Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Regering wil staatsdeelame in KPN NV herpositioneren

Datum nieuwsfeit: 09-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief sts vw en min fin inzake herpositionering de staat der nederlanden in de kpn

Gemaakt: 14-6-2000 tijd: 15:34


4

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

's-Gravenhage, 9 juni 2000

Naar aanleiding van het verzoek van de Vaste Commissies voor Verkeer en Waterstaat en Financiën willen wij u hierbij informeren over de voorgenomen herpositionering van de Staat der Nederlanden in Koninklijke KPN N.V. Wij zijn bereid daarover, indien gewenst, op korte termijn vertrouwelijk met u van gedachten te wisselen. De herbezinning van de regering op haar positie met betrekking tot KPN heeft reeds in 1999 een aanvang genomen. Eind 1999 is aangekondigd dat wij hierover overleg met KPN zouden starten. Onderstaande uiteenzetting over de herpositionering van de staat is de uitkomst van het met KPN gevoerde overleg en staat los van de recente fusiebesprekingen die door KPN zijn gevoerd met Telefonica. Door deze fusiebesprekingen is het overleg met KPN weliswaar in een stroomversnelling geraakt, echter het is niet bepalend geweest voor het beleidsvoornemen zoals in deze brief wordt verwoord.


1. Algemene ontwikkelingen.

Door de liberalisering en technische ontwikkelingen in de jaren negentig is er een enorme dynamiek ontstaan in de internationale telecommunicatiemarkt, met voortdurende (her)- configuraties van samenwerkingsverbanden en met overnames van bedrijven die in deze markt actief zijn. Globalisering is hier de dagelijkse werkelijkheid. KPN heeft geen monopolie meer. Concurrentie is in meer of mindere mate aanwezig op alle segmenten van de telecommunicatiemarkt. De telecommunicatiemarkt is in hoog tempo een «normale» markt aan het worden. Deze ontwikkelingen die de regering nu en in het verleden op nationaal en Europese Unie niveau heeft bevorderd, hebben aanleiding gegeven de bestaande positionering van de staat in KPN te heroverwegen. De staat behoeft en behoort in een normale, sterk internationale, markt in beginsel geen aandelen te bezitten in één van de spelers op die markt.

Het is in dat verband zinvol om eerst kort te beschrijven wat de achtergrond is van de huidige betrokkenheid van de staat bij KPN.


2. Positionering van de Staat der Nederlanden tot op heden.
Met de omvorming in 1989 van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie in een private onderneming met de overheid als aandeelhouder zijn tevens de wettelijke regels inzake post en telecommunicatie ingrijpend herzien. De regering heeft bij de verzelfstandiging willen verzekeren dat het bedrijf intern aangestuurd zou worden op basis van bedrijfsmatige besluitvorming, zonder directe politieke bemoeienis met de bedrijfsvoering. Om de invloed van de staat op de bedrijfsvoering in het licht van deze doelstelling van de verzelfstandiging zo beperkt mogelijk te houden, is bij de verzelfstandiging direct gekozen voor het zogeheten (volledige) structuurregime en voor een Raad van Bestuur en een Raad van Commissarissen bestaande uit onafhankelijke personen met ervaring in het bedrijfsleven. De logische tegenhanger van deze vrijheid was een stelsel van wet- en regelgeving dat de kwaliteit en de betrouwbaarheid vastlegde van de aan KPN in het kader van het aan haar verschafte wettelijk monopolie (de concessie) opgedragen dienstverlening. Ook dat werd in 1989 ingevoerd. Ten tijde van de beursgang in 1994 wenste de staat er, met het oog op het algemeen belang, zorg voor te dragen dat het goed functionerend post- en telecommunicatiesysteem niet zou kunnen worden aangetast door een vanuit die optiek niet door de overheid gewenste zeggenschap in (het bestuur van) de vennootschap. KPN was destijds immers eigenaar van vrijwel het gehele landelijk post- en telecommunicatiesysteem. De liberalisering was begonnen, maar moest haar vruchten nog afwerpen. De regering wilde verzekeren dat een goede uitvoering van de post- en telecommunicatieconcessie (waarvan de eisen en randvoorwaarden publiekrechtelijk waren verankerd) door een goede en betrouwbare concessiehouder plaats zou vinden (privaatrechtelijke rechtssfeer) en daarmee de continuïteit van de dienstverlening gegarandeerd zou worden. In andere woorden: de regering wilde zeker stellen dat het publiekrechtelijk instrumentarium een betrouwbaar aangrijpingspunt had in de vennootschap KPN.

Om dit algemeen belang bij de beursgang te waarborgen zijn er daarom diverse maatregelen getroffen. In artikel 4 van de Machtigingswet Koninklijke PTT Nederland NV zijn de artikelen 153, derde lid, en artikel 155 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing verklaard. Hierdoor zijn de uitzonderingen op de verplichte toepassing van het (volledig) structuurregime op KPN niet van toepassing (hetgeen o.a. tot gevolg heeft dat de Raad van Bestuur van KPN altijd wordt benoemd door de Raad van Commissarissen en niet door de algemene vergadering van aandeelhouders). Dit is een unieke constructie in Nederland, en een uitzondering op de regels in het Burgerlijk Wetboek. Voorts zijn in de privaatrechtelijke sfeer maatregelen getroffen. De staat heeft statutair rechten bedongen die verbonden zijn aan een prioriteitsaandeel (het bijzonder aandeel), overigens mede met het oog op zijn financieel belang in KPN. Dit betreft rechten die zien op goedkeuring van de staat van besluiten van fundamentele aard zoals emissies, juridische fusies en splitsing. Met het oog op het algemeen belang heeft de staat een optie tot het verkrijgen van preferente aandelen A, die de staat de mogelijkheid biedt om zijn stemrecht in KPN onder bepaalde omstandigheden uit te breiden tot 51% van het stemgerechtigde kapitaal. Voornoemde maatregelen zijn bij de beursgang in 1994 geëffectueerd en functioneren tot heden. Tevens is bij de beursgang de benoeming van (drie) commissarissen van overheidswege in het bestuur van de vennootschap gehandhaafd.


3. Heroverweging van de positie en de rol van de Staat der Nederlanden.

Bij de beursgang heeft de regering de Kamer er reeds op gewezen dat zowel binnen als buiten Europa een snel ontwikkelende liberaliseringstendens van de telecommunicatiemarkt vorm begon te krijgen. Naast deze ontwikkeling is een steeds sneller tempo van technologische ontwikkelingen en vernieuwingen gesignaleerd. In de jaren negentig zijn vele telecommunicatiebedrijven overal ter wereld geprivatiseerd en gaan opereren als concurrerende ondernemingen. Deze ontwikkeling is mede geïnitieerd door de onder invloed van Europa herziene wet- en regelgeving inzake de telecommunicatie. Ook in Nederland is de concessieverlening wat betreft de telecommunicatie beëindigd en is een wettelijke ruimte geboden aan concurrentie op deze markt. De eens monopoloïde positie van KPN is geschiedenis. Bij deze ontwikkelingen is het algemeen telecommunicatiebelang het beste gewaarborgd via het publiekrecht, dat wil zeggen via wettelijke regels zoals de Telecommunicatiewet en de Mededingingswet, en een adequaat toezicht daarop. Het toezicht op deze markt geschiedt inmiddels door in het leven geroepen publiekrechtelijke organen, te weten de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

De regering is tot het oordeel gekomen dat het (bijzonder) aandeelhouderschap en de afwijking van de regels met betrekking tot het structuurregime in het licht van deze veranderde omstandigheden noodzakelijk, noch wenselijk is om het algemeen telecommunicatiebelang te waarborgen. Niet noodzakelijk omdat het huidige pakket van wet- en regelgeving en toezicht het publiek belang adequaat waarborgt. Niet wenselijk omdat het onzuiver is dat de staat door middel van het (bijzonder) aandeelhouderschap wordt verbonden met één van de vele partijen die actief zijn in de telecommunicatiemarkt.


4. Het voornemen van de regering.

In het licht van het vorenstaande acht de regering het wenselijk tot aanpassing van de bestaande relatie met KPN te komen.

De regering acht het wenselijk en mogelijk dat de staat zich terugtrekt als bijzonder en gewoon aandeelhouder in KPN. Dit is in lijn met het bestaande beleid inzake staatsdeelnemingen (TK 1996-1997,
25178), waarin een belangrijk uitgangspunt is dat deelnemingen worden verkocht tenzij er doorslaggevende redenen zijn voor het houden van de deelneming. Wanneer en op welke wijze de staat zich terugtrekt is op voorhand niet aan te geven. Dit zal de regering in bepalende mate laten afhangen van marktomstandigheden. Daarbij zal altijd een zakelijke opstelling worden gekozen, met afweging van de financiële belangen van de Staat en van de gerechtvaardigde belangen van alle betrokkenen, inclusief KPN. De regering is voornemens op korte termijn een voorstel tot wijziging van de Machtigingswet Koninklijke PTT Nederland NV aan uw Kamer voor te leggen strekkende tot opheffing van de uitzonderingspositie van KPN met betrekking tot het structuurregime.

Wij zijn voornemens in overleg met KPN stappen te nemen die er toe moeten leiden dat er geen commissarissen van overheidswege meer bij KPN zullen zijn en dat de preferente aandelen A komen te vervallen, waarbij uiteraard het bestaande optierecht ook komt te vervallen.

Voorts zijn wij voornemens de rechten verbonden aan het bijzonder aandeel (dat mede werd gecreëerd met het oog op het financieel belang van de staat in KPN) te behouden tot dat het financieel belang van de staat substantieel is teruggebracht.

Wij gaan ervan uit u hiermee op dit moment voldoende te hebben geïnformeerd om eventueel nader met u van gedachten te kunnen wisselen.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

drs J.M. de Vries

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

G. Zalm

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie