Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onderzoeksrapport over beëindiging arbeidsrelaties

Datum nieuwsfeit: 13-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief SZW beeindiging van arbeidsrelaties

Gemaakt: 14-6-2000 tijd: 15:13

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 13 juni 2000

Hierbij bied ik u het onderzoeksrapport 'Het duaal ontslagstelsel - beëindiging van arbeidsrelaties in de praktijk' aan.

Dit onderzoek vond plaats ten behoeve van de beleidsontwikkeling op het gebied van het ontslagrecht en de sociale zekerheid en ter ondersteuning van de Adviescommissie Duaal Ontslagstelsel. Beoogd werd inzicht te krijgen in de wijze waarop arbeidsrelaties in de praktijk worden beëindigd, welke redenen hieraan ten grondslag liggen en wat de effectiviteit is van de bestuurlijke preventieve ontslagtoets. Dit moet uiteindelijk duidelijk maken of de doelstellingen die met het ontslagstelsel worden beoogd ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Teneinde tot een goed oordeel te komen, heb ik - in overleg met de Minister van Justitie - Research voor Beleid B.V. Leiden een onderzoek laten uitvoeren met de volgende centrale probleemstelling: "In hoeverre voldoet het huidige duale ontslagstelsel aan de volgende doelstellingen: · bescherming van de individuele belangen van werkgevers, · bescherming van de individuele belangen van werknemers, · bescherming van algemene belangen inzake arbeidsmarkt en sociale zekerheid?" Deze brede probleemstelling is terug te brengen tot drie hoofdgroepen van onderzoeksvragen betreffende 'ontslag in de praktijk', 'toetsing' en 'effectiviteit'.

De onderzoekers hebben ter oriëntatie op het ontslagrecht en de praktijk van beëindiging van arbeidsrelaties een literatuurstudie uitgevoerd. Verder is een aantal diepte-interviews gehouden met personen en organisaties (uvi's, regionale organisaties van Arbeidsvoorziening, juridische experts en vakbonden), die in de praktijk betrokken zijn bij het ontslagrecht. Ook is geïnventariseerd welke kwantitatieve gegevens over aantallen ontslagverzoeken en ontslagen er bestaan en beschikbaar zijn. Bovendien is er een grootschalige enquête onder werkgevers afgenomen en is er in de landelijke arbeidsmarktaanbodmonitor van Arbeidsvoorziening 'Hoe zoeken werkzoekenden' een half jaar lang een blok vragen opgenomen over de ervaringen van werknemers met de beëindiging van arbeidsrelaties.

Uit het eindrapport komt het volgende naar voren:
(1) met betrekking tot het onderdeel 'ontslag in de praktijk' blijkt, dat ontslag met tussenkomst van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening (oktober 1997 - oktober 1999: 8 %) of de kantonrechter (oktober 1997 - oktober 1999: 9 %) relatief een beperkte rol speelt voor wat betreft de wijzen waarop werkgevers en -nemers uit elkaar gaan. Volgens werkgevers wordt met name de weg van de RDA bewandeld in geval van (vermeende) arbeidsongeschiktheid, ziekte, e.d. en bij reorganisatie. Voor de ontbindings-procedure via de kantonrechter wordt vooral gekozen bij ongeschiktheid voor de functie en ongewenst gedrag (zoals bijvoorbeeld diefstal). Het bereiken van het doel, doorlooptijd en 'gemak' (d.w.z. het niet behoeven aan te vragen en zien te verkrijgen van een ontslag-vergunning) blijken bij werkgevers de belangrijkste motieven om te kiezen voor de kantongerechtsprocedure. Gevraagd naar de ervaringen met de laatste beëindiging blijkt de gemiddelde duur bij de kantonrechter ongeveer de helft van die bij de RDA te zijn. De keuze voor de RDA-procedure wordt door werkgevers onderbouwd met het argument van de kosten (ook na het invoeren van de kantonrechtersformule blijft het moeilijk voor werkgevers om een goede inschatting van de hoogte van de schadevergoeding te maken). Daarnaast blijken ook goede ervaringen en de indruk dat de bestuurlijke preventieve ontslagtoets naast het belang van de werknemers ook dat van de werkgevers in het oog houdt, belangrijke overwegingen om voor de RDA-procedure te kiezen. Uitgaande van jaarlijks 43000 beëindigingen via het arbeidsbureau en 45.000 ontbindingen via de kantonrechter (gebaseerd op de periode oktober 1997 tot oktober 1999) worden de totale beëindigingskosten voor werkgevers geraamd op ruim 490 miljoen respectievelijk 2,7 miljard gulden. Van de werknemers waarvan de laatste beëindiging van de arbeidsrelatie niet langer dan een jaar geleden (oktober 1998) plaatsvond, heeft het merendeel (64%) weer een baan gevonden. Voorts is nog gekeken naar de maatschappelijke kosten (inclusief de uitvoeringskosten uvi's).
(2) met betrekking tot de verwijtbaarheid van de werkloosheid (de vraag of de werknemer zich voldoende heeft verweerd) blijkt uit het onderzoek van 1998 van het Lisv het volgende: 'de uvi's stellen zelden of nooit een onderzoek in wanneer een werknemer is ontslagen om bedrijfseconomische redenen'. Bij ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen stelt een kwart respectievelijk tweevijfde zelden een onderzoek in na een vergunning van de RDA respectievelijk een ontbinding door de kantonrechter. De adviserende of toetsende taak van de uvi's ingeval van ontslag van een arbeids-ongeschikte werknemer door tussenkomst van de RDA respectievelijk de kantonrechter blijkt moeizaam te verlopen, met name door een capaciteitsgebrek (van arbeidsdeskundigen) bij de uvi's. Daarom wordt door vakbonden en RDA's wel eens getwijfeld aan de zorgvuldigheid waarmee de uvi's nagaan of de werknemer daadwerkelijk niet meer bij de werkgever terecht kan. (3) met betrekking tot het onderdeel 'effectiviteit' lijkt de directe preventieve werking van het duale stelsel beperkt. Slechts een klein deel van de ontslagverzoeken bij de RDA en van de ontbindingsverzoeken van de kantonrechter wordt niet gehonoreerd (respectievelijk 6% en 3,5%). Het merendeel van de daarbij betrokken werknemers raakt vervolgens toch de baan kwijt. Wel gaat van de ontslagtoets bij de RDA indirect een zekere preventieve werking uit. Zo verricht de RDA bijvoorbeeld in geval van ontslagaanvragen op bedrijfseconomische gronden een diepgaand onderzoek (uitgebreider dan de kantonrechter) teneinde de aannemelijkheid ervan te kunnen vaststellen. Hier schrikt de werkgever regelmatig zodanig van terug, dat de ontslagaanvraag wordt ingetrokken. Van alle werknemers die met een (poging tot) beëindiging van de arbeidsrelatie zijn geconfronteerd, is 36% tevreden met de duur van de beëindigingsprocedure; Vrouwen, ouderen, jongeren, arbeidsgehandicapten en allochtonen hebben een (iets) grotere kans op ontslag dan andere werknemers.

(4) in bijna de helft van de ontslaggevallen worden 'bedrijfseconomische redenen' opgevoerd. Tien procent is collectief ontslag en bij 13 procent gaat het om ontslag om niet-economische (bv ongeschiktheid) redenen. In een derde deel gaat het om arbeidsongeschikt-heid (van 27% in 1997 oplopend naar 35% in 1999). Vrouwen lopen relatief iets meer kans ontslagen te worden dan mannen. Opmerkelijk is dat de afgehandelde ontslagaanvragen voor vrouwen aanmerkelijk vaker te maken hebben met arbeidsongeschiktheid (41%) dan bij mannen (26%).

(5) een grote meerderheid van werkgevers ziet in het huidige stelsel nauwelijks belemmeringen voor ontslag. Wel vindt men het stelsel zodanig juridisch vertakt en verfijnd dat het voor niet-juridisch geschoolde werkgevers en werknemers nauwelijks nog inzichtelijk is. Vanwege de complexiteit en intransparantie laten veel werkgevers zich daarom ondersteunen door interne of externe specialisten laten. Voor kleinere werkgevers en werknemers is dat doorgaans minder goed mogelijk.

Over het vervolg van dit onderzoek kan ik u het volgende meedelen. Zoals u weet, is op 25 februari 1999 - conform toezegging aan de Eerste Kamer tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Flexibiliteit en zekerheid (Kamerstukken 1, 1997-98, 25263, nr. 132g) - de Adviescommissie Duaal Ontslagstelsel geïnstalleerd met de opdracht een toekomstverkenning uit te voeren naar de inrichting van het duale ontslagrecht. Deze onafhankelijke commissie van deskundigen zal in de loop van het jaar 2000 aan de Minister van Justitie en mij advies uitbrengen. Aan deze commissie is verzocht in haar advisering in ieder geval de uitkomsten van het onderhavige onderzoek te betrekken. In verband hiermee acht ik het niet wenselijk om thans - vooruitlopend op het advies van voornoemde commissie - conclusies te verbinden aan dit onderzoeksrapport.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(W.A. Vermeend)

Bijlage is niet elektronisch beschikbaar

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie