Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financien: evaluatie bestuurlijke boeten

Datum nieuwsfeit: 31-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Evaluatie bestuurlijke boeten


Directie Planning Financiën en Control

Aan de Voorzitter van de Tweede kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

PFC 2000-376M

31 mei 2000

Onderwerp

evaluatie bestuurlijke boeten

Geachte mevrouw Van Nieuwenhoven,

Hierbij bied ik u aan de evaluatie van de Invoeringswet bestuurlijke boeten (24800). Dit naar aanleiding van de motie van het Tweede Kamerlid, mevrouw B.M. de Vries c.s. waarin werd verzocht de werking van de in de Wet bestuurlijke boeten genomen maatregelen te evalueren en daarbij zorg te dragen voor een zodanige rapportage dat een objectieve beoordeling van de effecten van de maatregelen op de relatie Belastingdienst/belastingplichtige mogelijk is (Tweede Kamer, vergaderjaar 1995-1996, 23470, nr. 13). De evaluatie is uitgevoerd door de Belastingdienst en richt zich met name op de bijzondere waarborgen die de Belastingdienst bij boeteoplegging in acht moet nemen, de volumeontwikkelingen in het aantal bezwaarprocedures en inzicht in (lopende) beroepsprocedures, en de effectiviteit van de aanscherping van het boeterecht.

Gezien het feit dat de evaluatie nog slechts beperkte informatie heeft opgeleverd, stel ik voor om over drie jaar met een vervolgevaluatie te komen, in de verwachting dat dan betere conclusies te trekken zijn.

Hoogachtend,

De staatssecretaris van Financiën,

W. Bos
Evaluatie Bestuurlijke Boeten

Bijlage

Onderzoeksrapport Evaluatie Bestuurlijke Boeten

Ministerie van Financiën, Directie Planning, Financiën en Control

Afdeling Onderzoek

Samenvatting

Onderzoeksopzet

Het onderzoek naar de werking van de in de Wet bestuurlijke boeten genomen maatregelen ziet op de ervaringen die gedurende de jaren 1998 en 1999 door de Belastingdienst zijn opgedaan. Door middel van een schriftelijke enquête is alle boete-fraudecoördinatoren van de Belastingdienst gevraagd naar de ervaringen met het nieuwe boetestelsel. Van enkelen is een interview afgenomen.

De vragen hadden vooral betrekking op de volgende aspecten van het boetestelsel: - de bijzondere waarborgen die de Belastingdienst bij de boeteoplegging in acht

moet nemen;


- de volume-ontwikkeling in het aantal bezwaarprocedures en inzicht in (lopende)

beroepsprocedures; en


- de aanscherping van het boeterecht en de effectiviteit daarvan.
Verder is gevraagd naar het inzicht in de waardering hiervoor bij belastingplichtigen.

Bijzondere waarborgen

Uit het onderzoek is gebleken dat met de bijzondere waarborgen nog slechts in beperkte mate ervaring is opgedaan. Met name geldt dit voor de waarborgen die op verzoek dan wel in een specifieke situatie worden toegepast.

Zo komen verzoeken om een tolk of een vertaling, aanspraken op de beperking van de informatieplicht (zwijgrecht) en betwistingen ingevolge het una-via beginsel nog nauwelijks voor. Wat meer ervaringen zijn er met waarborgen als het geven van de cautie en het inzagerecht, zij het dat bij de helft van de eenheden het geven van de cautie veelal zekerheidshalve geweest is. Vrijwel nergens leidde het geven van de cautie tot problemen omdat de belanghebbenden er veelal de voorkeur aan gaven de gevraagde informatie te verstrekken.

Bij ruim een derde van het aantal eenheden is een enkele keer een beroep gedaan op het inzagerecht. Het is voorgekomen dat een advocaat of een belastingadviseur min of meer standaard om inzage vroeg. Andere problemen over het inzagerecht zijn niet gemeld.

Met betrekking tot het verminderen of vernietigen van een bestuurlijke boete in geval van overlijden van de belanghebbende heeft de evaluatie geen significante gegevens opgeleverd.

Bezwaar- en beroepsprocedures

Een eventueel gunstig effect van de kennisgevingsprocedure op het aantal ingediende bezwaarschriften tegen vergrijpboeten is (nog) niet zichtbaar. Tot dusver zijn bij een kwart van de eenheden beroepsprocedures op grond van de in het nieuwe stelsel opgelegde bestuurlijke boeten voorgekomen. Verreweg de meeste daarvan zijn nog in behandeling, zodat ook over de inhoud van de bezwaarschriftenprocedures nog niets te melden valt.

Aanscherping van het boeterecht en effectiviteit

Tot en met het derde kwartaal 1999 is vijfmaal, gelijktijdig met de primitieve aanslag, een vergrijpboete opgelegd. Daartegen zijn twee bezwaarschriften ingediend die ten tijde van het onderzoek nog in behandeling waren.

Ook het opzettelijk of grofschuldig te laat betalen van belasting bij aangifte- belastingen kwam in de onderzoeksperiode slechts incidenteel voor. Een verbetering in het betalingsgedrag op dit punt is vooralsnog dan ook moeilijk waar te nemen.

Duidelijker is het beeld met betrekking tot het niet of niet tijdig doen van aangifte bij aangiftebelastingen. Deze nieuwe boete die veelvuldig wordt opgelegd, kon aanvankelijk, bij met name belastingplichtigen/inhoudingsplichtingen die een nihilaangifte of een negatieve aangifte indienden, op weinig begrip rekenen. Het opleggen van deze boete leidde dan ook tot veel bezwaarschriften. Op dit moment lijkt het er evenwel op dat op dit punt over de hele linie een verbetering van het aangiftegedrag is opgetreden en dat het aantal bezwaarschriften afneemt.

Indruk van waardering door belastingplichtigen

De indruk van medewerkers van de Belastingdienst over reacties van belastingplichtigen op het nieuwe boetestelsel blijkt nog al wisselend te zijn. Enerzijds zijn belastingplichtigen tevreden over de mogelijkheid vooraf te worden gehoord en andere procedurevoorschriften bij de boete-oplegging, anderzijds is er een groep belastingplichtigen die hieraan in de praktijk minder behoefte heeft. Herhaaldelijk is opgemerkt dat het nieuwe boetestelsel als rigide en streng wordt ervaren. Zo wordt de verzuimboete bij een vrijwillige verbetering door belastingplichtigen/inhoudingsplichtigen veelal als onrechtvaardig ervaren. Inmiddels is op dit punt nadere regelgeving vastgesteld1.

ONDERZOEKSRAPPORT


1. Opzet en uitvoering van het evaluatieonderzoek

1.1 Aanleiding voor de evaluatie

Het nieuwe boetestelsel is per 1 januari 1998 in werking getreden. Bij de parlementaire behandeling van deze wetgeving is door de Staatssecretaris van Financiën toegezegd de nieuwe regelgeving vóór 1 januari 2000 te evalueren.

Dit naar aanleiding van de motie van het Tweede Kamerlid, mevrouw B.M. de Vries c.s. waarin werd verzocht de werking van de in de Wet bestuurlijke boeten genomen maatregelen (zoals bijvoorbeeld de boeteoplegging bij de primitieve aanslag, de problematiek van het zwijgrecht) te evalueren en daarbij zorg te dragen voor een zodanige rapportage dat een objectieve beoordeling van de effecten van de maatregelen op de relatie Belastingdienst/belastingplichtige mogelijk is.

(Tweede Kamer, vergaderjaar 1995-1996, 23470, nr. 13).


1.2 Overwegingen bij de evaluatie

Het nieuwe boetestelsel is van toepassing op tijdvakken en belastingjaren ingegaan op of na 1 januari 1998. Over eerdere tijdvakken en belastingjaren worden daarom ook nu nog boeten opgelegd volgens het vóór 1 januari 1998 geldende regime. Voor de met het nieuwe boeterecht vastgelegde procedurele waarborgen geldt dat deze van toepassing zijn op alle op of na 1 januari 1998 opgelegde bestuurlijke boeten, ongeacht het tijdvak of belastingjaar waarop de boete betrekking heeft.

Het voorgaande betekent dat met betrekking tot belastingen die bij wege van aanslag worden geheven (aanslagbelastingen), de boeteoplegging volgens het nieuwe regime eerst een aanvang heeft genomen bij de aangiftebehandeling waarmee medio 1999 is begonnen (in casu aanslagregeling 1998). Veel informatie over deze boeten is dus nog niet voorhanden. Dit geldt eveneens voor de vergrijpboeten bij de aangiftebelastingen die het gevolg zijn van een boekenonderzoek dat betrekking heeft op tijdvakken na 1 januari 1998.

Veel van de boeten die in de periode 1998-1999 zijn opgelegd, hebben echter nog betrekking op het oude regime omdat het tijdvakken betreft vóór 1998. Een overzicht van de beboetbare gedragingen is opgenomen in bijlage 1.

In bijlage 2 is per belastingmiddel een overzicht opgenomen van het aantal navorderings- of naheffingsaanslagen waarbij een bestuurlijke boete (of verhoging) werd opgelegd. Zoals hiervoor is opgemerkt hebben veel van de in 1998 opgelegde boeten nog betrekking op jaren of tijdvakken waarop het nieuwe boetestelsel nog niet van toepassing was.

Ten aanzien van de bij de boeteoplegging in acht te nemen waarborgen is weliswaar een ruimere evaluatieperiode aanwezig zij het dat op de waarborgen die niet als vaste regel bij een boeteoplegging behoren2 slechts zeer incidenteel een beroep wordt gedaan. Er is afgezien van een onderzoek onder belastingplichtigen naar de ervaringen het nieuwe boetestelsel, omdat uit een dergelijk onderzoek onvoldoende informatie te verkrijgen zou zijn. Een overzicht van de bij de boeteoplegging in acht te nemen waarborgen is opgenomen in bijlage 1.


1.3 Afbakening van het onderzoek

Het accent van de evaluatie ligt op de nieuwe beboetbare gedragingen in relatie tot de daarbij in acht te nemen waarborgen zoals bijvoorbeeld het zwijgrecht en het inzagerecht. Op grond daarvan is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd, die in een enquête en door middel van interviews aan de Belastingdienst is gepresenteerd:

Wat zijn de eerste ervaringen van de Belastingdienst met de nieuwe elementen uit het boetestelsel zoals de vergrijpboete bij aanslagbelastingen, de vergrijpboete bij aangiftebelastingen wegens het opzettelijk of grofschuldig niet tijdig betalen, de verzuimboete bij aangiftebelastingen in geval de aangifte niet of niet tijdig is gedaan en de waarborgen in de relatie
Belastingdienst/belastingplichtige?

Het onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de ervaringen van de Belastingdienst. Binnen de mogelijkheden van het gegeven tijdsbestek kan overigens wel een eerste indruk worden geschetst van de invloed die de nieuwe regelgeving heeft op de relatie
Belastingdienst/belastingplichtige.

In bijlage 2 is per belastingmiddel een overzicht opgenomen van het aantal navorderings- of naheffingsaanslagen waarbij een bestuurlijke boete (of verhoging) werd opgelegd. Zoals hiervoor is opgemerkt hebben veel van de in 1998 opgelegde boeten nog betrekking op jaren of tijdvakken waarop het nieuwe boetestelsel nog niet van toepassing was.


1.4 Aanpak van het onderzoek

In de vorm van enkele interviews en een schriftelijke enquête is de bij 1.3 geformuleerde onderzoeksvraag verwoord en voorgelegd aan de boete-fraudecoördinatoren van de eenheden Grote ondernemingen, Ondernemingen, Particulieren/ Ondernemingen en Particulieren alsmede van de eenheden Douane (Douanedistricten).

Het doel van de interviews was primair om na te gaan welke gegevens over de boeteoplegging relevant en beschikbaar waren voor de evaluatie. Daarnaast leverden de interviews een algemene indruk op over de werking van het nieuwe boetestelsel in de praktijk.

Met de schriftelijke enquête is beoogd zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin inzicht te verkrijgen in de ervaringen met de nieuwe boeten en de bij het opleggen daarvan in acht te nemen waarborgen en de interne en externe effecten hiervan.


1.5 Eenheden in het onderzoek

Alle eenheden van de Belastingdienst (in totaal 73 eenheden) is gevraagd naar de ervaringen met het nieuwe boetestelsel. Zie bijgaand overzicht.

Met deze aantallen is ook gerekend bij het vaststellen van het relatieve belang in de doelgroep, zodat een globale vergelijking met andere doelgroepen mogelijk wordt (zie verder paragraaf 2.1).

eenheden

aantal

Douane


Grote ondernemingen


Ondernemingen

30

Particulieren/Ondernemingen


Particulieren

14

totaal

73

Van de 73 verzonden enquêteformulieren zijn er 68 tijdig terugontvangen. Voor de verdere bevindingen zijn deze reacties daar waar nodig opgehoogd naar het landelijk aantal eenheden.


2. Bevindingen uit het onderzoek


2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de gegevens uit het evaluatieonderzoek gepresenteerd in de vorm van tabellen met een toelichting, gesplitst naar doelgroep. Dit maakt inzichtelijk op welke wijze de doelgroepen3 ervaring hebben opgedaan met de diverse facetten van het nieuwe boetestelsel.

Het betreft telkens één waarneming per eenheid. In de tabellen wordt steeds naast het aantal eenheden ook een percentage vermeld. Dit percentage drukt het relatieve belang van het aantal eenheden in de doelgroep uit. Daarmee is een vergelijking tussen de doelgroepen mogelijk (zie verder de toelichting in de voetnoot bij tabel 1). Het aantal eenheden waarop deze percentages betrekking heeft varieert van zeven tot dertig per doelgroep.

De gegevens zijn, tenzij anders vermeld, ontleend aan de interviews en de enquête, zoals beschreven in 1.4. De rapportageperiode betreft 1998 en bijna geheel 1999.


2.2 Ervaringen met de waarborgen van het boetestelsel
De waarborgen van het boetestelsel zijn te onderscheiden in onafhankelijke en afhankelijke waarborgen. De onafhankelijke waarborgen dient de Belastingdienst bij elke boeteoplegging in acht te nemen. De afhankelijke waarborgen zijn alleen van toepassing zodra de desbetreffende situatie zich voordoet of er aanspraak op wordt gemaakt.

Onafhankelijke waarborgen

* Kennisgeving (alleen bij vergrijpboeten);
* Mededeling.

Afhankelijke waarborgen

* Tolk of vertaling (indien aanspraak wordt gemaakt);
* Horen (als uitvloeisel van en naar aanleiding van de kennisgeving);

* Cautie bij verhoor (zodra de situatie zich voordoet);
* Inzagerecht (indien aanspraak wordt gemaakt);
* Beperking informatieplicht (indien aanspraak wordt gemaakt);
* Vermindering of vernietiging bij overlijden.
Gegevens over de boeteoplegging worden door de eenheden niet per afzonderlijk onderdeel vastgelegd. Hierdoor bestaat geen kwantitatief overzicht ter zake van ieder aspect van de bestuurlijke boeten4. Een voornemen tot boeteoplegging wordt aan de boetespecialist of de boetefraudecoördinator voorgelegd, zodat daarover bij de eenheden kwalitatieve informatie beschikbaar is.

De kennisgeving bij een vergrijpboete bevat de gronden voor de voorgenomen boete. Hierbij wordt aan aangegeven dat belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld de boete te betwisten en dat hij hierover gehoord kan worden door de inspecteur. Deze waarborg wordt beschouwd als een onderdeel van de kennisgeving.5

De boete-fraudecoördinatoren geven aan over het algemeen een goed beeld te hebben van de afhankelijke waarborgen, zij het in mindere mate over de vermindering of vernietiging bij overlijden. De navolgende gegevens betreffen de ervaringen met waarborgen van de boete-fraudecoördinatoren.

Tolk of vertaling

Op verzoek van een belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, kan bij een verhoor een tolk worden ingeschakeld.

Op verzoek van een belanghebbende die door een gebrekkige kennis van de Nederlandse taal de mededeling onvoldoende begrijpt, verstrekt de inspecteur een vertaling van de boetegronden.

Tabel 1

Eenheden met een of meer gevallen waarbij een tolk is ingeschakeld of een vertaling is gevraagd

eenheden

aandeel in de doelgroep6

aantal

percentage

Douane

Grote ondernemingen

Ondernemingen

1

3

Particulieren/Ondernemingen

Particulieren

totaal

1

1

Bij één eenheid is het tweemaal voorgekomen dat een tolk is ingeschakeld bij een verhoor. Er is nog geen verzoek om een vertaling ingediend. Wel wordt opgemerkt dat allochtone belastingplichtigen vaak zelf voor een tolk zorg dragen, in de persoon van een gezins- of familielid. Ook komt het voor dat er een adviseur van buitenlandse afkomst bij betrokken is, die ook de Nederlandse taal beheerst.

Cautie bij verhoor

De inspecteur kan een belanghebbende van wie de redelijke verwachting bestaat dat hem een boete zal worden opgelegd, oproepen voor verhoor. Deze oproeping gebeurt schriftelijk. Tijdens dit verhoor is belanghebbende niet tot antwoorden verplicht. Dit dient de inspecteur vóóraf bekend te maken (cautie geven).

Tabel 2

Eenheden met een of meer gevallen waarbij de cautie is gegeven

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

6

86

Grote ondernemingen

6

55

Ondernemingen

18

60

Particulieren/Ondernemingen

7

64

Particulieren

3

21

totaal

40

55

Ongeveer de helft van de eenheden heeft ervaring met de cautie; de eenheden Douane relatief wat meer, bij Particulieren eenheden relatief wat minder. Steeds gaat het om een gering aantal gevallen per eenheid. Bij de eenheden die aantallen kunnen geven, zijn tot dusver gemiddeld twee cautiegevallen per eenheid voorgekomen. Het relatief hoge percentage bij de Douane-eenheden heeft o.m. te maken met de aard van de werkzaamheden zoals bijvoorbeeld de controle BPM* door de surveillancedienst. Ook heeft de Douane al langer ervaring met de cautie.


* Wet op de belasting van personenautos en motorrijwielen 1992
In veel gevallen wordt de cautie "zekerheidshalve" gegeven. Er is dan niet echt sprake van een verhoorsituatie. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in het slotgesprek bij een boekenonderzoek. Belanghebbenden gaven er echter over het algemeen de voorkeur aan de gevraagde gegevens gewoon te verstrekken.

Inzagerecht

Aan de belanghebbende komt een inzagerecht toe van gegevensdragers waarop het (voornemen) tot het opleggen van de boete berust. Dit inzagerecht gaat in vanaf het moment waarop de inspecteur belanghebbende heeft medegedeeld dat hem een verzuimboete is opgelegd of hem ervan in kennis heeft gesteld dat een vergrijpboete zal worden opgelegd.

Tabel 3

Eenheden met een of meer gevallen waarbij een beroep gedaan is op het inzagerecht

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

3

43

Grote ondernemingen

6

55

Ondernemingen

10

33

Particulieren/Ondernemingen

9

82

Particulieren

1

7

totaal

29

40

Bij een groot aantal eenheden bestaat enige ervaring met het inzagerecht (behalve bij Particulieren). Het gaat daarbij gemiddeld om 1,5 per eenheid. Per doelgroep worden verschillende stukken ter inzage gevraagd. Bij eenheden Grote ondernemingen komt het voor dat advocaten of belastingadviseurs op grond van deze waarborg min of meer standaard integrale inzage van dossiers en interne notities verlangen.

Beperking informatieplicht (het zwijgrecht)

Indien de inspecteur een handeling heeft verricht waaraan een belanghebbende de conclusie kan verbinden dat hem een boete zal worden opgelegd, is deze niet langer verplicht een verklaring af te leggen voor zover het de boeteoplegging zelf betreft. Van een dergelijke handeling is bijvoorbeeld sprake bij het verzenden van een mededeling over het opleggen van een boete of een kennisgeving bij de vergrijpboete.

tabel 4

Eenheden met een of meer gevallen waarbij een beroep op het zwijgrecht is voorgekomen

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

2

29

Grote ondernemingen

1

9

Ondernemingen

3

10

Particulieren/Ondernemingen

3

27

Particulieren

0

totaal

9

13

Ook een beroep op het zwijgrecht wordt slechts zelden gedaan. Bij 9 eenheden gaat het steeds maar om enkele incidentele gevallen. Zoals hiervoor opgemerkt geven belanghebbenden er de voorkeur aan vrijwillig de gevraagde gegevens te verstrekken.

Una-via

Dit beginsel sluit het opleggen van een vergrijpboete uit in gevallen waarin een strafvervolging is ingesteld. Omgekeerd sluit het opleggen van een vergrijpboete strafvervolging uit.

tabel 5

Eenheden met een of meer gevallen waarbij een beroep is gedaan op het una-via beginsel

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

0

Grote ondernemingen

0

Ondernemingen

2

7

Particulieren/Ondernemingen

1

9

Particulieren

0

totaal

3

4

Er is nog slechts geringe ervaring opgedaan met een betwisting onder verwijzing naar het una-via beginsel bij eenheden Ondernemingen en Particulieren/

Ondernemingen. In twee gevallen was er sprake van een tijdens de opsporingsfase verstuurde kennisgeving voor een vergrijpboete terwijl er later alsnog tot strafvervolging werd overgegaan. Dit was mogelijk omdat de feitelijke boeteoplegging nog niet was aangevangen. Hierover is inmiddels jurisprudentie gewezen.7

Vermindering of vernietiging bij overlijden

Aan een belastingplichtige of inhoudingsplichtige die overleden is, wordt geen boete opgelegd. Op verzoek van een belanghebbende vernietigt (bij nog niet onherroepelijke boeten) of vermindert (bij onherroepelijke, maar nog niet betaalde boeten) de inspecteur de boete. Indien de inspecteur op een andere wijze op de hoogte raakt van het overlijden, past hij de vernietiging of vermindering ambtshalve toe.

De evaluatie heeft geen gegevens opgeleverd over de waarborg tot het verminderen of vernietigen van een bestuurlijke boete in geval van overlijden van de belanghebbende. Het betreft een zeer gering aantal boeten, waarvan een verzoek tot vermindering of vernietiging eenvoudig op administratieve wijze wordt afgedaan.


2.3 Bezwaar- en beroepsprocedures

De boete-fraudecoördinatoren is gevraagd naar de volume-ontwikkeling van de bezwaarschriften tegen vergrijpboeten. Een betekenisvolle afname van het aantal bezwaarschriften8 tegen vergrijpboeten zou wellicht kunnen duiden op een effect van de ingevoerde kennisgevingsprocedure.

Tabel 6

Eenheden met een indruk over de volume-ontwikkeling bij bezwaarschriften tegen vergrijpboeten OB/LB/Douanewet/Accijns

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

2

29

Grote ondernemingen

1

9

Ondernemingen

7

23

Particulieren/Ondernemingen

3

27

Particulieren

n.v.t.

n.v.t.

totaal

13

22

Bij ongeveer een vijfde van de eenheden bestaat een indruk over het aantal bezwaarschriften voor en na de invoering van het nieuwe boetestelsel. Over het algemeen concluderen de
boete-fraudecoördinatoren dat er weinig of geen verschillen zijn. Daar waar men wel een verschil ervaart is het beeld wisselend. Soms een toename, soms een afname. In een enkel geval is opgemerkt dat de afname van het aantal bezwaarschriften zou kunnen voortkomen uit een geringer aantal opgelegde vergrijpboeten.

Tabel 7

Eenheden met (lopende) beroepsprocedures

aantal

Douane

2

Grote ondernemingen

2

Ondernemingen

11

Particulieren/Ondernemingen

3

Particulieren

0

totaal

18

Tot dusver is bij achttien eenheden een beroepsprocedure tegen de boeteopleg-ging onder het nieuwe boeteregime voorgekomen. Bij de Douane betreft het één BPM-procedure en bij de eenheden (Grote) Ondernemingen onder andere verzuimboeten op grond van artikel 67b AWR (niet of niet tijdig doen van aangifte bij aangiftebelastingen) en artikel 67c AWR (niet, te weinig of te laat betalen bij aangiftebelastingen). De meeste beroepsprocedures waren ten tijde van het evaluatie-onderzoek nog in behandeling. In een tweetal zaken is inmiddels een hofuitspraak gedaan.


2.4 Aanscherping boeterecht

Het nieuwe boetestelsel is uitgebreid met een drietal nieuw beboetbare gedragingen :


- een vergrijpboete voor het opzettelijk niet, onvolledig of onjuist doen van aangifte bij aanslagbelastingen (de zogenaamde boete bij primitieve aanslag)9;


- een vergrijpboete voor het opzettelijk of grofschuldig te laat betalen van belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen10; en


- een verzuimboete voor het niet of niet tijdig doen van aangifte bij de aangiftebelastingen11.

Vergrijpboete bij primitieve aanslag

Over de opgelegde boeten bij primitieve aanslag hebben de eenheden de volgende gegevens vastgelegd:

* aantal boeten;

* het aantal bezwaar- en beroepschriften; en
* de wijze van afdoening van bezwaar- en beroepschriften.
In de volgende tabel is een overzicht opgenomen.

Tabel 8

Aantal tot en met het derde kwartaal 1999 opgelegde boeten bij primitieve aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting

boeten

bezwaarschriften

aantal

aantal

Douane

n.v.t.

n.v.t.

Grote ondernemingen

0

0

Ondernemingen

5

2

Particulieren

0

0

totaal

5

2

Bron: Kwartaalrapportage doelgroepdirecties (3e kwartaal 1999)

In alle gevallen betrof het een aanslag inkomstenbelasting. Deze boete kon voor het eerst worden opgelegd bij de aanslagregeling 1998. De boeten zijn om die reden dan ook pas in de loop van 1999 opgelegd. Er zijn tegen deze boeten twee bezwaarschriften ingediend, die ten tijde van het evaluatie-onderzoek nog in behandeling waren.

Vergrijpboete wegens het opzettelijk of grofschuldig te laat betalen bij aangiftebelastingen

De boete-fraudecoördinatoren is gevraagd naar de effecten van de vergrijpboete wegens het opzettelijk of grofschuldig te laat betalen bij aangiftebelastingen. Voorheen was deze gedraging slechts beperkt beboetbaar (alleen bij opzet of grove schuld een boete van maximaal 10%) en kon het in verband met het te behalen rentevoordeel bij grotere belastingbedragen lonend zijn om opzettelijk te laat te betalen.

Tabel 9

Eenheden met een indruk over de effecten van de vergrijpboete wegens opzettelijk/grofschuldig te laat betalen

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

2

29

Grote ondernemingen

2

18

Ondernemingen

5

17

Particulieren/Ondernemingen

1

9

Particulieren

n.v.t.

n.v.t.

totaal

10

17

Volgens de boete-fraudecoördinatoren komt deze gedraging maar incidenteel voor. Bij een tiental eenheden is er ervaring met één of een enkel geval waarbij deze boete nu is opgelegd. Hierdoor is het vooralsnog moeilijk een effect waar te nemen.

Verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte bij aangiftebelastingen

In het nieuwe boetestelsel is ook het niet of niet tijdig doen van aangifte bij aangiftebelastingen een beboetbare gedraging geworden. Het ontbreken van een aangifte gaf in het verleden nogal wat problemen bij het verwerken van de daarmee gepaard gaande betaling.

Tabel 10

Eenheden met een indruk over de effecten van de boete wegens het niet (tijdig) doen van aangifte

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

2

29

Grote ondernemingen

4

36

Ondernemingen

13

43

Particulieren/Ondernemingen

6

55

Particulieren

n.v.t.

n.v.t.

totaal

25

42

Bij bijna de helft van de eenheden bestaat een indruk over de effectiviteit van deze nieuwe boete, die regelmatig en in grote aantallen wordt opgelegd. Bij belas-tingplichtigen die een nihil- of negatieve aangifte indienen, bestaat voor deze boete weinig begrip. Op dit moment lijkt het er evenwel op dat op dit punt over de hele linie een verbetering van het aangiftegedrag is opgetreden en dat het aantal bezwaarschriften afneemt12.


2. 5 Indruk van waardering door belastingplichtigen
Aan de eenheden is gevraagd een indruk te geven over de waardering van het nieuwe boetestelsel door belastingplichtigen.

Tabel 11

Eenheden met een indruk over de waardering door belastingplichtigen van het nieuwe boetestelsel

eenheden

aandeel in de doelgroep

aantal

percentage

Douane

4

57

Grote ondernemingen

8

73

Ondernemingen

18

60

Particulieren/Ondernemingen

9

82

Particulieren

0

totaal

39

53

Met uitzondering van de eenheden Particulieren bestaat er bij de eenheden van de Belastingdienst wel een indruk over de waardering van het nieuwe boetestelsel bij belastinplichtigen. De reacties zijn nogal wisselend. Enerzijds is men tevreden over de mogelijkheid vooraf te worden gehoord en andere procedurevoorschriften bij de boete-oplegging. Anderzijds is er een groep belastingplichtigen die aangeeft hieraan in de praktijk minder behoefte te hebben. Herhaaldelijk is opgemerkt dat het boetestelsel als rigide en streng wordt ervaren.

Zo wordt de verzuimboete bij vrijwillige verbetering door belastingplichtigen veelal als onrechtvaardig ervaren13.

In een enkel geval wordt door belastingplichtige aangegeven het bezwaarlijk te vinden dat bij de bespreking van de bevindingen inzake een boekenonderzoek al direct een kennisgeving voor een boete wordt uitgereikt terwijl op dat moment het controlerapport nog niet is opgemaakt.


3. Conclusies

De conclusies zijn als volgt:

* Uit het onderzoek komt naar voren dat het moment van evalueren te vroeg is om nu al eenduidige conclusies over de effecten van de wetgeving op de relatie tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst te trekken.

Uit reacties van belastingplichtigen is duidelijk geworden dat het beleid ten aanzien van de verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte (bij aangiftebelastingen) en de verzuimboete bij een vrijwillige verbetering als onrechtvaardig werd ervaren. In reactie hierop is de regelgeving reeds aangepast. Bijlage 1

Overzicht beboetbare gedragingen en waarborgen bij boeteoplegging

In onderstaand schema zijn de beboetbare gedragingen vermeld met de desbetreffende artikelen uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De met het nieuwe stelsel ingevoerde uitbreidingen van de bestuurlijke boeten zijn vet gedrukt.

Vergrijpboete

Verzuimboete

Niet tijdig doen van aangifte

art. 67a

Niet doen van aangifte

art 67d (opzettelijk)

art. 67a (anders)

Aanslag-

belastingen

Onjuist of onvolledig doen van aangifte

art. 67d

(nieuw)

Aanslag te laag vastgesteld of anderszins te weinig belasting geheven

art. 67e

Aangifte-

Niet of niet tijdig doen van aangifte

art. 67b

(nieuw)

belastingen

Niet of te weinig betalen

art. 67f (opzettelijk)

art. 67c (anders)

Niet tijdig betalen

art. 67f (opzettelijk)

(nieuw)

art. 67c (anders)

In onderstaand schema zijn de in de AWR opgenomen regels vermeld die de Belastingdienst in acht moet nemen bij het opleggen van een bestuurlijke boete.

vergrijpboeten

verzuimboeten

Kennisgeving (voornemen boeteoplegging)

art. 67k

Mededeling (gronden boeteoplegging)

art. 67g, lid 2

art. 67g, lid 2

Vertaling boetegronden

art. 67g, lid 3

art. 67g, lid 3

Cautie bij verhoor

art. 67l, lid 2

Tolk bij verhoor

art. 67l, lid 3

Inzagerecht

art. 67m

art. 67m

Beperking informatieplicht

art. 67j

art. 67j

Una-via beginsel

art. 67o

Vernietiging of vermindering boete i.v.m. overlijden belanghebbende

art. 67i

art. 67i

Bijlage 2

Overzicht navorderings-/naheffingsaanslagen in totaal en met verhoging

Inkomstenbelasting

navorderingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen

52.000

37.000

32.000

32.000

aanslagen met verhoging

12.000

11.800

10.900


7.000
percentage

23

32

34


Vermogensbelasting

navorderingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen


2.900

2.400

2.300

2.100
aanslagen met verhoging

500

600

500

700

percentage

19

26

23

31

Vennootschapsbelasting

navorderingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen


3.000

3.600

3.900

4.000
aanslagen met verhoging

500

500

500

400

percentage

16

15

13


Loonbelasting

naheffingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen

369.000

375.000

395.000

402.000

aanslagen met verhoging

240.000

244.000

256.000

261.000

percentage

65

65

65

6514

Omzetbelasting

naheffingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen

609.000

644.000

735.000

698.000

aanslagen met verhoging

311.000

322.000

485.000

496.000

percentage

51

50


71

Douane naheffingen en

navorderingen

1996

1997

1998

1999

administratieve boeten15


8.000

7.0000
11.000


8.000
Dividenbelasting

naheffingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen


1.900

1.700

1.100
540

aanslagen met verhoging

400

500

500

300

percentage

23

29

45

6316

Bel. van rechtsverkeer

naheffingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen


4.100

4.100

5.100

4.300
aanslagen met verhoging

600


1.100

1.100
800

percentage

14

27


19

WBM

naheffingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen

405

303

255

594

aanslagen met verhoging

24

18

15

70

percentage




13

BPM

naheffingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen


2.226

2.831

2.917
124

aanslagen met verhoging


28

117

41

percentage




3317

Recht van successie, schenking en overgang

navorderingen

1996

1997

1998

1999

totaal aantal aanslagen

978

966


1.064

1.276
aanslagen met verhoging

10

10

21

13

percentage






*

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie