Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over financiële verantwoording '99 Ministerie Financiën

Datum nieuwsfeit: 07-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Financiële verantwoording over 1999 van het Ministerie van Financiën (070600)

Den Haag, 7 juni 2000

Doe wel en zie niet om, is een spreekwoord dat politici op het lijf is geschreven. Op de derde woensdag in mei hield de minister van Financiën de Kamer deze woorden voor. Goed dat het signaal heeft geklonken, maar het beeld dat politici niet zouden moeten omzien dient radicaal te worden doorbroken. Politici springen immers om met publiek geld van de belastingbetaler en dus dienen de middelen goed en doelmatig te worden besteed. Burgers ergeren zich terecht wanneer er gerede twijfel kan bestaan over falend overheidsbeleid met gemeenschapsgeld. Wel omzien dus.

Algemeen
Alvorens in te gaan op het financieel beleid van het Ministerie van Financiën eerst enkele opmerkingen van algemene aard.

1. Vanaf 2003 zullen we een nieuw type jaarverslagen kennen dat een beter inzicht zal geven in de kwaliteit van het financieel beheer en in de doelmatigheid van het beleid. De minister van Financiën (en trouwens ook de voorzitter van de Algemene Rekenkamer) liet zich ontvallen dat het nog wel een jaar of tien jaar kan duren voordat de nieuwe verantwoordingssystematiek goed op orde is. Tien jaar is echter toch tamelijk lang en wat meer ambitie kan geen kwaad. Kan de minister nog eens een toelichting geven op zijn toekomstperspectief en de ambities die hem voor ogen staan, althans op dit punt. De minister verdedigt zijn Zalmnorm met verve. Zou er ook niet te denken zijn aan een procedurele norm t.a.v. de doelmatigheidsbevordering, zoiets als een Zalmprestatienorm. Een dergelijke norm zou dan een tijdstip moeten bevatten waarop de financiële inzichtelijkheid feitelijk gerealiseerd dient te zijn. In dat kader zou dan ook gedacht kunnen worden aan, zolang die inzichtelijkheid nog niet kan worden gerealiseerd, het stellen van extra doelmatigheidseisen alvorens kan worden overgegaan tot het doen van nieuwe of extra uitgaven.


2. De Algemene Rekenkamer is kritisch over het financieel beheer van de ministeries en stelt dat een onvoldoende financieel beheer een slechte basis vormt voor de realisatie van de voornemens van VBTB. Op dit moment lijkt er een zekere spanning te bestaan tussen vragen op het gebied van doelmatigheid van overheidshandelen aan de ene kant (wachtlijsten in de zorg, precieze aantallen agenten, heenzendingen, beheersing van externe advieskosten e.d.) en de ambities om extra uitgaven te doen aan de andere kant (zorg, onderwijs, veiligheid
e.d.). Men kan zich op het standpunt stellen dat extra uitgaven niet alleen moeten stoelen op heldere en meetbare plannen maar ook voorafgegaan behoren te worden door een toets of het bestaande beleid wel voldoende doelmatig is. Wanneer pas vanaf 2003 en misschien pas over tien jaar meer helderheid bestaat over de doelmatigheid, roept dat wel vragen op over noodzaak en intensiteit van extra uitgaven. Graag van de minister zijn visie op de verhouding tussen prestatiemeting, die er voorlopig nog niet is, en de ambitie op de korte termijn om extra uitgaven te doen.


3. In de stukken wordt, conform de Europese systematiek, gesproken over het EMU-saldo, dat dit jaar volgens huidig inzicht 0,6% BBP zal bedragen. De rijksbegroting in enge zin zit echter nog steeds stevig in de min. Had het structurele saldo, mede gelet op de gunstige economische ontwikkeling, niet hoger dienen te zijn? Hoe beoordeelt de minister het huidige tekort van de centrale overheid (plm. 5,5 miljard), niet in de laatste plaats omdat de meevallers in belangrijke mate zijn toe te schrijven aan de gunstige economische ontwikkeling, de werkgelegenheid en de meevallers in de sfeer van de werkloosheidsuitkeringen?

De CDA-fractie is zeer overtuigd van de wenselijkheid van alles rondom de derde woensdag in mei. Het dient een goede prestatiemeting en de bevordering van doelmatigheid. Bovendien gaat het hier om noodzakelijke instrumenten ten behoeve van de controlerende taak van het parlement.

Financieel beleid Ministerie van Financiën


4. Over het algemeen past een woord van waardering voor dit ministerie en dus ook voor de verantwoordelijke minister. De Algemene Rekenkamer spreekt van een lichte vooruitgang van het financieel beheer t.o.v. vorig jaar, er zijn geen ernstige tekortkomingen en de rechtmatigheid heeft van de ARK wat we vroeger noemden Oost-Europese scores gekregen: 100% bij de aangegane verplichtingen, 99,8% bij de uitgaven, 100% bij de ontvangsten. De minister zit echter niet alleen op lovende woorden te wachten, maar juist ook op kritische kanttekeningen. Het parlement moet immers omzien.


5. In de eerste plaats de beleidsprioriteiten waar de Tweede Kamer aandacht voor heeft gevraagd: de afdrachtvermindering en de investeringsfaciliteiten. De ARK constateert dat er geen adequate antwoorden op de gestelde vragen zijn gekomen. Dat is teleurstellend en gelet op de voorbeeldfunctie van dit departement en deze minister ook niet goed. De Kamer heeft relevante vragen gesteld, juist omdat het hier gaat om de doelmatigheid van overheidsinstrumenten die de belastingbetaler geld kosten. In dit verband kan ook worden gewezen op recent onderzoek vanuit het Tinbergen Instituut waaruit blijkt dat de effecten van op integratie gerichte arbeidsmarktmaatregelen in veel gevallen verwaarloosbaar zijn. Deelname aan beroepsarbeid kan immers zeer wel ook door andere factoren zijn veroorzaakt. Ook de ARK wijst op de mogelijkheid dat degenen die van investeringsregelingen gebruik maken ook zonder die regelingen wel eens geïnvesteerd zouden kunnen hebben. Juist vanwege het budgettaire beslag dient veel aandacht te bestaan voor de effectiviteit van fiscale en andere instrumenten. Het is dan niet goed dat de minister van Financiën de vragen van de Kamer in het jaarverslag in overwegende mate onbeantwoord heeft gelaten. In de nota n.a.v. het verslag is de minister alsnog ingegaan op Kamervragen, maar daarmee is de kritiek van de Algemene Rekenkamer naar onze indruk niet weggenomen.


6. De ARK heeft gelukkig betrekkelijk weinig kanttekeningen bij dit ministerie. Wel is er kritiek geuit op de informatiebeveiliging bij de belastingdienst en het financieel beheer inzake de automatisering. Wanneer denkt de minister een en ander te kunnen rechtzetten? Ook is er kritiek gekomen op de subsidieregeling voor tankstations in de grensstreek. Het is opvallend dat de rechtmatigheid uitsluitend wordt verbonden aan de visie van de Europese Commissie. Rechtmatigheid heeft evenzeer te maken met door de Nederlandse overheid gedane toezeggingen in de richting van belanghebbenden en met gewekt vertrouwen. Bovendien is het maar de vraag tot welke beleidsstappen de Nederlandse overheid had kunnen overgaan wanneer destijds niet voorzien zou zijn in de tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland. Terwijl de Europese Commissie miert over de regeling is het prijsverschil in benzine inmiddels opgelopen tot 40 cent. Heeft de minister enig idee hoe de tankstations denken over rechtmatigheid?

7. Twee opmerkingen over de nationale schuld en het FES. De ARK constateert spanning met art. 6, lid 3 van de Comptabiliteitswet en beveelt de minister aan de strijdigheid tussen deze wet en de begroting van de Nationale Schuld op te lossen. De minister heeft een creatieve oplossing; hij past niets aan maar wil de Comptabiliteitswet wijzigen. Kan hierop een toelichting worden gegeven en wanneer denkt de minister de bedoelde wijzigingen in het Staatsblad te hebben? Tot die tijd blijft er immers sprake van onrechtmatigheid. Staatsrechtelijk even pikant is het gedoe rondom het FES. Kan de beoogde beleidswijziging via de Slotwet, zoals de minister denkt, of moet het via de Instellingswet, zoals de ARK aangeeft? De CDA-fractie vertrouwt op dit punt eerder de ARK dan de minister. Heeft de minister terzake al advies van de Raad van State?


8. Ten slotte nog enkele resterende vragen: wat is de achtergrond van de tegenvaller van 1,9 miljard bij de inkomstenbelasting in 1999 en voorts welke precieze effecten worden beoogd (of zijn al gerealiseerd) in de sfeer van voorlichting euro, exportkredietreserve, fraudenotas en ziekteverzuim en emancipatie bij het ministerie?
Woordvoerder: Jan Peter Balkenende

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie