgen. Er is regelmatig sprake van verwarring vanwege de onduidelijke juridische status van de NEN-normen en de tegenstrijdigheden tussen NEN-normen en Bouwbesluit. Zij was blij dat de staatssecretaris van plan is om nog in deze kabinetsperiode verbeteringen aan te brengen op dit vlak.

In 2001 zal een vernieuwd Bouwbesluit het licht zien. Welk uitgangspunt kiest de staatssecretaris hierbij? Gaat het om een optimalisatie van de bestaande regels of om een algehele herschrijving? Zal er in dat kader ruimte zijn voor een fundamentele herbezinning, vooral met het oog op deregulering? Naast het beter op elkaar afstemmen van de verschillende regels, lijkt de tijd rijp voor een grondige discussie over de vraag welke zaken in het Bouwbesluit opgenomen dienen te worden. Zaken met betrekking tot gezondheid, veiligheid en constructieve stabiliteit moeten vanzelfsprekend een plaats krijgen, maar het is de vraag of de bruikbaarheid expliciet met zoveel regels moet worden vastgelegd. Burgers zijn heel goed in staat zelf keuzes te maken op het terrein van de indeelbaarheid van hun woning.

Haar fractie is verheugd dat de staatssecretaris het individuele opdrachtgeverschap wil stimuleren. Wat vindt de staatssecretaris van de kritiek dat de bouwregelgeving en het Bouwbesluit het ontplooien van individuele gebruikerswensen in de weg staan? Is hij bereid om op dit punt te komen tot deregulering? Het Bouwbesluit moet vooral zaken regelen die het individu te boven gaan.

Haar fractie is geschrokken van de resultaten van het inspectieonderzoek over de gebrekkige handhaving van de bouwregelgeving door gemeentes en de publicatie in Cobouw over de wijze van doorberekenen van de legeskosten aan de burger. De staatssecretaris zal samen met de VNG een actieplan opstellen om tot verbetering te komen. Mevrouw Verbugt zou graag zien dat bij het opstellen hiervan ook advies wordt gevraagd aan het bouwbedrijfsleven. Is al een tijdpad uitgezet voor de totstandkoming van het plan? En hoe denkt de staatssecretaris te kunnen bewerkstelligen dat gemeentes hun wettelijke taken op het gebied van naleving van bouwregelgeving beter en tegen een redelijke prijs gaan vervullen?

Het inspectierapport merkt de complexiteit van de bouwregelgeving en de hanteerbaarheid van het Bouwbesluit als punten van zorg aan. Kan de staatssecretaris zijn standpunt toelichten dat voor hem niet vaststaat dat de gebrekkige kwaliteit van de gemeentelijke toetsing te wijten is aan de aard en complexiteit van de bouwregelgeving? Haar fractie is er overigens met de staatssecretaris tegen dat gemeentes boven op de landelijk vastgestelde regels eigen aanvullende regels stellen. Hoe denkt de staatssecretaris dit te voorkomen?

Uit het inspectierapport blijkt dat grotere gemeentes het Bouwbesluit niet beter uitvoeren dan kleinere, ondanks het feit dat zij meer armslag hebben om deskundigheid en menskracht in te huren. Hoe denkt de staatssecretaris over het creëren van meer mogelijkheden voor gemeentes om de bouwtoetsing uit te besteden? Hoewel de eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op de bouwkwaliteit bij de overheid dient te blijven liggen, is er voldoende reden om na te denken over alternatieven voor bestaande controlesystemen. Zo blijkt de technische toetsing in vele gevallen zeer specialistisch te zijn geworden waardoor gemeentes vaak niet beschikken over de benodigde knowhow. Uitbesteding of procescertificatie in samenspraak met de bouwsector zou hier een oplossing kunnen bieden. Mevrouw Verbugt vroeg in dit verband speciale aandacht voor de positie van het MKB in de bouwsector.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) was van mening dat de bouwregelgeving vele zeer belangrijke zaken bevat op het gebied van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van bebouwing. Zij zou hier graag de "levensloopbestendigheid" van de woning aan toevoegen. Naast regelgeving voor woningen gaat het bij de bouwregelgeving ook om wetgeving voor bedrijven, zoals de Arbo-wetgeving. Zij wilde dan ook niet te snel de conclusie trekken dat er bij het Bouwbesluit sprake is van onverantwoorde regelzucht van de overheid. Er is niets op tegen om het Bouwbesluit goed door te lichten, maar dit dient dan wel gefundeerd en op grond van goede motieven te gebeuren. Daarbij is het raadzaam breed het advies van deskundigen te vragen, zoals de vakbeweging, de milieubeweging, de bouwsector en de huurdersverenigingen, alvorens over te gaan tot deregulering of het schrappen van regels. Mevrouw Van Gent zou graag een overzicht ontvangen van zaken die als overbodig worden aangemerkt. Daarnaast is het nodig om rekening te houden met de eisen van een veranderende samenleving, waardoor zaken als duurzaamheid en milieu wellicht aangescherpt dienen te worden in de regelgeving. Hoe kijkt de staatssecretaris hiertegenaan?

Het is schokkend dat uit het rapport van de inspectie blijkt dat in
258 van de 300 onderzochte bouwplannen het Bouwbesluit niet op een juiste manier gecontroleerd en gehandhaafd is. Het gaat hierbij om fundamentele zaken als ingangen, energiezuinigheid, brandveiligheid, asbest en bodemsanering. Het is normaal dat de burger leges moet betalen, maar hij moet dan wel kunnen rekenen op een adequate controle van de bouwregelgeving. Het gaat evenmin aan de conclusies van het inspectierapport te bagatelliseren met de opmerking dat er nog nooit ernstige ongelukken zijn gebeurd. Het gaat erom de uitvoering van de regelgeving te optimaliseren.

Er zal een handreiking bouw- en woningtoezicht worden uitgegeven door de VNG die gemeentes moet activeren en motiveren het Bouwbesluit op een goede wijze uit te voeren. Een dergelijk communicatietraject is een goed streven, maar praten alleen is niet genoeg. Om de juiste inzet te kunnen plegen, is deskundigheid vereist. Een communicatietraject dat tot 2003 loopt, leek mevrouw Van Gent veel te lang. Betekent dit dat er dan tot 2003 "ongecontroleerd raakgerommeld" kan worden? Zij was benieuwd naar de nadere maatregelen die de staatssecretaris in de nota Wonen zal aankondigen, maar maatregelen op papier garanderen nog geen goede uitvoering van het Bouwbesluit. Waaraan denkt de staatssecretaris als hij spreekt over het sanctioneren van gemeentes die consequent tekortschieten? Blijft het bij een bestraffende vinger of worden duidelijke sancties overwogen? Hoe denkt de staatssecretaris over de suggestie om bij een onvoldoende uitvoering van de regelgeving door gemeentes het bouw- en woningtoezicht op kosten van de betreffende gemeentes uit te besteden? Wie is overigens verantwoordelijk als woningen niet conform het Bouwbesluit of de bouwregelgeving gebouwd zijn? Is dat de gemeente of de bouwonderneming? En kan de burger in dergelijke gevallen een claim indienen?

Tot slot vroeg mevrouw Van Gent hoe de "liberalisering van de welstand" zich verhoudt tot de handhaving van het Bouwbesluit.

Mevrouw Kortram (PvdA) was bijzonder verontrust over de uitkomsten van het inspectierapport. Er is al vaker gesproken over de gebrekkige handhaving van het ruimtelijk beleid en de bouwregelgeving. Moet hieruit worden afgeleid dat de overheid niet in staat is om haar eigen regelgeving te handhaven? Dit zou een ernstige zaak zijn, die het vertrouwen van de burger in de overheid zal verminderen, terwijl bij de bouwregelgeving belangrijke zaken als gezondheid, veiligheid en welbevinden op het spel staan.

Bij het vorige inspectieonderzoek dat uit 1996 stamt, kwamen deels vergelijkbare knelpunten en aanbevelingen uit de bus. Was toen ook niet al een nieuwe handreiking bouw- en woningtoezicht toegezegd? Zal de nieuwe handreiking voldoende aansluiten op knelpunten die de praktijk ervaart?

De staatssecretaris beroept zich erop dat "er zich tot op heden geen noemenswaardige ongelukken hebben voorgedaan ten gevolge van slechte bouwconstructies en dat de betrokken partijen in de bouw in de praktijk zelf de constructieve veiligheid van bouwwerken regelen". Ook de inspectie geeft aan dat er in de praktijk geen aanleiding is om te veronderstellen dat de kwaliteit van de bouw in ernstige mate in het geding is. Maar in het rapport wordt wel gesproken over het gevaar voor brandoverslag bij verbouw- en nieuwbouwplannen en tekortkomingen die zich voordoen bij de asbestverwijdering. Welke acties overweegt de staatssecretaris op dit punt?

Ook de politiek-maatschappelijke doeleinden die via regelgeving moeten worden afgedwongen, zoals energiebesparing en aanpasbaar wonen, blijven onderbelicht. Door onvoldoende controle op de naleving van de regelgeving vinden deze zaken hun weg niet naar de praktijk. Kan de staatssecretaris nader ingaan op de knelpunten die zich hierbij voordoen? Kan hij aangeven welk deel van de woningvoorraad reeds aanpasbaar gebouwd is en welk deel van de nog te bouwen woningen aanpasbaar gebouwd zal worden? Haar fractie is van mening dat het inspectierapport in het kader van de vergrijzing veel meer aandacht moet besteden aan aanpasbaar bouwen en dat de uitvoering en handhaving van EPC bedroevend is. In 2020 moet bijna de helft van de woningvoorraad geschikt zijn voor bewoning door ouderen.

De staatssecretaris heeft met de bouwpraktijk uitgangspunten geformuleerd om procescertificering mogelijk te maken. Welke uitgangspunten en criteria zijn tot nu toe geformuleerd en uitgewisseld? Wat betekent de opmerking "dat het aan de bouwpraktijk ligt om tot een verdere uitwerking te komen"?

De heer Rietkerk (CDA) was geschrokken van de slechte resultaten die uit het onderzoeksrapport van de inspectie naar voren komen. Het betreft daarbij niet alleen de handhaving maar ook zaken met betrekking tot veiligheid, gezondheid en betrouwbaarheid van de overheid. Hij miste in het rapport een analyse van de rol van de wetgever. Niemand zal ontkennen dat de bouwregelgeving complex is, maar wat is nu de rol van de wetgever en van de inspectie daarbij? Worden er door de wetgever wel duidelijke normen gesteld en zijn deze inderdaad te handhaven? Dit staat los van het feit dat zaken met betrekking tot veiligheid en gezondheid goed geregeld moeten worden.

Een ander punt betreft de kwaliteit van de wetgeving. Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij daarmee naar de toekomst toe wil omgaan? Meer transparantie en minder complexiteit in de regelgeving is geboden. De deregulering van de bouwregelgeving heeft tot nu toe te weinig effect gehad, waarbij onder deregulering niet alleen minder regelgeving maar ook herschikking of verbetering ervan dient te worden verstaan. De heer Rietkerk riep de staatssecretaris op kampioen van de deregulering te worden. Daarbij is het van belang dat regelingen met betrekking tot veiligheid en gezondheid transparant, minder complex en meer gebruikerscentraal worden. Hetzelfde geldt voor het thema aanpasbaar bouwen. Wanneer direct bij de bouw aandacht wordt besteed aan aanpasbaar bouwen voor de steeds groter wordende groep oudere mensen, kan dit vele kosten besparen. Zijn fractie acht het van belang dat kaders worden geschapen op het punt van gebruikerswensen. Invulling van de normen kan dan geschieden door de gebruikers zelf in overleg met betrokken partijen.

Zijn fractie beschikt niet over een overzicht van zaken die aangepast of geschrapt kunnen worden. De heer Rietkerk zou daarom graag van de staatssecretaris horen op welke wijze hij invulling denkt te gaan geven aan de deregulering. Het is gemakkelijk om op grond van het inspectierapport kritiek uit te oefenen, maar hij wil graag een meer fundamentele discussie voeren. Hij wil zicht hebben op de hoofdlijnen. Daarbij gaat het om de kwaliteit van de wetgeving en de verantwoordelijkheid die wetgever en medewetgever daarbij hebben. Het Bouwbesluit bevat naast wet- en regelgeving van de overheid ook een grote hoeveelheid jurisprudentie, wat te wijten is aan de vage normering. Het stellen van duidelijke kaders en normen kan hier verhelderend werken. In het algemeen was de heer Rietkerk meer een voorstander van minder regels die dan ook echt te handhaven zijn dan van een regelgeving die zo gedetailleerd is dat handhaving onmogelijk wordt. Hij wil liever van onderaf beginnen. Als de regelgeving na vereenvoudiging op bepaalde punten toch onvoldoende blijkt te zijn, kan deze altijd weer uitgebouwd worden. Hoe kijkt de staatssecretaris hier tegenaan? Het leek de heer Rietkerk overigens een goed idee om bij het doorlichten van de regelgeving een breed extern advies te vragen aan alle betrokken partijen.

Het was de heer Rietkerk opgevallen dat ideeën van de staatssecretaris op het punt van het digitaliseren van de regelgeving ontbreken. Wat vindt de staatssecretaris van de gedachte om de grote hoeveelheid regels makkelijker hanteerbaar en toegankelijk te maken via de informatietechnologie? Het zou goed zijn om het gehele traject van de aangewezen publiek- en privaatrechtelijke wet- en regelgeving, gekoppeld aan een beroepsspecifieke aanpak, in beeld te brengen. Als de beschikbare informatie op een goede wijze gefilterd wordt, kan de betreffende beroepsgroep in een oogopslag de voor haar actuele informatie inzien. Is de staatssecretaris bereid om hier serieus naar te kijken?

De staatssecretaris zal in de nota Wonen invulling geven "aan de betekenis van de bouwregelgeving op de lange termijn". Kan hij nu vast een tipje van de sluier oplichten?

In het rapport wordt gewezen op de rol van de gemeente en de inspectie op het gebied van de handhaving. Zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van deze partijen voldoende duidelijk? In het rapport ontbreekt de provincie, terwijl aan de provincie bij de komende wetswijzigingen op het gebied van de ruimtelijke ordening nadrukkelijk een rol wordt toebedeeld. Is het niet goed om eens te kijken of bepaalde gemeentes die de kwaliteit om goed te handhaven niet in huis hebben, een beroep kunnen doen op de provinciale handhavingteams op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu? Dit dient natuurlijk op vrijwillige basis te gebeuren. Ook het uitbesteden van de technische uitvoering van het bouw- en woningtoezicht door gemeentes aan een particulier bureau behoort wat hem betreft tot de mogelijkheden, mits dit niet leidt tot jarenlang uitstel. De heer Rietkerk wees in dit verband op het proces van certificering bij het Bouwstoffenbesluit wat zeven jaar heeft geduurd. Dit moet dan wel in overleg met het bedrijfsleven en het MKB gebeuren en vergezeld gaan van een goede voorlichting. Het primaat voor de handhaving dient echter bij de rijksoverheid te blijven liggen. Ziet de staatssecretaris hier mogelijkheden?

De staatssecretaris heeft in zijn brief gesproken over een vorm van sancties voor gemeentes die in gebreke blijven. Aan welke sancties denkt hij? Wanneer zal er sprake zijn van sancties? Op welke wijze zullen de sancties worden toegepast?

Kan de staatssecretaris toelichten wat hij bedoelt met de opmerking dat vereenvoudiging zal plaatsvinden door het opstellen van een nieuwe AMvB (algemene maatregel van bestuur) voor indieningsvereisten voor bouwaanvragen?

Tot slot merkte de heer Rietkerk op dat zijn fractie hecht aan een inzichtelijke relatie tussen de prestatie van de gemeentes en de bouwleges voor de burger.

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris merkte op dat het uitgangspunt in de discussie over de bouwregelgeving en de handhaving moet zijn dat de regelgeving zodanig is dat zij in redelijkheid goed te handhaven is. Het gaat bij de 25.000 pagina's bouwregelgeving op het gebied van woningen om 70 eisen op het terrein van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid (toegankelijkheid, trappen, plafonds, deuren en energie. Daarin zijn ook 150 NEN-normen en 4000 certificaten van de SBK opgenomen. Hij was het niet eens met de opvatting van de VNG dat de regelgeving te ingewikkeld is daarom slecht te handhaven valt. Als er regelgeving is van de zijde van de rijksoverheid, dient deze gehandhaafd te worden. Er is geen enkel excuus om dit niet of niet adequaat te doen. Hij was geschrokken van het inspectierapport, zeker tegen de achtergrond van de uitkomsten van het rapport van 1996.

Ook over de vraag waar de verantwoordelijkheden liggen, bestaat geen misverstand. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde kwaliteit ligt bij de bouwpraktijk. Deze is aansprakelijk voor de geleverde kwaliteit. Het eerstelijnstoezicht ligt bij de gemeentes en het tweedelijnstoezicht bij de rijksoverheid. Aan dit toezicht wordt uitvoering gegeven door de inspectie volkshuisvesting (IHV). Een probleem dat zich hierbij voordoet is dat er op dit ogenblik niet of nauwelijks sancties zijn als gemeentes het toezicht op de regelgeving niet adequaat uitvoeren. Er is met de bevoegdheden zoals deze er nu liggen, geen andere mogelijkheid dan het inzetten van een communicatietraject aan de hand van de handreiking bouw- en woningtoezicht. De veronderstelling dat er tot 2003 dus alleen langs deze lijn gewerkt zal worden, berust echter op een misverstand. Het is de bedoeling dat alle gemeentes in de komende tijd aan een inspectie worden onderworpen. Daarmee wordt dit jaar een begin gemaakt. De afzonderlijke onderzoeken worden afgesloten met een eindrapport met aanbevelingen. Hierover worden zo nodig concrete afspraken gemaakt tussen gemeente en inspectie. Daarop vindt te zijner tijd een nacontrole plaats. Ook bij de gevallen die in het inspectierapport zijn onderzocht, zal deze nacontrole plaatsvinden. Als er geen verbetering optreedt, zal hieraan een bestuurlijk gevolg gegeven worden. Eenieder zal begrijpen dat een inspectieonderzoek bij alle gemeentes de nodige tijd gaat kosten. Mocht dit voor 2003 gerealiseerd kunnen worden, dan zal dat zeker gebeuren. Het is zijn ambitie om met de nodige voortvarendheid te werk te gaan.

Het is, zoals gezegd, een zeer onbevredigende situatie dat er in de bestaande situatie alleen mogelijkheden zijn om met gemeentes in overleg te treden via het communicatietraject, omdat dit absoluut onvoldoende is. Er wordt daarom overwogen om een aantal sancties vast te gaan leggen in wet- en regelgeving. Dit traject zal gelijktijdig met het communicatietraject dat loopt, in gang gezet worden. Zolang de wettelijke procedures nog niet volledig zijn afgewikkeld, zijn sancties echter nog niet mogelijk en blijft uitsluitend het voeren van bestuurlijk overleg over, ook al is dit onvoldoende. Zodra een wettelijk kader voor een aantal sancties is opgesteld, zal hierover met de Kamer gesproken worden. De staatssecretaris wilde dit traject met de nodige ambitie ingaan, maar kon niet exact aangeven wanneer deze wetgeving bij de Kamer komt. Overigens gaat het bij sancties uitsluitend om sancties voor de gemeentes als
eerstelijnstoezichthouder en niet voor de bouwpraktijk.
De staatssecretaris wees er nadrukkelijk op dat het ingaan van het communicatietraject even belangrijk is als het toepassen van sancties, omdat uitvoering van de bouwregelgeving op de werkvloer van de gemeentes moet geschieden. Het is dan ook een illusie om te verwachten dat er van vandaag op morgen een verbetering in de werkwijze van gemeentes zal optreden. Er zal in overleg met VNG een zeer intensief traject worden opgezet. De handreiking bouw- en woningtoezicht die een dezer dagen klaar is, is het startpunt van dat proces. Het streven is om het hele actieprogramma dat samen met de VNG wordt opgesteld, voor de zomer klaar te hebben. Overigens staat of valt het hele proces met de vraag welke politieke prioriteit er op gemeentelijk niveau aan wordt toegekend. Uitvoering van het proces zal zich moeten vertalen in bestuurlijke aandacht, menskracht en een adequate organisatie. De politieke prioriteitstelling is een punt van overleg met de VNG.

De staatssecretaris stond in principe positief tegenover het instrument van de procescertificering. Dit punt is in 1997 bij de bespreking van het MDW-rapport voor het eerst ter tafel gekomen. Voor het rijk is in dit proces een faciliërende rol weggelegd. De procescertificering dient een wettelijke verankering te krijgen. Het rijk kan helpen bij het opstellen van de beoordelingsrichtlijnen en het medebevorderen van experimenten, maar uiteindelijk moet het systeem gedragen worden door de bouwpraktijk. Dit punt is momenteel onderwerp van overleg in het overlegplatform bouw. Hij hoopte dat de bouwpraktijk deze uitdaging met voortvarendheid zal oppakken, omdat een dergelijke constructie de gemeentes qua werk behoorlijk kan ontlasten. Procescertificering heeft te maken met de handhaving. Het houdt in dat bedrijven certificaten krijgen die een kwaliteitswaarborg inhouden. Als gevolg van het hebben van een kwaliteitswaarborg kunnen de handhavingstaken voor gemeentes veranderen c.q. verminderen. Hij wees hierbij op het niet denkbeeldige risico dat gemeentes vanwege het feit dat in de toekomst aan een andere systematiek gewerkt zal worden, aan de handhaving geen hoge prioriteit meer zullen toekennen. Het is daarom van belang dat gemeentes gehouden worden aan het op adequate wijze invulling geven aan het eerstelijnstoezicht.

De staatssecretaris had in de afgelopen tijd het gevoel gekregen dat het bij de bouwregelgeving is als bij zwemmen in stroop. Dit heeft te maken met de vele verschillende partijen die hier een rol spelen en de verschillende belangen die zij hebben. Het was hem niet bekend dat de bouw en het bedrijfsleven het mes willen zetten in de bouwregelgeving. In het overlegplatform bouw waarin het gehele bouwbedrijfsleven met andere betrokken partijen aan tafel zit, is afgesproken dat de bouwregelgeving nog eens fundamenteel tegen het licht gehouden wordt. Daarbij is ook de vraag aan de orde waar de verantwoordelijkheden behoren te liggen. Dat proces moet aan het einde van dit jaar zijn afgerond. De verwachting is dat dit concrete resultaten zal opleveren.

Daarnaast is de conversie van het Bouwbesluit aan de orde die beoogt om de leesbaarheid en de bruikbaarheid ervan aanzienlijk te verbeteren. Dit is een lastige operatie. Na een aantal aanloopproblemen ligt dit proces nu goed op koers. De bedoeling is om in principe op een andere wijze vorm te geven aan het bestaande Bouwbesluit.

Verder liggen er nog een aantal incidentele concrete voorstellen. De staatssecretaris refereerde in dit verband aan de moeizame discussie over de keukeninrichtingen en de toiletpotten, waarbij duidelijk bleek dat er sprake is van verschillende belangen. Er dient telkens opnieuw in alle zorgvuldigheid een politieke afweging te worden gemaakt, afhankelijk van de behoeften anno 2000. De staatssecretaris wilde samen met de Kamer graag kritisch naar de concrete voorstellen kijken. Ook in zijn ogen betekent deregulering niet dat er alleen maar regels geschrapt worden. In sommige gevallen zal vanuit goede motieven en vanuit de doelstelling en ambitie van de overheid anno 2000 geconcludeerd worden dat extra regels nodig zijn, terwijl in andere gevallen de conclusie zal zijn dat met minder regels volstaan kan worden. Bij de bruikbaarheid, de vrije indeelbaarheid van woningen is de vraag aan de orde of de bouwregelgeving in sommige gevallen inderdaad de realisering van kwaliteit in de weg staat. Hier dient hier heel kritisch naar gekeken te worden, waarbij een adviserende taak is weggelegd voor het overlegplatform bouw.

De staatssecretaris wilde niet vooruitlopen op de discussie over de "liberalisering van de welstand" versus de handhaving van het Bouwbesluit, die nog gevoerd zal worden in de Kamer.

De indieningsvereisten voor bouwaanvragen verschillen op dit moment van gemeente tot gemeente. Het leek hem daarom vanuit een oogpunt van eenduidigheid nuttig om hiervoor in een AMvB regels te stellen.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Verbugt (VVD) was het met de staatssecretaris eens dat de regels die van overheidswege gemaakt worden, gehandhaafd moeten worden, maar deze regels dienen dan wel transparant te zijn. Zij was blij dat de staatssecretaris ambities heeft op dit punt. Haar fractie verwacht veel van de conversie van het Bouwbesluit. Deregulering kan in dat kader een middel zijn om het systeem van handhaving beter hanteerbaar te maken. Het verheugde haar dat de staatssecretaris kritisch wil kijken naar de regelgeving rond de bruikbaarheid van woningen en de individuele wensen van burgers.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) bleef moeite houden met het feit dat er geen sancties zijn voor gemeentes die de regelgeving van het Bouwbesluit niet adequaat handhaven. Ambities zijn mooi, maar zij zou deze graag vertaald zien in de toezegging dat het inspectieonderzoek van alle gemeentes eind 2001 is afgerond. Zij waarschuwde opnieuw dat versoepeling van de bouwregels ook een aantal gevaren kan inhouden. Zij was blij met de uitspraak van de staatssecretaris dat hij minder regels niet als een doel op zich ziet en dat hij onderkent dat op een aantal punten zoals duurzaamheid wellicht nieuwe regels moeten worden toegevoegd. Zij benadrukte nogmaals het belang van een integraal beleid, omdat de regelgeving niet alleen woningen maar ook de Arbo-wetgeving in bedrijven omvat.

Mevrouw Kortram (PvdA) was blij dat de staatssecretaris van mening is dat vereenvoudiging en vermindering van regelgeving niet altijd hand in hand hoeven te gaan en dat uitbreiding van regelgeving evenzeer een optie is, als zich in de toekomst nieuwe ontwikkelingen voordoen.

Zij vroeg opnieuw welke korte- en langetermijnacties de staatssecretaris overweegt om het gevaar van brandoverslag en de risico's bij asbestverwijdering te verminderen. Kan de staatssecretaris ingaan op de knelpunten die zich voordoen bij het aanpasbaar bouwen? Kan hij aangeven welk deel van de woningvoorraad reeds aanpasbaar is gebouwd? Kan hij de Kamer schriftelijk informeren over de uitgangspunten die hij met de bouwpraktijk heeft gewisseld over de procescertificering?

De heer Rietkerk (CDA) kon zich goed vinden in de lijn die de staatssecretaris inzet bij de conversie van het Bouwbesluit. Naast vereenvoudiging is ook het voorkomen van juridificering van belang. Hij was het ermee eens dat het eerstelijnstoezicht bij de gemeente berust, maar zag graag dat de staatssecretaris samen met de VNG een mechanisme ontwikkelt waardoor de druk op gemeentes kan worden opgevoerd bij een ongunstige uitslag van het inspectierapport.

Hij vroeg opnieuw naar de ideeën van de staatssecretaris om het nieuwe Bouwbesluit makkelijker toepasbaar en inzichtelijker te maken via de informatietechnologie. Dit zal ook de beroepsgroepen ten goede komen. Een dergelijk systeem spaart tijd, is klantvriendelijk en past bij deze tijd.

Kan de staatssecretaris ingaan op de relatie tussen de gemeentelijke en de provinciale inspectie op het vlak van de handhaving naar de toekomst toe?

Het traject van de procescertificering heeft de steun van zijn fractie. Komt de handhaving echter niet in een ander daglicht te staan, als dit proces slaagt?

Kan de staatssecretaris inzicht geven in de sancties waaraan gedacht wordt? Kan hij een tussenevaluatie toezeggen van de punten die in het overlegplatform bouw besproken worden?

De staatssecretaris merkte op dat in de nota Wonen een bepaalde lijn wordt gekozen ten aanzien van het thema bouwregelgeving. Een aantal activiteiten is in het overlegplatform bouw aan de orde. Hij zou de Kamer na afronding van de fundamentele gedachtewisseling in het overlegplatform bouw op de hoogte stellen van de conclusies. De resultaten van de conversie van het Bouwbesluit en van de gesprekken in het overlegplatform bouw zullen volgend jaar aan de orde zijn. Verder bepaalt de Kamer het tempo van behandeling van een aantal deelonderwerpen, zoals de wijziging van de Woningwet. Hij kon op dit moment niet exact aangeven wanneer de wetgeving op het gebied van de sancties gereed zal zijn. Dit hangt mede af van het bestuurlijk overleg met VNG. Het is echter niet de bedoeling om dit op de lange baan te schuiven omdat het instrument van sancties voor gemeentes een goede stok achter de deur is.

De informatietechnologie biedt op zich interessante perspectieven en is een bruikbaar instrument. Hij was graag bereid om dit punt in het overleg met VNG aan de orde stellen. Ook het ICT-proof maken van de conversie van het Bouwbesluit leek hem een goede gedachte, al zal de wens tot invoering van een dergelijk systeem in de eerste plaats door de gemeentes gedragen moeten worden. Het rijk moet hierbij niet in een bepaalde verantwoordelijkheid worden gedrukt.

De provincie heeft een bepaalde rol als het gaat om handhavingsaspecten zoals ruimtelijke ordening en milieu. Hij koesterde niet de illusie dat de inspectie van de provincie op korte of middellange termijn een rol kan spelen op het terrein van de handhaving van het Bouwbesluit. Hij stond overigens open voor iedere discussie over een verschuiving van verantwoordelijkheden. Hij zou er overigens wel voor zijn dat de provincie in de toekomst scherper in beeld komt op het gebied van woonverantwoordelijkheden.

Hij stelde opnieuw dat de sanctiewetgeving met de nodige ambitie zal worden aangepakt. Ook de doelstelling om de inspectieonderzoeken van alle gemeentes in 2003 afgerond te hebben, is behoorlijk ambitieus. Toezeggen dat het sneller kan, zou valse verwachtingen wekken.

Hij achtte het heel goed mogelijk om aan risicopunten zoals asbest en brandoverslag meer prioriteit toe te kennen in de rapportages van de inspectie.

De voorzitter van de commissie,

Reitsma

De griffier van de commissie,

De Gier


1 Samenstelling:

Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Van Middelkoop (RPF/GPV), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Ravestein (D66), Oplaat (VVD), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Van Gent (GroenLinks), Udo (VVD), Waalkens (PvdA), Schoenmakers (PvdA)

Plv. leden: Leers (CDA), Dijksma (PvdA), Stellingwerf (RPF/GPV), Valk (PvdA), Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Van 't Riet (D66), Giskes (D66), Niederer (VVD), Van den Akker (CDA), Halsema (GroenLinks), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hindriks (PvdA), Spoelman (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie