Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

D66: het federalisme is nog niet voorbij

Datum nieuwsfeit: 13-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66


13 juni 2000

HET FEDERALISME IS NOG NIET VOORBIJ

Thom de Graaf en Jan Hoekema

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joska Fischer heeft recentelijk een wezenlijk betoog gehouden over nieuwe grondslagen voor Europa. Het is te gemakkelijk om zijn pleidooi voor een federaal Europa af te doen als onhaalbaar en vrijblijvend, zoals columnist Heldring (23 mei) deed. Die reactie was even voorspelbaar als de geluiden uit Parijs en Londen. De Fransen ontwijken het debat omdat zij gepreoccupeerd zijn met hun komend voorzitterschap. Zij moeten immers zorgen voor een succesvolle afronding van de Intergouvernementele Conferentie in Nice. Bij dat handwerk past geen discussie over visie en idealen. De links-nationalistische minister van Binnenlandse Zaken Chevenement wees op Duitse frustraties die kennelijk niet goed verwerkt waren. Zijn collega van Buitenlandse Zaken Vedrine was vooral beducht voor verdeeldheid waar niemand op zit te wachten. De Britten zijn uiteraard volledig tegen. Ongeacht welke partij aan de macht is in Westminster, het 'F-woord' is altijd taboe.

Het is jammer dat leidende politici in Europa zo kortzichtig reageren. Het is inmiddels vijftig jaar geleden dat Robert Schuman het plan openbaar maakte van een Europese gemeenschap voor kolen en staal. Visionaire kracht die ver zou reiken. Juist een weidser perspectief geeft richting aan de zware agenda van hervorming en uitbreiding die de komende tijd door de Unielanden moet worden afgewerkt. Ook de Nederlandse reactie was wel erg terughoudend. Onze eigen "Mister Europe", staatssecretaris Dick Benschop, verweet Fischer op een recente conferentie van het instituut Clingendael een te grote fixatie op de toekomstige staatkundige vormgeving van Europa. Benschop is zelf aanhanger van de netwerkgedachte: Europa vormt een netwerk van landen die praktisch met elkaar samenwerken en zo stapje voor stapje meer integreren. De lidstaten spiegelen zich als concurrerende bedrijven aan elkaar en gebruiken daarvoor moderne managementtechnieken als "peer pressure", "best practices" en "benchmarking". Benschop is een kind van zijn tijd. Leentjebuur spelen bij het moderne internationale bedrijfsleven kan zeker zin hebben bij het streven naar integratie. Maar het risico van vrijblijvendheid ligt al snel op de loer. Werkt beleidsconcurrentie wel als er echte belangen op het spel staan en Europa daadwerkelijk moet kiezen? Zoals ook door anderen is opgemerkt, kleeft aan deze benadering bovendien het aanzienlijke nadeel dat de Europese instellingen feitelijk buiten spel staan. Vooral het ontbreken van democratische controle en het op afstand houden van de Europese burger tekent de zwakte van de netwerkmethode voor een lange termijnstrategie.

Vaak wordt beweerd dat staatkundige hervormingen, ook in Europa, vanzelf zullen ontstaan als een resultante van ontwikkelingen. Zij moeten daarom niet als een soort blauwdruk worden nagestreefd. Zeker, voor de korte termijn is het nooit verstandig teveel te snel te willen. Dat roept alleen maar contraproductieve energie op. De keerzijde is dat alleen een goed doordachte staatkundige structuur garantie biedt dat niet het toeval de toekomst bepaalt. Integratie dient daarom paralel te lopen aan transparantie en democratisch toezicht. Zo bezien wijst Fischer, zij het op persoonlijk titel, zijn eigen land en de rest van Europa een begaanbare weg. Integratie in verschillende fasen: eerst hervorming en uitbreiding, dan versterkte samenwerking tussen die staten die verder willen gaan en ten slotte volledige politieke integratie.

Deze flexibiliteit staat deels al op de menukaart van Nice, maar er is nog een zwaar gevecht nodig om daadwerkelijk vooruit te komen. Dat zou kunnen gebeuren door het in Amsterdam vastgelegde beginsel van unanimiteit om een onderwerp vatbaar te maken voor flexibiliteit op te heffen. Dan wordt een belangrijke barrière voor een volgende stap verwijderd. Fischer pleit er voor in die fase met een kerngroep of kopgroep verder te gaan. De Nederlandse regering ziet hierin het gevaar van institutionalisering , zoals we ook altijd tegen de G7 of G8 waren. Zou dat bezwaar ook zo groot zijn als Nederland er zelf aan deel neemt? Zou het werkelijk kwaad kunnen als een paar landen, juist om stagnatie te voorkomen, elkaar vinden om als locomotief de integratie te trekken? Fischer noemt dat in zijn rede aan de Humboldtuniversiteit een "Gravitationszentrum" dat vooruitloopt op de uiteindelijke integratie. Zijn pleidooi om zo'n kerngroep een Europees basisverdrag te laten sluiten dat hen verplicht tot verdere verdieping en democratisering is de moeite van het overpeinzen waard. Het zwaartepunt van de Unie wordt zo tegelijkertijd ook het proefgebied voor een daadwerkelijk Europa van de burger.

Er zijn veel vraagtekens te zetten bij de niet uitgewerkte ideeën van Fischer over de vormgeving van deze separate verdragsstructuur, inclusief een rechtstreeks gekozen "president". Dat mag echter niet leiden tot een simpele afwijzing. Datzelfde geldt voor de laatste stap die Fischer schetst, de daadwerkelijke Europese federatie. Het woord alleen al heeft een beladen betekenis. Maar het gaat er om hoe een federatie wordt vormgegeven. Een verwevenheid van nationale en Europese democratische controle via een tweekamer-stelsel biedt beslist voordelen. Een federatie betekent bovendien niet per definitie dat de constituerende delen een eigen krachtige positie moeten ontberen. Het is nu zeer in de mode om hoog op te geven van het subsidiariteitsbeginsel. Op alle fronten moeten we daarom terughoudend zijn in de overdracht van bevoegdheden naar Brussel. Tegelijk eisen wij echter steeds meer van Europa, van werkloosheidsbestrijding tot asielbeleid en van economische vernieuwing tot een eigen defensie-identiteit. De helft van onze regelgeving is al niet meer van ons alleen of van onszelf afkomstig.. Wij slechten de binnengrenzen, betalen overal met dezelfde munt en integreren onze legers. Waarom zouden wij dan ook niet er over willen nadenken hoe op den duur politieke en democratische eenheid kan worden bereikt?

Hoe leven mensen uit dertig of meer Unielanden straks samen? Die wezenlijke vraag mag niet ondergeschikt gemaakt worden aan de agenda van de dag. Daarom mag het betoog van Fischer niet worden weggepraat onder verwijzing naar de realiteit van de politieke verhoudingen of de wenselijkheid van competitie en dialoog. Dick Benschop meent dat wij "het federalisme voorbij" zijn. Dat klinkt wel erg berustend. De Nederlandse regering hoeft geen romantisch ideaal te koesteren. Zij mag, netwerkend en al, zich wel afvragen welke toekomst de Europese burger tegemoet gaat. Op verder denken staat geen paars verbod.

E-mail:Thom de Graaf en/of Jan Hoekema

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie