Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Symposium BNA over Bouwen aan Duurzame Architectuur

Datum nieuwsfeit: 14-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Bond van Nederlandse Architecten

De smaak van tomatensoep Bouwen aan Duurzame Architectuur



Het clichébeeld van de geitenwollensokken dragende milieuarchitect heeft, in de ontwikkeling van Duurzame en Milieuvriendelijke Architectuur, plaats gemaakt voor de eco-tec architect. Steeds meer vooraanstaande internationale toparchitecten wagen zich aan milieutechnologisch verantwoorde hightech-architectuur. Op 14 juni organiseert de BNA in de Witte Dame in Eindhoven, voorafgaand aan de algemene vergadering, 'eco.net', een symposium over deze en andere ontwikkelingen op het gebied van Duurzaam Ontwerpen. BladNA vroeg aan Ed Melet, auteur van het boek 'Duurzame Architectuur' om alvast een kijkje te nemen in de internationale keuken op dit gebied.

Tijdens het symposium L'Architecture et l'Acier in Parijs uitte Michiel Cohen van CEPEZED zijn frustratie over de prachtige foto's die gebouwen van architecten als Norman Foster, Renzo Piano en Richard Rogers altijd opleverden. Hij maakte een vergelijking met de foto's in een kookboek van tomatensoep. Deze soep is zichtbaar goed gevuld en diep tomatenrood. Cohen was er nooit in geslaagd om de soep zo rood te krijgen. Vervolgens liet hij dia's zien van fraai gemaakte constructies en installaties en vroeg zich af of hij ooit een dergelijke graad van perfectie zou kunnen bereiken.

Inmiddels zijn in de gebouwen van deze toparchitecten de constructies veel minder prominent aanwezig. Hun fascinatie voor de techniek uit zich nu in ingenieuze klimaatbeheersingssystemen. Met overigens hetzelfde resultaat. Vaak bekruipt je bij het bestuderen van deze projecten het gevoel dat er in Nederland nooit zulke vooruitstrevende gebouwen gerealiseerd kunnen worden; dat de gebouwen in het buitenland altijd groener zijn.
Het lijkt niet eerlijk om de Nederlandse projecten te vergelijken met de gebouwen van deze architecten. De budgetten zijn immers vaak van een totaal andere orde. In Frankrijk, waar de royale bouwsommen zo af en toe aangewend worden voor ecologisch vernuft, in het Engeland van Tony Blair, waar prestigieuze, milieuvriendelijke projecten de technische suprematie moeten aantonen, maar vooral in Duitsland wordt heel veel geld in dergelijke gebouwen geïnvesteerd. De Duitse overheid, maar ook de grote bedrijven hechten veel waarde aan een groen imago. De Commerzbank in Frankfurt stelde in haar programma van eisen bijvoorbeeld dat haar nieuwe gebouw niet het hoogste hoefde te worden, maar wel een met een uitgesproken groene uitstraling.
Ecologisch zuivere soep
Het belang van een milieuvriendelijk imago heeft in Duitsland geleid tot een aantal ingenieuze systemen om het binnenklimaat te beheersen. De architecten Petzinka en Pink bedachten voor de Düsseldorfer Stadttor een dubbele glasgevel met schoepen die de windsnelheden dusdanig dempen dat het hele jaar natuurlijke ventilatie mogelijk is. In de Reichstag van Foster dirigeren spiegels in de kegel het daglicht de grootste vergaderzaal in en wordt voor de verwarming en koeling gebruik gemaakt van het accumulerend vermogen van grondwater. Voor de Commerzbank in Frankfurt, tenslotte, ontwikkelde Foster een gevelsysteem waardoor ondanks de hoogte van bijna 300 meter en de daarbij gepaard gaande hoge windsnelheden natuurlijk ventilatie mogelijk is. Daarnaast integreerde hij tuinen in de toren die niet alleen worden gebruikt om de lucht een klein beetje te verrijken met zuurstof of om prettige ontmoetingsplekken te creëren, maar waarmee ook een andere schaal is geïntroduceerd.
Eenvoudig kan de lijst met op zich interessante, toegepaste technieken verder uitgebreid worden. Het is echter de vraag hoe ecologisch zuiver deze gebouwen eigenlijk zijn. Nog een keer Michiel Cohen en zijn soep. Hij raakte van zijn frustratie af op het moment dat hij besefte dat de soep op de foto nep was. Om haar smakelijk te kunnen fotograferen zijn aan de soep kleurstoffen en bindmiddelen toegevoegd. Het vlees en de groenten zijn waarschijnlijk van kunststof. Anders dan de soep van Cohen is zij niet eetbaar. Het gaat te ver om de gebouwen van de 'eco-architecten' als nep of onsmakelijk te bestempelen. Hiervoor zijn de concepten te vindingrijk en de gebouwen te prettig, maar het is zonder meer een feit dat er wel veel drukte nodig is om de gebouwen milieuvriendelijk te maken, of om ze in ieder geval zo te doen ogen. De tuinen in de Commerzbank van Foster nemen op iedere verdieping eenderde van het nuttige oppervlak in bezit. Om toch de vereiste hoeveelheid kantoorruimte te krijgen moest de toren bijna twee keer zo hoog worden als gepland. De uivormige rechtszalen in het gerechtsgebouw, overigens in Bordeaux, van Rogers zijn in een grote glazen bak met een golvend stalen dak geplaatst waarvan de functie discutabel is. Het koelen van de binnenkomende lucht door haar door een klein watervalletje op het voorplein te leiden is aardig bedacht maar lijkt nauwelijks effectief.
Het lijkt bij dit soort gebouwen net als bij de hightech van de jaren zeventig meer om het etaleren van het vernuft te gaan dan om de werkelijke effectiviteit van de systemen. De bedrijven of de overheid zijn bereid grof te investeren in minder milieubelastende gebouwen, maar dan moet de groenheid blijkbaar van de gevels afdruipen. Zou ook de hoeveelheid extra materialen die voor deze gebouwen nodig zijn doorberekend worden en de energie die het heeft gekost om ze te fabriceren dan is het zeer de vraag of deze extra energetische investeringen ooit door het lagere energiegebruik worden terugbetaald. En of deze gebouwen dus wel zo milieuvriendelijk zijn.
Gekochte creativiteit
Minder op het effect en meer op de beleving gericht is het opleidingscentrum van Jourda en Perraudin in Herne Sodingen, Hier is het klimaatbeheersingssysteem veel meer geïntegreerd in het architectonische concept. Jourda en Perraudin maakten dozen-in-een-doos, waarbij het glazen omhulsel zorgt voor een aangenaam mediterraan klimaat midden in het tot voor kort naargeestige landschap van verlaten zware industriële complexen in het Ruhrgebied. Ongecontroleerde opwarming wordt voorkomen door een systeem dat erg lijkt op dat van een normale dubbele huidgevel. In de zomer wordt de binnenkomende lucht echter voorgekoeld door haar, voordat ze in de gebouwen ingeblazen wordt, eerst door een onderaards kanaal te leiden. Daarnaast zijn in het glazen dak fotovoltaïsche cellen opgenomen. Zij produceren energie -meer dan voldoende voor het complex; een deel wordt verkocht- en fungeren als een soort zonwering. Bovendien bepalen de cellen die in verschillende patronen in het glas zijn opgenomen op een fascinerende manier de sfeer. De energiebesparende maatregelen lijken vooral ingezet om een aangenaam gebouw te scheppen en niet als zuivere demonstratie van de milieubewustheid van de opdrachtgever en zijn architect. Ook dit gebouw en met name haar zeer kostbare dak met de 10.000 m2 zonnecellen kon echter alleen dankzij een royaal budget tot stand kon komen.
In Duitsland lijkt er een duidelijke link tussen budget en milieuvriendelijkheid te bestaan. Deels heeft dit te maken met de regelgeving. De eisen zijn weliswaar niet echt strenger dan die in Nederland, maar de interpretatie is dat wel. Is in Nederland alles wat niet verboden is toegestaan, in Duitsland geldt precies het omgekeerde. Alles wat niet is toegestaan, is verboden. Hoewel velen afgeven op het Bouwbesluit hebben de Nederlandse architecten hierdoor toch meer vrijheid om te experimenteren. In Duitsland moet daarentegen van elke afwijking van de regels aangetoond worden dat het werkt. Dit kost veel tijd en dus geld. Nieuwe systemen kunnen derhalve alleen toegepast worden wanneer het budget uitgebreid onderzoek mogelijk maakt. Creativiteit kan blijkbaar gekocht worden. Eigenlijk is dat jammer, omdat uit andere landen, waaronder Nederland, blijkt dat, zoals Le Corbusier reeds beweerde, schaarste juist creatief maakt. Door echter heel star aan de regeltjes vast te houden wordt deze creativiteit in Duitsland de nek omgedraaid.

Architect als materiaalaccountant
Dat met veel minder interessantere gebouwen gerealiseerd te kunnen worden dan de soms protserige milieuvriendelijkheid in de Duitse megaprojecten blijkt ondermeer uit Foster's schoolgebouw in Fréjus. De uitkragende betonnen halfronde dakelementen maken natuurlijke ventilatie mogelijk en de eenvoudige roestvaststalen roosters weren het felle zonlicht. Het gebouw richt zich naar het klimaat en is wat materialisatie betreft uitermate sober. Deze benadering is vergelijkbaar met die van de Oostenrijkse architect Carlo Baumschlager. Hij heeft eens gesteld dat een architect ook een 'materiaalaccountant' moet zijn en zich bij elke toepassing moet afvragen of het materiaal werkelijk nodig is. Hij zoekt niet naar grote gebaren, maar naar een ingetogenheid waarbij het eindresultaat overigens nooit schraal mag zijn. Zowel het sociale woningbouwproject in Innsbruck als de recentelijk opgeleverde school in Mäder laat zien hoe Baumschlager samen met zijn partner Dietmar Eberle met dit uitgangspunt omgaan.
Bij de woningen wordt van het accumulerend vermogen van de massa van de kelder en de omliggende grond gebruikt gemaakt om de verse lucht voor te verwarmen of te koelen. De lucht wordt namelijk eerst door een horizontale schacht geleid. Is zij dan nog te warm of te koud dan wordt zij verder behandeld. Voor het verder verwarmen van de lucht wordt gebruik gemaakt van de warmte uit de verbruikte lucht uit de flats. Om deze woningen zo energiezuinig te kunnen maken moesten de architecten zelf de financiële ruimte hiervoor creëren. Per blok is daarom slechts één overigens fraai trappenhuis opgenomen. Ook de gevel is eigenlijk sober gematerialiseerd. Tegen de blokken zijn simpele eikenhouten latjes aangebracht. Deze bekleding zorgt er niet alleen voor dat de blokken een fascinerende aan- cq. afwezigheid krijgen maar door de spleten in de gevel kan daglicht diep de woningen binnendringen.
De in de prijsvraag genoemde L-vormige plattegrond van de school in Mäder werd door Baumschlager en Eberle direct getransformeerd in een vierkant blok omdat de verhoudingen tussen nuttige ruimte en gevel dan gunstiger zijn. Een lichtschacht voorkomt hierbij dat de centraal gelegen kantine onaangenaam donker is geworden. De verdiepingshoge glaspanelen van de dubbele huidgevel zorgen voor een lichte sfeer in de klaslokalen. Op plekken waar behoefte is aan donkerte is het binnenblad gemaakt van houten panelen. Met de dubbele huid als buffer kan het gebouw een belangrijk deel van jaar natuurlijk geventileerd worden. Daarnaast zorgt de gelaagde, glazen opbouw van de huid dat het compacte gebouwlichaam van een deel van haar massiviteit wordt ontdaan. Net als de latjes in Innsbruck verdwijnt het gebouw voor een deel.

Smaak van het gebouw
Nog verder in de architectonische in plaats van een puur technische benadering van het milieuprobleem gaat een aantal Franse architecten. De uitbreiding van de faculteit van menswetenschappen van de universiteit in Grenoble van Anne Lacaton en Jean-Philippe Vasal heeft aan de noord- en zuidzijde serres. In plaats van glas kozen zij echter voor goedkoper polycarbonaat golfplaten die het gebouw een mysterieus karakter geven. In de serre op het noorden zijn enorme bamboeplanten geplaatst, in die op het zuiden de wat lieflijker bougainvilles. De natuur is in het gebouw opgenomen en kon door het bijzondere klimaat in de serre verrijkt worden.
De vakantiehuizen van Eduard François en Duncan Lewis verschuilen zich achter dichte boomkruinen en stammen. Waarbij de materialisatie van de huisjes -lichte ruwe planken voor glas- voor een perfecte camouflage zorgt. Niet alleen is dit visueel fascinerend, maar ook geven de beide Franse architecten zo een heel intensief begroeid landschap aan de natuur terug en zorgt de begroeiing in de zomer bovendien voor schaduw, terwijl in de winter de dan kale takken het zonlicht wel binnenlaten.

Zowel de gebouwen van Baumschlager Eberle, Lacaton & Vasal als van François en Lewis stellen zich bescheiden op. Uiteraard is dit in het kader van duurzaam bouwen niet echt belangrijk. Veel belangrijker is dat deze architecten zoeken naar de vervlechting van het ecologische met het architectonisch concept. In hun gebouwen is er eigenlijk geen onderscheid en bovendien benutten zij optimaal het klimaat en het gebruik van het gebouw op optimale wijze. En eigenlijk zou het zo ook moeten zijn. Energiezuinigheid moet ingezet worden om aangename en spannende gebouwen te maken. Het is geen gimmick dat op of in een gebouw geplakt kan worden. Net als een aantal Nederlandse bureaus, ondermeer Neutelings Riedijk Architecten en CEPEZED gaat het bij hen niet om het imago, niet om de kleur van de soep, maar vooral om de smaak van het gebouw.

Ed Melet

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie