Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Raad van State advies identificatieplicht voor prostituees

Datum nieuwsfeit: 07-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

advies rvs-nr identificatieplicht voor prostituees
Gemaakt: 7-6-2000 tijd: 16:54


2

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2
Vergaderjaar 1999-2000


27 174

Wijziging van de Gemeentewet (identificatieplicht voor prostituees)

B

ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 25 mei
2000 en het nader rapport d.d. 30 mei 2000, aangeboden aan de Koningin door de minister van Justitie, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

ADVIES

Bij Kabinetsmissive van 11 mei 2000, no.00.003057, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aan-hangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Gemeentewet (identificatieplicht voor prostituees).

Het wetsvoorstel strekt ertoe om aan ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de gemeentelijke voorschriften met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, de bevoegdheid te geven om van een prostituee de inzage te vorderen van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. De Raad van State meent dat expliciet zou moeten worden ingegaan op de vraag of deze beperking van het grondrecht van eenieder op bescherming van de persoon-lijke levenssfeer, verenigbaar is met de Grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verder plaatst het college een kanttekening bij de formulering van het wets-voorstel.


1. De voorgestelde identificatieplicht raakt aan het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer als geformuleerd in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet alsmede artikel 8 EVRM.
De Raad adviseert daarom, de voorgestelde bepaling in de toelichting mede te motiveren tegen de achtergrond van de genoemde bepalingen Zie ook het raadsadvies over de Wet op de identificatieplicht, kamerstukken II 1991/92, 22 694, blz.5. en de daarin gestelde vereisten.


2. De aanduiding van een prostituee als «degene die seksuele handelingen met een derde tegen betaling verricht« kan aanleiding geven tot het misverstand dat identificatie slechts kan worden gevraagd terwijl de betrokkene bezig is bedoelde handelingen te verrichten, terwijl het gaat om personen die er een beroep van maken dergelijke handelingen te verrichten.

De Raad adviseert daarom een andere formulering te kiezen.


3. De Registratiekamer besteedt in haar advies van 11 mei 2000 aandacht aan het vastleggen van gegevens die zijn ontleend aan het identificatiepapier.

De Raad beveelt aan hierop in de memorie van toelichting in te gaan.


4. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State,


1

Bijlage bij het advies van de Raad van State van 25 mei 2000,

no.W03.00.0188/I, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

In de vierde alinea van het algemene deel van de memorie van toelichting, punt 1, in de eerste volzin «gemeentelijke prostitutiebeleid» vervangen door: gemeentelijke beleid met betrekking tot prostitutie.

NADER RAPPORT

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 11 mei
2000, nr. 5026839/00/06, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies rechtstreeks aan mij en in afschrift aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 25 mei 2000, no. W03.00.0188/I, bied ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, hierbij aan.

Ingevolge het advies van de Raad is in de memorie van toelichting naar voren worden gebracht dat de voorgestelde identificatieplicht verenigbaar is met artikel 10, eerste lid, van de Grondwet en artikel
8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Ingevolge het advies van de Raad is de tekst van het voorgestelde artikel 151a, tweede lid, van de Gemeentewet worden aangepast opdat buiten twijfel is dat de voorgestelde controlebevoegdheid betrekking heeft op een persoon die van het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling een beroep maakt.

Ingevolge het advies van de Raad is de memorie van toelichting worden aangevuld met een passage over het vastleggen van gegevens die zijn ontleend aan het identificatiepapier, zoals verwoord in het advies van de Registratiekamer van 11 mei 2000 over het wetsvoorstel.

De redactionele opmerking van de Raad is overgenomen.

Ik moge u hierbij verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Justitie,

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie