Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inauguratie prof Mol: De toegevoegde waarde van de overheid

Datum nieuwsfeit: 15-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Universiteit Twente


PB 00/63 08 juni 2000

Inauguratie prof. dr. N.P. Mol als hoogleraar Bedrijfseconomie van de Collectieve Sector

De toegevoegde waarde van de overheid

"De tijden dat de overheid door economen vrijwel uitsluitend als consument werd opgevat, liggen ver achter ons. Tegenwoordig is de overheid in belangrijke mate producent van publieke voorzieningen geworden." Met een inauguratie over de productiviteit - 'de toegevoegde waarde' - van de activiteiten van de overheid heeft prof. dr. N.P. Mol op donderdag 15 juni zijn ambt aanvaard als hoogleraar Bedrijfseconomie van de Collectieve Sector aan de faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.

Ook in de collectieve sector, als het geheel van centrale overheid, lokale overheid en sociale fondsen, treffen we vormen van bedrijfsleven aan, dus in die zin is de overheid een - aan belang winnende - producent in het economisch verkeer. Overigens wil dit niet zeggen dat de overheid haar rol van consument zou hebben afgelegd. Nog steeds neemt zij als afnemer van haar eigen en andermans productie vooral als consument aan de economische kringloop deel, daartoe in staat gesteld door de belastingheffing waarmee zij zich een inkomen kan toe-eigenen zonder dat als producent te verdienen.

Vanuit deze dubbelrol van de overheid, zo stelt prof. Mol, zijn de feitelijke mogelijkheden van de toepassing van bedrijfseconomische inzichten vooral afhankelijk van het relatieve gewicht van overheidsconsumptie en -productie.

Op subnationaal niveau lijken de kenmerken van de overheid als producent te domineren. Gemeenten en provincies beschikken over een gering belastinggebied en besteden een substantieel gedeelte van hun middelen aan hun eigen productie-apparaat. Op supranationaal niveau doet zich evenwel het omgekeerde voor. De Europese Unie wordt vrijwel geheel uit de afdracht van belastingmiddelen gefinancierd en wendt deze middelen voor verreweg het grootste deel voor overdrachten aan. Het nationaal niveau neemt een tussenpositie in. Het Rijk verkrijgt zijn inkomsten vooral uit belastingen en besteedt deze slechts voor een beperkt deel aan eigen productie, maar die productie is toch omvattend genoeg om als zodanig in de publieke belangstelling te staan.

Voor het bedrijfseconomisch vermogensbeheer op het niveau van de Europese Unie ziet Mol weinig perspectieven: "De strijd om de verkrijging van de middelen staat in het financieel beheer van de EU zo centraal dat de doelmatigheid van de aanwending van die middelen daarin van ondergeschikte betekenis is."

Het financieel beheer van de decentrale overheden kan naar zijn oordeel met dat van de EU worden gecontrasteerd. Ook bij deze overheden is van een inbedding van het vermogensbeheer in het inkomensbeheer geen sprake, maar in dit geval is daarvan de oorzaak dat het bedrijfseconomisch vermogensbeheer het inkomensbeheer inmiddels geheel heeft overvleugeld: "De bedrijfseconomische waardenrekening is in het financieel beheer van de decentrale overheden zo centraal komen te staan dat voor de eigenheid van deze bestuursorganen als overheden in dat beheer geen plaats meer is."

Prof. Mol verbindt hieraan voor de lokale politiek zijn conclusies. "Als we de geringe participatie van de burgers in de lokale politiek betreuren, zullen we in de eerste plaats moeten werken aan een wederopbouw van het inkomensbeheer op dit decentrale niveau." De versterking van de democratie behoeft zijns inziens geen andere verdeling van beslissingsbevoegdheden binnen de gemeente (bijvoorbeeld ten gunste van een gekozen burgemeester), maar behoeft een uitbreiding van die bevoegdheden. "Wie de betekenis van de lagere overheid als decentrale overheid wil herstellen, zal allereerst de autonomie in het gemeentelijk en provinciaal budgetrecht moeten vergroten. Wellicht zijn de mogelijkheden daarvoor bij deze bestuurslagen afzonderlijk te beperkt, maar als dat zo is, dan dient zich hier een voor de hand liggend alternatief voor ingrepen in het kiesstelsel aan: maak van twee halve overheden een hele door de bestuurlijke taken van gemeente en provincie in één bestuurslaag te verenigen. Dat levert ongetwijfeld een levenskrachtige regio Twente op."

Voor het Rijk bepleit prof. Mol een versterkte toepassing van bedrijfseconomische inzichten bij uitvoerende diensten, waaronder het Defensie-apparaat. "Het lijkt mij voor een uitvoerende organisatie als Defensie geen goede zaak dat de bedrijfsvoering meer op inspanningsverplichtingen dan op resultaatverplichtingen is gebaseerd. Tekortkomingen in de taakuitvoering worden daardoor aan het zicht onttrokken, omdat zonder expliciete resultaatverantwoordelijkheid altijd exogene factoren aansprakelijk kunnen worden gesteld voor eventueel geconstateerde feilen."

Noot voor de pers

De tekst van de inaugurele rede van prof. Mol, getiteld De toegevoegde waarde van de overheid, is op aanvraag verkrijgbaar.

Contactpersoon Communicatie, drs. B. Meijering, tel. 053-489 4385,

e-mail: (b.meijering@cent.utwente.nl)

© Universiteit Twente 1997-2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie