Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vragen en antwoorden begroting Defensie 2000

Datum nieuwsfeit: 19-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

verslag lijst vr-antw begroting defensie 2000
Gemaakt: 21-6-2000 tijd: 20:26


27106 Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2000 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

nr. 4 Verslag houdende lijst van vragen enantwoorden

Vastgesteld 19 juni 2000

De vaste Commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen. De hierop door de regering gegeven antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Valk

De griffier voor deze lijst,

Atkins

Vraag 1:

Kan de regering toelichten waarom tot de begroting van 2001 wordt gewacht om de budgettaire gevolgen van de maatregelen voortvloeiend uit de Defensienota te verwerken, terwijl de motie Van den Doel c.s. wel in deze suppletore begroting wordt uitgevoerd? Van welke nieuwe ontwikkelingen is sprake en welke financiële gevolgen zullen deze hebben voor de uitvoering van de Defensienota.

Antwoord:

De geringe budgettaire gevolgen van de Defensienota voor de ontwerpbegroting 2000 zullen worden verwerkt in de tweede suppletore begroting 2000. De verwerking vindt plaats in de tweede suppletore begroting 2000 omdat ik het noodzakelijk acht de mutaties van de Defensienota op de beleidsarme ontwerpbegroting 2000 in samen-hang te bezien met de uitkomsten van de begrotingsvoorbereiding 2001.

Vooralsnog wordt niet voorzien dat het bovenstaande gevolgen heeft voor de realisa-tie van de Defensienota. Dit betekent meer in het bijzonder dat voor 2000 onverkort,


_ f 60 miljoen aan het budget van de Koninklijke Luchtmacht zal worden toegevoegd voor investeringen in infrastructuur en voor de verbetering van motoren in het kader van midlife update F16 en de versnelde aanschaffing van laserdoelaanstralingsmiddelen;

_ bij de Koninklijke Marechaussee gelden worden toegevoegd om de staf uit te breiden en de huisvesting van het district Noord_Holland/Utrecht te vervangen;


_voor de tactische helicoptergroep gelden vrij worden gemaakt om tot personeelsuit-breiding over te gaan.

De taakstellingen die in de Defensienota voor 2000 aan de beleidsterreinen zijn opgelegd (totaal f 75 miljoen) worden ingevuld door het afschaffen van de boeteclausule voor het niet nakomen van compensatieverplichtingen (f 52,6 miljoen) een vermindering van het budget voor wetenschappelijk onderzoek (f 4,5 miljoen). Het resterende deel van de taakstellingen is ingevuld met herschikkingen binnen de budgetten van de beleid-sterreinen.

De bedragen bestemd voor de uitvoering van de Motie Van den Doel c.s. (handhaven van 108 F-16´s) zijn door de Minister van Financiën via de Voorjaarsnota toegevoegd aan het Defensiebudget en gelijktijdig met de overige mutaties voortvloeiend uit de Voorjaarsnota, verwerkt in de eerste suppletore begroting. Gezien deze wijze van financieren was het niet noodzakelijk om binnen het beschikbare Defensiebudget maatregelen te nemen teneinde gelden vrij te maken.

Vraag 2:

Kan de regering het bedrag van f 17 miljoen dat vanwege de eindejaarsmarge uit de Slotwet 1999 ten laste van de begroting 2000 gebracht wordt specificeren?

Antwoord:

De eindejaarsmarge is de resultante van onder- en overschrijdingen. Hierdoor is het derhalve veelal niet mogelijk de eindejaarsmarge concreet toe te wijzen aan projecten of artikelonderdelen. Wel is aan te geven ten laste/ten gunste van welk artikel de tegenboeking van de eindejaarsmarge in het volgende jaar (in dit geval 2000) wordt verwerkt (zie hiertoe de artikelsgewijze toelichting).

Slechts in een beperkt aantal gevallen is er een directe relatie te leggen tussen (een deel van) de eindejaarsmarge en grotere uitgavenposten c.q. projecten. In het onderhavige geval betreft het met name:


- bij de centrale organisatie uitgaven voor materiële exploitatie, uitbesteding O-, I- en A-deskundigheid, informatiesystemen en overige persoonsgebonden uitgaven (te zamen ongeveer -f 23 miljoen);

- bij de militaire pensioenen en uitkeringen een herfasering van een in 1999 voorziene inhaalactie met betrekking tot verrekening van waarde-overdrachten tussen ABP en DMP (ongeveer +f 9,7 miljoen).
Vraag 3 en 9:

Wat is de reden van de mutatie van de bijdrage in de financiering van de luchtvaartcluster? Is dit een bijdrage geheel ten behoeve van de ontwikkeling van de JSF (Joint Strike Fighter)? (blz. 3)

Is de uitgaven mutatie op artikel 01.26 structureel? Zo ja, waarom vindt de overheveling van het ministerie van Defensie naar het ministerie van Economische Zaken ieder jaar opnieuw plaats? (blz.10)

Antwoord:

In maart 1998 is in de Ministerraad in het kader van de Voorjaarsnota/Kaderbrief behandeling besloten f 150 miljoen ter beschikking te stellen voor een voorbereidend technologiepro---gramma gericht op de opvolger van de F-16. Hierover is de Kamer uitgebreid geïnformeerd door de Minister van Economische Zaken (Kamerstuk 25 820, vergaderjaar 1997-1998, para 5 ad 6).

Van het door de overheid bij te dragen bedrag komt f 50 miljoen ten laste van de begroting van het Ministerie van Defensie. Het defensie-aandeel is als volgt gefa--seerd: f 6,5 miljoen in 1999, f 13 miljoen in 2000 en 2001 en 2002 en tenslotte f 4,5 miljoen in
2003. Genoemde bedragen zijn ten tijde van de tweede suppletore begroting 1999 meerjarig (voor de betrokken jaren) overgeheveld naar Eco-nomische Zaken. De toelichting op deze mutatie en het opnemen van deze mutatie in de eerste suppletore begroting 2000 is een gevolg van het feit dat ten tijde van het opstellen van de tweede suppletore begroting 1999 de ontwerpbegroting 2000 reeds was opgesteld waardoor deze mutatie nu pas zichtbaar wordt.

Vraag 4:

Worden de kosten voor de Koninklijke marechaussee voor onder meer het vierde aanmeldcentrum in Ter Apel en de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet gedeeld met andere departementen? Zo nee, waarom draagt het ministerie van Defensie als enige departement bij in de hogere kosten bij de Koninklijke marechaussee die de uitvoering van deze justitietaken met zich meenemen?

Antwoord:

De kosten voor de Koninklijke marechaussee worden niet gedeeld met andere departementen. Defensie is verantwoordelijk voor het beheer van de Marechaussee. Voor de kosten die Defensie in dit geval maakt zijn ten laste van het generale beeld bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2000 middelen aan het Defensiebudget toegevoegd.

Vraag 5:

Kan de regering toelichten aan welke artikelen de verhoging van f 10 miljoen voor het oplossen van arbeidsmarktknelpunten ten deel zal vallen? Waarop is dit bescheiden bedrag gebaseerd, gezien de omvangrijke wervings- en vullingsproblemen bij de verschillende krijgsmachtdelen. (blz.7)

Antwoord:

Het bedrag van f 10 miljoen is aan de Defensiebegroting 2000 toegevoegd in het kader van de Voorjaarsnota ten behoeve van arbeidsvoorwaardelijke problemen op het gebied van mobiliteit, kinderopvang, voorschakelprojecten en het trainee-project van Defensie. In afwachting van nadere besluitvorming in het kader van nieuw personeelsbeleid is dit bedrag, evenals de bedragen voor volgende jaren, gestald op artikel 01.27 Loonbijstelling. In 2001 zal dit bedrag oplopen tot f 20 miljoen structureel. Dit bedrag staat niet op zichzelf, maar moet worden gezien in relatie tot de in de Defensienota voor nieuw personeelsbeleid uitgetrokken gelden (f 50 miljoen voor 2000 en f 100 miljoen structureel vanaf 2001) en de toevoeging van f 50 miljoen structureel ten behoeve van het personeelsbeleid op grond van de motie Dijkstal ten tijde van de Algemene Politieke Beschouwingen voor het jaar 2000.

Wat met name de verbetering van de personeelsvoorziening betreft, verwijs ik u naar mijn brief van 30 mei 2000.

Vraag 6 en 7:

Zal de verlaging van de uitgaven op artikel 01.20 Personeel en materieel als gevolg van de doorwerking eindejaarsmarge 1999 niet leiden tot personele capaciteitsproblemen op het Kerndepartement?

Op grond waarvan verwacht men een verlaging van meer dan 10% op personeel en materieel van het Kerndepartement in een lopend jaar te kunnen opbrengen? Ten koste van welke taken zal dat gebeuren? Kan de regering dit toelichten? (blz. 8)

Antwoord:

De verlaging van de uitgaven op het artikel 01.20 kan binnen het artikel worden geaccomodeerd zonder negatieve effecten op de personele capaciteit.

De doorwerking van de eindejaarsmarge 1999 hangt samen met een overschrijding in dat jaar, veroorzaakt door versnelling van uitgaven die anders in het jaar 2000 zouden hebben plaatsgevonden. Derhalve zal de verlaging in 2000 slechts ten dele tot aanvullende maatregelen hoeven te leiden. Deze maatregelen zullen met name resulteren in een neerwaartse bijstelling van de materiële uitgaven, inhuur O-, I- en A-deskundigheid, overige persoonsgebonden uitgaven en informatiesystemen.

De verlaging van de materiële uitgaven zal leiden tot vertraging cq. uitstel van voorgenomen vervangingsuitgaven. Bij de overige persoonsgebonden uitgaven moet o.a. gedacht worden aan bureau-inventaris al dan niet in relatie tot ARBO-voorschriften.

Vraag 8:

Kan de regering toelichten aan welke milieuactiviteiten en milieuprojecten structureel geld zal worden toegevoegd nu f 18 miljoen extra beschikbaar is? Welke effecten heeft deze toevoeging voor de uitvoering van de DMB 2000?

Antwoord:

Het beschikbaar gestelde geld dient ter financiering van de verwijdering van asbest uit ge-bouwen, terreinen en materieel. De asbestbestrijding is een integraal onderdeel van het Defensie Milieu Beleidsplan 2000 (DMB2000). De toevoeging leidt niet tot wezenlijke wijzigingen in de DMB2000.

Vraag 10:

Kan de regering toelichten waaraan het bedrag van f 4,313 miljoen wordt besteed dat aan artikel 01.28 is toegevoegd als bijdrage in de invoeringskosten voor de nieuwe begrotingsmethodiek VBTB? (blz. 11)

Antwoord:

De bijdrage in de invoeringskosten zal worden aangewend voor een projectorganisatie (inclusief mogelijke inhuur van deskundigen) die de invoering van VBTB begeleidt. Tevens zullen aanpassingen moeten worden doorgevoerd in informatiesystemen om het inzicht in de doelrealisatie en de relatie met de beschikbare budgetten te kunnen verbeteren, voor de aanpassing van de begrotingsstructuur/indeling en ten behoeve van het op internet beschikbaarstellen van (begrotings-)informatie.

Vraag 11:

Welke maatregelen worden genomen om het structurele capaciteitstekort bij de Dienst Militaire Pensioenen op te lossen? Wanneer wordt hierin verbetering verwacht? (blz. 16)

Antwoord:

De capaciteitstekorten betreffen niet alleen de Dienst Militaire Pensioenen maar ook het ABP en zijn vooral het gevolg van een aantal tijdelijke, deels in de tijd samenvallende operaties (millennium, Euro) met een spoedeisend karakter. In samenspraak met het ABP wordt thans bezien welke passende maatregelen in dit verband kunnen worden genomen.

Vraag 12:

Komt het bedrag dat aan het budget van de Koninklijke marine ten behoeve van duurzame milieumaatregelen is toegevoegd voort uit de genoemde f 18 miljoen? Zo nee, waar komt dit bedrag dan vandaan? (blz.
18)

Antwoord:

Neen. Deze toevoeging komt uit de reeds eerder in de Defensienota voor duurzame milieumaatregelen vrijgemaakte middelen.

Vraag 13:

Welke maatregelen betreffende employee-benefits worden uitgevoerd binnen de extra beschikbare uitgavenruimte van f 26 miljoen onder het ressort BLS (Ressort Overige eenheden Bevelhebber de Landstrijdkrachten? Valt deze financiële meevaller alleen ten deel aan dit ressort, of ook aan andere ressorts binnen de Koninklijke landmacht?

Antwoord:

De maatregelen betreffende employee-benefits zijn voor al het Defensie-personeel gelijk. Per beleidsterrein is er een centraal begrotingsartikel voor de financiering van deze maatregelen. De aangegeven (interne) overboeking is bedoeld om de te lage raming voor employee-benefits bij de Koninklijke landmacht op te hogen tot een realistisch niveau.

Vraag 14:

Kan de regering de B.T.W.-regeling uitleggen voor de krijgsmacht? Wanneer moet wel en wanneer geen B.T.W. betaald worden? Wordt in het buitenland de B.T.W. van het betreffende land betaald? (blz. 19)

Antwoord:

Voor het Ministerie van Defensie is geen specifieke BTW-wetgeving van toepassing. Het algemeen kader van de regelgeving wordt gevormd door de Wet op de Omzetbelasting 1968 (stb. 329). Deze Wet is gebaseerd op de Zesde Richtlijn betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting (77/388/EEG).

Indien de krijgsmacht in een andere Lid-Staat goederen aanschaft die bestemd zijn om aldaar in het kader van het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb.1953, 438) gebezigd te worden, vallen de goederen aldaar onder een BTW-vrijstelling.

Hetzelfde geldt, als dergelijke goederen in die andere Lid-staat worden ingevoerd of aldaar intracommunautair verworven worden.

Indien de goederen naar Nederland worden vervoerd of naar Nederland terugkeren, dan wordt dit aangemerkt als een intracommunautaire verwerving in Nederland, ter zake waarvan alhier BTW moet worden voldaan.

Vraag 15:

Van welke «vertragingen» is de verplichtingenverhoging op artikel
04.22 het gevolg? Waarom is het uitgavenbedrag op dit artikel niet navenant toegenomen, terwijl aangegeven wordt dat de realisatie van de projecten wel in 2000 voorzien wordt?

Antwoord:

De belangrijkste vertraging die hier genoemd kan worden is de besluitvorming met betrekking tot het project MRAT. In de Ontwerpbegroting 2000 werd nog rekening gehouden met het aangaan van de verplichting in 1999. Inmiddels is dat 2000. Wel werd al rekening gehouden met uitgaven in 2000. Ook het project Vervanging Pantservoertuigen is, voor wat betreft het aangaan van de verplichtingen, zoals bekend, vertraagd. Ook bij dit project werd al wel rekening gehouden met uitgaven in 2000.

Vraag 16:

Waarom is in de verplichtingenstaat onder artikel 04.22 een extra bedrag van f 465 miljoen voor het MRAT (Antitank Middelbare dracht)-project opgenomen? Kan de regering de status van de deelname van Nederland aan het TRIGAT-programma toelichten ? (blz. 22)

Antwoord:

Het vermelde bedrag van f 465 miljoen betreft geen extra investering, maar een verschuiving van een geplande investering van 1999 naar 2000. In de "Financiële verantwoording 1999" is bij de toelichting op het betreffende artikel 04.22 gemeld dat voor het project MRAT vertragingen zijn ontstaan bij de (internationale) besluitvorming en dat dit heeft geleid tot een daling van de voorgenomen verplichtingen.

De ontwikkelingsfase van het Trigat-project is afgerond en besluitvorming over de Nederlandse deelname aan de productiefase ligt voor. Dit besluit zal worden genomen op basis van een zorgvuldige afweging van operationele, financiële, technische en industrieel-politieke argumenten van de verschillende alternatieven, waaronder de Trigat.

Vraag 17:

Welke van de kosten (f 31,5 miljoen Koninklijke marechaussee) zijn zo acuut dat ze bij de opstelling van de oorspronkelijke begroting niet te voorzien waren? (blz. 23)

Antwoord:

De kosten waren eerder voorzien, maar konden pas in een later stadium worden geconcretiseerd. De uitgaven hebben grotendeels betrekking op kosten waarmee de Koninklijke marechaussee in 2000 voor het eerst wordt geconfronteerd, zoals een sterk verhoogde ICT-exploitatie, additionele huisvestingskosten, kosten verbonden aan de uitvoering van het beleidsplan KMAR 2000, de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet, het vierde aanmeldcentrum in Ter Apel en het EK
2000. Voor deze kosten zijn in het kader van de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2000 middelen aan de Defensiebegroting toegevoegd.
Vraag 18:

Kan aangegeven worden waarom de kosten die voor de Koninklijke marechaussee gepaard gaan met de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet en de inzet tijdens het EK 2000 geboekt zijn onder investeringen in groot materieel en infrastructuur (06.22) en niet onder personeel en materieel (06.20)? Kan de regering toelichten waar precies de knelpunten liggen en hoe die met de financiële impuls van f
12,1 miljoen opgelost worden? (blz. 24)

Antwoord:

Zowel de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet als de inzet voor EK2000 kent exploitatie- en investeringscomponenten. Zowel bij artikel
06.20 als 06.22 zijn derhalve mutaties die hiermee samenhangen opgenomen.

Het belangrijkste knelpunt is de vullingsproblematiek van de Koninklijke marechaussee, zoals is aangegeven in het beleidsplan Kmar
2000 dat gelijktijdig met de Defensienota aan de Kamer is aangeboden. Dit wordt opgelost door 270 extra marechaussees te werven en op te leiden. Hiervoor wordt een tweede opleidingsdependance opgezet en wordt een aantal infrastructurele aanpassingen op het OCKMar zelf getroffen. Daarnaast heeft de f 12,1 miljoen betrekking op de inrichting van het vierde AC in Ter Apel. Binnen de begroting van de Koninklijke marechaussee waren voor deze taken geen middelen opgenomen.

Vraag 19:

Waarom is op artikel 08.02 in het overzicht vredesoperaties niet toegelicht welke uitgaven in de ontwerpbegroting 2000 reeds bekend waren en welke mutaties in de eerste suppletore begroting worden voorgesteld? Waarom worden in dit overzicht negatieve bedragen genoemd? Wat voegt de toelichting per operatie aan informatie toe naast de bijlage over CVH-operaties? (blz. 27)

Antwoord:

Vanwege de grote mate van onzekerheid bij de opstelling van de ontwerpbe-groting worden de financiële gegevens van vredesoperaties globaal gepresenteerd. Op het moment van opstelling van de eerste suppletore begroting is het inzicht in de mate van inzet van militaire middelen sterk vergroot en bestaat ook meer inzicht in de financiële consequenties daarvan. Voor 2000 is dit met name het geval bij de inzet voor SFOR. Zoals bij de toelichting vermeld wordt de personele sterkte en de daarmee samenhangende benodigde materiële militaire middelen vergroot van circa 900 tot circa
1500 personen.

De vraagstelling betreffende de negatieve bedragen vloeit voort uit de gekozen lay-outvorm. Het guldenteken wordt door het liggende streepje aangehaald, waardoor onbedoeld de indruk kan worden gewekt dat de cijfers negatief zijn.

Hoewel er sprake is van enige redundantie in gegevens per vredesoperatie, door zowel het presenteren van de gegevens op de aangegeven plaats in de begroting als wel in de bijlage, wordt gemeend dat het de leesbaarheid van de financiële cijfers vergroot deze gegevens in beperkte vorm te presenteren. De mogelijkheid wordt dan geschapen hier stuurvariabelen te vermelden die van invloed zijn op het gepresenteerde ramingsbedrag.

Vraag 20:

Waarom is geen uitkering van het agentschap DGW&T (Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen) ontvangen terwijl op bladzijde 32 vermeld staat dat de uitkering van DGW&T aan het moederdepartement f 1,6 miljoen bedraagt? (blz. 38)

Antwoord:

De uitkering aan het moederdepartement betreft een niet-verrekenbare ontvangst die op grond van de vermogensconversie plaatsvindt. In het kader van deze vermogensconversie rekenen de bestaande agentschappen de in hen bezit zijnde vaste activa alsnog af met het moederdepartement. Aangezien eind 1999, als gevolg van minder investeringen, voor f 1,6 miljoen minder vaste activa in het bezit van DGW&T waren dan geraamd in de oorspronkelijk vastgestelde begroting, was het met de vermogensconversie gemoeide ontvangstbedrag ook f1,6 miljoen lager.

In de oorspronkelijk vastgestelde begroting werd een uitkering aan het moederdepartement van f 56,4 miljoen geraamd. De uitkering aan het moederdepartement komt in de eerste suppletore begroting dus op f 54,8 miljoen uit. Dit bedrag is, te zamen met dat voor het agentschap DTO, verantwoord op artikel M01.21.

Vraag 21:

Waarom is aan de Head of Mission OVSE Kosovo nog steeds een kolonel Koninklijke luchtmacht toegevoegd hoewel de vervulling van deze functie door een militair vanaf begin maart niet meer noodzakelijk is? Waarom is deze tekst in de bijlage dezelfde als in het jaarverslag over 1999? (blz. 39)

Antwoord:

Sedert begin maart 2000 is de Nederlandse militaire deelname aan de OVSE missie in Kosovo beëindigd. De tekst had zulks moeten weerspiegelen.

Vraag 22:

Worden de inzet van een fregat en een P-3C Orion niet beschouwd als inzet van groot materieel, getuige het overzicht op bladzijde 39?

Antwoord:

De inzet van een fregat en een P-3C Orion wordt beschouwd als inzet van groot materieel. In de tabel, getoond in het overzicht «overige operaties», wordt slechts het aantal ingezette personen gepresenteerd. De slotzin, opgenomen bij «ingezette middelen» dient ten rechte te luiden: «Bij de onderstaande operaties is, behoudens de MIF, geen sprake van de inzet van groot materieel.»

Vraag 23:

Is het mogelijk de prestatiemeting van vredesoperaties, zoals gegeven in de bijlage, uit te breiden met prijsgegevens?

Antwoord:

In het algemeen overleg met de VCD d.d. 6 juni 2000 is op dit onderwerp uitgebreid ingegaan. Daarbij is aangegeven dat voor afwegingen inzake vredesoperaties de huidige systematiek, waarbij additionele kosten maatgevend zijn, volstaat.

Samenstelling:

Leden:

Plv. leden:

Van den Berg (SGP)

Valk (PvdA),

voorzitter

Zijlstra (PvdA)

Apostolou (PvdA)

Hillen (CDA)

Verhagen (CDA)

M.B. Vos (GL)

Stellingwerf (RPF)

Hessing (VVD),

ondervoorzitter

Hoekema (D66)

Essers (VVD)

Van Ardenne-van der

Hoeven (CDA)

Van 't Riet (D66)

Van den Doel (VVD)

De Haan (CDA)

Koenders (PvdA)

Timmermans (PvdA)

Oplaat (VVD)

Niederer (VVD)

Van der Knaap (CDA)

Harrewijn (GroenLinks)

Van Bommel (SP)

Albayrak (PvdA)

Herrebrugh (PvdA)

Balemans (VVD)

Dittrich (D66)

Van Oven (PvdA)

Swildens-Rozendaal (PvdA)

Arib (PvdA)

Leers (CDA)

Van der Hoeven (CDA)

Vendrik (GL)

Van Middelkoop (GPV)

Weisglas (VVD)

Ter Veer (D66)

De Swart (VVD)

Eurlings (CDA)

Lambrechts (D66)

Blaauw (VVD)

Eisses-Timmerman (CDA)

Hindriks (PvdA)

Dijksma (PvdA)

Van Baalen (VVD)

E. Meijer (VVD)

Ross-van Dorp (CDA)

Karimi (GroenLinks)

Marijnissen (SP)

Van Gijzel (PvdA)

Duivesteijn (PvdA)

Wilders (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie