Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beurspartijen en joodse organisaties bereiken akkoord

Datum nieuwsfeit: 16-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Nederlandse Vereniging van Banken

Amsterdam, 16 juni 2000

BEURSPARTIJEN EN JOODSE ORGANISATIES BEREIKEN AKKOORD:

Beurspartijen betalen NLG 264 miljoen, naast door NVB reeds toegezegde NLG 50 miljoen.

Vertegenwoordigers van het Centraal Joods Overleg, het Platform Israël en het Adviescollege restitutie en verdeling CJO en de Vereniging voor de Effectenhandel in opheffing, de Nederlandse Vereniging van Banken en Amsterdam Exchanges hebben gisterenavond een principe-akkoord bereikt over de afhandeling van de claims van joodse vervolgingsslachtoffers en hun nabestaanden als gevolg van de effectenroof door de nazis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Joods Wereld Congres heeft met het akkoord zijn instemming betuigd.

De beurspartijen zullen NLG 264 miljoen vergoeden. Het eerder bereikte, maar nog niet getekende akkoord tussen de joodse organisaties en de Nederlandse Vereniging van Banken betreffende de afhandeling van specifieke claims, zoals de restitutie van slapende rekeningen, zal nu ook worden getekend. In dit akkoord is een bedrag van NLG 50 miljoen overeengekomen. De nu gesloten overeenkomst moet nog formeel worden bekrachtigd door de achterban van de betrokken partijen.

Daarnaast zullen de Vereniging voor de Effectenhandel in opheffing en Amsterdam Exchanges een spijtbetuiging in nationale en internationale media publiceren en een boek bekostigen waarin de handelwijze van de beurs tijdens en na de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven. Op het gebouw van de voormalige LiRo-bank in de Sarphatistraat in Amsterdam zal een gedenkplaat worden aangebracht waarin herinnerd wordt aan de roof van de joodse vermogens.

De effectenclaims zijn het gevolg van een onvolledig gebleven proces van rechtsherstel, dat de regering startte na de oorlog. In die gevallen waar de gestolen effecten niet konden worden opgespoord of konden worden terugverkregen, is in 1953 circa 90% van de waarde en vruchten van die effecten vergoed.

Het overleg tussen de betrokken partijen heeft zich in hoofdzaak gericht op drie vragen:

1. Hoe groot was in 1953 de waarde van het tekort in het proces van rechtsherstel?

2. Welk deel daarvan is toe te rekenen aan nu nog bestaande beurspartijen?

3. Wat is de huidige waarde van dit tekort?
Verschillende inzichten hebben geleid tot verschillende bedragen bij de vaststelling van het tekort. Het tekort is slechts ten dele veroorzaakt door de nu nog bestaande beurspartijen.

De beurspartijen en de joodse organisaties zijn van mening dat de belangen van de joodse vervolgingsslachtoffers en hun nabestaanden niet zijn gediend met een nog langer voortdurende discussie over deze verschillende inzichten. Bovendien werd ook de bekrachtiging van het reeds bestaande akkoord tussen de joodse organisaties en de Nederlandse Vereniging van Banken vertraagd. Daarom hebben de beurspartijen in hun voorstel twee uitgangspunten van CJO/PI/JWC overgenomen: zij hebben zich bereid verklaard het bedrag van NLG 12 miljoen uit 1953 als basis te hanteren, en nemen dit bedrag bovendien voor 100% voor hun rekening.

Ook voor de bepaling van de huidige waarde zijn verschillende rekenmethoden te gebruiken, die uiteraard leiden tot verschillende bedragen. De joodse organisaties hebben ingestemd met het voorstel van de beurspartijen om de factor 20 toe te passen op de vordering van NLG 12 miljoen, zijnde de samengestelde interest op basis van het rendement van langlopende staatsleningen over de periode 1953-2000. Daar bovenop is ter afronding van de overeenkomst een verhoging van 10% (NLG 24 miljoen) overeen-gekomen.

De gesprekspartners zijn verheugd over de succesvolle afronding van dit overleg.

OVEREENKOMST CJO/PLATFORM ISRAEL/WJC/ADVIESCOLLEGE RESTITUTIE EN VERDELING CJO AEX/VvdE/NVB

Onderstaande betreft de hoofdpunten van de overeenkomst tussen AEXVvdE/NVB (verder te noemen de beurspartijen) en het CJO/Platform Israel/Joods Wereld Congres/Adviescollege CJO (verder te noemen de joodse partijen).


1. Partijen gaan er voor deze overeenkomst van uit dat het joodse tekort in het effectenrechtsherstel van 1953 f. 12 miljoen heeft bedragen.


2. De beurspartijen zijn van mening dat ook bij volledig korrekt handelen op de beurs een deel van dit tekort onvermijdelijk was geweest.


3. De beurspartijen zijn desalniettemin bereid ook het om andere redenen ontstane deel van dit tekort te vergoeden.

4. Naar inschatting van partijen was het aandeel op de beurs van de banken en hun rechtsvoorgangers circa 50%. Een deel van de overige commissionairs en hoeklieden uit die tijd kent geen rechtsopvolger meer. De thans nog bestaande commissionairs en hoeklieden vertegenwoordigen inclusief hun rechtsvoorgangers niet alle in 1953 actieve instellingen.


5. De beurspartijen zijn desalniettemin bereid ook voor de onder 4 genoemde factor geen correctie toe te passen.


6. Partijen kennen de preciese samenstelling van het tekort niet. Er zijn indicaties dat dit voor 1/3 deel uit zogenaamde vruchten (renten en dividenden) heeft bestaan en voor het overige uit obligaties en aandelen.


7. Partijen erkennen dat -als voor een spoedige afronding van het rechtsherstel door een der partijen in 1953 f. 12 miljoen extra zou zijn betaald- sprake zou zijn geweest van 100% effectenrechtsherstel.

8. De overeenkomst tussen de joodse partijen en de NVB (waarover de gesprekken eind april 2000 zijn afgerond en waarin een vergoeding van f. 50 miljoen is afgesproken) wordt gelijktijdig getekend dan wel in deze overeenkomst geïncorporeerd.


9. De beurspartijen en hun leden ontvangen algehele vrijwaring voor de besproken onderwerpen en voorts algehele kwijting met betrekking tot alle soorten van vorderingen die in de ruimste zin jegens de beurspartijen en/of hun leden aanhangig zouden kunnen worden gemaakt, nu zowel als in de toekomst. De clausule inzake nieuwe feiten in de onder punt 8 genoemde overeenkomst tussen de joodse partijen en de NVB komt daarmede te vervallen. Het daar afgesprokene over slapende buitenlandse rekeningen blijft echter gehandhaafd.
10. De AEX en de VvdE zullen een spijtbetuiging publiceren (na overleg met de joodse partijen) in de relevante Nederlandse, Israelische en Amerikaanse media.

11. De AEX en de VvdE zullen een toegankelijke publicatie in de Nederlandse en Engelse taal bekostigen, die de hoofdlijnen van de Commissie Scholten reflecteert. De redactie zal bestaan uit een lid namens de joodse partijen, een vertegenwoordiger namens de beurs en een onafhankelijke derde.

12. De overeenkomst is geaccepteerd door de joodse partijen: CJO, Platform Israel (en andere relevante instanties binnen de adviesraad) en het Joods Wereld Congres.

13. Partijen kwamen ter afronding een totaal bedrag van f. 264 miljoen overeen naast de eerdere bereikte overeenstemming tussen de joodse partijen en NVB van f. 50 miljoen.

14. Ten blijke van hun instemming met bovenstaande tekenen hieronder de aanwezige partijen. Voor de NVB geldt nog een formeel voorbehoud van instemming van de Raden van Bestuur van haar grootste leden voor de duur van maximaal 24 uur.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie