Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoorden kamervragen over energievoorziening in Europa

Datum nieuwsfeit: 13-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over energievoorziening in europa
Gemaakt: 15-6-2000 tijd: 15:34


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


13 juni 2000

Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de antwoorden op de vragen, gesteld door de leden Klein Molenkamp en Blaauw, welke mij werden toegezonden bij brief van 11 mei 2000, onder nummer 2990010830.


1 Ik heb kennis genomen van het artikel "EU wil 85 nieuwe kerncentrales" in het Technisch Weekblad van 19 april 2000.
Tevens heb ik kennis genomen van het in dat artikel kennelijk bedoelde rapport van de Europese Commissie; het gaat om de Dilemma Studie "Study of the Contribution of Nuclear Power to the Reduction of Carbon Dioxide Emissions from Electricity Generation" van DG XVII (te vinden op: europe.eu.int/en/comm/dg17/public.htm).

Het bedoelde rapport is geen beleidsdocument, maar een scenario studie waarin nagegaan wordt wat -op een tijdschaal van 25 jaar- het kwantitatieve effect is van diverse aannames op het gebied van nucleaire elektriciteitsopwekking op de CO2 uitstoot binnen Europa.

In het Hoog Nucleaire Scenario gaat de studie ervan uit dat het relatieve aandeel

(23 %) van de nucleaire capaciteit in 1995 (125 GWe) in de totale elektriciteitscapaciteit (554 GWe) gehandhaafd wordt, hetgeen resulteert in een nucleaire capaciteit in 2025 van 164 GWe.

In het Basis Scenario gaat de studie ervan uit dat een kerncentrale na een levenstijd van 40 jaar gesloten wordt en er geen nieuwe kerncentrale gebouwd wordt, zodat in 2025 een nucleaire capaciteit resteert van 66 GWe.

Het Hoog Nucleair Scenario kent dus inderdaad een (bijna) 100 GWe hoger nucleair aandeel in 2025 dan het Basis Scenario. Dit komt overeen met 85 (nieuwe) kerncentrales van circa 1150 MW elk.

Volgens het Kyoto-protocol dient de emissie van broeikasgassen in de EU in 2010 met


8 % verminderd te zijn ten opzichte van die in 1990. Indien deze reductie gelijk zou worden verdeeld over alle sectoren (een keuze waarin iedere lidstaat overigens vrij is), zou dit voor de elektriciteitssector als geheel betekenen dat de CO2 uitstoot terug moet van 964 Mton in 1990 naar 885 Mton in 2010.
In het Hoog Nucleair Scenario bedraagt de CO2 uitstoot in 2010: 952 Mton, dat is bijna 70 Mton (7,5 %) méér dan de beoogde 885 Mton.

Het Hoog Nucleair Scenario is dus niet toereikend om de beoogde CO2 reductie in 2010 te realiseren; het is wel beter dan het Basis Scenario dat resulteert in een CO2 uitstoot in 2010 van 1000 Mton, dat is 115 Mton (13 %) méér dan de beoogde 885 Mton.

Dit betekent overigens niet dat de conclusie kan worden getrokken dat binnen de EU


100 GWe nieuw nucleair vermogen gebouwd dient te worden om de Kyoto reductiedoelstelling te kunnen halen. Binnen de EU is een lastenverdeling overeengekomen (met voor Nederland een reductieverplichting van 6 %) waarbij elke lidstaat zelf verantwoordelijk is voor de wijze waarop die gerealiseerd wordt.

3 Het gaat hier om een scenario studie waarbij bovendien specifiek is gekeken naar de deelbijdrage die kerncentrales kunnen leveren bij het terugdringen van de CO2 uitstoot. Er zijn echter ook andere mogelijkheden om de CO2 reductiedoelstelling te bereiken, zoals bijvoorbeeld de extra inzet van duurzame energie en verdergaande energiebesparing.

Weliswaar kan de kerncentrale Borssele nog vele jaren veilig en verantwoord functioneren, maar voorop staat voor de regering de wens van de Kamer om deze centrale eind 2003 te doen sluiten en de afspraak die daaromtrent met de SEP is gemaakt.


4 In een open en geliberaliseerde Europese Energiemarkt wordt de productie van elektriciteit door middel van kernenergie bepaald door de mate waarin de prijs van deze elektriciteit concurrerend is met die afkomstig van andere vormen van opwekking. Anderzijds zal de hoeveelheid in kernenergiecentrales geproduceerde elektriciteit afhangen van het beleid dat individuele lidstaten ten aanzien van kernenergie voeren. Voor de komende jaren lijkt dat in de meeste landen eerder tot een daling dan een stijging van de inzet van kernenergie te leiden.

Met betrekking tot de invoer van elektriciteit in Nederland geldt bovendien nog dat de grensoverschrijdende capaciteit van het elektriciteitsnet gelimiteerd is.


5 Nee, die mening deel ik niet. In de eerste plaats is er geen Europees beleid inzake kernenergie; het rapport zoals bedoeld in de vragen 2 en 3 is een wetenschappelijke scenariostudie en geen beleidsdocument.

In de tweede plaats is elke lidstaat binnen de EU zelf verantwoordelijk welk beleid zij inzake kernenergie wil voeren. In het Energierapport heeft het kabinet eind vorig jaar de afwegingen op dit punt en de daarop gebaseerde conclusies gepresenteerd.

De regering ziet ook in de huidige situatie op de energiemarkt en de verwachtingen met betrekking tot voorzieningszekerheid geen aanleiding om over te gaan tot herinvoering

van een diversificatiebeleid, en daarmee van een daarin passend op elektriciteitsproductie gericht kernenergiebeleid.

(w.g.) A. Jorritsma-Lebbink

Minister van Economische Zaken

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie