Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

WODC: Werklast versnelling handelszaken

Datum nieuwsfeit: 06-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Justitie

WODC-rapporten & EWB-rapporten

Werklast versnelling handelszaken

R.J.J. Eshuis, M.N. van Es

Onderzoeksnotities, nr. 2000/4

Samenvatting

Onderwerp van deze notitie is het extra werk dat door rechtbanken moet worden verricht ten gevolge van geplande maatregelen die tot een kortere doorlooptijd in civiele handelszaken moeten leiden. We spreken in dat kader over 'extra werklast'. Die werklast drukken we uit aantallen af te doenen zaken. Met de toevoeging 'extra' benadrukken dat het niet gaat om het aantal zaken dat rechtbanken normaal afdoen, maar om zaken daar boven op komen. Het aantal zaken dat rechtbanken 'normaal' afdoen is ongeveer gelijk aan het aantal zaken dat in een bepaalde tijdsperiode (een maand of een jaar) instroomt; die vormt de norm voor de toewijzing van personele capaciteit. Onze prognoses moeten niet worden beschouwd als exacte voorspellingen. Sommige van de achterliggende aannames zijn nauwelijks empirisch onderbouwd en moeten als 'best guess' worden beschouwd. De gebruikte cijfers zijn uit verschillende bronnen afkomstig, waarbij de achterliggende definities niet altijd volledig gelijk zijn. Desalniettemin menen wij de grote lijnen juist in beeld te hebben gebracht.

De doorlooptijdverkortende maatregelen waarvan we spreken vloeien voort uit de voorstellen van het pVRO-projectteam 'Versnelling en Uniformering van Civiele Procedures' - tevens opdrachtgever van het onderzoek - en uit het ontwerp Herziening van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het pVRO-projectteam wil tot een gemiddelde doorlooptijd van 1 jaar in contradictoire handelszaken komen. Uit het onderzoek blijkt dat dan een aantal zaken extra moet worden afgedaan dat gelijk is aan 85% van het aantal zaken dat jaarlijks door de rechtbanken wordt afgedaan. Gezien het extra capaciteitsbeslag, kan niet worden verwacht dat de doelstelling op korte termijn wordt gerealiseerd. In het onderzoek is ook nagegaan wat de relatieve bijdrage is van twee van de geplande maatregelen: het verkorten van termijnen en het terugdringen van het gebruik van re- en dupliek (ten gunste van de comparitie na antwoord).
Het verkorten van termijnen is een speerpunt in de voorstellen van het pVRO-projectteam. Uit onze berekeningen blijkt dat de impact ervan aanzienlijk is. Het terugdringen van de termijnen voor veel voorkomende schriftelijke conclusies tot gemiddeld zes weken zou tot een gemiddelde doorlooptijdverkorting van 25% leiden. Daartoe dient dan ook een aantal zaken extra te worden afgedaan gelijk aan 31% van de normale jaarlijkse uitstroom. Bedenken we dat de maatregel voor meer termijnen geldt dan in de berekening werd meegenomen (het gaat niet louter om termijnen voor schriftelijke conclusiewisselingen, maar bijvoorbeeld ook om de termijn voor het wijzen van vonnis), dan zou de maatregel - indien men er in slaagt die volledig te realiseren - het einddoel fors dichterbij brengen.
De tweede maatregel waarvan het effect werd doorgerekend is het terugdringen van het gebruik van re- en dupliek, ten gunste van de comparitie na antwoord. Deze maatregel vloeit voort uit het voorstel Herziening van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (WBR). Die maatregel zou leiden tot een doorlooptijdverkorting van 13%. Er zou een aantal zaken extra moeten worden afgedaan gelijk aan 16% van de normale jaarlijkse uitstroom.
Bij de genoemde percentages moeten enkele kanttekeningen worden geplaatst. In de eerste plaats is er een aanzienlijk verschil in impact op rechtbanken die reeds relatief snel zijn en rechtbanken die relatief traag zijn. Voor enkele kleinere rechtbanken geldt dat het aantal extra af te doenen zaken om het einddoel (contradictoire doorlooptijden van gemiddeld 1 jaar) te bereiken qua omvang 'slechts' zo'n 10% van de jaarlijkse instroom bedraagt: circa 125 zaken. Voor 5 rechtbanken gaat om meer dan de totale jaarlijkse instroom (met 180% als maximum) en enorme aantallen zaken: tussen de 1.100 en 5.700. Een tweede kanttekening betreft het feit dat we de aantallen extra af te doenen zaken uitdrukken als percentage van de normale in- of uitstroom. Daaruit zou de indruk kunnen ontstaan dat het - net als bij de in- en uitstroomcijfers - voor zo'n 35% verstekzaken betreft. Dat is echter niet geval; de extra af te doenen zaken zijn vooral contradictoir. Aan de andere kant bestaat het vermoeden dat zich bij de extra af te doenen zaken - en zeker bij rechtbanken met forse achterstanden - nogal wat 'slapende' of 'dode' zaken bevinden die met een relatief geringe inspanning kunnen worden afgedaan. Of dat zo is, en in welke mate, kon binnen de kaders van dit onderzoek niet worden vastgesteld.
Het pVRO-project 'Versnelling en Uniformering van Civiele Procedures' voorziet in het instellen van een 'vliegende brigade' die rechtbanken moet gaan helpen bij het afdoen van de extra zaken. De brigade is evenwel niet zo groot dat die in enkele jaren tijd de capaciteit kan leveren om de hoeveelheid extra zaken volledig weg te werken. Het bereiken van het einddoel beschouwen we dan ook als een doelstelling voor de langere termijn. Men dient zich daarbij te realiseren dat het niet louter om 'het wegwerken van zaken gaat'. De versnellingsoperatie impliceert tevens gedragsverandering; bij rechters, maar zeker ook bij advocaten.
Het afdoen van extra zaken door rechtbanken zal ook leiden tot extra appèlzaken bij de gerechtshoven. Het aantal extra appèlzaken bedraagt, bij volledige realisatie van de doelstelling, 136% van de normale jaarlijkse instroom. Dat aantal kan als een maximum worden beschouwd, waarbij het effect over een reeks van jaren wordt gespreid. Concreet voorspellen we dat in de komende jaren bij de gerechtshoven jaarlijks tot 20% meer handelszaken (van rechtbanken) in appèl zullen instromen.
WODC- informatiedesk
tel. (070)-3706553, fax. (070)-3707948 email: (Wodcinfo@wodc.minjust.nl) redacteur WODC-site: Hans van Netburg email: cnetburg@best-dep.minjus.nl
Laatst gewijzigd: 06-06-2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie