Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990

Datum nieuwsfeit: 07-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990


M I N I S T E R I E V A N F I N A N C I E N

DIRECTORAAT-GENERAAL VOOR FISCALE ZAKEN

DIRECTIE WETGEVING DIRECTE BELASTINGEN

s-Gravenhage, mei 2000

NR. WDB 00/ 213M

ONDERWERP

Wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990

De Staatssecretaris van Financiën,

Voor zoveel nodig handelende in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 8 van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965;

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling loonbelasting 19901 wordt als volgt gewijzigd.

A. In artikel 1, tweede lid, wordt, onder verlettering van de onderdelen h tot en met q in respectievelijk i tot en met r, na onderdeel g een nieuw onderdeel h ingevoegd, luidende:


h. sporter: degene, die als beroep een tak van sport beoefent;.

B. Aan artikel 4, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, toegevoegd:


c. indien ten aanzien van een sporter met Onze Minister is overeengekomen dat de belasting zal worden ingehouden door een ander dan degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen: degene die op grond van de overeenkomst de inhouding overneemt.
Artikel II

De Regeling loonbelasting- en premietabellen 19902 wordt als volgt gewijzigd.
A. In artikel 2, onderdeel g, wordt na artiest ingevoegd: en sporters.

B. De in bijlage G opgenomen tabel wordt vervangen door de in de bijlage van deze regeling opgenomen tabel.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2000.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage die ter inzage wordt gelegd bij de Directie Wetgeving Directe Belastingen van het ministerie van Financiën.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. Bos

Algemene toelichting

Met ingang van 1 juni treedt het wetsvoorstel houdende de wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Invorderingswet 1990 (maatregelen aangaande buitenlandse sporters) in werking. De wijzigingen houden onder andere verband met het betrekken van niet in Nederland wonende beroepssporters die ingevolge een overeenkomst van korte duur in Nederland als beroep een tak van sport beoefenen, in de loonbelasting.

Voor de sporters is behoudens de in de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de arbeidsverhouding van een sporter als een fictieve dienstbetrekking te beschouwen en de inhoudingsplichtige aan te wijzen bij ministeriële regeling, tot nog toe niets geregeld. Dit bemoeilijkt de heffing en invordering van belastingen bij (buitenlandse) sporters. Derhalve is het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gewijzigd om aan deze problematiek tegemoet te komen. Dit gewijzigde besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2000.

Door de wijziging van de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 1990 wordt met ingang van 1 juni 2000 een additionele mogelijkheid geschapen om een ander dan degene als bedoeld in artikel 6 en 7 van de Wet op de loonbelasting 1964 aan te wijzen als inhoudingsplichtige. Voorts wordt het begrip sporter in deze regeling geïntroduceerd. De gewijzigde artikelen van deze regeling worden hierna toegelicht.

Artikelgewijze toelichting

Artikel I

A. (artikel 1, tweede lid, onderdeel h Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990)

In artikel 1 van de uitvoeringsregeling is de definitie van sporter opgenomen. Sporter is degene die als beroep een tak van sport beoefent. Het is in beginsel niet de bedoeling om amateursporters in de loonheffing te betrekken. Voor amateurs vormt de sportbeoefening in veel gevallen een vrijetijdsbesteding en is er derhalve geen sprake van een bron van inkomen. Overigens, in de praktijk is het niet uitgesloten dat de aard van sportbeoefening door de amateur dermate professioneel kan zijn, dat er sprake is van beroepsmatige sportbeoefening. Ter voorkoming van misverstanden zij hier opgemerkt dat het niet de bedoeling is sporters die een echte dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 hebben, onder het nieuwe regime te brengen.

De kwalificatie of het gaat om een professional dan wel een amateur c.q. beroepsmatig sporten dan wel vrijetijdsbesteding zal doorgaans eenvoudig zijn te maken. Er zijn in veel gevallen aanwijzingen waaruit opgemaakt kan worden dat het gaat om een professional. Hierbij kan de tak van sport vaak al een goede aanwijzing zijn. Zo zijn, uitzonderingen daargelaten, korfbal, hockey en zwemmen echte amateursporten, terwijl er bij voetbal, tennis, golf en schaatsen ook sprake kan zijn beroepssporters. Een professional kan in veel gevallen van een amateur worden onderscheiden door de omstandigheid dat de professional startgeld ontvangt of deelneemt aan wedstrijden waarin geen amateurs zijn toegelaten. Ook het bedrag aan prijzengeld beschikbaar voor de hoogst geplaatsten, is een aanwijzing dat het om professionals gaat die aan de wedstrijden deelnemen. Een andere

aanwijzing kan zijn de omstandigheid dat een professional in het algemeen wordt begeleid door (een team van) professionele trainers, coaches en geneesheren in tegenstelling tot bij een amateur.

Uiteraard zal de kwalificatie van een sporter als professional of amateur afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden. De voorgaande aanwijzingen zijn slechts een indicatie. Alleen de omstandigheid dat een amateur zeer professional wordt begeleid, hoeft niet tot de conclusie te leiden dat deze beroepsmatig een tak van sport beoefent. Ook de overige feiten en omstandigheden zijn van belang.

B. (artikel 4, eerste lid, onderdeel c Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990)

De toevoeging van onderdeel c aan het eerste lid van artikel 4 bewerkstelligt dat op basis van een overeenkomst met de Minister van Financiën een ander dan degene (de natuurlijke persoon of het lichaam) met wie de sportbeoefening is overeengekomen belasting van de sporter gaat inhouden en afdragen aan de Nederlandse fiscus. Hierbij is het niet van belang of deze aangewezen inhoudingsplichtige in binnen- of buitenland is gevestigd.

Artikel 7 van de Wet op de loonbelasting 1964 bepaalt, dat ten aanzien van de sporter inhoudingsplichtige is, degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen. Bij een internationaal sportevenement kan dat bijvoorbeeld een buitenlandse sportbond zijn. Volgens artikel 6 van de Wet op de loonbelasting 1964 is een buitenlands lichaam of buitenlands natuurlijk persoon slechts inhoudingsplichtige indien deze in Nederland een (fictieve) vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger heeft. In artikel 6, derde lid, onderdeel c, van genoemde Wet wordt als een (fictieve) vaste inrichting aangemerkt het verrichten of doen verrichten van werkzaamheden die gericht zijn op het in Nederland laten beoefenen van sport tegen beloning.

Artikel 8, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 bepaalt, dat een ander dan degene met wie de sportprestatie is overeengekomen kan worden aangewezen als inhoudingsplichtige. Deze aanwijzing vindt plaats in artikel 4 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990. Aan dit artikel 4 wordt thans toegevoegd dat de eerste inhoudingsplichtige - degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen (bijvoorbeeld een buitenlandse sportbond) - terugtreedt en dat een ander voor de heffing en afdracht van de loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn plaats inneemt.

Artikel II

A en B. (artikel 2, onderdeel a, Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990)

De wijziging van dit artikel strekt er toe de zogenoemde artiestenloonbelastingtabel, zoals die reeds van toepassing is voor artiesten die in Nederland wonen en een overeenkomst van korte duur zijn aangegaan, ook van toepassing te laten zijn op de in Nederland wonende sporters die een overeenkomst van korte duur zijn aangegaan. Daartoe wordt de tabel aangepast.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. Bos

Bijlage

TABEL VOOR ARTIESTEN EN SPORTERS DIE BINNEN HET RIJK WONEN EN EEN OVEREENKOMST VAN KORTE DUUR HEBBEN AANGEGAAN

Aan loonbelasting/premie volksverzekeringen is verschuldigd door:

personen jonger dan 65 jaar: 37,95 %

personen van 65 jaar en ouder: 20,05 %

Bijlage I bij de wijziging van de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990

(Ministeriële regeling van mei 2000, nr. WDB 2000/213M)

Paraaf Staatssecretaris

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie