Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg inzake Staatsbosbeheer

Datum nieuwsfeit: 16-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake staatsbosbeheer
Gemaakt: 23-6-2000 tijd: 10:43


1


26800 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2000


27045 Toezicht op Staatsbosbeheer

nr. 82 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 16 juni 2000

De vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij<1> en de commissie voor de Rijksuitgaven<2> hebben op 30 mei 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Faber van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over:


- het basisdocument van Staatsbosbeheer (LNV-00-010);

- het Rekenkamerrapport Toezicht op Staatsbosbeheer (27045, nrs. 1 en
2);


- de brief van de staatssecretaris van LNV d.d. 6 maart 2000 inzake afschrift brief aan stichting Behoud landschap Medammerweide (LNV-00-208);


- de brief van de staatssecretaris van LNV d.d. 19 april 2000 inzake offerte Staatsbosbeheer 2001 (LNV-00-365);


- de brief van de staatssecretaris van LNV d.d. 25 april 2000 inzake grote grazers in natuurgebieden (LNV-00-371);


- de brief van de staatssecretaris van LNV d.d. 25 april 2000 inzake Nederlandse stichting hekvrije heide (LNV-00-369);

- de brief van de staatssecretaris van LNV d.d. 12 mei 2000 inzake antwoorden op de vragen over basisdocument Staatsbosbeheer (LNV-00-412).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Passtoors (VVD) vond het wat mager dat, blijkens de schriftelijke beantwoording (LNV-00-412), van de opsporingsbevoegdheid van medewerkers van Staatsbosbeheer gebruik wordt gemaakt voor de handhaving van de toegangsregels. Er dient toch ook de bevoegdheid te zijn om te kunnen optreden tegen zaken als illegale jacht en illegale stortingen? Indien daartoe eerst de politie moet worden gewaarschuwd, zal het vaak te laat zijn.

Ook ten aanzien van de eigendomsoverdracht van overige gronden vond de heer Passtoors de formulering van de staatssecretaris dat het niet de afspraak is dat wat in particulier beheer kan, ook in particulier eigendom moet kunnen komen, voorzichtig en mager. Dat sluit toch niet de mogelijkheid uit dergelijke grond af te staan, als het door een particulier kan gebeuren? De constatering dat er bij particulieren nog weinig belangstelling is voor overdracht, sluit niet uit dát er belangstelling is en is geen reden om het af te houden.

De heer Passtoors constateerde dat met de verzelfstandiging van Staatsbosbeheer er op de houtmarkt een zelfstandig opererende partij bij is gekomen, die over grote hoeveelheden bos en hout beschikt en daarmee een soort monopoliepositie kan innemen. Zijn er met het oog daarop afspraken gemaakt met Staatsbosbeheer of ligt het in de bedoeling dit alsnog te gaan doen?

Als Staatsbosbeheer gestelde beheerdoelen niet haalt, heeft dit in de nieuwe situatie dan financiële gevolgen voor Staatsbosbeheer, zoals dit voor elke beheerder geldt? De heer Passtoors vond het wat vreemd om te spreken van een offerte van Staatsbosbeheer, indien van tevoren wordt aangegeven wat het mag kosten en als daarbij een maximumbedrag wordt genoemd dat in rekening gebracht mag worden. Dit laatste zal dan immers ook de uitkomst zijn, gegeven dat Staatsbosbeheer de enige partij is. Is er een mogelijkheid om op termijn ook anderen te laten bieden op het realiseren van bepaalde doelen?

De heer Passtoors wilde weten hoe er een gelijkwaardige benadering plaatsvindt van Staatsbosbeheer ten opzichte van andere grote beheerders, in het kader van het programma Beheer. Welke afspraken zijn of worden er gemaakt om, op dezelfde wijze als dit ten aanzien van andere beheerorganisaties gebeurt, de financiering helder te krijgen? Nu vergt het zoekarbeid om gegevens bij elkaar te krijgen. Zo kent het programma Beheer voor recreatieprogramma's een kostprijs van f.30 tot f.50 per hectare, terwijl dit bij Staatsbosbeheer varieert van f.149 tot f.306 per hectare. Is eraan gedacht dat, nu voor Staatsbosbeheer de kosten van invoering van de euro volledig worden vergoed, andere beheersorganisaties op eenzelfde wijze daarmee te maken kunnen krijgen?

In de beantwoording door de staatssecretaris van vragen op het punt van de grote grazers (LNV-00-371) constateerde de heer Passtoors een tweeslachtigheid, zo met betrekking tot het onderscheid gehouden en niet-gehouden dieren en het preventief enten. Zal het preventief enten een vast onderdeel worden of houdt de staatssecretaris vast aan de betreffende ontheffing? Er is weliswaar een bufferzone van 750 m voorzien, maar dat is voor een losgeslagen dier slechts een korte afstand. Voorts zij bedacht dat er tussen het grondwater van bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen en het gebied daaromheen een rechtstreekse verbinding is.

Een belangrijk punt in het basisdocument vond de heer Passtoors het recreatiebeheer. Hij onderstreepte de toegankelijkheid als kenmerk van het algemene beleid in dezen. In dit verband plaatste hij een vraagteken bij het voornemen van de stichting Gooisch natuurreservaat een hek om het heidegebied bij Hilversum te zetten, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de toegankelijkheid van een belangrijk natuurgebied dicht bij de bewoonde wereld.

Het Rekenkamerrapport getuigt van een verschil van inzicht tussen Algemene Rekenkamer en staatssecretaris over een verantwoord toezicht op Staatsbosbeheer. De Rekenkamer beveelt aan dit toezicht op één plaats binnen het ministerie te doen uitvoeren, daar waar het nu verdeeld is. Hoe kijkt de staatssecretaris daar tegenaan, mede in het kader van Staatsbosbeheer als een ZBO sui generis?

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66) was van oordeel dat het nog steeds vrij goed gaat met het beheer bij Staatsbosbeheer. Met zijn 220.000 ha is Staatsbosbeheer de grootste beheerder in Nederland en wat dat betreft kan geconstateerd worden dat ook deze beheerder een aantal problemen en onduidelijkheden aankleven. Zij kon instemmen met het beleid inzake de grote grazers, gegeven ook de brief van de staatssecretaris met nadere informatie hierover. Zij vond dat de staatssecretaris zich in dezen heeft verzekerd van een goed overleg met de diverse organisaties en verwachtte dat dit tot goede afspraken zal leiden.

Met betrekking tot het natuurbeheer in zijn algemeenheid wees mevrouw Augusteijn erop dat Staatsbosbeheer niets extra's zal kunnen doen op het punt van de ecologische hoofdstructuur (EHS) of het aankoopbeleid, als er geen extra middelen worden verkregen. Hoe kan het zijn dat er in het kader van de Voorjaarsnota, waarbij wel de kwestie van de prijscompensatie ten behoeve van het aankoopbeleid wordt geregeld, niet tevens sprake is van een extra taakstelling ten aanzien van natuurterreinen waar ook Staatsbosbeheer van zou kunnen profiteren?

Tegen de inhoud van het basisdocument had mevrouw Augusteijn geen bezwaar, noch tegen de daarin opgenomen interne kwaliteitsbeoordeling. Wel wilde zij weten wat het concreet betekent dat in het basisdocument wordt uitgegaan van een terugwerkende kracht, daar het immers gaat om de periode 1998-2003. Zij vond voorts dat het duidelijk moet zijn en ook moet blijken uit de offerte van Staatsbosbeheer dat het natuurbeheer van de diverse beheerorganisaties met elkaar dient te sporen in de zin van gelijke kwaliteitsdoelen. Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze die afstemming plaatsvindt?

Het was mevrouw Augusteijn tot haar teleurstelling opgevallen dat er sprake is van een groot gedeelte aan afgesloten gebieden. Zij kwam uit op in totaal 10% geheel afgesloten en 8% tijdelijk; samengenomen gaat het om ongeveer 18% van de 220.000 ha. Zij verzocht de staatssecretaris om een verklaring daarvoor. Stelt de staatssecretaris zich ten doel om richting Staatsbosbeheer en andere natuurbeheerders duidelijk aan te geven dat het afgesloten zijn werkelijk een tijdelijke situatie behoort te zijn? Dat voor de staatssecretaris, blijkens de brief aan de stichting behoud landschap Medammerweide, kennelijk de kous af is met de constatering dat het Bunderbos al grotendeels eigendom is van Staatsbosbeheer en aangemerkt is als A-locatie, vond zij jammer. Waarom gaat de staatssecretaris niet nader in op de bezwaren en concrete vragen van deze stichting?

Ook mevrouw Augusteijn vroeg zich af waarom er ten aanzien van Staatsbosbeheer niet sprake kan zijn van een centraal coördinatiepunt op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). De staatssecretaris wijst er, in reactie op de desbetreffende kritiek in het Rekenkamerrapport, op dat er in het kader van de verzelfstandiging van Staatsbosbeheer een bewuste keuze is gemaakt voor een groeimodel en dat de Rekenkamer in dezen de verkeerde uitgangspunten hanteert. Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen het feit dat de Rekenkamer ondanks dit verweer het oordeel handhaaft dat het toezicht niet sluitend is? Is hetgeen bij de verzelfstandiging van Staatsbosbeheer werd beoogd, namelijk een beter product en een derde geldstroom, inderdaad gelukt?

Mevrouw Swildens-Rozendaal (PvdA) riep in herinnering dat bij de behandeling van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer de nadruk lag op zowel de vermaatschappelijking van Staatsbosbeheer, als de relatie Staatsbosbeheer-minister van LNV. Daarbij werd een zeer sterke sturingsmogelijkheid voor de minister voorzien, zodanig dat de Kamer zich afvroeg of deze niet te sterk was. Er is nu sprake van outputsturing aan de hand van door de minister vast te stellen normkosten, maar in het kader van de niet-primaire taken van Staatsbosbeheer, zoals natuureducatie en het verzorgen van rondleidingen, konden nog geen normkosten worden bepaald. Hoe staat het daarmee?

Belangrijk bij de outputsturing en de prestatiebeloning op basis van normkosten is het bedrijfsmatiger en efficiënter te werk gaan van Staatsbosbeheer, hetgeen thans ook het geval is, alsmede het op een fatsoenlijke manier afleggen van verantwoording. De staatssecretaris erkent dat het aantonen van de behaalde resultaten met betrekking tot de gestelde doelen belangrijk is en dat er wat dat betreft een goed monitoringssysteem en een goede toetsing moeten zijn. Dit alles stemde overeen met de wensen van de PvdA.

Mevrouw Swildens had met genoegen in de stukken gelezen dat, terugkijkend op 1998, het eerste jaar van de verzelfstandiging, in feite 86% van de gestelde doelen is gehaald. Echter, met name uit het Rekenkamerrapport blijkt dat er eigenlijk helemaal niet gemeten en gewogen kan worden. De vraag is dan ook hoe de staatssecretaris aan die 86% komt. Berust dit getal op de ingewikkelde interne gegevens van Staatsbosbeheer, die Staatsbosbeheer zelf wel kan analyseren, maar ten aanzien waarvan de Rekenkamer vindt dat er een soort tussenvorm beschikbaar zou moeten zijn, tussen die heel gedetailleerde gegevens en datgene wat aan staatssecretaris en Kamer gepresenteerd wordt?

Hoewel het voorziene vierjaarlijkse verslag aan de Kamer inzake doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van Staatsbosbeheer nog ontbreekt, is er wel het basisdocument dat de langjarige productieafspraken bevat en de basis vormt voor de jaarlijkse contractonderhandelingen. Mevrouw Swildens vond dat hierbij sprake is van een naadloze aansluiting op de systematiek zoals die al door Staatsbosbeheer werd gehanteerd, vooruitlopende op de verzelfstandiging. Zij achtte het basisdocument een correcte weergave van hetgeen bij de behandeling van de wet is afgesproken en vastgelegd, terwijl de offerte 2001 de afspraken concretiseert. Zij achtte het begrip "offerte" op zijn plaats, gegeven dat er nog gewerkt wordt aan een bijstelling van de normkosten.

Daar waar het ten aanzien van Staatsbosbeheer gaat om outputsturing en om het afrekenen op resultaten, kan geconstateerd worden, aldus mevrouw Swildens, dat de Rekenkamer abusievelijk is uitgegaan van het begrip prestaties in de zin van activiteiten in plaats van resultaten en van daaruit tot een aantal kritische opmerkingen is gekomen, waarin zij zich voor een groot deel niet kon vinden. Bovendien is er sprake van een groeipad dat nog om een verdere invulling vraagt. Niettemin had zij interessante punten in het rapport van de Rekenkamer aangetroffen. Wat heeft de staatssecretaris bewogen om niet de aanbeveling over te nemen inzake de integrale beoordeling op het departement zelf, maar dit te laten bij enerzijds de directie FEZ en anderzijds de directie natuurbeheer? Is een integrale benadering op het departement niet verstandiger?

Alles overziende vond mevrouw Swildens dat er sprake is van een acceptabele verantwoording en gang van zaken rond Staatsbosbeheer. Gegeven het van toepassing zijnde groeipad, zag zij al met belangstelling uit naar de volgend jaar over te leggen stukken, die op hun beurt een neerslag zullen zijn van hetgeen thans in gang is gezet, onder meer op het punt van de normkosten. Gewaakt dient te worden voor de nadelige gevolgen voor het beheer van een krappe inzet van middelen als gevolg van de nadruk op het bedrijfsmatig functioneren van Staatsbosbeheer, wanneer een te grote nadruk wordt gelegd op overige producten in het kader van de vermaatschappelijking. In dit verband wees zij op het belang van het creëren van de mogelijkheid van een vorm van donateurschap, als zelfstandige inkomstenbron voor Staatsbosbeheer.

Mevrouw Swildens toonde zich tevreden over de brief inzake de grote grazers. Zij wees er voorts op dat de PvdA al sinds jaar en dag een pleidooi houdt voor het hekvrij houden van zoveel mogelijk ruimte in Nederland. Zij pleitte er ten slotte voor aandacht te besteden aan de Engbertsdijksvenen, op een zodanige wijze dat én het veen kan regenereren, én rekening wordt gehouden met het draagvlak in de streek.

Mevrouw Schreijer-Pierik (CDA) schetste het belang van Staatsbosbeheer als een van de grootste natuurbeheerders van Nederland. Tegen deze achtergrond was de CDA-fractie verontrust over de conclusie in het Rekenkamerrapport dat het ontbreekt aan een sluitend toezicht. Zo is in het kader van de verzelfstandigingswet verzuimd voldoende eisen aan verantwoordingsdocumenten te stellen. Er is onvoldoende inzicht in gerealiseerde prestaties en kosten op jaarbasis, in de toerekening van indirecte kosten en in de effecten in concrete gebieden. Zelfs bleek het ministerie niet in staat aan te geven welke natuurgebieden met een internationale status door Staatsbosbeheer worden beheerd. Op het ministerie ontbreekt een goede voorziening voor het houden van integraal toezicht op Staatsbosbeheer.

Mevrouw Schreijer vond het positief dat de accountant van Staatsbosbeheer nu van de staatssecretaris opdracht heeft gekregen de controle uit te breiden overeenkomstig de aanbevelingen in het Rekenkamerrapport. Ook is het goed dat de staatssecretaris wil gaan werken aan de verbetering van gebiedsgerichte informatie, zodat aan internationale verplichtingen kan worden voldaan. Wat dat betreft wilde mevrouw Schreijer concrete voorstellen en een tijdpad zien, zoals er ook een tijdpad dient te komen met betrekking tot het opstellen en invoeren van nog ontbrekende outputdoelen en prestatie-indicatoren. Zij stond afwijzend tegenover de tot dusver door de staatssecretaris gevolgde aanpak om "werkende weg" vorm te geven aan het aansturings- en toezichtsarrangement met Staatsbosbeheer. Er is door de staatssecretaris niet voldoende hard gemaakt, waarom integrale aansturing niet te verkiezen is boven de huidige aanpak. Voor een adequaat toezicht leek het haar noodzakelijk heldere richtlijnen te stellen en aanvullende afspraken te maken. Ook hier verzocht zij de staatssecretaris met concrete voorstellen te komen hoe de interne afstemming bij het toezicht op Staatsbosbeheer verbeterd zal worden. Bijzondere aandacht daarbij verdienen de afstemming van de financiële en inhoudelijke verantwoordingsdocumenten en een nadere verduidelijking van de rol van de raad van toezicht. Het ministerie behoort jaarlijks tot een integrale beoordeling van de verantwoording van Staatsbosbeheer te komen.

Bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel verzelfstandiging Staatsbosbeheer is uitvoerig gesproken over het doel van de verzelfstandiging, te weten het realiseren, naast de beoogde vermaatschappelijking, van een beter (natuur)product tegen een lagere prijs. Kan de staatssecretaris zo spoedig mogelijk klaarheid verschaffen, in hoeverre de met de verzelfstandiging beoogde doelstellingen zijn gerealiseerd? Daarbij mag een vergelijking tussen Staatsbosbeheer en de particuliere beheerorganisaties op het punt van subsidiëring en het behaalde rendement niet ontbreken. Wat dat betreft trok mevrouw Schreijer een vergelijking met de gang van zaken binnen een boerenbedrijf, waar men ook jaarlijks inzicht wil hebben in de financiën, de kosten en de opbrengsten.

Mevrouw Schreijer haalde professor Westhoff aan, die het Bunderbos uit een oogpunt van natuurwaarden "het belangrijkste bos van geheel Nederland" noemt en erop wijst dat voor het in stand houden van dit kwetsbare ecosysteem de Medammerweide en omliggende weilanden en boomgaarden een onmisbare bufferzone vormen. Met veel moeite is recent bebouwing in de Medammerweide voorkomen, maar de recreatiedruk in dit gebied stijgt. Uit de brief van de staatssecretaris begreep mevrouw Schreijer dat aan het Bunderbos zelf wel de A-status is verleend, maar niet aan de terreinen eromheen. Zij vond afzonderlijke bescherming van het Bunderbos, zonder een bufferzone, niet verantwoord en drong er bij de staatssecretaris op aan te laten onderzoeken welke buffergebieden onmisbaar zijn voor het behoud van het Bunderbos.

Wat betreft de grote grazers achtte mevrouw Schreijer een monitorings- en evaluatietraject noodzakelijk met het oog op de implementatie van de betreffende leidraad door de terreinbeheerders. Kan de staatssecretaris daarin voorzien? Ook na de toelichtende brief bleef het voor haar de vraag of het in de leidraad gemaakte onderscheid tussen gehouden en niet-gehouden dieren wel verstandig is en voldoende ruimte laat om in voorkomende gevallen problemen adequaat aan te pakken. Het was voor haar zelfs de vraag of binnen de bedoelde natuurterreinen gesproken kan worden van niet-gehouden dieren. In de brief gaat de staatssecretaris er met name op in dat vogels geen ziekten kunnen overbrengen. Echter, ook bijvoorbeeld katten en honden kunnen zaken overbrengen.

Mevrouw Schreijer verzocht om inzage in het beheerplan van de stichting Gooisch natuurreservaat (GNR) voor de Hoorneboegse heide. Is er sprake geweest van een degelijk voorafgaand overleg met betrokkenen? Bezwaarschriften tegen het beheerplan zijn inmiddels in behandeling bij het ministerie van LNV. Zij drong er bij de staatssecretaris op aan grondig na te gaan of de door GNR gekozen vorm van beheer -- omheining van de heide en begrazing door runderen -- in dit geval ook objectief de beste vorm is. Bij de afweging moet het natuurbelang vooropstaan, maar de veiligheid van recreanten dient ook zwaar te wegen: is deze in het beheerplan voldoende gewaarborgd?

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris had zich, voorafgaand aan dit overleg, nog eens verdiept in het traject van de verzelfstandiging van Staatsbosbeheer en de wetsgeschiedenis. Daarbij was haar gebleken dat al lange tijd vóór de verzelfstandiging per 1 januari 1998 er over een verzelfstandiging is gediscussieerd. Sinds die verzelfstandiging is sprake van een traject waarin het erom gaat gezamenlijk datgene waar te maken wat destijds is beoogd. Daarbij is bewust gekozen voor een groeitraject. Inmiddels zijn er de eerste ervaringen met de aansturing en op basis daarvan kunnen hierin verdere verbeteringen worden aangebracht. In het Rekenkamerrapport zijn te dien aanzien een aantal kritische opmerkingen gemaakt, maar hierbij zij bedacht dat de Algemene Rekenkamer abusievelijk uit is gegaan van een ander toezichts- en aansturingsplaatje en daarmee van een ander verantwoordingsplaatje. De Rekenkamer gaat uit van prestaties en niet van datgene waar Kamer en regering bewust voor hebben gekozen bij de verzelfstandigingswet, te weten resultaten, waar vervolgens ook het toezicht, de aansturing en de verantwoording op worden afgestemd.

Er is in het kader van de inwerkingtreding van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer een aansturingsprotocol geschreven, met heldere en duidelijke afspraken over aansturing en verantwoording. Dit sluit overigens niet uit dat er altijd elementen kunnen zijn die voor verbetering in aanmerking komen. Artikel 1 van dit protocol bevat een heldere regeling ten aanzien van de aansturing van de verantwoordelijkheden van de betrokken organen en directies. Uitgangspunt zijn de drie in de wet onderscheiden organen bij de aansturing, te weten de minister van LNV, de raad van toezicht en de directeur Staatsbosbeheer. In de dagelijkse relatie met Staatsbosbeheer spelen de bestuursraad, de directie Natuurbeheer en de directie financiële zaken een belangrijke en directe rol. Daarbij is de coördinerende rol in de horizontale relatie in handen gelegd van de directie natuurbeheer, maar niet voor niets is er ook een directe rol voor de bestuursraad neergelegd als integrerend orgaan bij uitstek op het departement, naast de bewindslieden. De staatssecretaris was van oordeel dat op deze wijze de verantwoordelijkheid en daarmee de integratie een goede vorm heeft gekregen en vond derhalve niet dat de betreffende aanbeveling van de Rekenkamer een nadere aanvulling verdient. Zij wees erop dat de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer in overeenstemming is met de algemene regels omtrent het toezicht op ZBO's. Op dit moment wordt op het ministerie van LNV een algemene toezichtsvisie voorbereid, niet alleen met betrekking tot Staatsbosbeheer. Daarbij zullen ook de bevindingen worden betrokken van de ambtelijke commissie die de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert over een kader voor toezichtsvraagstukken. Naar aanleiding van deze algemene toezichtsvisie zal expliciet worden bekeken of er gevolgen zijn voor de relatie met Staatsbosbeheer.

De staatssecretaris was het niet eens met de constatering van de Rekenkamer dat de interne afstemming op het ministerie van LNV te wensen overlaat. Het is een logische zaak dat als er verschillende elementen zijn waarop Staatsbosbeheer moet worden aangestuurd, het dan ook gaat om verschillende directies binnen het departement. Hogerop in de organisatie van het departement bevindt zich het integrerend kader en het samenhangend toezicht, in dit geval de bestuursraad met daarboven de minister, in dezen vertegenwoordigd door de staatssecretaris. Met betrekking tot de horizontale coördinatie heeft de directie natuurbeheer de coördinerende rol en met betrekking tot de verticale coördinatie ligt deze bij minister-bestuursraad. De staatssecretaris achtte dit helder geregeld en haars inziens werkte het op dit moment ook naar behoren. Hierbij zij bedacht dat het gaat om een verzelfstandigd Staatsbosbeheer met een raad van toezicht, waarbij de lijn van de raad van toezicht naar het ministerie op zich een duidelijke is, vastgelegd in de wet en in het aansturingsprotocol. De constatering in het Rekenkamerrapport dat door de directie FEZ met Staatsbosbeheer aanvullende verplichtingen werden overeengekomen, zonder de budgethouder (de directie natuurbeheer) daarin te kennen, liet de staatssecretaris in wezen onberoerd. Immers, als het via de bestuursraad gesanctioneerd is en het via de bestuursraad bij de bewindslieden komt, is het van minder belang hoe het tussen directies onderling wordt geregeld. Het gaat erom dat de integratie op een hoger niveau plaatsvindt, daar waar deze behoort plaats te vinden.

De staatssecretaris memoreerde dat zij ten aanzien van de eerste vier aanbevelingen van de Rekenkamer de accountant van Staatsbosbeheer dienovereenkomstig had geïnstrueerd. Wat betreft de vijfde aanbeveling, omtrent het hebben van inzicht in de stand van zaken in de belangrijkste natuurgebieden met een internationale status, merkte zij op dat Staatsbosbeheer inmiddels heeft aangegeven daar voor dit jaar al aan tegemoet te willen komen, ondanks de reeds uitgebrachte offerte. Het was haar bekend dat de prestatieverantwoording over 1999 dit al doet met betrekking tot de wetlands. Zij had afgesproken met Staatsbosbeheer een aanvullende offerteaanvraag voor het jaar 2001 te doen inzake levering van de monitoringsgegevens voor een aantal van de internationaal belangrijke gebieden. Daarmee was haars inziens ook aan deze aanbeveling tegemoet gekomen. Ten aanzien van de zesde aanbeveling, inzake de interne organisatie van het toezicht, had zij reeds aangegeven waarom de zaken zijn zoals deze zijn.

Vervolgens ging de staatssecretaris in op een aantal afzonderlijke vragen. De Staatsbosbeheermedewerkers met opsporingsbevoegdheid beschikken over een algemene opsporingsbevoegdheid, die ook in andere gevallen kan worden aangewend dan bij het handhaven van de toegangsregels. De invalshoek is evenwel dat de opsporingsbevoegdheid gerelateerd is aan Staatsbosbeheertaken. Ten aanzien van de eigendomsoverdracht is afgesproken en vastgelegd in welk soort gebieden deze zou kunnen plaatshebben. Het kan niet in alle gebieden; zo is het niet verstandig om in grootschalige, aaneengesloten gebieden, waar de natuurwaarden van groot belang zijn, versnippering te laten plaatsvinden. Het is op zich helder waar de genoemde 10.000 ha overgedragen zouden kunnen worden. Daar wordt een beleid op gevoerd, maar geconstateerd moet worden dat de belangstelling niet groot is; het is echter niet zo dat het wordt afgehouden. Hierbij dacht de staatssecretaris aan een oppervlakte van circa 600 ha.

De staatssecretaris ging ervan uit dat, doordat ook andere natuurbeheerders en particuliere grondeigenaren hout produceren, er met betrekking tot de houtverkoop geen monopoliepositie is weggelegd voor Staatsbosbeheer. Zij wilde echter duidelijk hebben en daar ook afspraken over maken met Staatsbosbeheer dat de manier waarop in dezen te werk wordt gegaan, er niet toe leidt dat concurrentie wordt tegengegaan. Geconstateerd kan worden dat de recreant een belangrijke rol speelt in het beleid van Staatsbosbeheer, dat immers steeds meer gericht is op openstelling en vermaatschappelijking. Als Staatsbosbeheer bepaalde beleidsdoelen niet haalt, heeft dat financiële gevolgen voor Staatsbosbeheer, want dit wordt verrekend.

De offerte betreft een document waarin Staatsbosbeheer laat weten op welke wijze het denkt te kunnen voldoen aan bepaalde opdrachten van de zijde van LNV. Het is in die zin een offerte dat het ministerie op zijn beurt te kennen kan geven het niet eens te zijn met de voorgestelde aanpak. De aansturing, de manier van functioneren en de normkostensystematiek van Staatsbosbeheer berusten op de wet; bij het programma Beheer daarentegen berusten deze zaken op een eigen stelsel. Wel zijn er grote overeenkomsten, in die zin dat Staatsbosbeheer vooropliep bij het bedenken van een stelsel van natuurdoeltypen en bijbehorende normkosten. Eigenlijk is het programma Beheer analoog aan het door Staatsbosbeheer bedachte stelsel opgesteld.

De staatssecretaris meende dat de prijscompensatie voor gestegen grondprijzen bij de aankoop van natuurterreinen op een adequate wijze in de nog te behandelen Voorjaarsnota is opgenomen, maar dat betekent op zich niet iets extra's. Wel is er iets extra's voorzien voor een intensivering in het kader van het nog vast te stellen natuur-, bos- en landschapsplan. Nadere mededelingen daarover kon zij op dit moment nog niet doen; het maakt voorts deel uit van een nieuw beleid dat de komende jaren gestalte krijgt.

Dat het basisdocument met terugwerkende kracht wordt gepositioneerd, noemde de staatssecretaris een formaliteit. Toen per 1 januari 1998 de verzelfstandiging van Staatsbosbeheer plaatsvond, was het basisdocument nog niet gereed. De afspraken daarin hebben evenwel hun werking voor de hele periode 1998-2003. Overigens is er al voorafgaande aan het gereedkomen van het basisdocument gewerkt conform datgene wat daarin is opgenomen, zodat nu niet ineens met terugwerkende kracht een geheel andere aanpak gevolgd moet worden. Zij onderschreef dat, hoewel Staatsbosbeheer een ander regime kent, er niettemin sprake dient te zijn van gelijke kwaliteitsdoelen ten opzichte van de andere grote terreinbeherende organisaties in Nederland. Daartoe vindt afstemming plaats, een afstemming die met name ook in de nog te verschijnen natuurdoeltypenkaart tot uiting zal komen.

Het beleid van het ministerie en van Staatsbosbeheer is gericht op het zoveel mogelijk openstellen van gebieden; bij de 10% gesloten gebied gaat het om kwetsbare gebieden, die een openstelling voor het publiek niet altijd kunnen verdragen. Bij 8% kan een tijdelijke sluiting aan de orde zijn in het kader van broedseizoen of anderszins. Het is een ervaringsgegeven dat het percentage gesloten gebieden steeds op ongeveer 10 ligt, maar dat wil niet zeggen dat het daarbij voortdurend om dezelfde gebieden gaat. Gebieden kunnen zich, na een tijd gesloten te zijn geweest, hersteld hebben, zodat ze weer opengesteld kunnen worden, terwijl andere gebieden juist gesloten moeten worden met het oog op herstel. De staatssecretaris constateerde dat op dit moment al de mogelijkheid bestaat een abonnement te nemen op het blad van Staatsbosbeheer, een interessant blad en mede bedoeld als opstap naar een bredere vermaatschappelijking van Staatsbosbeheer. Het gaat hierbij niet direct om een donateurschap, maar impliciet komt het er wel op neer. Staatsbosbeheer is bezig een uitgebreider plan op te stellen om mensen in de gelegenheid te stellen donateur of vriend van Staatsbosbeheer te worden.

Met betrekking tot de grote grazers en het preventief enten merkte de staatssecretaris het volgende op. Ingeval een besmettelijke dierziekte uitbreekt, dient er alles aan gedaan te worden de dieren te vaccineren; dat is echter wat anders dan preventief enten. Er ligt een aanvraag tot ontheffing bij het productschap met betrekking tot het preventief enten; het beleid is om er geen gebruik van te maken. Dit heeft te maken met het onderscheid tussen gehouden en niet-gehouden dieren, een onderscheid dat samenhangt met het beoogde beheerbeleid in twee grote natuurgebieden in Nederland. Over de wijze van verspreiding van dierziekten is naar aanleiding van de leidraad grote grazers eerder van gedachten gewisseld. De vraag die overbleef, betrof de rol die vogels in dezen kunnen spelen; deze vraag is schriftelijk beantwoord (LNV-00-371). Al de elementen inzake risico's, afstanden en mogelijke inslepers hebben uitvoerig aandacht gekregen en zijn mede in overleg met de dierenbescherming en LTO bezien. Het verheugde de staatssecretaris te kunnen constateren dat betrokkenen -- afgezien van het onderscheid gehouden/niet-gehouden dieren -- kunnen leven met de manier waarop de afspraken zijn verwoord in de leidraad.

Overstappende naar het onderwerp hekvrije ruimte, zegde de staatssecretaris toe het beheerplan van de stichting Gooisch natuurreservaat voor de Hoorneboegse heide aan de geïnteresseerde Kamerleden toe te zenden. Er heeft een breed overleg bij de totstandkoming van dit beheerplan plaatsgevonden, waarbij de participanten, met uitzondering van de stichting Hekvrije heide, hebben ingestemd met het plan. Gelet op het feit dat het zo breed is besproken, met zoveel participanten die er ook, met uitzondering van genoemde stichting, mee hebben ingestemd, was de staatssecretaris van mening dat het een goed beheerplan is. Het heeft geleid tot een proefproject, waarin het mogelijk is om vrij te wandelen met loslopende honden; in het kader van het beheer zijn er grote grazers ingezet. Voor de stichting Hekvrije heide kan het aanleiding zijn zich nog eens goed in een en ander te verdiepen. Vervolgens dient gezamenlijk te worden bekeken hoe het daar gaat. Het proefproject vrij wandelen maakt als zodanig onderdeel uit van het beheerplan, zodat er langs die weg nader inzicht in verkregen kan worden.

De staatssecretaris was voornemens heroverweging te laten plaatsvinden van een verzoek van de stichting Behoud landschap Medammerweide tot aanwijzing van het gebied als beschermd natuurmonument. Daartoe had zij aan de medewerkers in het district-zuid gevraagd na te gaan in hoeverre dit gebied voldoet aan de voorwaarden voor een dergelijke aanvraag. Zij ging ervan uit de stichting daarover vóór de zomer uitsluitsel te kunnen geven en zegde toe er dan tevens de Kamer over te zullen informeren. Zij verklaarde zich bereid de oproep om het probleem Engbertsdijksvenen tot een goede oplossing te brengen, waarbij ook de natuur gebaat is, over te brengen aan Staatsbosbeheer.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Ter Veer

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Van Walsem

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Van Overbeeke


1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), M.B. Vos (GroenLinks), Stellingwerf (RPF/GPV), Poppe (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Oplaat (VVD), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Udo (VVD), Waalkens (PvdA), Schoenmakers (PvdA), Herrebrugh (PvdA), Atsma (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Dijsselbloem (PvdA)

Plv. leden: Van Vliet (D66), Van Zuijlen (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Middelkoop (RPF/GPV), Kant (SP), Mosterd (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Cornielje (VVD), Buijs (CDA), Rietkerk (CDA), Reitsma (CDA), Patijn (VVD), Karimi (GroenLinks), Kamp (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Belinfante (PvdA), Dijksma (PvdA), De Boer (PvdA), Van Wijmen (CDA), Te Veldhuis (VVD), Duivesteijn (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Witteveen-Hevinga (PvdA), ondervoorzitter, Rosenmöller (GroenLinks), Van Zijl (PvdA), Hillen (CDA), Van Heemst (PvdA), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA),Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Van Walsem (D66), voorzitter, Th.A.M. Meijer (CDA), De Haan (CDA), Wagenaar (PvdA), Verburg (CDA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Remak (VVD), Duijkers (PvdA), Van Beek (VVD), Van den Akker (CDA), Udo (VVD), Blok (VVD), Kuijper (PvdA)

Plv. leden: Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Van Zuijlen (PvdA), Ross-van Dorp (CDA),Dijsselbloem (PvdA), Kant (SP), Voûte-Droste (VVD), Lambrechts (D66), Feenstra (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van der Vlies (SGP), Schimmel (D66), Stroeken (CDA), Wijn (CDA), Hindriks (PvdA), Reitsma (CDA), Rabbae (GroenLinks), Geluk (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Hamer (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Rietkerk (CDA), De Vries (VVD), Balemans (VVD), Smits (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie