Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Fiscale eenheid met energiebedrijven

Datum nieuwsfeit: 08-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Fiscale eenheid met energiebedrijven


De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Besluit van 8-6-2000, nr. CPP2000/543M (1e herdruk van besluit van 17 april 2000, nr DB99/3596M).

Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid met een artikel X-energielichaam.

Deze herdruk van het besluit nr. DB99/3596M is noodzakelijk omdat onduidelijkheid bestaat over de onderlinge relatie tussen de in het besluit onder punt 2.1. opgenomen voorwaarden a. en h.

Voorwaarde a. schrijft voor dat de winst van het tot de fiscale eenheid behorend artikel X-energielichaam wordt berekend alsof dat lichaam zelfstandig belastingplichtig is, en dat bij deze berekening slechts winst in aanmerking wordt genomen voor zover deze als zodanig bij de combinatie tot uitdrukking zou komen. Alvorens de winst van de combinatie te bepalen, wordt deze winst, voor zover hierop het overgangstarief van toepassing zou zijn, op nihil gesteld.

Gevolg hiervan is dat een herwaarderingwinst o.g.v. standaardvoorwaarde 16 fiscale eenheid niet tot de zelfstandige winst van het tot de fiscale eenheid behorend artikel X-energielichaam kan behoren (en dus niet bij dat lichaam onder het overgangstarief kan vallen). De herwaardering zou zich bij zelfstandige belastingplicht immers niet voordoen. De herwaarderingswinst maakt derhalve onderdeel uit van het combinatieresultaat dat op grond van voorwaarde a. aan het structurele tarief is onderworpen.

Voorwaarde h. regelt dat op de herwaarderingswinst met betrekking tot (een zelfstandig deel van) een onderneming op grond van standaardvoorwaarde 16 het structurele tarief van toepassing is. Dat is echter zoals hiervóór aangegeven op grond van voorwaarde a. reeds het geval.

In verband hiermee is de toelichting bij voorwaarde a. verduidelijkt, kan voorwaarde h. (en de daarbij gegeven toelichting) vervallen en kan tevens een deel van de toelichting bij voorwaarde g. vervallen. Als gevolg hiervan is de toenmalige voorwaarde i. verletterd in voorwaarde
h.

INLEIDING

Naar aanleiding van de wijziging van de Elektriciteitswet 1998 hebben mij verzoeken bereikt met de vraag onder welke voorwaarden een fiscale eenheid kan worden verleend met een energiebedrijf waarop de met het oog op de introductie van de belastingplicht van overheidsenergiebedrijven getroffen overgangsregeling van toepassing is. Gezien de onzekerheid over de uiteindelijke vormgeving van deze overgangsregeling was het voor mij niet mogelijk een standpunt daarover in te nemen. Bij Koninklijk besluit van 22 juni 1999 (Stb. 1999, nr. 261) is echter de inwerkingtreding geregeld van onder meer artikel 68 van de Elektriciteitswet 1998, waarmee deze overgangsregeling nader is geregeld (VN 1999/31. 28). Nu deze overgangsregeling tot stand is gekomen, zal ik hieronder aangeven onder welke voorwaarden een fiscale eenheid met een lichaam, waarop deze regeling van toepassing is (een zogenaamd artikel X-energielichaam), mogelijk is.

Artikel 68 van de Elektriciteitswet 1998 houdt in dat artikel X, eerste lid, van de wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking) (Stb. 732) komt te luiden dat ten aanzien van de in het tweede lid van dat artikel aangeduide lichamen (hierna: artikel X-energielichamen), in afwijking van artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) de belasting over het eerste boekjaar dat aanvangt na 31 december 1997 tot en met het eerste boekjaar dat aanvangt na 31 december 2000 (hierna: de overgangsperiode) nihil bedraagt.

Tijdens de parlementaire behandeling van vorenbedoelde wet fiscale milieuversterking (TK 1997-1998, 25689, nr. 6 blz. 19) heb ik toegezegd dat een fiscale eenheid tussen een artikel X-energielichaam en een ander lichaam in beginsel niet zal zijn uitgesloten. Daarbij is aangegeven dat (aanvullende) voorwaarden zullen worden gesteld teneinde te voorkomen dat door middel van een fiscale eenheid de fasering van de belastingplicht ook van toepassing zal zijn op de winsten van een ander lichaam.

Gevolg gevend aan deze toezegging worden in dit besluit de voorwaarden vastgesteld welke naast de standaardvoorwaarden fiscale eenheid gesteld dienen te worden. Deze voorwaarden worden gesteld zowel in de situatie dat sprake is van voeging van een artikel X-energielichaam met een ander lichaam, als in de situatie dat sprake is van voeging van uitsluitend artikel X-energielichamen.

Dit besluit bevat tevens een aanwijzing aan de inspecteur tot het afdoen van verzoeken om toepassing van de regeling.


2. ALGEMEEN

Indien een verzoek om toepassing van artikel 15 van de Wet Vpb wordt gedaan waarbij op een van de te voegen lichamen artikel X van de wet van 18 december 1997 (Stb. 732), tweede lid, van toepassing is, kan de fiscale eenheid alleen worden verleend onder het stellen van aanvullende voorwaarden.

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

Wet van 18 december 1997: de wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking) (Stb. 732);

artikel X-energielichaam: een in artikel X, tweede lid, van de Wet van 18 december 1997 aangeduid lichaam;

standaardvoorwaarde: de desbetreffende standaardvoorwaarde fiscale eenheid conform het Besluit van 30 september 1991, nr. DB91/2309 (BNB 1991/329), zoals gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 30 september 1991, nr. 189;

overgangsperiode: de overgangsperiode van artikel X, eerste lid, van de Wet van 18 december 1997;

Wet Vpb: Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

voorvoegingsverlies: het vóór ingang van de fiscale eenheid door een maatschappij geleden verlies;

voorvoegingswinst: de vóór ingang van de fiscale eenheid door een maatschappij behaalde winst;

structurele tarief: het in artikel 22 van de Wet Vpb opgenomen tarief;

overgangstarief: het in artikel X, eerste lid, van de Wet van 18 december 1997 opgenomen nihiltarief.


2.1. De te stellen voorwaarden

De voorwaarden luiden als volgt:

a. Alvorens de winst van de combinatie te bepalen, wordt de winst van het artikel X-energielichaam berekend alsof dat lichaam zelfstandig belastingplichtig is. Bij deze berekening wordt slechts winst in aanmerking genomen voor zover deze als zodanig bij de combinatie tot uitdrukking zou komen. Voor zover op de aldus bepaalde winst bij zelfstandige belastingplicht het overgangstarief van toepassing zou zijn, wordt deze winst op nihil gesteld.
Op de winst van de combinatie is het structurele tarief van toepassing.

b. De winst die overeenkomstig het bepaalde in onderdeel a. op nihil wordt gesteld, wordt extra-comptabel bijgehouden.
c. Na afloop van de overgangsperiode wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b., als dit negatief is, aangemerkt als een voorvoegingsverlies van de desbetreffende maatschappij en toegerekend aan het laatste jaar van de voor die maatschappij geldende overgangsperiode. Dit voorvoegingsverlies wordt verrekend met in jaren na de overgangsperiode behaalde combinatiewinsten op dezelfde wijze als omschreven in standaardvoorwaarde 3.a.

d. Na afloop van de overgangsperiode wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b., als dit positief is, aangemerkt als voorvoegingswinst van de desbetreffende maatschappij, met dien verstande dat die winst zoveel mogelijk wordt toegerekend aan de laatste jaren waarin de winsten zijn ontstaan. Met deze voorvoegingswinst worden in de jaren na de overgangsperiode geleden combinatieverliezen verrekend op dezelfde wijze als omschreven in standaardvoorwaarde 3.a.
e. Indien voor afloop van de overgangsperiode het splitsingstijdstip aanbreekt ten aanzien van een als dochtermaatschappij gevoegd artikel X-energielichaam, wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b., in afwijking van het bepaalde in artikel 15 van de Wet Vpb en standaardvoorwaarde 15.a., aangemerkt als verlies c.q. winst van het te ontvoegen artikel X-energielichaam, en wordt dit verlies c.q. deze winst toegerekend aan jaren met inachtneming van hetgeen is opgenomen in onderdeel
c. en d. hiervóór.

f. Indien voor afloop van de overgangsperiode een artikel X-energielichaam moedermaatschappij van de combinatie is, en splitsing ten aanzien van een dochtermaatschappij ertoe leidt dat geen andere maatschappij meer gevoegd is met het artikel X-energielichaam:

1. wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b, aangemerkt als voorvoegingsverlies c.q. -winst van het artikel X-energielichaam van het aan het verenigingstijdstip voorafgaande jaar, met dien verstande dat de verrekening met deze voorvoegingswinst van verliezen behaald door dit lichaam in de drie jaren volgende op vorenbedoeld splitsingstijdstip plaatsvindt met inachtneming van het bepaalde in artikel X, vijfde lid, van de Wet van 18 december 1997;

2. kunnen de combinatieresultaten over eerdere jaren, voor zover die zijn toe te rekenen aan tot de combinatie behoord hebbende dochtermaatschappijen, niet worden verrekend met de winst van het artikel X-energielichaam in latere jaren, behoudens voor zover op die winst het structurele tarief van toepassing is.
g. Indien een tot de fiscale eenheid behorende maatschappij vermogensbestanddelen waarin een meerwaarde aanwezig is, overdraagt aan een tot de fiscale eenheid behorend artikel X-energielichaam, is op de met dat vermogensbestanddeel behaalde winst, voor zover die betrekking heeft op de bij de overdracht aanwezige meerwaarde en waarop bij het artikel X-energielichaam het overgangstarief van toepassing zou zijn, gedurende de overgangsperiode het structurele tarief van toepassing, tenzij op de met dat vermogensbestanddeel behaalde winst bij de overdragende maatschappij het overgangstarief van toepassing zou zijn. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bedrijfsmiddel ingeval het artikel X-energielichaam hierop in mindering heeft gebracht een vervangingsreserve die door een ander tot de fiscale eenheid behorend of behoord hebbend lichaam is gevormd, en eveneens met betrekking tot een vervangingsreserve bij het artikel X-energielichaam, ingeval die reserve betrekking heeft op een boekwinst die door een ander tot de fiscale eenheid behoord of behoord hebbend lichaam is behaald.

h. Onderdeel a. vervalt ten aanzien van een maatschappij met ingang van het jaar waarin het desbetreffende artikel X-energielichaam niet meer voldoet aan het gestelde in artikel X, tweede lid, onderdelen a. of b., van de Wet van 18 december 1997. In dat geval zijn de onderdelen c. en d. hiervóór van overeenkomstige toepassing.


2.2. Toelichting op de voorwaarden


2.2.1. Korte toelichting op het gekozen systeem
De belangrijkste voorwaarden zijn de voorwaarden a, b, c en d, waarin is geregeld hoe tijdens de overgangsperiode en na de overgangsperiode wordt voorkomen dat het overgangstarief van het artikel X-energielichaam ook van toepassing kan zijn op winsten van een ander gevoegd lichaam.

Gedurende de overgangsperiode wordt dit bewerkstelligd door, alvorens de winst van de combinatie te bepalen, de winst van ieder gevoegd artikel X-energielichaam te berekenen alsof dat lichaam zelfstandig belastingplichtig is, met dien verstande dat slechts winst in aanmerking wordt genomen voor zover deze als zodanig bij de combinatie tot uitdrukking zou komen.

Voor zover op de aldus berekende winst het overgangstarief van toepassing zou zijn, wordt die winst op nihil gesteld, en wordt die winst extracomptabel bijgehouden.

Het op nihil stellen van de winst beoogt te voorkomen dat gedurende de overgangsperiode het bestaan van een fiscale eenheid tot gevolg heeft dat in een bepaald jaar het aan het overgangstarief onderworpen resultaat van een artikel X-energielichaam horizontaal (binnen het jaar) dan wel vertikaal (tussen verschillende jaren) kan worden verrekend met het aan het structurele tarief onderworpen resultaat van een ander gevoegd lichaam (zie voorwaarden a en b).

Na afloop van de overgangsperiode wordt het gezamenlijk bedrag van de extracomptabel bijgehouden winsten van het artikel X-energielichaam aangemerkt als een voorvoegingsverlies dan wel voorvoegingswinst van het desbetreffende lichaam. Tevens is bepaald dat dit verlies c.q. deze winst slechts kan worden verrekend met combinatieresultaten over latere jaren volgens de systematiek die o.g.v. standaardvoorwaarde 3.a geldt voor verrekening van voorvoegingsresultaten met combinatieresultaten. Hiermee wordt voorkomen dat dit verlies c.q. deze winst, welke aan het overgangstarief was onderworpen, kan worden verrekend met de resultaten van andere tot de combinatie behorende maatschappijen (zie voorwaarden c en d).

Naast de voorwaarden a t/m d zijn in de voorwaarden e t/m h regelingen getroffen voor minder vaak voorkomende situaties.

In het volgende punt wordt kort ingegaan op ieder voorwaarde afzonderlijk.


2.2.2. Toelichting op de gestelde voorwaarden
Voorwaarde a

Voordat de belastbare winst van de combinatie wordt bepaald, wordt eerst de winst van het artikel X-energielichaam berekend alsof dat lichaam zelfstandig belastingplichtig is. Dit brengt met zich mee dat de winst op zakelijke basis wordt vastgesteld. Bij deze berekening wordt slechts winst in aanmerking genomen voor zover deze als zodanig bij de combinatie tot uitdrukking zou komen. Gevolg hiervan is dat bij deze berekening wel rekening moet worden gehouden met bijvoorbeeld onderlinge rentebetalingen (zie BNB 1986/44). Tevens dient met onderlinge overdrachten van activa en passiva in welker boekwaarde stille reserves (incl. goodwill) schuilgaan, rekening te worden gehouden overeenkomstig hetgeen ter zake is opgemerkt in punt 5.1 van het Besluit van 30 september 1991, nr. DB91/2309 (BNB 1991/329), zoals laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 6 februari 1997, nr. DB97/118M (BNB 1997/125).

Voorts volgt uit voorwaarde a. dat een herwaarderingswinst op grond van standaardvoorwaarde 16 niet tot de zelfstandige winst van het artikel X-energielichaam behoort; de herwaardering zou zich bij zelfstandige belastingplicht immers niet voordoen. De herwaarderingswinst maakt derhalve onderdeel uit van het combinatieresultaat dat op grond van voorwaarde a. is onderworpen aan het structurele tarief.

De zelfstandige winst van artikel X-energielichaam kan naast resultaten die onder het overgangstarief

vallen ook resultaten omvatten die onder het structurele tarief vallen. Bij zelfstandige belastingplicht worden deze resultaten als één van beide negatief is eerst met elkaar verrekend. Door de gekozen formulering van voorwaarde a. vindt deze horizontale verrekening ook binnen de fiscale eenheid binnen ieder gevoegd artikel X-energielichaam afzonderlijk plaats, voorafgaand aan de vaststelling van het combinatieresultaat.

Binnen de fiscale eenheid zijn hierbij voor de winstbepaling van het boekjaar de volgende situaties te onderscheiden:
1. Bij het artikel X-energielichaam is het resultaat dat onder het structurele tarief valt negatief. Het positieve resultaat dat onder het overgangstarief valt is groter. Derhalve is de winst van het artikel X-energielichaam positief en is op deze winst het overgangstarief van toepassing. Deze winst wordt voor de winstbepaling van de fiscale eenheid op nihil gesteld.
2. Bij het artikel X-energielichaam is het resultaat dat onder het structurele tarief valt negatief. Het positieve resultaat dat onder het overgangstarief valt is kleiner. Derhalve is de winst van het artikel X-energielichaam negatief en is op deze winst het structurele tarief van toepassing. Deze winst maakt vervolgens onderdeel uit van het combinatieresultaat.

3. Bij het artikel X-energielichaam is zowel het resultaat dat onder het structurele tarief valt als het resultaat dat onder het overgangstarief valt negatief. Het deel van de winst waarop het overgangstarief van toepassing is wordt op nihil gesteld. Het deel van de winst waarop het structurele tarief van toepassing is gaat onderdeel uitmaken van het combinatieresultaat.
4. Bij het artikel X-energielichaam is het resultaat dat onder het structurele tarief valt positief. Het resultaat dat onder het overgangstarief valt is negatief en is groter. De winst van het artikel X-energielichaam is derhalve negatief en op die winst is het overgangstarief van toepassing. Deze winst wordt voor de winstbepaling van de fiscale eenheid op nihil gesteld.
5. Bij het artikel X-energielichaam is het resultaat dat onder het structurele tarief valt positief. Het resultaat dat onder het overgangstarief valt is negatief en is kleiner. De winst van het artikel X-energielichaam is derhalve positief en en op die winst is het structurele tarief van toepassing. Deze winst gaat onderdeel uitmaken van het combinatieresultaat.
6. Bij het artikel X-energielichaam is zowel het resultaat dat onder het structurele tarief valt als het resultaat dat onder het overgangstarief valt positief. Het deel van de winst waarop het overgangstarief van toepassing is wordt op nihil gesteld. Het deel van de winst waarop het structurele tarief van toepassing is gaat onderdeel uitmaken van het combinatieresultaat.
Door deze voorwaarde kan de winst van ieder artikel X-energielichaam, voor zover die winst bij zelfstandige belastingplicht aan het overgangstarief zou zijn onderworpen, het belastbare bedrag van de combinatie positief noch negatief beïnvloeden. Voor zover de winst van het artikel X-energielichaam niet op nihil wordt gesteld, komt het uiteraard in het combinatieresultaat tot uitdrukking en is op die winst het structurele tarief van toepassing.

Eenvoudigheidshalve is er voor gekozen om de winst van het artikel X-energielichaam, voor zover daarop het overgangstarief van toepassing zou zijn, op nihil te stellen; op die wijze wordt deze winst buiten het belastbare bedrag van de combinatie gehouden. Anders zou in verband met mogelijke latere verliesverrekening allerlei toerekeningsbepalingen moeten worden opgenomen teneinde te voorkomen dat tariefsvermenging optreedt. Het is immers niet gewenst dat een verlies van het artikel X-energielichaam, waarop het overgangstarief van toepassing is, wordt verrekend met winst van andere gevoegde maatschappijen waarop het structurele tarief van toepassing is en omgekeerd.

Voorwaarde b

De voorwaarde bewerkstelligt dat de op nihil gestelde winst van ieder artikel X-energielichaam wordt vastgelegd.

Voorwaarde c

Bij zelfstandige belastingplicht van het artikel X-energielichaam kan verliesverrekening voor het gehele verlies van het artikel X-energielichaam plaatshebben en kan er derhalve binnen het lichaam zelf tariefsvermenging over de jaren heen plaatsvinden doordat een verlies, waarop het structurele tarief van toepassing is, wordt verrekend met winst, waarop het overgangstarief van toepassing is. Binnen fiscale eenheid is dit echter niet mogelijk vanwege het bepaalde in voorwaarde a.

Na de overgangsperiode wordt, indien het gezamenlijk bedrag van de extra-comptabel bijgehouden winsten negatief is, dit bedrag aangemerkt als een voorvoegingsverlies van het desbetreffende artikel X-energielichaam.

Het verlies is onbeperkt verrekenbaar met winst van deze maatschappij in de daarop volgende jaren, en wordt op dezelfde wijze verrekend als een voorvoegingsverlies.

Voorwaarde d

Indien het gezamenlijk bedrag positief is, geldt hetzelfde als sub c, met dien verstande dat de winsten wel zoveel mogelijk moeten worden toegerekend aan de laatste jaren waarin ze zijn ontstaan. Hiermee wordt het meest recht gedaan aan de normale systematiek van verliesverrekening.

Verliezen uit jaren na de overgangsperiode, waarop het structurele tarief van toepassing is, worden op dezelfde wijze als omschreven in standaardvoorwaarde 3.a verrekend met winsten waarop gedurende de overgangsperiode het overgangstarief van toepassing was. Deze verrekening zal dan ook niet leiden tot een teruggaaf van belasting.

Voorwaarde e

Indien verbreking van de fiscale eenheid voor afloop van de overgangsperiode plaatsvindt ten aanzien van een als dochtermaatschappij gevoegd artikel X-energielichaam, wordt het negatieve of positieve gezamenlijke bedrag van de op nihil gestelde winsten, in afwijking op de standaardvoorwaarden, na het splitsingstijdstip toegerekend aan deze maatschappij. Indien het desbetreffende lichaam na het splitsingstijdstip onder de werking van artikel X van de Wet van 18 december 1997 blijft vallen, zal de verliesverrekening verlopen met inachtneming van het vijfde lid van dit artikel.

Voorwaarde f

Een met voorwaarde e vergelijkbare regeling is getroffen in punt 1 voor de situatie dat een artikel X-energielichaam moedermaatschappij is, en een verbreking ten aanzien van een dochtermaatschappij voor afloop van de overgangsperiode ertoe leidt dat geen andere maatschappij meer gevoegd is met het artikel X-energielichaam.

Tevens is in punt 2 een regeling getroffen die voorkomt dat in zon situatie verrekening kan plaatsvinden tussen (tegen het structurele tarief belaste) combinatieresultaten over eerdere jaren, voor zover die zijn toe te rekenen aan tot de combinatie behoord hebben dochtermaatschappijen, welke resultaten door het bestaan van de fiscale eenheid fiscaal worden beschouwd als winst van de moedermaatschappij, en winst van de (ex-)moedermaatschappij in latere jaren, voor zover die winst aan het overgangstarief is onderworpen. Deze regeling voorkomt dat het overgangstarief bij de ex-moedermaatschappij (via verrekening) ook van toepassing kan zijn op winst van tot de combinatie behoord hebbende dochtermaatschappijen.

Voorwaarde g

Indien er binnen fiscale eenheid overdrachten van vermogensbestanddelen waarin meerwaarden aanwezig zijn, plaatsvinden naar een artikel X-energielichaam, is bij het overnemende artikel X-energielichaam op de latere met zon vermogensbestanddeel behaalde winst, voor zover die betrekking heeft op de bij de overdracht aanwezige meerwaarde, het structurele tarief van toepassing, tenzij bij de overdragende maatschappij op de met het desbetreffende vermogensbestanddeel te behalen winst het overgangstarief van toepassing zou zijn geweest.

Deze voorwaarde wordt opgenomen om te voorkomen dat vermogensbestanddelen binnen de fiscale eenheid worden overgedragen, teneinde op de met dat vermogensbestanddeel te behalen winst - voor zover die betrekking heeft op de bij de overdracht aanwezige meerwaarde - niet het structurele tarief maar het overgangstarief van toepassing te laten zijn.

Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing in de in de voorwaarde aangegeven situaties waarin een vervangingsreserve is aangewend of gevormd.

Voorwaarde h

Tijdens het bestaan van de fiscale eenheid zal van jaar tot jaar dienen te worden getoetst of het lichaam dat het energiebedrijf uitoefent voldoet aan de vereisten in artikel X , tweede lid, onderdelen a. en b., van de wet van 18 december 1997. Indien een maatschappij die deel uitmaakt van de fiscale eenheid niet meer aan het gestelde in artikel X, tweede lid, onderdelen a. of b. van de Wet van 18 december 1997 voldoet, zal de winst aan het structurele tarief van de vennootschapsbelasting worden onderworpen.

De fiscale eenheid met betrekking tot dit lichaam verbreekt hierdoor niet, als aan de overige vereisten voor de toepassing van artikel 15 van de Wet Vpb blijft voldaan.

Dit betekent onder meer dat standaardvoorwaarde 16 in beginsel niet in werking treedt. Wel dient de extra-comptabel bijgehouden winst te worden verwerkt, alsof de overgangsperiode is beëindigd.


3. TOESTEMMING TOT AFDOENING VAN VERZOEKEN DOOR INSPECTEURS
In afwijking van het bepaalde in punt 1.3, letter d van het besluit van 20 juli 1990, nr. DB90/328, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 13 april 1999, nr. DB99/437M (BNB 1999/263), verleen ik de inspecteur een algemene toestemming om namens mij te beslissen op alle verzoeken om toepassing van artikel 15 van de Wet Vpb waarbij voor één of meer van de te voegen maatschappij(en) het overgangstarief ingevolge Artikel X van de Wet van 18 december 1997 van toepassing is.

Bij het afgeven van dergelijke beschikkingen fiscale eenheid neemt de inspecteur in de beschikking als aanvulling op de voorwaarden de hierboven omschreven voorwaarden op.

Een concept-beschikking met deze aanvullingen is als bijlage bij dit besluit gevoegd.

Tenslotte merk ik op dat het in mijn voornemen ligt het Besluit van 13 april 1999, nr. DB99/437M, BNB 1999/263, inzake de afdoening door de inspecteur van verzoeken om fiscale eenheid met het oog op vorenbedoelde aanvullingen aan te passen.

BIJLAGE

INWILLIGING VAN VERZOEK OM FISCALE EENHEID BIJ VOEGING VAN EEN ENERGIEBEDRIJF WAARVOOR DE OVERGANGSREGELING INGEVOLGE ARTIKEL X VAN DE WET VAN 17 DECEMBER 1997 GELDT

Beschikking fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Belastingdienst/ Beschikking

Datum:

De Inspecteur van de Belastingdienst/ ,

Beschikkende op het verzoek van te van , kenmerk , inzake de toepassing van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 op de moedermaatschappij:


1. te
en de dochtermaatschappij(en):

2a te ;

2b te :

Gelet op artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

BESLUIT:

Het verzoek van de hiervoor genoemde lichamen in te willigen met ingang van , onder de volgende voorwaarden.

VOORWAARDEN:

Aan de inwilliging van het verzoek zijn voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld in bijlage die deel uitmaakt van deze beschikking, met dien verstande dat deze voorwaarden zijn gewijzigd en aangevuld als volgt:


- voorwaarde 19. in bijlage vervalt.

- na voorwaarde 19. worden de volgende voorwaarden opgenomen:

- voorwaarde 20:

In deze voorwaarde wordt verstaan onder:

Wet van 18 december 1997: de wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking) (Stb. 732);

artikel X-energielichaam: een in artikel X, tweede lid, van de Wet van 18 december 1997 aangeduid lichaam;

standaardvoorwaarde: de desbetreffende standaardvoorwaarde fiscale eenheid conform het Besluit van 30 september 1991, nr. DB91/2309 (BNB 1991/329), zoals gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 30 september 1991, nr. 189;

overgangsperiode: de overgangsperiode van artikel X, eerste lid, van de Wet van 18 december 1997;

Wet Vpb: Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

voorvoegingsverlies: het vóór ingang van de fiscale eenheid door een maatschappij geleden verlies;

voorvoegingswinst: de vóór ingang van de fiscale eenheid door een maatschappij behaalde winst;

structurele tarief: het in artikel 22 van de Wet Vpb opgenomen tarief;

overgangstarief: het in artikel X, eerste lid, van de Wet van 18 december 1997 opgenomen nihiltarief.
Alvorens de winst van de combinatie te bepalen, wordt de winst van het artikel X-energielichaam berekend alsof dat lichaam zelfstandig belastingplichtig is. Bij deze berekening wordt slechts winst in aanmerking genomen voor zover deze als zodanig bij de combinatie tot uitdrukking zou komen. Voor zover op de aldus bepaalde winst bij zelfstandige belastingplicht het overgangstarief van toepassing zou zijn, wordt deze winst op nihil gesteld.
Op de winst van de combinatie is het structurele tarief van toepassing.
De winst die overeenkomstig het bepaalde in onderdeel a. op nihil wordt gesteld, wordt extra-comptabel bijgehouden. Na afloop van de overgangsperiode wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b., als dit negatief is, aangemerkt als een voorvoegingsverlies van de desbetreffende maatschappij en toegerekend aan het laatste jaar van de voor die maatschappij geldende overgangsperiode. Dit voorvoegingsverlies wordt verrekend met in jaren na de overgangsperiode behaalde combinatiewinsten op dezelfde wijze als omschreven in standaardvoorwaarde 3.a.
Na afloop van de overgangsperiode wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b., als dit positief is, aangemerkt als voorvoegingswinst van de desbetreffende maatschappij, met dien verstande dat die winst zoveel mogelijk wordt toegerekend aan de laatste jaren waarin de winsten zijn ontstaan. Met deze voorvoegingswinst worden in de jaren na de overgangsperiode geleden combinatieverliezen verrekend op dezelfde wijze als omschreven in standaardvoorwaarde 3.a. Indien voor afloop van de overgangsperiode het splitsingstijdstip aanbreekt ten aanzien van een als dochtermaatschappij gevoegd artikel X-energielichaam, wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b., in afwijking van het bepaalde in artikel 15 van de Wet Vpb en standaardvoorwaarde 15.a., aangemerkt als verlies c.q. winst van het te ontvoegen artikel X-energielichaam, en wordt dit verlies c.q. deze winst toegerekend aan jaren met inachtneming van hetgeen is opgenomen in onderdeel
c. en d. hiervóór.
Indien voor afloop van de overgangsperiode een artikel X-energielichaam moedermaatschappij van de combinatie is, en splitsing ten aanzien van een dochtermaatschappij ertoe leidt dat geen andere maatschappij meer gevoegd is met het artikel X-energielichaam:

1. wordt het gezamenlijk bedrag van de winsten als bedoeld in onderdeel b, aangemerkt als voorvoegingsverlies c.q. -winst van het artikel X-energielichaam van het aan het verenigingstijdstip voorafgaande jaar, met dien verstande dat de verrekening met deze voorvoegingswinst van verliezen behaald door dit lichaam in de drie jaren volgende op vorenbedoeld splitsingstijdstip plaatsvindt met inachtneming van het bepaalde in artikel X, vijfde lid, van de Wet van 18 december 1997;

2. kunnen de combinatieresultaten over eerdere jaren, voor zover die zijn toe te rekenen aan tot de combinatie behoord hebbende dochtermaatschappijen, niet worden verrekend met de winst van het artikel X-energielichaam in latere jaren, behoudens voor zover op die winst het structurele tarief van toepassing is. Indien een tot de fiscale eenheid behorende maatschappij vermogensbestanddelen waarin een meerwaarde aanwezig is, overdraagt aan een tot de fiscale eenheid behorend artikel X-energielichaam, is op de met dat vermogensbestanddeel behaalde winst, voor zover die betrekking heeft op de bij de overdracht aanwezige meerwaarde en waarop bij het artikel X-energielichaam het overgangstarief van toepassing zou zijn, gedurende de overgangsperiode het structurele tarief van toepassing, tenzij op de met dat vermogensbestanddeel behaalde winst bij de overdragende maatschappij het overgangstarief van toepassing zou zijn. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bedrijfsmiddel ingeval het artikel X-energielichaam hierop in mindering heeft gebracht een vervangingsreserve die door een ander tot de fiscale eenheid behorend of behoord hebbend lichaam is gevormd, en eveneens met betrekking tot een vervangingsreserve bij het artikel X-energielichaam, ingeval die reserve betrekking heeft op een boekwinst die door een ander tot de fiscale eenheid behoord of behoord hebbend lichaam is behaald.
Onderdeel a. vervalt ten aanzien van een maatschappij met ingang van het jaar waarin het desbetreffende artikel X-energielichaam niet meer voldoet aan het gestelde in artikel X, tweede lid, onderdelen
a. of b., van de Wet van 18 december 1997. In dat geval zijn de onderdelen c. en d. hiervóór van overeenkomstige toepassing.

- .
Belastingdienst/

De Inspecteur,

namens deze



Dit is een voor bezwaar vatbare beschikking. Als u het niet eens bent met deze beschikking kunt u binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. Het postadres staat op deze beschikking.

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen de bezwaartermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

Bijlagen:

voorwaarden



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie