Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag lijst begroting Economische Zaken 2000

Datum nieuwsfeit: 19-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

verslag lijst vr-antw begroting ez 2000

Gemaakt: 21-6-2000 tijd: 17:11


27 109 WIJZIGING VAN DE BEGROTING VAN DE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN VAN HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN (XIII) VOOR HET JAAR 2000 (WIJZIGING SAMENHANGENDE MET DE VOORJAARSNOTA

Nr. 3 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

Vastgesteld 19 juni 2000

De vaste commissie voor Economische Zaken (1), belast met het voorbereidend onderzoek naar bovengenoemd wetsvoorstel, heeft de eer van haar bevindingen verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.

De vragen en de daarop door de regering gegeven antwoorden zijn hieronder afgedrukt. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Biesheuvel

De griffier van de commissie,

Tielens-Tripels


1 en 2

Waaruit bestaat de externe ondersteuning (5 miljoen) die nodig is bij de verwerving van de aandelen Tennet? (Blz. 4)

Bij de verwerving van een participatie in Tennet is externe ondersteuning nodig ten bedrage van NLG 5 mln. Waaruit bestaat die ondersteuning en door wie wordt die externe ondersteuning gegeven? (Blz. 4)

De externe ondersteuning betreft dienstverlening op het vlak van financiële en juridische advisering. De belangrijkste onderdelen van deze advisering betreffen een analyse en waardering van de onderneming waarin een meerderheidsbelang wordt verworven, advisering over de mogelijkheden van co-investeerders en de daarmee verband houdende doorplaatsing van aandelen en advies en assistentie ter zake het daaropvolgende proces van het structureren van en het onderhandelen over de vormgeving en de bijzonderheden van de transactie. Deze financiële en juridische ondersteuning wordt in 2000 (met een eventuele uitloop in 2001) geleverd door vooraanstaande Nederlandse marktpartijen.


3 en 4

De overboeking naar BZK betreft een bijdrage van EZ aan BZK voor de veiligheidsmaatregelen die in verband met het EK 2000 worden getroffen. Wat is de logica van deze bijdrage door EZ aan BZK en hoe is het bedrag van NLG 2,5 mln tot stand gekomen? (Blz. 5)

Kan worden medegedeeld waarom het ministerie bijdraagt aan de veiligheidsmaatregelen met betrekking tot de EK 2000? (Blz. 5)

Zoals aan de Kamer gemeld (Kamerstukken II 1999/2000, 26 227, nr. 25), heeft de overheid als randvoorwaarde voor een feestelijk en veilig EK2000 een pakket maatregelen ontwikkeld rondom het gastheerschap en voor de openbare orde en veiligheid. Het budget voor dit pakket (circa NLG 60 mln) is door een groot aantal ministeries, ieder vanuit hun eigen betrokkenheid bij het evenement, bijeengebracht. Vanwege het potentiële belang van sportevenementen voor de marketing van Nederland (zoals een aantrekkelijke vestigingsplaats, inkomend toerisme), heeft Economische Zaken NLG 2,5 mln bijgedragen aan het totaalpakket. De EZ-bijdrage is ingezet voor veiligheidsvoorzieningen, die een belangrijk onderdeel van het genoemde pakket vormen en van groot belang zijn voor het realiseren van een geslaagd Europees voetbalkampioenschap.


5

Waaruit bestaat en wat is de achtergrond van de claim van AcTAL ten bedrage van NLG 1,3

miljoen? (Blz. 6)

In het kader van het verminderen van de administratieve lasten van wet- en regelgeving heeft de Commissie De Slechte (Commissie Administratieve Lasten) een aantal aanbevelingen gedaan. Voor de uitvoering hiervan is in 2000 een bedrag van in totaal NLG 7,2 mln vrijgemaakt: NLG 5,190 mln voor monitoring-instrumenten en ICT-toepassingen (zie uitgavenartikel 05.21) en NLG 2,01 mln ten behoeve van het Adviescollege Terugdringing Administratieve Lasten (AcTAL).

Dit onafhankelijk adviescollege toetst voorgenomen regelgeving op de gevolgen voor administratieve lasten. Voor het secretariaat is in 2000 NLG 0,655 mln uitgetrokken (zie het uitgavenartikel 01.01). Het materiële budget bedraagt NLG 1,355 mln waarmee de kosten voor huur, inrichting en onderzoek worden gedekt.


6

Waaruit bestaan de hogere uitvoeringskosten van de regeling EIA ten bedrage van NLG 5 miljoen? Was het controleregime in voorgaande jaren niet streng genoeg? Wat heeft deze extra controle uitgaven doen ontstaan? (Blz. 6)

In de begroting 2000 waren middelen voor de uitvoering van de EIA opgenomen zoals deze oorspronkelijk vóór aanvang van de regeling werden verwacht. Inmiddels heeft zich bij de EIA een aantal ontwikkelingen voorgedaan.

Het aantal investeringsmeldingen is aanmerkelijk hoger dan oorspronkelijk verwacht en stijgt nog steeds. Oorspronkelijk werd uitgegaan van 3.000 meldingen in 1997, 4.000 in 1998 en 5.000 in 1999. In werkelijkheid is het aantal meldingen veel hoger geweest: 10.366 in
1997, 14.146 in 1998 en circa 16.400 in 1999. Voor 2000 worden inmiddels circa 18.000 meldingen verwacht.

De regeling is - met het oog op Brussel - generieker geworden dan oorspronkelijk voorzien. Daardoor is het aantal generieke meldingen flink gestegen (van circa 170 in 1998 naar circa 790 in 1999). Doordat dergelijke generieke meldingen intensiever dienen te worden onderzocht aan de hand van specifieke vragen en voorbeeldberekeningen, is de behandeling daarvan arbeidsintensiever - en daarmee duurder - dan gemiddeld.

Het controleregime wordt continu aangepast, waarbij zo snel mogelijk en zo goed mogelijk wordt ingespeeld op recente ontwikkelingen. Het regime is inmiddels strenger dan oorspronkelijk voorzien en dan waarmee het opstellen van de eerste ramingen van de uitvoeringskosten was gerekend.

Als gevolg van deze ontwikkelingen zijn de kosten van de uitvoerende organisatie, in casu Senter, hoger dan oorspronkelijk geraamd.


7

Waarom is er sprake van vertraging bij de voorbereiding en verwerking van projectvoorstellen voor het Nationaal Actieprogramma Elektronische Snelwegen? (Blz. 7)

Bij de totstandkoming van de voorstellen is vaak een groot aantal partijen, zowel binnen als buiten de overheid, betrokken, hetgeen er in sommige gevallen toe kan leiden dat voorstellen meer tijd nodig hebben om tot rijpheid te komen dan was voorzien bij het opstellen van de begroting voor een bepaald jaar. Ook treedt soms vertraging in de toezegging van subsidie op als de ingediende voorstellen nog onvoldoende zijn uitgewerkt, of de aanvragen onvolledig zijn. Daarnaast is een beperkt aantal voorstellen doorgeschoven naar 2000 in verband met de aandacht die het oplossen van het millennium vraagstuk in 1999 vroeg.

Overigens is het zo dat voorafgaand aan ieder jaar een tentatieve begroting voor dat jaar wordt opgesteld waarin wordt aangegeven welke activiteiten zullen worden gefinancierd. Gedurende het jaar kan het echter uiteraard voorkomen dat oorspronkelijk voorziene activiteiten meer tijd nodig hebben om tot rijpheid te komen of om andere redenen niet tot realisatie komen.


8

Waarom is 5 miljoen uit het FES afkomstige middelen niet voor het programma Economie, Ecologie en Technologie uitgegeven? (Blz. 7)

De oorspronkelijk voor 1999 geplande bijdrage uit het FES voor EET is bij Najaarsnota doorgeschoven naar 2000 als onderdeel van het in lijn brengen van de begrotingsbedragen met het tenderritme van EET (afwisselend worden 1 respectievelijk 2 tenders in een jaar afgerond).


9

Wat zijn de consequenties van het uitstellen van de verplichting voor een deel van de projecten voor het Nationaal Actie Programma Elektronische Snelwegen van 1999 naar 2000? Hoe zeker is het dat deze projecten in 2000 weer niet worden doorgeschoven naar 2001? (Blz. 7)

De consequentie van het uitstellen is dat een aantal van de oorspronkelijk voor 1999 beoogde activiteiten nu in 2000 in gang zal worden gezet. De kans op het wederom doorschuiven is gering omdat de middelen die zijn doorgeschoven voor een belangrijk deel gereserveerd waren voor het financieren van voorstellen die voortvloeien uit de werkzaamheden van de Task Force ICT en Arbeid. Nu het kabinetsstandpunt over deze voorstellen gereed is, kan tot financiering worden overgegaan.


10

Tegenover de extra uitgaven voor wat betreft het actieplan Professioneel Inkopen en Aanbesteden moeten zeker ook voordelen staan? Waar zijn deze geraamd c.q. geboekt? Waaruit bestaan de geraamde kosten van het plan van in totaal NLG 25 miljoen voor de periode
2000-2002? (Blz. 7)

Het Actieplan Professioneel Inkopen en Aanbesteden beoogt voordelen op verschillende vlakken te realiseren. Het gaat dan om meer kwaliteit en innovativiteit bij producten en diensten voor de overheid en/of een gunstigere prijs daarvoor, maar ook om beter functionerende markten met faire toegang en een transparantere, integere overheid.

In mijn brief aan de Tweede Kamer inzake het Actieplan Professioneel Inkopen en Aanbesteden (Kamerstukken II 1999/2000, 26 966, nr. 1) wees ik op voordelen die gehaald kunnen worden in situaties waar overheden openbaar (Europees) aanbesteden in vergelijking met direct gunnen aan een leverancier «om de hoek». Ervaringen in het buitenland (bijvoorbeeld Verenigd Koninkrijk) geven aan dat deze verwachtingen reëel zijn.

Ook van het inrichten van aanbestedingen op basis van functionele specificaties en integrale kosten («innovatief aanbesteden») en het inzetten van ICT bij aanbesteden en inkopen kunnen directe voordelen worden verwacht.

Ik wil echter benadrukken dat 'voordelen' hier niet in de eerste plaats moet worden opgevat als direct te realiseren besparingen. Professioneel Inkopen en Aanbesteden is een instrument dat moet leiden tot een verbeterde prijs - kwaliteitsverhouding van producten en diensten die overheden afnemen. En een betere prijs - kwaliteitsverhouding kan behalve goedkoper (direct of in termen van lagere kosten over de levenscyclus) óók betekenen een hogere kwaliteit van diensten en producten tegen dezelfde kosten.

Verder is Professioneel Inkopen en Aanbesteden een praktijk die, los van de kwaliteit en de prijs van overheidsactiviteiten, bijdraagt aan het beeld van een integere overheid. Professioneel inkopen en aanbesteden verloopt via objectieve criteria en vaste procedures, die voor iedereen helder zijn. Leveranciers opereren op een open en transparante markt, die iedereen gelijke kansen biedt. Degene met het beste aanbod wint en niet degene met de beste contacten. Verder wordt het bedrijfsleven door innovatieve aanbestedingen uitgedaagd om op de tenen te lopen en dit leidt tot een versterking van het innovatieve potentieel van het bedrijfsleven.

De kosten voor het Actieplan Professioneel en Innovatief Aanbesteden hebben betrekking op

een analyse van inkoopgedrag bij de overheid

workshops, voorlichting en pilotprojecten (vooral met het oog op Europees aanbesteden)

opleiding van en kennisoverdracht naar rijksinkopers

benutting van het internet ter verhoging van de doelmatigheid van rijksinkopen

apparaatskosten van het projectbureau dat een en ander moet vormgeven


11

Waaruit bestaat de kasverlaging van NLG 10 miljoen? (Blz. 7)

Het betreft hier diverse bijstellingen van de kasraming voor verschillende onderdelen van artikel 02.02 die worden ingezet binnen het geheel van uitvoeringsmutaties binnen de EZ-begroting. De neerwaartse bijstelling van de kasraming op dit artikel heeft naar verwachting geen beleidsmatige gevolgen, omdat het de inschatting is dat verplichtingen op dit artikel in 2000 lagere kasuitgaven met zich meebrengen.


12

Ten laste van welk artikel komen de uitgaven die samenhangen met de verkoop van de aandelen van koninklijke Schelde Groep NV? (Blz.7)

Ten tijde van het opstellen van de eerste suppletore begroting waren de onderhandelingen inzake de verkoop van aandelen van de Koninklijke Schelde Groep NV nog niet afgerond. De onderhandelingen zijn inmiddels met succes afgesloten, hetgeen ik u recent mondeling en schriftelijk heb medegedeeld. De benodigde bedragen zullen worden verwerkt in de tweede suppletore begroting 2000 op een in deze suppletore begroting te introduceren artikel 03.07 »Bijdrage aan KSG». Compensatie zal gevonden worden binnen het geheel van de EZ-begroting.


13

Waarom voldoet de begroting van Syntens nog steeds niet aan de eisen die EZ daaraan stelt?

Waaruit bestaan de tekortkomingen en op welke termijn worden die naar verwachting opgelost? (Blz. 8)

Syntens heeft verleden jaar een begroting ingediend. EZ heeft ten aanzien van die begroting nog een toelichting op verschillende zaken gevraagd. Deze zaken hadden betrekking op de hoogte van het subsidiebedrag en het concretiseren van enkele posten die open waren gelaten. Inmiddels heeft Syntens een nadere toelichting verstrekt. De door Syntens ingediende begroting voldoet thans

aan de door EZ gestelde eisen.


14

De extra uitgaven voor MEDEA en ITEA bedragen maar liefst NLG 22 mln. Waren deze extra uitgaven in verband met de samenloop van de uitloop van MEDEA en de opstart van ITEA niet te voorzien bij het opstellen van de begroting voor het jaar 2000? (Blz. 8)

Neen. Bij het opstellen van de begroting voor 2000 was de planning voor het ITEA programma nog niet bekend. De besluitvorming bij Philips hierover heeft gedurende 1999 plaatsgevonden. De Kamer is eind 1999 over ITEA geïnformeerd. De gemiddelde bijdrage over de jaren 1999-2002 blijft overigens ongewijzigd NLG 65 mln.


15

Wanneer zullen de begrote verplichtingen daadwerkelijk worden uitgegeven?

Wat zijn de door EZ aangescherpte eisen van Syntens? (Blz. 8)

Deze verplichtingen zullen in 2000 worden aangegaan. De eisen ten aanzien van Syntens zijn voor 2000 niet aangescherpt ten opzichte van
1999. Wel wil EZ de relatie met Syntens meer professionaliseren. In dit kader past ook de slag van sturing op basis van inputfactoren naar afrekening op basis van effect-/outputindicatoren. Met de nulmeting wordt daarvoor een basis gelegd.


16

Waar en wanneer zijn de extra uitgaven i.v.m. de ontwikkelingen bij Fokker Space Systems geboekt? (Blz. 9)

De uitgaven in verband met de ontwikkelingen bij Fokker Space Systems worden in 2000 en 2001 geboekt op artikel 02.07 «Internationale ruimtevaartprogramma's».


17

CVO projecten gaan later van start en er zal in 2000 NLG 14,9 mln minder kasbudget nodig zijn. Hoeveel zal door deze vertraging in latere jaren aan extra kasbudget nodig zijn? (Blz. 9)

Van het voor 2000 geraamde kasbudget wordt NLG 14,9 mln niet in 2000, maar in latere jaren ingezet. Er is boven dit bedrag geen extra kasbudget als gevolg van de vertraging voorzien.


18

Wat is de reden dat het aantal en de omvang van TOK-aanvragen sterk zijn gestegen? (Blz. 10)

Op het beroep dat op de TOK wordt gedaan, zijn diverse factoren van invloed. Dat het aantal aanvragen zoveel hoger is dan verwacht, ligt onder meer aan de aanhoudend gunstige economische ontwikkelingen. Bedrijven, met name middelgrote en (startende) kleine, zetten sneller de stap richting een ontwikkelingsproject. De TOK is een belangrijk element bij het realiseren van de financiering. Daarnaast zijn in 2000 twee grote TOK projecten (met een projectomvang van meer dan NLG 25 mln) ingediend, wat de gemiddelde projectomvang sterk doet stijgen.


19

Voor welk gedeelte van de beschikbare extra middelen voor innovatieve onderzoeksclusters zijn zodanige voorbereidingen gereed dat de uitgaven nog in 2000 plaats zullen vinden?

(Blz. 11)

Zodra SDE (Stichting Duurzame Energie) aan de subsidieverplichtingen
1999 heeft voldaan, kan voor 2000 worden gecommiteerd. Vervolgens kan naar verwachting in 2000 nog voor een bedrag van in totaal maximaal NLG 2,4 mln aan uitgaven voor SDE plaatsvinden. Voor Connekt (Kenniscentrum Verkeer en Vervoer) ligt dit anders. Hier zal de eerste commitering naar verwachting eind dit jaar plaatsvinden. De eerste uitgaven zullen vervolgens in 2001 plaatsvinden.

20

Waardoor wordt de temporisatie AXIS veroorzaakt? Is het mogelijk ten behoeve van specifieke en snel te realiseren investeringen, samenhangend met de doelstellingen van AXIS, direct middelen in te zetten? (Blz.11)

AXIS is medio 1998 opgericht en heeft, zoals elke startende stichting, een aanloopperiode gekend (selectie van medewerkers, ontwikkeling van criteria en dergelijke). Inmiddels is de aanloopfase achter de rug en ligt de uitvoering op schema. AXIS heeft de mogelijkheid ten behoeve van specifieke en snel te realiseren investeringen middelen in te zetten, gegeven de doelstellingen en activiteitenplanning zoals deze door het bestuur zijn vastgesteld.


21

Waarom neemt het opstarten van de innovatieve onderzoeksclusters meer tijd in beslag dan voorzien? (Deze reden komt vaker voor bij de uitleg van de begrotingsposten!) (Blz. 11)

Van de twee innovatieve onderzoeksclusters is SDE (Stichting Duurzame Energie) al gestart en Connekt (Kenniscentrum Verkeer en Vervoer) nog niet. De belangrijkste reden voor de vertraging bij Connekt is dat veel vraagpartijen (bedrijven uit de distributie-vervoerssector) nog geen of weinig ervaring hebben met collectief fundamenteel-strategisch onderzoek. Daardoor bleek het in de praktijk moeilijk te zijn om van die partijen de nodige betrokkenheid en investeringsbereidheid te krijgen voor dit type onderzoek. Toch zijn deze betrokkenheid en investeringsbereidheid nodig om ervoor te zorgen dat het onderzoek voldoende wordt afgestemd op de vraagkant en om te bevorderen dat de uitkomsten vervolgens ook worden benut. Inmiddels is door Connekt een proces in gang gezet waarbij vraagpartijen de kans krijgen hun onderzoekswensen naar voren te brengen. Het ziet ernaar uit dat eind
2000 Connekt, in samenwerking met NWO, een beperkt vierjarig programma zal hebben ingevuld en dat vervolgens de subsidie kan worden gecommiteerd.


22

Wanneer verwacht de minister dat de besluitvorming over de start- en landingsbaan van het vliegveld Eelde wel afgerond zal worden? (Blz.
12)

Binnenkort worden de aanwijzingsbesluiten, waarin de zonering en de baanverlenging zijn opgenomen, naar de Tweede Kamer gezonden. Na instemming van de Tweede Kamer zullen deze door de Ministers van V&W en VROM worden getekend. Vervolgens moet de gemeente Tynaarlo het zoneringsbesluit vertalen in een bestemmingsplan en kan zonodig separaat een onteigeningsprocedure worden gestart. Als gevolg van eventuele bezwaren en beroepen is niet aan te geven wanneer de verschillende procedures zullen zijn afgerond. Het is dan ook niet duidelijk wanneer precies tot realisering van de verlenging van de start- en landingsbaan kan worden overgegaan.


23

In 1999 is er een groot beroep op de IPR gedaan en is NLG 10 miljoen aan verplichtingenruimte uit 2000 naar voren gehaald. Wat was de reden voor het grotere beroep op IPR in 1999 en waarom wordt er geen groter beroep op IPR in 2000 verwacht? (Blz. 13)

De reden voor een groter beroep op IPR in 1999 is te vinden in een sterk aantrekkende investeringsimpuls in met name Noord-Nederland. Voorts is rekening gehouden met een beëindiging van de regeling in
1999 waardoor lopende aanvragen in dat jaar dienden te worden afgewikkeld. De Kamer is toegezegd dat deze aanvragen niet afgewezen zouden worden als gevolg van een voortijdige uitputting van het budget. Daarvoor dienden extra middelen aan het IPR-budget te worden toegevoegd.

Op dit moment wordt geen groter beroep op de IPR in 2000 verwacht, gegeven de omvang van de in 1999 ingediende en afgewikkelde aanvragen en gelet op het vooralsnog ontbreken van een vervolgbesluit door de Europese Commissie ter zake van de Nederlandse steunkaart en de IPR-regeling.


24

Hoe groot is de kans dat het GSB budget weer moet worden doorgeschoven naar 2001 in verband met het niet tijdig afronden van de ISV-wet en de stadseconomieregeling? (Blz. 14)

Er wordt onveranderd vanuit gegaan dat de beschikkingen en eerste bevoorschottingen van het GSB-budget voor stadseconomie nog in 2000 zullen kunnen plaatsvinden. De AMvB voor niet-fysieke stadseconomie wordt een dezer dagen voor advies naar onder meer de Raad van State gezonden. Deze beschikkingen zullen indien mogelijk gelijktijdig worden afgegeven met die voor het ISV, waarvan de gebundelde bijdragen van EZ en VROM voor fysieke stadseconomie deel uitmaken. Dit veronderstelt uiteraard tijdige afronding van de parlementaire behandeling van de ISV-wetgeving.


25 en 37

Waarop baseert de minister de veronderstelling dat de ontvangsten uit TOK voor 2000 zich "naar alle waarschijnlijkheid" niet zullen voordoen? (Blz. 14)

Waarom doen de verhoogde TOK-ontvangsten zich niet voor? Op welke aanname was die verhoging gebaseerd? Welke overwegingen lagen daaraan ten grondslag te meer daar het om een bedrag van maar liefst NLG 25 mln gaat? (Blz. 22)

In de vastgestelde begroting 2000 is het amendement Hindriks / Van Walsum (Kamerstukken II 1999/2000, 26 800 XIII, nr. 27) verwerkt. De financiële impuls voor het stimuleren van de herstructurering van bedrijventerreinen in de grote steden kon volgens het amendement worden gedekt uit een ophoging van de TOK-ontvangsten met jaarlijks NLG 25 mln in de periode 2000 tot en met 2003. Dit omdat de gerealiseerde TOK-ontvangsten in voorgaande jaren ook hoger waren dan oorspronkelijk werd begroot. Bij de behandeling van het amendement in de Kamer heb ik aangegeven dat hogere TOK-ontvangsten zich naar alle waarschijnlijkheid niet meer zullen voordoen in de periode 2000 tot en met 2003, omdat de hogere ontvangsten in eerdere jaren werden veroorzaakt door snellere terugbetalingen op enkele grote TOK's. Versnelde terugbetalingen in deze omvang worden naar het huidige inzicht niet verwacht voor de jaren 2000 tot en met 2003. Om die reden wordt de door middel van het genoemde amendement aangebrachte verhoging van de raming van de TOK-ontvangsten teruggedraaid. Om de impuls toch te kunnen uitvoeren, heeft het kabinet besloten de uitgaven te financieren uit het Fes.


26

In de toelichting bij dit artikel staat dat het budget voor de geplande activiteiten voor «Rotterdam, culturele hoofdstad» in 2000 zal worden overgeheveld naar het Ministerie van OC&W. In de opbouw van de verplichtingen is e.e.a. niet terug te vinden, kan dit worden toegelicht? (Blz. 15)

Nadat het bedrijfsplan gereed is en door de betrokken partijen is gefiatteerd, zal de EZ-bijdrage worden overgeheveld. Dit zal naar verwachting in het vierde kwartaal plaatsvinden.


27

Waaruit bestaan de kosten voor monitoring-instrumentarium en ICT-toepassingen ten bedrage van NLG 5,2 miljoen? (Blz. 15)

De uitvoering van de monitoring, het doormeten van de bestaande administratieve lastendruk, wordt uitbesteed. Dit zijn de kosten voor het monitoring-instrumentarium. De kosten betreffende ICT-toepassingen zijn voorzien voor de opzet van het internet groeimodel zoals beschreven in de brief aan de Tweede Kamer van 11 februari 2000 (TK
1999/2000 24 036, nr. 148).


28

Waarom komen de in het verleden aangegane verplichtingen trager tot betaling? (Blz. 18)

Het betreft projecten die in de uitvoering vertraging hebben opgelopen. De betalingen zijn gekoppeld aan de mate waarin projecten in de uitvoering zijn gevorderd. Indien de projecten vertraging oplopen, komen de daarmee samenhangende uitgaven eveneens op een later tijdstip tot betaling.


29

Wat wordt verstaan onder «Desaldering premie-ontvangsten IFOM»? (Blz.
16)

Desaldering van de premie-ontvangsten IFOM wil zeggen dat de uitgavenbegroting (kas en verplichtingen) verhoogd wordt met de bedragen die overeenkomen met de extra premie-ontvangsten.


30

Worden middels IFOM ook ontwikkelingsrelevante investeringen bevorderd? Zo nee, is het mogelijk het beschikbare budget daar geheel of ten dele alsnog voor in te zetten? (Blz.16)

Ja. De doelstelling van het EZ-investeringsinstrumentarium, waarvan de IFOM onderdeel uitmaakt, is met nadruk tweeledig:


1. Bevordering van de transitie c.q. ontwikkeling van het ontvangende land naar een markteconomie


2. Ondersteuning van het Nederlands (m.n. MKB-)bedrijfsleven op deze risicovolle markten

IFOM bevordert ontwikkelingsrelevante investeringen in de locale particuliere sector. Bij de beoordeling van aanvragen wordt nadrukkelijk gekeken naar het duurzame karakter van de beoogde investering: portfolio-investeringen of investeringen met een hoog speculatief karakter (b.v. in de onroerend goed sector) worden niet ondersteund. Daarnaast wordt de ondersteuning verstrekt aan de onderneming die in de opkomende markt zelf is gevestigd, en niet direct aan de Nederlandse investeerder die daarin participeert. Uit de in 1998 afgeronde evaluatie van de faciliteit blijkt dat de IFOM daadwerkelijk een positieve bijdrage levert aan het transitieproces in (toen nog uitsluitend) Midden- en Oost Europa.


31

Hoeveel projecten betreft naar schatting het verhoogde beroep op GOM met NLG 20 mln? (Blz. 17)

Theoretisch bestaat de mogelijkheid dat de additionele NLG 20 mln voor
1 project gebruikt kan worden. Op grond van de overeenkomst kan namelijk een lening van maximaal NLG 10 mln worden herverzekerd. Een dergelijke lening levert een belasting op het obligo op van circa NLG
15 mln. Echter, op basis van de ervaringscijfers is het te verwachten dat minimaal twee transacties gefaciliteerd kunnen worden.

32

Wat wordt bedoeld met de zinsnede dat "een deel van de door de EVD geïnitieerde activiteiten niet volledig wordt uitgevoerd"? (Blz. 18)

Met die zinsnede wordt bedoeld dat de verplichtingen die de EVD aangaat deels weer worden ingetrokken, omdat de corresponderende kasuitgaven op grond van ervaringscijfers niet worden gerealiseerd. Om toch in de gelegenheid te zijn het kasbudget geheel uit te putten, is dus een ruimer verplichtingenbudget nodig.


33

Hoeveel bedraagt de in de afgelopen 10 jaar aangegane verplichtingenruimte waar geen kasuitgaven tegenover staan? (Blz. 18)

De verplichtingen- en kasrealisaties op artikel 07.04 over de afgelopen 10 jaar zijn:

Jaar Verplichtingen Kas Saldo realisatie

verplichtingen -/- kas


1999 27 170 24 107 +3 063


1998 25 760 21 336 +4 424


1997 23 570 20 714 +2 856


1996 24 821 24 912 -/-91


1995 21 632 22 442 -/-810


1994 22 135 24 156 -/-2 021


1993 23 834 23 756 +78


1992 23 176 26 933 -/-3 757


1991 33 545 34 895 -/-1 350


1990 34 145 33 666 +479


1989 32 173 31 451 +722

Uit bovenstaande cijfers blijkt dat vooral in de laatste drie jaren de aangegane verplichtingen hoger waren dan de benodigde kasruimte. In de eerdere jaren was weleens van het omgekeerde sprake.


34

Kan nadere uitleg van de mutatie worden gegeven, de toelichting is volstrekt niet duidelijk? (Blz. 19)

Op basis van de inzichten van de belastingdienst is de raming van de bruto WIR-uitgaven met NLG 15 mln verlaagd. Daar staat tegenover dat naar verwachting NLG 10 mln meer dan eerder was geraamd zal worden betaald op grond van de temporiseringsmaatregel ('WIR-knip'). Voor een gedetailleerde uiteenzetting over de verhouding tussen bruto WIR, knip-effect en desinvesteringsbetalingen zij verwezen naar de begroting van Economische Zaken voor 2000 (Kamerstukken 1999/2000,
26 800 XIII, nr. 2, blz. 164).

Voorts is gebleken dat de Belastingdienst in 1999 ten onrechte circa NLG 20 mln aan ontvangsten heeft geboekt. Deze boeking wordt in 2000 gecorrigeerd. Als deze correctie in de ontvangstenraming zou worden verwerkt, zou deze negatief worden. Volgens de Comptabiliteitswet dient een negatieve ontvangst als uitgave geraamd te worden. Om deze reden is deze correctieboeking in de uitgavenraming verwerkt, waardoor deze met NLG 20 mln wordt verhoogd.

In de onderstaande tabel zijn de bovengenoemde mutaties samengevat.

Mutaties (in NLG mln)

Aanpassing bruto WIR


-15
Effect temporiseringsmaatregel


+10
Correctieboeking


+20
Totale mutatie


+15

35

Nederland betaalt voor de periode 2000-2003 in één keer de vier jaarlijkse bijdrage ten bedrage van NLG 74,9 mln. Ook al mag Nederland het financieringsvoordeel aftrekken dan nog is een bedrag van NLG 57,3 mln zoals in het mutatiestaatje is aangegeven, veel lager dan het bedrag van NLG 74,9 mln. Waaruit bestaat het verschil? (Blz. 20)

Het bedrag van NLG 74,9 mln betreft de bijdrage voor de gehele vierjarige periode 2000-2003. Bij het opstellen van de inmiddels vastgestelde begroting 2000 was nog geen rekening gehouden met het in één keer betalen van de gehele bijdrage. In de vastgestelde begroting was dan ook uitsluitend de 2000-tranche van de uitgaven geraamd. Daaraan dient nu het totaal van de drie tranches voor de jaren 2001 -
2003 te worden toegevoegd.


36

Hoe weet EZ uit welke verplichtingen de kasbehoefte van NLG 32 mln bestaat? (Blz. 21)

Het CO2-reductieplan wordt uitgevoerd door Senter. Als uitvoerder heeft Senter zicht op de gang en stand van zaken van projecten in het CO2-reductieplan. De NLG 32 mln aan kas die nu wordt opgevraagd, is gebaseerd op ramingen van Senter.


38

Is 2000 het laatste jaar waarin nog ontvangsten van Nedcar zullen plaats vinden? Zo niet hoelang zullen de ontvangsten nog voortduren en hoeveel zullen zij bedragen? (Blz. 23)

De NedCar inkomsten betreffen:

terugbetaling lening ad NLG 700 mln in de periode 1998-2004.

betaling spare parts inkomsten Volvo 400 serie in de periode tot en met 2016. Deze inkomsten zijn afhankelijk van de omzet van de onderdelen voor deze serie.

terugbetaling zogenaamde Carpac loan door Volvo Cars Corporation in de periode 1998-2007 met bedragen van NLG 1,4 mln per jaar.

Deze inkomsten worden verrekend met een vordering die NedCar op de Staat heeft uit hoofde van het verlies op de Volvo 400 serie. Naar verwachting zal voor de Staat nog een batig saldo resteren van naar verwachting tussen de NLG 400 mln en NLG 500 mln, rekening houdend met alle gerelateerde kosten zoals de overname van de aandelen die DSM in
1991 in NedCar had en de voorfinanciering van de lening ad NLG 700 mln (zie garantie aan de Stichting NedCar Projectfinanciering).

39

Waaruit bestaat de incidentele ontvangst? (Blz. 25)

Het betreft de ontvangst op een vordering die is ingesteld naar aanleiding van de eindafrekening van een project in het kader van «Exportfinancieringsarrangement Indonesië».


40

Wat is de laatste schatting van de aardgasbaten in 2000? Immers de olieprijs en de dollar liggen al geruime tijd ver boven de prijzen die voor het opstellen van de suppletore begroting zijn gehanteerd. (Blz.
26)

De laatste schatting van de aardgasbaten is de schatting zoals opgenomen in de toelichting bij de eerste suppletore begroting 2000. De aardgasbaten zijn sterk afhankelijk van de olieprijs. Gezien de sterke en snelle fluctuaties in zowel de olieprijs in dollars (recent variërend van $ 20 tot $30), de dollarkoers (recent variërend van NLG
2,50 tot NLG 2,30) en het samenstel van beide, wordt de invloed van deze variabelen op een beperkt aantal momenten doorgerekend ten behoeve van een bijstelling van de ramingen van de aardgasbaten. De eerstvolgende gelegenheid daarvoor is de Miljoenennota 2001. Dan zullen de aardgasbaten bijgesteld worden op basis van de dan geldende stand van en verwachtingen over olieprijs, dollarkoers en afzet.

41

Er waren toch ook in andere jaren preferente aandeelhouders? Of is de winstschatting voor UCN lager uitgekomen dan geraamd? (Blz. 27)

De vier private aandeelhouders zijn tevens houder van winstbewijzen met een recht op een aandeel in de winst dat preferent is aan het recht van de gewone aandeelhouders. De aan de winstbewijzen verbonden rechten zullen naar verwachting ultimo 1999 volledig zijn ingelost en komen daarmee te vervallen. De winstschatting voor UCN is iets te ruim geweest (circa NLG 2 mln). De bijstelling is met name het gevolg van het abusievelijk niet in aftrek nemen van de volgens een vaste formule te bepalen uitkering aan de winstbewijshouders. Hierdoor vermindert de beschikbare winst die aan de gewone aandeelhouders kan worden uitgekeerd. De oorzaak van de bijstelling is dus met name administratief-technisch van aard.

Samenstelling:

Leden:

Plv. leden:

Blaauw (VVD)

Biesheuvel (CDA),

voorzitter

Witteveen-Hevinga (PvdA)

Leers (CDA)

Voûte-Droste (VVD),

ondervoorzitter

Van Zuijlen (PvdA)

M.B. Vos (GroenLinks)

Rabbae (GroenLinks)

Marijnissen (SP)

Hessing (VVD)

Giskes (D66)

Crone (PvdA)

Van Dijke (RPF)

Van Walsem (D66)

Hofstra (VVD)

Wagenaar (PvdA)

De Boer (PvdA)

Verburg (CDA)

Stroeken (CDA)

Ravestein (D66)

Geluk (VVD)

Van den Akker (CDA)

Blok (VVD)

Hindriks (PvdA)

Dijsselbloem (PvdA)

Snijder-Hazelhoff (VVD)

Atsma (CDA)

Kalsbeek-Jasperse (PvdA)

Wijn (CDA)

Klein Molekamp (VVD)

Schoenmakers (PvdA)

Van der Steenhoven

(GroenLinks)

Vendrik (GroenLinks)

Poppe (SP)

De Swart (VVD)

Van den Berg (SGP)

Kuijper (PvdA)

Van Middelkoop (GPV)

Schimmel (D66)

Van Baalen (VVD)

Herrebrugh (PvdA)

Smits (PvdA)

Schreijer-Pierik (CDA)

Van der Hoeven (CDA)

Bakker (D66)

Van Beek (VVD)

De Haan (CDA)

Udo (VVD)

Hamer (PvdA)

Koenders (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie