Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kanttekeningen Commissariaat bij aanvraag De Nieuwe Omroep

Datum nieuwsfeit: 31-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Commissariaat voor de Media

ACTUEEL : 31 MEI 2000 - COMMISSARIAAT PLAATST KRITISCHE KANTTEKENINGEN BIJ AANVRAAG DENIEUWE OMROEP

De voorgestelde programmering van DeNíeuwe Omroep voegt wat onderwerpkeuze betreft weinig toe aan het bestaande aanbod van de publieke omroep. Naar inhoud vallen de programma's niet op door een vernieuwende invalshoek. De toegevoegde waarde zou voort kunnen komen uit de strekking van de boodschap die wordt meegegeven en de wijze waarop verslag wordt gedaan. Dit is één van de kritische kanttekeningen die het Commissariaat plaatst na toetsing van het beleidsplan van DeNíeuwe Omroep aan de Mediawet. De opmerkingen van het Commissariaat zijn naar staatssecretaris Van der Ploeg gestuurd, die binnen 8 weken beslist of DeNíeuwe Omroep een voorlopige erkenning krijgt en daarmee toe kan treden tot het publieke bestel.

Het Commissariaat heeft op verzoek van de staatssecretaris getoetst of DeNíeuwe Omroep een stroming vertegenwoordigt, of die stroming iets toevoegt aan de pluriformiteit in het publieke bestel en of de programmering van DeNíeuwe Omroep de programmering van de publieke omroep aanvult.

Gelet op de wetsgeschiedenis kan worden gesteld dat DeNíeuwe Omroep met het bereiken van het vereiste ledental een bepaalde stroming vertegenwoordigt, die in beginsel tot het bestel toegelaten zou kunnen worden. Deze stroming moet wel iets toevoegen aan de pluriformiteit binnen het bestel. DeNíeuwe Omroep geeft als kenmerkend element van de stroming het werken vanuit een andere benadering: een diepere betrokkenheid bij maatschappelijke problemen vanuit een kritische houding ten opzichte van de bestaande publieke omroep. Het Commissariaat herkent verschillende elementen van de stroming die DeNíeuwe Omroep zegt te representeren bij de al bestaande omroepen. Daarom is het volgens het Commissariaat van belang dat de programmering toegevoegde waarde heeft voor toename van de verscheidenheid binnen de publieke omroep. Een analyse van de voorgenomen programmering laat zien dat veel van wat DeNíeuwe Omroep wil gaan doen, op dit moment al gedaan wordt door de landelijke publieke omroep (programma's rond goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, natuurfilms en documentaires e.d.).

Het Commissariaat heeft vastgesteld dat de statuten van DeNíeuwe Omroep voldoen aan de eisen die de Mediawet stelt. Uit de statuten valt moeilijk een bepaalde identiteit te destilleren. DeNíeuwe Omroep zet een drietal thema's neer waarop de programmering zich in hoofdzaak gaat richten: de spanning tussen economie en ecologie, de spanning tussen rijkdom en armoede in Noord en Zuid, het samengaan van oude en nieuwe media. Deze thema's komen terug in de programma-ideeën.

Het Commissariaat vindt dat de invloed van de leden op een betere manier geregeld moet worden. Uit de statuten blijkt dat de ledenraad van DeNíeuwe Omroep geen directe invloed heeft om beleidswijzigingen te realiseren. Volgens de Mediawet moeten de leden van een omroepvereniging op een democratisch aanvaardbare wijze invloed op het beleid uit kunnen oefenen. De ledenraad van DeNíeuwe Omroep heeft zeer beperkte bevoegdheden.

De Níeuwe Omroep legt een sterk accent op plaats en functie die nieuwe informatietechnologie in het geheel van haar activiteiten inneemt. Het beleidsplan van DeNíeuwe Omroep gaat er volgens het Commissariaat te makkelijk aan voorbij dat de publieke omroep op het terrein van nieuwe informatietechnieken niet stilzit. De publieke omroep loopt minder achterop dan DeNíeuwe Omroep het doet voorkomen. Wel zou DeNíeuwe Omroep volgens het Commissariaat een aanjager kunnen zijn voor verdere uitbouw.

Het Commissariaat heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar de ledenwerfcampagne en financiële, organisatorische en personele relaties met derden. Er gelden geen mediawettelijke bepalingen ten aanzien van voorbereidende activiteiten van organisaties om toe te treden tot het bestel. DeNíeuwe Omroep zal zich echter na eventuele verkrijging van een erkenning, drastisch dienen te beperken als het gaat om ledenwerving en het verstrekken van voordelen aan de leden. De overdaad aan voordelen heeft volgens het Commissariaat bijgedragen aan de aanwas van het aantal leden van DeNíeuwe Omroep. De meeste geboden voordelen hadden een waarde die ver uitsteeg boven de waarde van voordelen die de bestaande omroepen hun leden mogen bieden (maximaal de jaarcontributie).

DeNíeuwe Omroep heeft in de aanloopfase samenwerking gezocht met derden. Hierbij zijn geen tegenprestaties bedongen en/of toegezegd. Voor aangeboden diensten zijn kosten in rekening gebracht (door de TROS) of is advertentieruimte aangeboden in de landelijk verspreide krant en magazine. Uit het onderzoek van het Commissariaat is geen betrokkenheid gebleken van de Stichting Doen-Postcodeloterij/Sponsorloterij. Deze stichting is in perspublicaties herhaaldelijk genoemd als vergaand betrokken bij DeNíeuwe Omroep. Van enige verstrengeling is niets gebleken.



Brief aan de Staatsecretaris van OCenW, dr. F. van der Ploeg d.d. 30 mei 2000 Kenmerk:BAS/2582/jv/sv
Onderwerp: Aanvraag DeNíeuwe Omroep

Geachte heer Van der Ploeg,

In bovenvermelde brief wijst u op de mogelijkheid van een aanvraag van DeNíeuwe Omroep voor een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel VI van de Concessiewet. Voor het geval DeNíeuwe Omroep een dergelijke aanvraag zou indienen vraagt u ons deze te toetsen aan de Mediawet en onze bevindingen tezamen met de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van de stukken aan u door te zenden. In onze brief d.d. 3 mei jl. hebben wij laten weten dat DeNíeuwe Omroep inderdaad gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen. In het navolgende geven wij ons commentaar op de aanvraag, waarbij wij opmerken dat het concept van deze brief met de aanvrager is besproken.

In deze brief wordt "DeNíeuwe Omroep" telkens voluit geschreven. Dit om te voldoen aan het dringende verzoek de afkorting zoveel mogelijk te vermijden. DeNíeuwe Omroep heeft namelijk aan De Nederlandse Opera toegezegd terughoudend te zullen zijn met het (doen) gebruiken van de afkorting (D.N.O.) die door het operagezelschap wordt gebruikt.


1. Indieningstermijn

Artikel VI, eerste lid, van de Concessiewet bepaalt dat omroepverenigingen die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet geen zendtijd als omroepvereniging hebben verkregen binnen vier weken na inwerkingtreding van de wet een aanvraag voor een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Mediawet kunnen indienen. Gelet op het feit dat de Concessiewet op 31 maart 2000 inwerking is getreden en de aanvraag - die vergezeld ging van een beleidsplan en de verenigingsstatuten – op 27 april 2000 is overhandigd, stellen wij vast dat deze tijdig is ingediend.

DeNíeuwe Omroep overhandigde op 10 april jl. tevens een bestand van 77.200 leden. De ledentelling is thans volop gaande. Wij zullen u medio volgende maand de resultaten van de ledentelling doen toekomen.


2. Is DeNíeuwe Omroep een omroepvereniging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Mediawet
In artikel 14, eerste lid, van de Mediawet zijn drie bestaansvoorwaarden opgenomen waaraan een omroepvereniging die in aanmerking wil komen voor een voorlopige erkenning moet voldoen:

a. de vereniging heeft volledige rechtsbevoegdheid; b. de vereniging stelt zich blijkens haar statuten uitsluitend, althans hoofdzakelijk ten doel, ter uitvoering van de taak van de publieke omroep, bedoeld in artikel 13c, op landelijk niveau een programma voor algemene omroep te verzorgen en alle activiteiten met betrekking tot programmaverzorging en uitzending te verrichten die daartoe nodig zijn; c. de vereniging stelt zich blijkens haar statuten ten doel in haar programma een bepaalde, in de statuten aangeduide, maatschappelijke, culturele, godsdienstige dan wel geestelijke stroming te vertegenwoordigen en zich in haar programma te richten op in het volk levende maatschappelijke, culturele of godsdienstige dan wel geestelijke behoeften.


2.1 Rechtsbevoegdheid

Als bijlage bij de aanvraag heeft DeNíeuwe Omroep haar verenigingsstatuten overgelegd. Deze zijn opgenomen in een notariële akte, die op 4 februari 2000 is verleden. Uit de statuten blijkt geen beperking van rechtsbevoegdheid, zodat DeNíeuwe Omroep een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is.


2.2 Doel van de vereniging

In artikel 2, eerste lid van de statuten omschrijft DeNíeuwe Omroep haar doelstelling als volgt:

a. het op landelijk niveau verzorgen van een programma voor de algemene omroep en het verrichten van alle activiteiten met betrekking tot programmaverzorging en uitzending die daartoe nodig zijn; b. het uitgeven van één of meer programmagidsen, elektronisch en/of gedrukt; c. het verrichten van activiteiten op internet, verband houdend met omroepprogrammering.

In artikel 2, eerste lid, onder a, van de statuten, is nagenoeg letterlijk de doelstelling van een omroepvereniging zoals die in de Mediawet is voorgeschreven verwerkt. De statuten voldoen derhalve op dit punt aan de eisen die de wet stelt. In de onderdelen b en c van genoemd artikel geeft DeNíeuwe Omroep aan dat zij het verzorgen van een omroepprogramma wil combineren met nevenactiviteiten (het uitgeven van bladen) en neventaken (programmagerelateerde internetactiviteiten). De Mediawet biedt hiervoor in de artikelen 57a en 13c, derde lid, de mogelijkheden.


2.3 Stroming

In artikel 2, derde lid, van de statuten is beschreven welke stroming in de samenleving DeNíeuwe Omroep vertegenwoordigt:

"… de stroming in de Nederlandse samenleving die van mening is dat er een omroepvereniging moet zijn die:


* structureel aandacht besteedt aan maatschappelijke onderwerpen op het gebied van economie en ecologie, de rechten van mens en dier en aan de tegenstelling tussen welvaart en armoede in deze wereld. Daarbij zal naast de Noord-Zuid relatie ook de problematiek in eigen land alle aandacht krijgen.

* voortdurend gebruik maakt van, en aandacht besteedt aan de modernste middelen van de informatietechnologie om als publieke omroep een moderne en levende organisatie te blijven en zoveel mogelijk door middel van onze radio- en televisieprogramma's de dialoog aan te gaan met luisteraars en kijkers."

De stroming die DeNíeuwe Omroep zegt te vertegenwoordigen wordt met name gedefinieerd in de passage achter het eerste gedachtestreepje. Hetgeen daarna naar voren wordt gebracht over het gebruik van de modernste middelen van informatietechnologie teneinde de publieke omroep een moderne en levende organisatie te doen zijn, is niet zozeer een aanduiding van de stroming als wel van de middelen die de aanhangers van die stroming willen inzetten in het kader van het functioneren van de publieke omroep. Met betrekking tot de vraag of de leden, die zich hebben georganiseerd op basis van het in de statuten omschreven gemeenschappelijk gedachtegoed tezamen een bepaalde stroming vormen in de zin van de Mediawet, is het volgende van belang.

Bij brief d.d. 26 februari 1998 hebben wij aan uw ambtsvoorganger advies uitgebracht over de aanvraag voor een voorlopige concessie van omroepvereniging BNN. In dit advies is uitvoerig stil gestaan bij de relevante passages uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie die een licht werpen op het begrip "bepaalde stroming" in de Omroepwet en de Mediawet. In het bijzonder refereerden wij aan het Koninklijk Besluit van 26 augustus 1975 inzake de weigering van de minister van CRM om de Veronica Omroep Organisatie tot het bestel toe te laten. De beslissing van de minister werd vernietigd, ondermeer op grond van de overweging dat de omvang van het ledental dat Veronica voor haar streven had weten te winnen reden was om aan te nemen dat de vereniging voldoende maatschappelijk draagvlak had en dat haar uitzendingen uit dien hoofde geacht konden worden van algemeen nut te zijn. In een latere discussie in de Tweede Kamer werd het oordeel van de minister gevraagd over de stelling dat elke omroepvereniging die voldoet aan de andere eisen van artikel 14 Mediawet eigenlijk geen stroming nodig heeft, maar alleen een slimme notaris. In het verlengde daarvan werd gevraagd of de minister zich een vereniging kon voorstellen die aan alle vereisten voldoet, maar die op grond van het stromingsvereiste niet zou worden toegelaten. De minister antwoordde als volgt (Handelingen II, 4 september 1986, blz. 73-74) :

"Degenen die zich melden als lid van een vereniging die tot doel heeft te gaan omroepen, verbinden zich één voor één, met misschien hier en daar uiteenlopende motieven, op één hoofdmotief, namelijk dat zij in termen van de wet een stroming vertegenwoordigen. Het is naar mijn gevoel meer dan een willekeurige optelsom van belangstellende leden of aspirant-leden, anders geformuleerd: niet leden maar kijkers of luisteraars. Ik geloof dat er wel degelijk een innerlijk motief is waarom mensen zich tot een omroepvereniging aangetrokken zullen voelen. Uiteraard zullen de programma's een rol spelen, maar bij een aspirant omroepvereniging kan men daarover nog geen oordeel hebben. Wat dat betreft moet er a fortiori sprake zijn van een meer principieel motief om lid te worden van een omroepvereniging."

Aan dit betoog werden later in de discussie nog de volgende woorden toegevoegd:

"Wij hebben in het systeem van de wet – een systeem dat naar mijn mening niet wezenlijk bestreden is geweest in de afgelopen decennia – een zogenaamd open bestel. Verschillende maatschappelijke groeperingen hebben toegang tot het bestel, mits zij in vergelijking met diegenen die al in het bestel zitten een toegevoegde waarde hebben, in die zin dat er aan de pluriformiteit iets wordt toegevoegd."

Gelet op het Koninklijk Besluit inzake de VOO en de uitleg van de minister tijdens de behandeling van de Mediawet, moet het ervoor gehouden worden dat het bereiken van het vereiste ledental reeds voldoende is om aan te nemen dat de aanvrager een bepaalde stroming vertegenwoordigt. Formeel gezien vertegenwoordigt DeNíeuwe Omroep derhalve een stroming die in beginsel tot het bestel toegelaten zou kunnen worden.
Mede gelet op het laatste citaat dat hierboven wordt aangehaald, is van belang of de stroming die DeNíeuwe Omroep representeert iets toevoegt aan de pluriformiteit binnen het bestel. Uit het beleidsplan komt naar voren dat DeNíeuwe Omroep nieuw elan wil brengen in het bestel door een vernieuwende programmering met een geheel andere aanpak: dieper en met meer betrokkenheid, waarbij het gebruik van internet een belangrijke rol speelt. Toegelicht is dat DeNíeuwe Omroep op een onafhankelijke manier mensen wil informeren die werkelijk willen weten wat er in de wereld omgaat. Daarbij wil DeNíeuwe Omroep een podium vormen voor hen die net iets meer doen voor de samenleving dan de gemiddelde burger. In het gesprek dat wij hadden over de aanvraag wees DeNíeuwe Omroep op een kenmerkend element van de stroming, te weten de uiterst kritische houding ten opzichte van de bestaande omroepen in het bestel. Deze worden gezien als achterhaalde overblijfselen van de eertijds verzuilde samenleving. De inertie die DeNíeuwe Omroep in Hilversum aanwezig acht is voor haar een belangrijke inspiratiebron. Voor zover de stroming bijdraagt aan de pluriformiteit, zou die bijdrage voort moeten komen uit de gestelde diepere betrokkenheid bij maatschappelijke problemen en de functie van luis in de pels die de omroep wil spelen.
Gelet op het feit dat uit de individuele bijdragen van de omroepen aan het concessiebeleidsplan van de NOS naar voren komt dat ook de bestaande omroepen vernieuwing en een meer betrokkenheid bij de samenleving nastreven, is naar onze mening het antwoord op de vraag of de programmering die DeNíeuwe Omroep voornemens is te verzorgen zodanig afwijkt van de bestaande programmering dat het de verscheidenheid in de landelijke omroep vergroot en een vernieuwende bijdrage levert aan de verwezenlijking van de taakopdracht van de publieke omroep (art. 37a, eerste lid, Mediawet), van doorslaggevende betekenis voor het eindoordeel over de aanvraag,


3. Invloed leden op het beleid

Artikel 64, eerste lid, onder c, van de Mediawet, bepaalt dat een omroepvereniging die zendtijd heeft verkregen voor landelijke omroep ten genoegen van het Commissariaat moet aantonen dat haar leden op een democratisch aanvaardbare wijze invloed op het beleid kunnen uitoefenen.
Bij DeNíeuwe Omroep komt de invloed van de leden tot uitdrukking in de bevoegdheden van de ledenraad. Dit orgaan bestaat uit 75 door de verenigingsleden gekozen vertegenwoordigers, die maximaal 12 jaar zitting kunnen hebben in de raad. De voornaamste bevoegdheden van de ledenraad zijn het verkiezen van de leden van de raad van toezicht en het schorsen van en verlenen van ontslag aan deze leden.
De ledenraad vergadert tenminste één keer per jaar onder voorzitterschap van de voorzitter van de raad van toezicht. In de vergadering vindt bespreking plaats van het verslag van de raad van toezicht over de gang van zaken in het afgelopen verenigingsjaar en het gevoerde beleid in dat jaar. Uit de statuten kan worden afgeleid dat de ledenraad het beleid van de vereniging mag bespreken, maar dat hij niet de invloed heeft om beleidswijzigingen op te dragen. Ingeval de ledenraad zich niet kan verenigen met het beleid en daarin wijzigingen wil doorvoeren, staat hem alleen het middel van schorsing of ontslag van een of meer leden van de raad van toezicht ten dienste. Gezien de zwaarte van dit middel zal de ledenraad daartoe niet snel overgaan. Het Commissariaat meent dat de invloed van de ledenraad op een betere manier geregeld kan worden.
De bevoegdheden van de raad van toezicht zijn eveneens beperkt en wel tot het goedkeuren van de jaarrekening, van de jaarbegroting, alsmede van bepaalde besluiten van de directie (zie art. 24 van de statuten). Van invloed op het programmabeleid is in de statuten geen sprake. Het Commissariaat plaatst daar een vraagteken bij. Handhaving van de bestaande bepalingen ter zake van de bevoegdheden van de raad van toezicht, zou na de toetreding tot het bestel tot de situatie kunnen leiden dat de vertegenwoordiger van DeNíeuwe Omroep in de raad van toezicht van de NOS in dat gremium meer invloed en bevoegdheden zou hebben dan in zijn eigen vereniging.
De keuze voor het beschreven organisatiemodel heeft DeNíeuwe Omroep desgevraagd nader toegelicht. Teneinde optimale vrijheid te creëren voor de programmamakers is een redactiestatuut opgesteld en heeft men zich willen baseren op uitgangspunten van Cultural Governance, zoals geformuleerd in het rapport "Kwaliteit van bestuur en toezicht in de culturele sector. Een pleidooi voor zelfregulering" dat in februari 2000 door de Commissie Cultural Governance is uitgebracht. De gevolgtrekkingen die DeNíeuwe Omroep uit dit rapport maakt, gaan er naar ons oordeel aan voorbij dat de gepropageerde beginselen wellicht minder goed toepasbaar zijn op een vereniging waarvan de leden (op grond van de wet) invloed horen te hebben op het programma-inhoudelijke beleid. DeNíeuwe Omroep heeft naar ons oordeel te weinig oog voor het verschil tussen een democratisch geregeerde omroepvereniging en een orkest of balletgezelschap, waar inderdaad veel te zeggen is voor afstand tussen enerzijds bestuurders en anderzijds artistieke leiding en uitvoerende kunstenaars. Bij een omroepvereniging dient invloed van leden naar behoren geregeld te zijn en hoort daarnaast de redactionele onafhankelijkheid geregeld te worden via een goed redactiestatuut.


4. Blijkt uit het beleidsplan voldoende dat de identiteit in de programmering tot uitdrukking komt
De identiteit – dat wat de leden samenbindt – is in de statuten gekarakteriseerd. DeNíeuwe Omroep geeft aan haar identiteit als omroepvereniging te ontlenen aan de aandacht die structureel wordt geschonken aan maatschappelijke onderwerpen op het gebied van economie en ecologie, rechten van mens en dier en de tegenstelling tussen welvaart en armoede in de wereld, waarbij naast de Noord-Zuid relatie ook de problematiek in eigen land alle aandacht zal krijgen. Men wil gebruik maken van en aandacht besteden aan de modernste middelen van informatietechnologie, om daarmee als moderne omroep een levende organisatie te zijn die de dialoog met het publiek aan gaat.

Het Commissariaat vindt het moeilijk uit de beschrijving in de statuten een bepaalde identiteit te destilleren. Wat DeNíeuwe Omroep doet, is het neerzetten van enkele thema's die zowel ieder voor zich als in onderlinge samenhang op veel verschillende manieren benaderd kunnen worden, terwijl juist uit de wijze waarop een bepaalde problematiek benaderd wordt de identiteit blijkt. Wij geven een voorbeeld. Oliemaatschappij Shell communiceert dat zij betrokken is bij het thema economie en ecologie. Zij schetst de spanning tussen beide en komt met een oplossing: Pura de nieuwe schone benzine. Wij vermoeden dat DeNíeuwe Omroep het onderwerp anders zou benaderen en met een andere oplossing zou komen, maar zekerheid daaromtrent is er niet.

Voortdurend gebruik willen maken van en aandacht besteden aan de modernste middelen van de informatietechnologie is evenmin een uitdrukkingswijze van een bepaalde identiteit. Als wij het concessiebeleidsplan van de NOS en de daarvan deel uitmakende bijdragen van de individuele omroepen lezen, blijkt dat omroepbreed – hoe groot de identiteitsverschillen tussen de omroepen ook zijn – het belang van moderne informatietechnologie wordt onderkend. Belangrijke stappen worden aangekondigd om de publieke omroep op dit punt te moderniseren en nieuwe middelen om de dialoog met het publiek te versterken worden ontwikkeld. Gebruik maken van de nieuwste technische mogelijkheden is naar onze mening een middel om op den duur als publieke omroep te overleven en identiteit uit te kunnen blijven dragen, maar is geen element van die identiteit zelf.

Uit het voorgaande volgt dat wij geen antwoord kunnen geven op de vraag of de identiteit van DeNíeuwe Omroep voldoende in de programmering tot uitdrukking komt, maar slechts of de thema's die in de statuten worden genoemd daadwerkelijk in de programmering terugkomen.
Op blz. 10 van het beleidsplan worden drie thema's genoemd waarop de programmering zich in hoofdzaak gaat richten.

* de spanning tussen ecologie en economie.
* de spanning tussen rijkdom en armoede in Noord en Zuid.
* het samengaan van oude en nieuwe media

Een nadere uitwerking van de hoofdthema's in concrete programma-ideeën wordt gegeven in het beleidsplan en op de internetsite. Bij verschillende van die ideeën is duidelijk een relatie te herkennen met de hoofdthema's. Een greep:


* aandacht voor het Dunya festival en het Amnesty International festival.
* reportages over Nederlandse ondernemingen die zich met bedrijf en kantoor gevestigd hebben in een ontwikkelingsland.
* "Big Mother" waarin deskundigen een oplossing zoeken voor een maatschappelijk probleem als bijvoorbeeld het vluchtelingenbeleid.
* "Het Nieuwe Mediajournaal" met dagelijkse berichtgeving over nieuwe ontwikkelingen door verslaggevers in Silicon Valley en op de Nasdaq beurs.

* docusoaps die zich afspelen in de wereld van actievoerders, hulpverleners en ideële organisaties.
* "Een schone vakantie", een serie over ecotourisme.
Daarnaast worden echter ook programmaformats gepresenteerd waarvan de relatie met de hoofdthema's niet op voorhand duidelijk is. Wederom een greep:


* "Nieuwsweek" met harde politieke satire.
* "The good, the bad en the ugly", waarin drie presentatoren met drie gasten praten over maatschappelijke onderwerpen.
* "En toen was er televisie", een 35 delige serie over vijftig jaar televisie in Nederland.
Al met al kan worden vastgesteld dat in de voorgenomen programmering voldoende aandacht wordt geschonken aan programma's die een directe relatie hebben met de hoofdthema's.
Wij merken wel op dat DeNíeuwe Omroep als zij een voorlopige erkenning krijgt in de blokken van twee uur per week die zij wil gaan vullen, lang niet alles zal kunnen realiseren wat zij de kijkers in het beleidsplan en op de internetsite in het vooruitzicht stelt. 100 uur televisie per jaar zijn snel op met een wekelijks mediaprogramma van een uur, vijf dagen in de week een late night show, een serie van 35 delen, een serie van 26 delen etc. Het is de vraag welke noodzakelijke keuzes worden gemaakt en hoe na die keuze de programma's die gezichtsbepalend zijn voor de in de hoofdthema's aangeduide "identiteit" vertegenwoordigd zullen zijn. DeNíeuwe Omroep verklaarde dat zij zich realiseert dat met beperkte zendtijd niet alle programma-ideeën gerealiseerd kunnen worden. Door een breed scala aan programma's te presenteren heeft zij willen laten zien dat in alle categorieën kan worden bijgedragen aan de uitvoering van de algemene taakopdracht en de naleving van de programmavoorschriften.

5. Is het aannemelijk dat DeNíeuwe Omroep zich aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften zal houden
Artikel 37b, tweede lid, Mediawet bepaalt dat een aanvraag voor een voorlopige erkenning kan worden afgewezen als aannemelijk is dat de aanvrager zich niet aan de bij of krachtens de Mediawet gestelde voorschriften zal houden. Het Commissariaat heeft geen redenen om aan te nemen dat DeNíeuwe Omroep eenmaal tot het bestel toegelaten, wettelijke voorschriften zoals het verbod op sluikreclame, het verbod om dienstbaar te zijn aan het maken van winst door derden, dan wel andere voorschriften niet in acht zal nemen.
Wat globaal getoetst kan worden, is of de voorgenomen programmering voldoet aan de programmavoorschriften. Uit het beleidsplan blijkt dat DeNíeuwe Omroep voornemens is een programma te verzorgen waarin cultuur, educatie, informatie en amusement vertegenwoordigd zijn. Afhankelijk van de vraag welke programma-ideeën uiteindelijk gerealiseerd zullen worden, ziet het er naar uit dat het geen probleem zal zijn een bijdrage te leveren aan de wettelijk verplichte percentages. Het streven is daarop in ieder geval duidelijk gericht. Of DeNíeuwe Omroep in voldoende mate zal bijdragen aan het verplichte quotum onafhankelijke producties, valt uit het beleidsplan niet op te maken. Er is echter geen reden om aan te nemen dat men zich onvoldoende zal inspannen om de gezamenlijke uitbestedingsverplichting van de publieke omroep te realiseren.
Tot samenwerking met andere omroepinstellingen is DeNíeuwe Omroep bereid. Op blz. 15 van het beleidsplan is aangegeven dat zelfs al een begin is gemaakt met samenwerking met de TROS. DeNíeuwe Omroep wil gebruik blijven maken van huisvesting in het gebouw van de TROS en van facilitaire diensten van de TROS, opdat meer geld overblijft voor de programma's. Een dergelijke wijze van samenwerking achten wij niet in strijd met de Mediawet. Wel zullen wij er nauwgezet op toezien dat de door de TROS te leveren diensten worden afgerekend tegen marktconforme tarieven. Over de samenwerking met de TROS tot nu toe informeren wij u hierna.


6. Toegevoegde waarde

Artikel 37a, eerste lid, Mediawet, bepaalt dat uit het beleidsplan moet blijken dat de omroepvereniging voornemens is een programma te verzorgen dat naar inhoud en strekking zodanig afwijkt van de door de omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen verzorgde programma's, dat het de verscheidenheid in de landelijke omroep vergroot en daarmee een vernieuwende bijdrage levert aan de verwezenlijking van de taakopdracht van de publieke omroep.

Om te kunnen bepalen in hoeverre het programma dat DeNíeuwe Omroep voornemens is te gaan verzorgen naar inhoud en strekking afwijkt van het bestaande aanbod en een vergroting van de verscheidenheid met zich mee brengt, moeten de voornemens vergeleken worden met dat bestaande aanbod. Het Commissariaat heeft voor die vergelijking gebruik gemaakt van gegevens die bekend zijn uit de driemaandelijkse rapportages over de naleving van het volledig programmavoorschrift.

DeNíeuwe Omroep geeft inzicht in de voorgenomen programmering via het beleidsplan, de internetsite en de krant die tijdens de ledenwerfcampagne huis aan huis verspreid is.
Deze informatiebronnen noemen de hierbovenvermelde drie hoofdthema's, die nader uitgewerkt zijn in vier aandachtsgebieden: ontwikkelingssamenwerking en derde wereldproblemen, goede doelen, media en nieuwe media, alsmede natuur, milieu, dieren en historische schoonheid. In de krant worden deze aandachtsgebieden verder verfijnd in concrete programmavoorstellen. Belangrijk kenmerk van de programmering is de flexibiliteit daarvan. Als de actualiteit daarom vraagt, zal snel op de gebeurtenissen worden ingespeeld. Een belangrijk deel van de radiozendtijd wil DeNíeuwe Omroep gebruiken op Radio 1 voor het programma Referendum Radio. Dit moet een dagelijks programma over een actueel onderwerp worden met debat tussen deskundigen, publiek in de studio en interactie met de luisteraars via telefoon en internet.

Bij wie de landelijke publieke omroep kent, dringt zich direct het gevoel op dat veel van wat DeNíeuwe Omroep wil gaan doen op dit moment al gedaan wordt. Een nadere analyse bevestigt dit gevoel.

Ontwikkelingssamenwerking en de problematiek van de derde wereld krijgen structureel aandacht van de publieke omroep, ondermeer in de actualiteitenrubrieken op de drie netten. Een voorbeeld is te lezen op de internetsite, namelijk in een discussiebijdrage van de hoofdredacteur van het blad "Onze Wereld". Deze illustreert de onafhankelijkheid van de Nederlandse journalistiek met een verwijzing naar een kritische reportage van de EO in het programma 2Vandaag over een reis die journalisten op uitnodiging van de minister meemaakten naar Jemen.
Een ander voorbeeld is de uitgebreide aandacht in NOVA en Den Haag Vandaag voor veranderingen in het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid bij het aantreden van minister Herfkens.

Toen de zendtijd van de Stichting Socutera in 1988 kwam te vervallen, heeft de NOS op eigen initiatief de uitzendingen voortgezet. Zoals bekend besteedt Socutera structureel aandacht aan goede doelen. Inzamelingsacties voor goede doelen worden door de NOS en de omroepverenigingen structureel ondersteund, soms via korte spots, soms in geval van calamiteiten in een avondvullend programma. Zonodig wordt de reguliere programmering hiervoor direct aangepast. Te wijzen valt ook op de Postcodeloterijshow die door de TROS wordt uitgezonden. Zoals bekend beijvert de Postcodeloterij zich voor het inzamelen van geld voor goede doelen en bewustwording van het publiek van noden van mens, dier en milieu, in binnen- en buitenland.

Media, waaronder de nieuwe media, komen bij de publieke omroep aan de orde in programma's zoals de onlangs door de VPRO uitgezonden serie over de snelle opmars van de nieuwe media en de gevolgen van convergentie voor de traditionele televisie. In cursorische programma's van Teleac werd het publiek vertrouwd gemaakt met computergebruik en internet, terwijl ook op Radio 1

Natuur, milieu, dieren en historische schoonheid zijn onderwerpen die traditioneel ruimschoots aan bod komen bij de publieke omroep.


* Natuurfilms en documentaires over het dierenrijk vormen een genre waarin de EO sterk is. In spelvorm worden in het programma Waku Waku op Nederland 1 dieren en hun eigenaardigheden ten tonele gevoerd. De spelers zamelen daarbij geld in voor goede (dieren)doelen.


* De wijze waarop wij mensen met dieren omgaan, kwam in de afgelopen jaren aan de orde naar aanleiding van de varkenscrisis, de BSE crisis, de dioxine kippen affaire, de discussie over het al dan niet afschaffen van het nertsenfokverbod.

* Het recente internationale congres over watermanagement kreeg ruime aandacht.

* Met het programma Vroege Vogels heeft de publieke radio al jarenlang een prominent programma over natuur en milieu.

* Historische schoonheid belicht de publieke omroep ondermeer in programma's van Teleac (series over de wereld tijdens Alexander de Grote, de sultan die de Taj Mahal liet bouwen etc) en de 13 delige serie over architectuur opTV2. Iets gedateerder is het programma Ontdek je Plekje dat de AVRO tijden heeft uitgezonden.
De programma's die DeNíeuwe Omroep in haar krant in het vooruitzicht stelt, brengen ook lang niet allemaal iets nieuws. Wij lopen hierna de programmavoorstellen langs.

Nieuws over informatietechnologie
Zoals hierboven al vermeld wordt dergelijk nieuws regelmatig gebracht (VPRO, Teleac/RVU).
Informatie over goede doelen
Informatie over goede doelen wordt gebracht in Socutera zendtijd, spelprogramma's en actualiteitenprogramma's. Voor de IKON vliegen al tijden de Wilde Ganzen. De KRO informeert over het werk van Memisa.
Comedy
Dit genre is voldoende in de programmering vertegenwoordigd. Er is nog geen comedy over twee cabaretiers zoals voorgesteld, maar wel over twee grootvaders die een gezin "runnen" (nieuwe samenlevingsvormen) of de multiculturele samenleving in de grote stad ("Ben zo Terug").

Satirisch programma over het nieuws.
De TROS zendt het programma "Dit was het nieuws" uit, met Raoul Heertje en Thomas Acda. Op vrij harde wijze worden hierin nieuwsgebeurtenissen becommentarieerd.

Documentaires over het erfgoed van de mens.
Educom vervult hier een functie. Recent is een serie over industriële archeologie uitgezonden.
Informatie over boeken en literatuur
De VPRO zendt "Zeeman met Boeken" uit en enkele weken geleden stond nagenoeg een hele avond op Nederland 3 in het teken van de uitreiking van de Libris Literatuurprijs. Bij Hanneke Groenteman zitten in "De Plantage" regelmatig schrijvers aan tafel.
Zakendoen met ontwikkelingslanden
Een structureel programma over dit specifieke onderwerp ontbreekt. Als er een concrete aanleiding is (de Heineken brouwerij in Birma of de activiteiten van Shell in Nigeria), besteedt de publieke omroep aandacht aan de wijze waarop in derdewereldlanden zaken worden gedaan.

Comedy met verstandelijk gehandicapten
Hoewel geen comedy, moet gewezen worden op het bestaan van het programma "Knoop in je Zakdoek", waarin voor en door verstandelijk gehandicapten informatie wordt gegeven en amusement wordt verschaft (het Knoopspel).
Kinderprogramma over gezondheid
De programma-opzet die in het concessiebeleidsplan van de NOS wordt gepresenteerd voorziet in een dagelijks kinderblok van enkele uren. Gezondheid kan daarin een van de onderwerpen zijn die aan bod komen. In 1999 heeft de publieke omroep aandacht besteed aan de activiteiten van de Clini Clowns.
Docusoaps die zich afspelen in de wereld van actievoerders etc. Een programma dat zich afspeelt in deze wereld kent de publieke omroep niet.

Docusoap over de bewoners van een straat
De programmaserie "Lombok" gaf een beeld van de samenleving in deze multiculturele wijk in Utrecht. "Buren" van de VPRO gaf op eigenzinnige wijze een beeld van spanningen tussen bewoners in de een straat.
De vraag is of de aandacht die de publieke omroep besteedt aan de onderwerpen waar DeNíeuwe Omroep zich op wil richten structureel en voldoende is. De verhouding Noord-Zuid, problemen van vluchtelingen of programma's over organisaties als Amnesty International worden door diverse omroepverenigingen vanuit hun eigen identiteit belicht. DeNíeuwe Omroep wil daar een eigen journalistieke aanpak aan toevoegen en kan ervoor zorgen dat de aandacht niet afhankelijk hoeft te zijn van journalistiek relevante gebeurtenissen. DeNíeuwe Omroep zendt immers altijd over deze onderwerpen uit. Bij alle andere omroepen wordt afgewogen of het op dat moment interessant genoeg is. Het is wel duidelijk dat blijkens de analyse de publieke omroep ontwikkelingssamenwerking en thema's als natuur en milieu wel belangrijk vindt. In het gesprek met DeNíeuwe Omroep over ons advies is aangegeven dat veel van bovengenoemde programma's vanwege netprofilering de kans lopen geschrapt te worden en dat ze slechts dan wel vooral door het initiatief van DeNíeuwe Omroep behouden zijn voor de publieke omroep.
DeNíeuwe Omroep heeft aangegeven dat de onderwerpen waaraan aandacht zal worden geschonken weliswaar kunnen overlappen met bestaand aanbod, maar dat de aanpak geheel anders zal zijn. Verdieping en betrokkenheid zijn daarbij sleutelbegrippen. De inspiratiebron van waaruit de onderwerpen worden benaderd wijkt derhalve volgens DeNíeuwe Omroep fundamenteel af van die van de andere omroepen. Uiteindelijk komt het Commissariaat, met de hierboven staande nuancering, tot het oordeel dat DeNíeuwe Omroep wat de onderwerpkeuze betreft weinig toevoegt aan het bestaande aanbod van de publieke omroep. Naar inhoud vallen de programma's niet op door een vernieuwende invalshoek. Toegevoegde waarde zou voort moeten komen uit de strekking van de boodschap die wordt meegegeven en de wijze waarop verslag wordt gedaan.


7. Nieuwe Media

DeNíeuwe Omroep legt een sterk accent op plaats en de functie die nieuwe informatietechnologie in het geheel van haar activiteiten inneemt. De plannen zijn ambitieus. Opgemerkt wordt dat de publieke omroep er nog niet in geslaagd is een gezamenlijk platform op internet te creëren. DeNíeuwe Omroep wil daar verandering in aanbrengen. Het beleidsplan biedt een eerste blik op de voorgenomen activiteiten, maar deze worden verder nogal summier uitgewerkt. Genoemd wordt de ontwikkeling van een aquabrowser en een initiatief om abonnees een persoonlijk profiel voor berichten te laten maken. "Een aantal andere internetprojecten zijn in voorbereiding". Het beleidsplan gaat er naar ons oordeel te makkelijk aan voorbij dat de publieke omroep op het terrein van nieuwe informatietechnieken niet stil zit. Wij wijzen op de internetparagraaf in het concessiebeleidsplan van de NOS en de plannen van de individuele omroepen. Lezenswaardig is ook de passage in het concessiebeleidsplan over de plannen met Teletekst. De NOS werkt aan een nieuwe multimediale vorm van teletekst, voorzien van interactiviteit, die geschikt is voor de digitale uitzendnorm. De NOS schrijft dat Teletekst waarschijnlijk de eerste weg zal zijn langs welke gebruikers kennis kunnen maken met nieuwe vormen van interactieve elektronische informatie. Zo zal Teletekst mobiel te bekijken kunnen zijn via de pas geïntroduceerde WAP-telefoons. De publieke omroep loopt dus minder achterop dan DeNíeuwe Omroep het doet voorkomen. DeNíeuwe Omroep zou wel een aanjager kunnen zijn voor verdere uitbouw. Met het oog op de samenwerking die de Mediawet vraagt, merken wij daarbij wel op dat de plannen met provider Planet Internet haaks staan op de ook in het concessiebeleidsplan van de NOS beoogde internetvoorziening voor de gehele landelijke publieke omroep. In het gesprek dat wij met DeNíeuwe Omroep hadden, is overigens gezegd dat uitlatingen over Planet Internet als prefered provider niet betekenen dat de keuze voor dit bedrijf al gemaakt is. Alle opties zouden nog open zijn.


8. Radio

DeNíeuwe Omroep geeft aan haar radiozendtijd hoofdzakelijk te willen verzorgen op Radio1 (Referendum Radio) en voor een kleiner deel op Radio 5.
Uit artikel 41c Mediawet jo artikel 13 Mediabesluit volgt echter de verplichting om uitzendingen te verzorgen op tenminste drie radionetten. De radioplannen zullen derhalve moeten worden bijgesteld. DeNíeuwe Omroep heeft tegenover het Commissariaat verklaard daartoe zonder probleem bereid te zijn.


9. Voldoet DeNíeuwe Omroep aan de overige eisen van de Mediawet, in het bijzonder wat betreft financiële, organisatorische en personele relaties met derden, nu en in de toekomst?

Het Commissariaat heeft deze vraag met name beoordeeld in het licht van de artikelen 55, eerste lid, 56 en 64, eerste lid, onder b, van de Mediawet.

DeNíeuwe Omroep heeft zich na de eerste bekendmaking dat zij in aanmerking wenste te komen voor een voorlopige erkenning nadrukkelijk gepresenteerd in vergelijking met de andere instellingen die aankondigden tot het publieke bestel te willen toetreden. Op deze plaats is de grootschalige ledenwerfcampagne van belang. Die campagne kenmerkte zich door de betrokkenheid van een aantal derden en een veelheid van voordelen die aan het lidmaatschap werden verbonden. Beiden riepen de nodige vragen op bij particulieren, bij instellingen die net als DeNíeuwe Omroep voor het eerst opteerden voor een erkenning, bij diverse instellingen die reeds zendtijd hebben verkregen, bij de pers, bij leden van de Tweede Kamer en bij het Commissariaat.

Een aantal van de betrokken derden beperkte zich tot sympathiebetuigingen in schriftelijke uitgaven van DeNíeuwe Omroep en op de internetsite. Anderen echter, maakten het (mede) mogelijk dat met het lidmaatschap van de omroep, dat op zichzelf f. 12,60 kost, overeenkomstig de wettelijke minimumcontributie, de nodige voordelen vielen te behalen. Daarbij is enerzijds de vraag aan de orde of daarmee nog sprake is van een geoorloofde vorm van ledenwerving. Anderzijds dient te worden beoordeeld of de bewuste derden voor hun bijdragen een tegenprestatie van DeNíeuwe Omroep hebben bedongen en of daarmee strijd met de Mediawet ontstaat. Op verzoek van het Commissariaat verstrekte DeNíeuwe Omroep een overzicht van de kosten en baten met betrekking tot de campagne. Daarin zijn ook de betrokken derden en hun bijdragen opgenomen. Hieronder volgt eerst een inventarisatie van de geboden voordelen.

Onder de eerste 50.000 leden werden de volgende voorwerpen verloot:


- Een Volkswagen Lupo (á f. 22.500,-)
Wordt voldaan uit de verenigingsmiddelen van de omroep

- 10 Apple i-Mac computers (á f. 2.300,-)
Beschikbaar gesteld door Apple


- 500 Philips webcams (á f. 150,-)
Beschikbaar gesteld door Planet Internet

Overige verstrekte voordelen:

- 2000 toegangskaarten voor de musical Elisabeth (á f. 100,-) Beschikbaar gesteld door Joop Van den Ende Theaterprodukties B.V.
- Ieder lid: een cd-rom met een deel van het Toy Story 2-spel en software voor gratis toegang tot internet. Beschikbaar gesteld door Planet Internet

- Op grote schaal zijn (eenvoudige) horloges, pennen en bekers met het logo van de omroep weggegeven. Hiermee is een bedrag gemoeid van een kleine ƒ750.000,- betaald uit de contributiegelden en de andere door derden gefourneerde baten.
Voorts werden landelijk een krant en een magazine verspreid in een oplage van 8 miljoen stuks, eveneens betaald uit bovengenoemde baten waaronder substantiële bijdragen van Novamedia en Planet Internet.

Zoals u bekend is, gelden geen mediawettelijke bepalingen ten aanzien van de wijze waarop organisaties voorbereidende activiteiten ontplooien in een poging toe te treden tot het publieke bestel. Wel kunnen wij vaststellen dat bovengenoemde voordelen, behoudens wellicht laatstgenoemde, een waarde vertegenwoordigen die ver uitstijgt boven de waarde van producten of diensten die instellingen die zendtijd hebben verkregen aan hun leden mogen aanbieden, gelet op het bepaalde in artikel 64, eerste lid, aanhef en onder b, van de Mediawet en het bepaalde in de Richtlijn neven- en verenigingsactiviteiten publieke omroep 1999 terzake van de verstrekking van op geld waardeerbare voordelen aan leden.

Strijd met de wet is voor wat betreft de aanloopfase met betrekking tot de ledenwerfcampagne niet vast te stellen. Wel zal DeNíeuwe Omroep zich na eventuele verkrijging van een erkenning, ten opzichte van wat zij nu in het kader van ledenwerving gewoon is te doen, drastisch dienen te beperken. Wij gaan er wel van uit dat de overdaad aan voordelen heeft bijgedragen aan de aanwas van het aantal leden. Bovendien heeft de discussie hieromtrent de naamsbekendheid gestimuleerd. In ieder geval blijkt uit opgave van DeNíeuwe Omroep dat bijvoorbeeld de actie van Joop Van den Ende Theaterprodukties B.V. goed was voor ruim 12.000 leden.

Wat betreft de relaties met derden meer in het algemeen komt uit de door DeNíeuwe Omroep verstrekte informatie het volgende beeld naar voren. Om de campagne zowel organisatorisch als financieel te laten slagen heeft men in de aanloopfase samenwerking met derden noodzakelijk geacht.

Zo zijn medewerkers ondergebracht in het gebouw van de TROS, dat ook een aantal facilitaire diensten levert. Uit informatie van de TROS is ons gebleken dat de TROS een en ander aan DeNíeuwe Omroep in rekening brengt (in het eerste kwartaal ca ƒ160.000,-). Het bedrijf Novamedia, een bureau voor adviezen en uitvoering op het gebied van o.a. communicatie en marketing, verrichtte diverse diensten en steunde het initiatief in totaal met ruim een half miljoen gulden. Planet Internet, hierboven al genoemd als verstrekker van diverse geschenken, droeg twee miljoen gulden bij. Daarvoor verkreeg het advertentieruimte in de beide printuitgaven van DeNíeuwe Omroep Voorts verzorgt dit bedrijf thans de internetactiviteiten van DeNíeuwe Omroep en zou het graag de relatie voortzetten als DeNíeuwe Omroep een erkenning krijgt. Van de zijde van DeNíeuwe Omroep is verklaard dat geen van de sympathiserende en/of ondersteunende derden concrete tegenprestaties hebben bedongen in ruil voor hun respectieve bijdragen aan de campagne en door DeNíeuwe Omroep zijn geen concrete tegenprestaties toegezegd.

De (overige) advertenties in beide printuitgaven leverden een bedrag van ruim f. 350.000,- op. Onder de adverteerders bevond zich de Stichting Doen-Postcodeloterij/Sponsorloterij. Deze stichting is in perspublicaties herhaaldelijk genoemd als vergaand betrokken bij DeNíeuwe Omroep. Ons is van geen andere betrokkenheid gebleken als hiervoor genoemd. DeNíeuwe Omroep heeft benadrukt dat ze een volstrekt onafhankelijke positie inneemt ten opzichte van de Postcodeloterij. Samenwerking in de toekomst is naar eigen zeggen niet aan de orde. Van de zijde van de raad van toezicht is ons een en ander bevestigd.

Wat betreft de personele relaties met derden is het volgende op te merken. De heer A. van den Heuvel, mede-initiatiefnemer van DeNíeuwe Omroep, heeft onlangs zijn productiebedrijf Mediaat Producties B.V. verkocht aan Joop van den Ende TV-Producties B.V. De heer Van den Heuvel is nog in dienst van Mediaat. DeNíeuwe Omroep heeft verklaard dat de heer Van den Heuvel zijn dienstverband met Mediaat zal verbreken als en zodra een voorlopige erkenning is verkregen.

De heer Th. Chanowski, eveneens mede-initiatiefnemer, is onder meer werkzaam bij het bedrijf Medialab B.V., dat onderzoek verricht op het gebied van audio- en visuele communicatie en daarmee samenhangende automatisering. DeNíeuwe Omroep heeft aangegeven op het gebied van interactiviteit in het algemeen en internet in het bijzonder veel initiatieven te zullen ontwikkelen, waarbij de heer Chanowski een centrale rol zal vervullen. Voor zover Medialab zou worden betrokken bij de uitvoering van de plannen van DeNíeuwe Omroep zal het Commissariaat deze relatie alsdan aan de Mediawet toetsen.

Het Commissariaat komt tot de conclusie dat DeNíeuwe Omroep thans geen financiële, organisatorische of personele relaties met derden onderhoudt die tot het oordeel zouden leiden dat DeNíeuwe Omroep niet aan de eisen van de Mediawet op die punten voldoet.

Tot zover ons commentaar op de aanvraag voor een voorlopige erkenning van DeNíeuwe Omroep.

Hoogachtend,
Commissariaat voor de Media
drs. H. Koetje, Voorzitter en drs. L. van der Meulen, Commissaris Programma Toezicht

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie