Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord over geld voor Nederland uit Europese fondsen

Datum nieuwsfeit: 15-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


Gemaakt: 21-6-2000 tijd: 19:28


3

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

's-Gravenhage, 15 juni 2000

Door middel van dit schrijven wil ik graag antwoorden op de vraag die uw lid, de heer
Van der Vlies, stelde tijdens het Voortgezet Algemeen Overleg over het mestbeleid op

30 maart jl. Zijn vraag betrof de hoeveelheid geld die Nederland heeft aangevraagd en hoogstwaarschijnlijk krijgt uit Europese fondsen. Zijn vraag betrof in het bijzonder die gelden die Europa heeft gereserveerd voor het nitraatbeleid en het plattelandsbeleid. Gelden die Nederland zou kunnen gebruiken om het mestbeleid ten uitvoer te brengen. In deze brief ga ik derhalve niet in op Europese middelen die beschikbaar zijn voor andere aspecten van het landbouwbeleid.

Beschikbare fondsen

Over de EU-middelen die betrekking hebben op het plattelandsbeleid kan ik u het volgende melden. Zoals u weet zijn bij de besluitvorming over de hervorming van het Europese landbouwbeleid in 1999 in Berlijn ook besluiten genomen over de inzet van middelen voor het Europese platteland. Nederland heeft voor de komende periode (2000-2006) voor maat-regelen ten behoeve van het Nederlandse platteland recht op middelen uit de Europese fondsen EOGFL en EFRO. Om tot een integrale aanpak te komen voor het Nederlandse platteland is binnen mijn ministerie samen met de provincies het project 'EU-programma Landelijk Gebied' gestart. Dit programma is een invulling van de programmering op basis van verschillende Europese regelingen:

de Kaderverordening Plattelandsbeleid (1257/99) via het Plattelandsontwikkelingsplan Nederland;

de Structuurfondsverordening (1260/99), met name het onderdeel plattelands-ontwikkeling van Doelstelling 2;

en het Communautaire Initiatief LEADER+.

Plattelandsontwikkelingsplan Nederland

Het Plattelandsontwikkelingsplan Nederland heb ik in december 1999 aan de Tweede Kamer aangeboden. In dit plan is een indicatieve verdeling van middelen opgenomen. Door middel van het
Plattelandsontwikkelingsplan Nederland wordt de komende jaren een bedrag van 868 miljoen gulden aan Europese middelen en daarnaast nog naar schatting een bedrag van 2300 miljoen gulden aan nationale middelen ingezet ten behoeve van maatregelen op het platteland. Het Plattelandsontwikkelingsplan Nederland is van toepassing voor geheel Nederland en samen met de provincies opgesteld. In het bedrag van 868 miljoen gulden zijn ook de middelen opgenomen die op verzoek van het Europees Parlement beschikbaar zijn gesteld voor het nitraatbeleid. De
868 miljoen gulden komt overeen met het voor Nederland maximaal beschikbare Europese bedrag.

Doelstelling 2-gebieden

Voor 'doelstelling 2-gebieden' zijn EFRO-middelen beschikbaar. Deze middelen dienen «ter ondersteuning van de economische en sociale omschakeling van de in structurele moeilijk-heden verkerende zones in afgebakende gebieden». In overleg met de provincies zijn op basis van Brusselse criteria delen van Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg geselecteerd waar impulsen het meest noodzakelijk zijn. In totaal vallen 30% van de reconstructiegebieden in deze categorie. Op mijn uitnodiging zijn drie Enkelvoudige Programmeringsdocumenten (EPD's) opgesteld: één voor Overijssel, één voor Gelderland en Utrecht en één voor Noord-Brabant en Limburg. De EPD's zijn van toepassing op die delen van de genoemde provincies waar reconstructie het meest noodzakelijk is. Door middel van de EPD's wordt een bedrag van 372 miljoen gulden aan EFRO-middelen geprogrammeerd en daarnaast naar schatting nog 538 miljoen gulden aan nationale middelen. Deze bedragen zijn de maximaal beschikbare bedragen.

Uitfaseringsgebieden

Als gevolg van de gekozen en de op 22 december 1999 door de Europese Commissie goedgekeurde gebiedsafbakening zijn er in Nederland de komende jaren ook zogenaamde uitfaseringsgebieden. Deze gebieden komen in aanmerking voor co-financiering vanuit de structuurfondsen omdat ze de afgelopen periode (1994-1999) als zogenaamd doelstellings-gebied werden aangemerkt én omdat ze in de nieuwe periode niet opnieuw tot de afge-bakende gebieden behoren. Ook deze uitfaseringsgebieden kennen twee categorieën:

voormalig doelstelling 1-gebied (Flevoland);

voormalige doelstelling 5b-gebieden (plattelandsgebieden: Overijssel, Limburg en Zeeland).

Voor deze gebieden is een bedrag van ongeveer 45 miljoen gulden aan Europese middelen en ongeveer 90 miljoen gulden aan nationale middelen beschikbaar. Ook voor deze bedragen geldt, dat het de maximaal beschikbare bedragen zijn.

LEADER

Ten slotte het communautair inititatief LEADER. Voor LEADER geldt dat door de provincies voor vier landsdelen programma's opgesteld zullen worden. In totaal is hiermee een bedrag van 172 miljoen gulden aan Europese middelen gemoeid en daarnaast nog

350 miljoen gulden aan nationale middelen. Ook hier is het de bedoeling het maximaal beschikbare bedrag te gebruiken.
Vaststelling

Voor alle regelingen geldt, dat momenteel onderhandelingen plaatsvinden met de Europese Commissie over de vaststelling van de programmeringsdocumenten. De verwachting is dat deze onderhandelingen in de loop van dit jaar afgerond kunnen worden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

mr. L.J. Brinkhorst

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie