Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen verstrekken Schengenvisa Frankrijk

Datum nieuwsfeit: 14-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over het verstrekken van schengenvisa voor nederland door de franse ambassade in tbilisi

Gemaakt: 21-6-2000 tijd: 19:13


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 juni 2000

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 19 april jl.

met kenmerk 2990010010, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Oven overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U hierbij, als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Oven (PVDA)

Vraag 1: Kunt U cijfers verstrekken met betrekking tot de aantallen Schengen-visa die, met het oog op verblijf in Nederland, in 1997, 1998 en 1999 zijn aangevraagd en verstrekt door het Franse consulaat in Tbilisi uit naam van het Koninkrijk der Nederlanden?

Vraag 2: Kunt U aangeven of het percentage verstrekte visa op significante wijze afwijkt van percentages voor Nederland verstrekte visa in andere Oost-Europese landen?

Vraag 3: Indien er een significante afwijking bestaat is daar dan een verklaring voor te geven?

Antwoord op 1, 2 en 3: Neen. Specificatie en uitsplitsing zoals door U verzocht is uit het (verouderde) Franse computersysteem niet verkrijgbaar. Uitsluitend met zekerheid kon opgave worden gedaan van het exacte aantal verstrekte visa aan personen met bestemming Nederland in de periode augustus 1999 tot en met januari 2000, te weten 337. Met betrekking tot de jaren 1997, 1998 en 1999 kan slechts een schatting worden gegeven. Voor 1997 en 1998 is dat jaarlijks circa
400; de schatting voor 1999 luidt circa 700. Ik beschik ook niet over relevante gegevens aangaande visumverstrekking voor Nederland door andere Schengenpartners in Oost-Europa die een vergelijking mogelijk gemaakt.

Vraag 4: Kunnen personen, aan wie door de Franse consul geen visum wordt verstrekt, alsnog in persoon een aanvraag doen bij de Nederlandse ambassade in Kiev?

Antwoord: Ja.

Vraag 5: Zo ja, kunt U aangeven aan welk percentage van deze herkansings-aanvragen alsnog een visum wordt verstrekt?

Vraag 6: Hoe is dit percentage te verklaren?

Antwoord op 5 en 6: Neen, een percentage kan niet worden genoemd. Er is niet met zekerheid vast te stellen in welke gevallen het om 'herkansings-aanvragen' gaat. De ambassade te Kiev verleende in 1997 en 1998 geen enkel visum aan Georgiërs. In 1999 werden 32 visa verleend en vanaf 1 januari 2000 tot heden 79 visa. Bestudering van deze gegevens leert dat de toename in 2000 vooralsnog als oorzaak heeft dat enkele groepsaanvragen van sporters werden voorzien van visa.

Vraag 7: Wordt aan personen wier visum-aanvraag wordt afgewezen altijd te kennen gegeven dat tegen die beslissing beroep open staat bij de bestuursrechter in Nederland?

Antwoord: Twee gevallen dienen hierbij te worden onderscheiden: a) een aanvraag van een visum bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, en b) een aanvraag bij een ambassade of consulaat van een Schengenpartner die visumaanvragen voor Nederland behandelt bij afwezigheid van een eigen Nederlandse vertegenwoordiging.

In geval a) dient de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bij een visumweigering de aanvrager te wijzen op de mogelijkheden van bezwaar en beroep die voor hem openstaan op basis van de Algemene wet bestuursrecht.

In geval b) kan strikt genomen geen spake zijn van een weigering. De Schengenvisuminstructie stelt namelijk dat vertegenwoordiging uitsluitend ter zake van visumafgifte plaatsvindt. Indien aan de visumaanvraag geen gevolg kan worden gegeven, omdat de betreffende vreemdeling niet in afdoende mate heeft kunnen aantonen hij aan de voorwaarden voldoet, dient de vreemdeling te worden gewezen op de mogelijkheid zijn visumaanvraag bij een beroepspost van de Partnerstaat waar zijn reisdoel is gelegen in te dienen.

Vraag 8: Bent U - afhankelijk van de door U op de vragen 1 t/m 7 gegeven antwoorden - bereid te overwegen de visum-verstrekking in Tbilisi te doen geschieden door een ander consulaat dan dat van Frankrijk dan wel door het consulaat van het Koninkrijk der Nederlanden?

Antwoord: Vooralsnog zie ik geen aanleiding om te overwegen de visumverlening voor Nederland anders te laten plaatsvinden dan door het Franse consulaat te Tbilisi.

Vraag 9: Bent U bereid - afhankelijk van het op vraag 8 gegeven antwoord - te overwegen in Tbilisi een ambassade te openen (zoals door U gesuggereerd tijdens het AO over de Kaukasus op 9 februari 2000)?

Antwoord: In het AO Kaukasus van 9 februari jl. heb ik toegezegd nader te zullen ingaan op de vraag in hoeverre opening van een Nederlandse ambassade in de Kaukasus wenselijk en mogelijk is. Het belang hiervan op het gebied van consulaire zaken, politiek, economie, cultuur en ontwikkelingssamenwerking wordt thans onderzocht. Ik zal u hierover zo spoedig mogelijk informeren.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie