Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bekrachtiging Noodverordening EK 2000 gemeente Amsterdam

Datum nieuwsfeit: 31-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Amsterdam


Bron : Raad
Onderwerp : BEKRACHTIGING VAN DE NOODVERORDENING EK 2000. Portefeuille : Openbare Orde en Veiligheid
Afd./Pol. partij : AB
Datum Raad : --
Comm. van Advies : Algemene Zaken
Datum publikatie : 31-05-00
Gemeenteblad nr. : 57


Volgn. 57
BEKRACHTIGING VAN DE NOODVERORDENING EK 2000.

De Burgemeester van Amsterdam brengt ter algemene kennis, dat de Gemeenteraad bij zijn besluit van 24 mei 2000, nr. 342, heeft besloten, te bekrachtigen de volgende

Algemeen verbindende voorschriften ter handhaving van de openbare orde en ter beperking van gevaar (Noodverordening EK 2000).

Art. 1

Begripsbepalingen.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a openbare weg: hetgeen art. 1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening-1994 daaronder verstaat;
b openbaar water: alle wateren die al dan niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;
c EK 2000: de in 2000 plaatsvindende Europese voetbalkampioen- schappen;
d speeldagen: de dagen waarop in het kader van EK 2000 voetbal- wedstrijden in Amsterdam zullen plaatsvinden;
e evenement: de voetbalwedstrijden in het kader van EK 2000 en andere in samenhang daarmee georganiseerde evenementen in de periode van 9 juni tot en met 4 juli 2000;
f politie: executieve ambtenaren van het regiokorps Amsterdam- Amstel-land, alsmede andere ambtenaren die op grond van de Politiewet ten behoeve van bijstand aan de burgemeester van Amsterdam ter beschikking zijn gesteld;
g supporter: degene die door kleding, uitmonstering, uitrusting, vlaggen of daarmee vergelijkbare attributen herkenbaar is of zich anderszins manifesteert als aanhanger van een van de aan EK 2000 deelnemende landenteams.

Art. 2

Verbod ordeverstorend of opruiend gedrag.

1. Het is verboden, zich op de openbare weg, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijke inrichting, het stadion daaronder begrepen, zodanig te gedragen dat redelijkerwijze kan worden aangenomen dat dit gebeurt om de orde te verstoren of de veiligheid in gevaar te brengen.
2. Het is verboden, op de in het eerste lid bedoelde plaatsen anderen lastig te vallen, te vechten of zich opruiend te gedragen.

Art. 3

Discriminerend gedrag.
Het is verboden, in woord, geschrift, gebaar of door middel van afbeeldingen personen wegens hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht of op welke grond dan ook te discrimineren.

Art. 4

Klimmen op straatmeubilair, monumenten, op voor openbaar gebruik bestemde inrichtingen.

1. Het is verboden, te klimmen of zich te bevinden op een hek, een omheining, een beeld, monument, overkapping, constructie, een ander voor openbaar gebruik bestemde inrichting, straatmeubilair, een voertuig of vaartuig, een en ander voorzover deze voorwerpen zijn gelegen aan of op de openbare weg of in het openbaar water, indien daardoor gevaar voor de openbare orde of gevaar voor personen of zaken te duchten is.

2. Dit verbod geldt niet voor de eigenaar van of degene die anderszins rechthebbende is op een vaartuig of voertuig, voorzover het dit vaartuig of voertuig betreft.

Art. 5

Verblijfsverboden.

1. Het is verboden:
a zich te bevinden op een openbare weg of een openbaar water in een gebied dat de Burgemeester naar aanleiding van wanordelijkheden of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan heeft aangewezen;
b zich op een van de speeldagen zonder geldig toegangsbewijs te bevinden op de openbare weg in een door de Burgemeester aangewezen gebied.

2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor die gene die ten genoegen van de politie kan aantonen in het desbetreffende gebied woonachtig of werkzaam te zijn.
Art. 6

Verplichte routes/verplicht vervoer.
Indien de Burgemeester heeft bepaald dat door hem aangewezen groepen supporters zich uitsluitend naar of van het stadion mogen begeven op een door hem aangegeven wijze, is het een tot die groep behorende supporter verboden, zich op andere wijze naar of van het stadion te begeven.

Art. 7

Onherkenbaarheid.
Het is verboden, tijdens het evenement:
a bivakmutsen, helmen, sjaals of daarop gelijkende voorwerpen te dragen ten gevolge waarvan de identificatie van de drager of houder wordt bemoeilijkt of verhinderd;
b andere voorwerpen of middelen waarmee kennelijk wordt beoogd zich onherkenbaar te maken, te dragen of bij zich te hebben ten gevolge waarvan identificatie van de drager of houder wordt bemoeilijkt of verhinderd.

Art. 8

Verwijderingsverplichting.
Eenieder is verplicht, zich op eerste vordering van de politie te verwijderen in een door de politie aangegeven richting langs een door de politie aange-geven route.

Art. 9

Toezicht op naleving.
Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening is de politie belast.
Art. 10

Bestuurlijke ophouding.
In geval van groepsgewijze niet-naleving van een van de in art. 2, tweede lid, en in de artikelen 3 tot en met 8 van deze verordening voorkomende verboden of verplichtingen kan de Burgemeester deze groep of groepen op een door hem aangegeven plaats tijdelijk doen ophouden.

Art. 11

Inwerkingtreding.

1. Deze verordening treedt in werking op 9 juni 2000 om 12.00 uur.

2. Deze verordening vervalt op 4 juli 2000 te 24.00 uur, tenzij de Burgemeester deze verordening voordien heeft ingetrokken.

Art. 12

Citeertitel.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Noodverordening EK 2000.

De Burgemeester van Amsterdam,

S. Patijn

Toelichting op de Noodverordening EK 2000.

De noodverordening is een aanvulling op bestaande wettelijke voorschriften en biedt meer mogelijkheden tot handhaving van de openbare orde dan op grond van de bestaande wettelijke voorschriften mogelijk is. In een noodverordening kunnen ook bepalingen worden opgenomen die ook in een verordening van de Gemeenteraad kunnen worden opgenomen, doch waarvan een permanente regeling om welke reden dan ook niet wenselijk wordt geacht. Voorts mag in een noodverordening worden afgeweken van alle voorschriften, ook indien deze van rijk of provincie afkomstig zijn. Zo is in een gemeentelijke regeling geen plaats meer voor bepalingen die discriminatie verbieden. De wetgever heeft een en ander uitputtend geregeld, althans dat was zijn intentie, in het Wetboek van Strafrecht. Daar is echter niet strafbaar gesteld discriminatie door gebaren. In een noodverordening kan zulks wel strafbaar worden gesteld.

Een noodverordening vermag evenwel geen inbreuk te maken op grondrechten, tenzij het grondrecht uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid, aan de uitoefening daarvan in een plaatselijke regeling beperkingen te stellen. De onderhavige noodverordening maakt geen inbreuk op in de Grondwet verankerde grondrechten. Wel wordt de mogelijkheid geopend de bewegingsvrijheid te beperken. Het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden laat echter op dit grondrecht uitdrukkelijk beperkingen toe, onder andere in het belang van de openbare orde. Deze beperkingen kunnen zowel bij gemeentelijke (nood)verordening als door middel van een noodbevel worden opgelegd.

Deze verordening wordt vastgesteld om over voldoende instrumenten te beschikken om ordeverstoringen te bestrijden. Tegen overtreding van voorschriften daarvan zal in beginsel door aanhouding van de overtreder worden opgetreden. De bepalingen in deze noodverordening zijn derhalve niet vastgesteld teneinde in geval van overtreding aanstonds tot bestuurlijke ophouding te kunnen overgaan. Het is echter niet uitgesloten dat dit wel gebeurt. Daarbij zal echter aan alle voorwaarden moeten zijn voldaan die de artikelen 154a en 176a van de Gemeentewet aan toepassing van dit instrument stellen. Deze voorwaarden zijn vermeld in de voordracht tot wijziging van de APV-1994, houdende invoering van het instrument bestuurlijke ophouding.

Het bepaalde in art. 2, eerste lid, komt vaker voor in noodverordeningen. Deze bepaling acht de Burgemeester echter te weinig concreet om in geval van overtreding tot bestuurlijke ophouding te kunnen besluiten. Daarom is deze bepaling in art. 10 uitdrukkelijk uitgezonderd.

Wat betreft het klimmen op hekken en dergelijke is niet beoogd het zich bevinden op een hek of ander straatmeubilair strafbaar te stellen. Het gaat om het feit dat dit vaak gebeurt in situaties waarbij de openbare orde wordt verstoord. Voorts levert het klimmen, zeker wanneer het gaat om grote groepen personen gevaar op voor de veiligheid van derden, maar ook voor betrokkenen. Teneinde dit aspect te verduidelijken, is in deze bepaling opgenomen dat het klimmen verboden is, voorzover er gevaar voor de openbare orde dan wel gevaar voor de veiligheid van personen of zaken te duchten is.

Met het toezicht op de naleving van deze bepalingen is uitsluitend de politie (executieve ambtenaren van het regiokorps en politieambtenaren die in het kader van bijstand ter beschikking worden gesteld) belast. De politie kan daarbij elke plaats betreden, voorzover dat nodig is om het toezicht op de naleving van de bepalingen van de noodverordening te kunnen uitoefenen. Dat kan ook in woningen, al zal dat, gezien de strekking van de onderhavige bepalingen, waarschijnlijk niet voorkomen. De bevoegdheid daartoe bestaat overigens op grond van een eerder vastgestelde regeling. Voor het betreden van voor het publiek toegankelijke inrichtingen is geen wettelijke basis nodig.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie