Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over voortgang milieuwethandhaving winter 1999/2000

Datum nieuwsfeit: 15-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Voortgangsrapportage milieuwethandhaving winter 1999/2000 (150600)

Den Haag, 15 juni 2000

Inbreng Algemeen Overleg

Systematiek halfjaarlijkse voortgangsrapportage

De onderhavige rapportage bevat geen kwantitatieve gegevens (die komen een keer per jaar - in de zomerbrief). Het is derhalve lastig nu (in vergelijkende zin) een beeld te krijgen van de voortgang van de handhaving. In deze brief worden wel een aantal belangrijke onderwerpen grondig behandeld, waarvoor dank. Maar waarom is zo weinig informatie opgenomen over de handhavingstaak van politie en gemeenten? Komt dat aan de orde in de Zomerbrief? Mijn fractie is benieuwd naar de stand van zaken bij het gemeentelijk Milieubeleid (jaarverslagen 1998). Is daar op dit moment al wat over te zeggen? Hoe staat het nu met de 14 achterblijvende gemeenten?

Landelijke strategie voor alle handhavingspartners

De CDA-fractie hecht aan een zo groot mogelijke uniformiteit in de aanpak van de milieuwethandhaving. Wij zijn dan ook verheugd dat op basis van de strategie van het OM, de IMH en andere partners een basis wordt ontwikkeld voor een landelijke strategie voor alle handhavingspartners. Graag hierover meer informatie. Wanneer zal deze landelijke strategie zijn beslag krijgen? Het opstellen van een handhavingsstrategie is één ding. Daarmee komt nog geen zekerheid dat die ook uitgevoerd wordt: in de praktijk blijkt dat in provincies/regios die al werken met betrekkelijk stringente handhavingsstragieën, de neiging tot afwijken groot is. Hoe beoordeelt de minister de suggestie van Milieu Officier van Justitie Biezeveld, om de gemeenschappelijke handhavingsstrategie vast te leggen in de provinciale milieuverordening (als instructieregels voor het bestuursrechtelijk bevoegd gezag)? Daarmee zou de ruimte voor afwijken verkleind kunnen worden.

Groene wetten

Deze halfjaarlijkse voortgangsrapportage bevat gelukkig in tegenstelling tot de vorige enige informatie over de handhaving van groene wetten, maar het beeld is zeer fragmentarisch. Op grond van deze informatie is de voortgang, laat staan de vooruitgang, in vergelijking met voorgaande jaren niet te beoordelen. Wij roepen de minister op in de volgende voortgangsrapportage uitvoerige (ook kwantitatieve) informatie te verschaffen, zodat een beter (zo veel mogelijk volledig) inzicht verkregen kan worden. Kan de minister die toezegging doen? Hetzelfde verzoek doen wij met betrekking tot de milieuhandhavingstaak van de politie. Ook die hebben wij enigszins gemist in deze voortgangsrapportage.

Asbestinventarisatie in niet-sloopsituaties (25.834, nr. 19)

De CDA-fractie acht de invoering van een inventarisatieplicht, verankerd in een op de Woningwet gebaseerd besluit een goede stap. Wel aandacht voor de knelpunten die het rapport Lanting/Scholten daarbij constateert, te weten: de handhavingslast, de rentabiliteit van de maatregel (kosten/baten) en het feit dat de objecten geheel buiten deze optie vallen. Voor welke inventarisatievariant wordt nu precies gekozen (zie tabel op blz. VI rapport)? Het is goed dat we ons nu primair gaan richten op de risico I klasse (hoog risico op blootstelling), maar wat gebeurt er met de risico II klasse (niet verwaarloosbaar risico), waar alle woningen onder vallen? Het kostenplaatje is ons nog niet helemaal duidelijk. Wie draagt nu precies welke kosten? De CDA-fractie vraagt in dit verband met nadruk ook aandacht voor de in het rapport geconstateerde problematiek van de minder draagkrachtige gebouweigenaren. Hoe wil de minister daar mee omgaan? De deskundigheid van inventarisatiebureaus zal, ook aldus het rapport, verbeterd moeten worden om objectief de saneringsnoodzaak vast te kunnen stellen, en vooral ook, om te voorkomen dat onnodig gesaneerd wordt. Intensieve voorlichting aan gebouweigenaren is eveneens nodig. Het opstellen van een beheersplan in niet sloopsituaties, waarbij de vinger aan de pols gehouden wordt, lijkt ons een zeer nuttig instrument. Graag het oordeel van de minister.

Asbestwegen Twente

De CDA-fractie is over het algemeen tevreden over de wijze waarop het asbestprobleem wordt aangepakt. Dat gebeurt in veel gevallen met de uiterste zorg, en zeer strenge veiligheidnormen. De situatie rond de Twentse asbestwegen en erven baart ons echter nog veel zorgen. Nog steeds ligt asbest open en bloot op een aantal wegen en erven die voor iedereen toegankelijk zijn. Het asbest ligt zó voor het oprapen. Ik ben geschrokken over de stand van zaken in Goor en Diepenheim. Daar ligt nog een flinke problematiek. Duizenden vierkante meters moeten nog gesaneerd worden. Men weet om maar een voorbeeld te noemen - nog niet wat men met de bermen van de asbestwegen moet doen. De sanering had per 1 juli van dit jaar rond moeten zijn. De sanering moet echter nog beginnen. Wij roepen de minister met de grootste klem op om dit proces zo veel mogelijk te bespoedigen, en de gemeentes waar mogelijk bij knelpunten te helpen. Kennelijk hebben de gemeenten met asbestwegen problemen door het ontbreken van richtlijnen, of voorwaarden voor sanering. Men weet niet hoe men de zaak moet aanpakken. Die gemeenten willen natuurlijk zekerheid dat áls zij geld uitgeven voor sanering, dat dan niet achteraf blijkt dat het niet voldoende en afdoende is geweest. Kortom: de grote schoonmaak van dit vrij liggende asbest duldt absoluut geen uitstel meer, zeker niet als wij ons bedenken hoe uiterst voorzichtig, omzichtig en doortastend wij te werk gaan in andere asbestsituaties.

Rapport Inspectie Milieuhygiëne inzake benzinestations

De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) beweert dat de achterstand die er nu bestaat in belangrijke mate terug te voeren is op administratieve problemen bij provinciale en gemeentelijke overheden. Ook worden trage besluitvorming en/of financieringsproblemen bij de overheid als oorzaak aangewezen. Deelt de minister de visie van de VNPI, en wat gaat hij doen aan deze knelpunten? Komt u niet veel te laat in actie? De vele gedoogsituaties (10%), waarbij vaak geen harde afspraken zijn gemaakt, vinden wij onverantwoord en onacceptabel. Wat wordt daaraan gedaan? Wat gaat de minister doen met de aanbevelingen van het rapport (paragraaf 4.2)? De aanschrijving richting gemeenten en provincies wordt door ons zeker gewaardeerd, maar deze beperkt zich tot validatie van gegevens en een oproep tot handhaving en toezicht. Er is waarschijnlijk meer nodig. De CDA-fractie wil aandringen op een zo spoedig mogelijke afronding van de saneringsoperatie. De VNPI zegt dat afronding vóór het eind van dit jaar mogelijk moet zijn. Wij vragen de minister daarop aan te koersen.

Bentazon in Drinkwater

De brief van de minister bevat een welkome actualisering van het gedoogbeleid bij overschrijding van drinkwaternormen. De CDA-fractie vindt het belangrijk dat het gedoogbeleid goed wordt afgestemd met het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen. Via de VEWIN bereikte ons nog de vraag of het realistisch de stof DICEGULAC, die ook een bijproduct is van vitamine C, uitsluitend aan te merken als een bestrijdingsmiddel. Graag op deze punten een reaktie van de minister.

Tweede deel van het Algemeen overleg

CFK-onderzoek bij Zeescheepvaart

Bij een beleidsstreven dat is gericht op een maximum lekpercentage van 1 procent, zijn lekpercentages van gemiddeld 50 tot 80 procent in de zeescheepvaart absoluut onacceptabel. Graag vernemen wij van de minister hoe hij invulling wil gaan geven aan de stringentere handhaving en betere samenwerking die aanbevolen worden in het onderzoeksrapport. Actie in Europees verband zou gestimuleerd moeten worden. Handhaving en controle zijn en blijven uiterst belangrijk. Maar handhaving is, zeker op volle zee, ook moeilijk uitvoerbaar en sluitend te krijgen. Wij dringen er bij de minister op aan, in afwachting van een verbod op CFK, de bevoegdheden en opleidingseisen voor bemanningsleden voor het verrichten van koeltechnische werkzaamheden nog eens goed tegen het licht te houden.

Wij moeten zo snel mogelijk af van die CFK-installaties op schepen. Wij vragen de minister zich krachtig in te zetten voor versnelde ombouw van koelinstallaties naar minder milieubelastende koudemiddelen. Kan hij hier, in overleg met de sector met voorstellen komen? Er moet wel haast worden gemaakt met ombouwen, want ongeveer medio 2001 zal het verboden zijn (aldus de CFK-brief van 17 februari) om koelinstallaties bij te vullen met CFKs. Door ombouw zal veel resterende CFK vrijkomen. Dat moet op een milieuvriendelijke wijze verwerkt worden. Hoe staat het met de totstandbrenging van een inzamelingsregeling voor overtollige CFKs? De suggestie in het CFK-rapport om te komen tot een zorgsysteem ten aanzien van koelmiddelen lijkt ons heel nuttig.

In de brief inzake CFK-beleid van 17 februari jl. wordt onder meer nog het voornemen genoemd om te komen tot doelvoorschriften die een maximum stellen aan de hoeveelheid koelmiddel die mag weglekken naar het milieu. Hoe ver is dit voornemen gevorderd? In de brief van 17 februari is ook sprake van een handhavingsactie bij middelgrote koelinstallaties in de industrie. Heeft die actie al plaatsgevonden, en zo ja, zijn er al resultaten bekend?

Paragraaf 5.6 Winterbrief Milieuwethandhaving.

Met betrekking tot het handelsverbod op CFK-houdende koelkasten rijst bij de CDA-fractie de vraag, of de gebruikte koelkasten die verkocht worden in kringloopwinkels ook vallen onder dit verbod, en zo ja, zijn deze winkels betrokken bij het handhavingstraject?

MdV, op het onderwerp vuurwerk, ook genoemd in deze paragraaf, wil ik niet te veel vooruitlopen. Het brede onderzoek loopt. Wij moeten de resultaten daarvan eerst afwachten. Ook wachten wij de concrete voorstellen af, waar het de vergunningverlening en de handhaving betreft. Het is goed dat er nu een centrale registratie komt voor op- en overslag van gevaarlijke stoffen in het Rotterdamse havengebied. De registratie van gevaarlijke stoffen moet, vinden wij, ook landelijk onder de loep genomen worden. Met betrekking tot vergunningverlening lijkt een zeker patroon herkenbaar, namelijk dat overschrijding van vergunningen nogal eens gedoogd wordt, waarna de vergunning aangepast wordt aan de dan feitelijke ontstane situatie. Dit lijkt ons niet de goede volgorde. Zeker niet als het gaat om gevaarlijke stoffen. Wij vinden dat dit probleem, als het structureel is, aangepakt moet worden. Ook moet er meer aandacht komen voor optimale betrokkenheid van burgers bij de vergunningprocedure, en een betere bekendmaking van gemeentebesluiten, zodat burgers beter in de gelegenheid worden gesteld bezwaar te maken. Graag een reactie van de minister.

Kamerlid: J.M.G. Schreijer-Pierik

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie