Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beperken duur en last prejustitiële procedures

Datum nieuwsfeit: 20-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Hoge Raad der Nederlanden

De Hoge Raad doet suggesties aan het Hof van Justitie voor Europese integratie om te komen tot beperking van duur en last van prejustitiële procedures

Bron: Hoge Raad der Nederlanden 's-Gravenhage
Datum actualiteit: 20-06-2000

Advies


1. Inleiding

1.1. De Hoge Raad (met inbegrip van het parket bij deze Raad stelt) voorop dat naar zijn oordeel het belang van het Hof van Justitie voor de Europese integratie moeilijk kan worden overschat. In de Europese rechtspraak dreigt echter een structurele wanverhouding te ontstaan tussen het aantal binnenkomende zaken enerzijds en de capaciteit van het Hof zelf en van het Gerecht van eerste aanleg anderzijds.


1.2. Het Hof van Justitie heeft zelf uiting gegeven aan zijn zorgen, onder meer in een document ter overweging, getiteld "De toekomst van de Rechtspleging in de Europese Unie". Die zorgen worden mede veroorzaakt door de onvermijdelijke, aanzienlijke stijging van het aantal zaken als gevolg van onder meer de inwerkingtreding van de derde fase van de EMU, van het Verdrag van Amsterdam en van de uitbreiding van de EU.
De thans reeds te lange procesduur voor het Hof, met inbegrip van het Gerecht van eerste aanleg, dreigt onaanvaardbaar lang te worden. Het door het Hof op 1 juli 1999 gedane voorstel tot wijziging van het Reglement voor de procesvoering, dat de Raad inmiddels heeft goedgekeurd, voorziet op enkele punten in de grondslag voor het volgen van de aanbevelingen die hieronder worden gedaan. Te noemen zijn het achterwege laten van de mondelinge behandeling en het verzoeken om verduidelijking aan de nationale rechter.
De Hoge Raad spreekt de hoop uit dat van deze mogelijkheden in voorkomende gevallen een ruim gebruik zal worden gemaakt en dat het Hof ook de financiële armslag zal krijgen om dit te doen.

1.3. In dit advies doet de Hoge Raad enkele suggesties om - los van de voorgenomen uitbreiding van de Europese Unie - te komen tot beperking van de duur van prejudiciële procedures en van de last die deze op het Hof leggen


2. Beperking aantal prejudiciële procedures
2.1. Teneinde te voorkomen dat nutteloze vragen worden gesteld, zal de kennis van de stand van het gemeenschapsrecht bij de nationale rechters moeten worden vergroot. In het bijzonder is van belang dat de nationale rechter gemakkelijk kan nagaan of over een bepaalde vraag van interpretatie van Europees recht een uitspraak van het Hof bestaat, dan wel of die vraag bij het Hof aanhangig is. Een middel om dat laatste te bereiken zou een gemakkelijk toegankelijke database (bijv. op een open Internetsite) zijn, waarin men op trefwoord naar beslissingen over een bepaald onderwerp kan zoeken.
Daarmee kan worden bereikt dat er minder vragen worden gesteld en dat de vragen die gesteld worden beter worden geformuleerd.

2.2. Voorts zou aandrang op de lidstaten kunnen worden uitgeoefend contactpersonen, behorend tot de nationale rechterlijke macht, aan te stellen, die goed op de hoogte zijn van het gemeenschapsrecht en de rechtspraak daarover en die de nationale rechters kunnen adviseren over het nut van het vragen van een prejudiciële beslissing in een bepaald geval en, zo ja, over de formulering van de vragen.

2.3. Indien lidstaten tot dit doel rechters in Luxemburg willen detacheren (zoals de Franse Cour de Cassation heeft aanbevolen), zou het Hof zulke gedetacheerde rechters bepaalde faciliteiten kunnen verlenen, opdat zulke personen zich zo goed mogelijk op de hoogte kunnen stellen van de Europese rechtspleging, teneinde de gerechten in hun lidstaat daarover voorlichting te verschaffen.

2.4. Verzoeken om een prejudiciële beslissing die een acte clair of een acte clair betreffen, zouden bij beschikking van de President moeten kunnen worden afgedaan.
Teneinde meer zekerheid te verschaffen over de vraag of sprake is van een acte clair, zou het criterium van het arrest-CILFIT kunnen worden uitgewerkt en gepreciseerd.


2.5. De Hoge Raad is geen voorstander van vervanging van het prejudiciële stelsel door beroep van partijen in het bodemgeding op het Hof.
Dit zou in strijd zijn met de uitgangspunten van samenwerking en gelijkwaardigheid en geen garantie bieden voor een snellere gang van zaken.


2.6. Evenmin voelt de Hoge Raad voor een stelsel waarin alleen de hoogste nationale rechter bevoegd is tot het stellen van vragen. Dit zou doorprocederen tot in hoogste nationale instantie stimuleren en soms noodzakelijk maken en daarmee de procesduur vaak onnodig verlengen.
Voorts zou een dergelijke beperking de taak van de lagere nationale rechters moeilijker maken en mogelijk ook hun de bereidheid zich het gemeenschapsrecht eigen te maken verminderen.


2.7. Ten slotte verdient de mogelijkheid prejudiciële vragen van uitleg te stellen te beperken tot het primaire gemeenschapsrecht evenmin ondersteuning.
De behoefte aan en het belang van prejudiciële beslissingen is bij het secundaire recht, in het bijzonder verordeningen en richtlijnen, zeker even groot als bij het primaire verdragsrecht. De uniforme uitleg van harmonisatierichtlijnen is essentieel voor het welslagen van de harmonisatie van wetgeving in de Gemeenschap.


3. Overbrenging van zaken van het Hof naar het Gerecht van eerste aanleg

3.1. De gedachte het Gerecht van eerste aanleg met een deel van de prejudiciële zaken te belasten, ontmoet bij de Hoge Raad in haar algemeenheid bezwaren. De rechtseenheid maakt het nodig toch in een mogelijkheid van hoger beroep bij het Hof te voorzien. Die mogelijkheid leidt echter op zichzelf al tot een verlenging van de prejudiciële procedure, zelfs indien er geen beroep wordt ingesteld, maar vooral wanneer dit wel gebeurt.


3.2. De soms - met name in het rapport van de werkgroep, voorgezeten door de vroegere president van het Hof, Ole Due - geuite gedachte bij het Hof slechts een voorziening "in het belang der wet" open te stellen, verdraagt zich niet goed met een prejudiciële procedure. Een voorziening in het belang der wet brengt geen nadeel toe aan door partijen verkregen rechten. De prejudiciële procedure raakt de positie van partijen niet rechtstreeks. Een prejudiciële beslissing heeft slechts een richtinggevende functie voor de nationale rechter en het lijkt niet goed mogelijk die rechter te verbieden met een hogere prejudiciële voorziening rekening te houden. Zulk een verbod zou bij de justitiabelen, naar te vrezen is, weinig begrip vinden. Het is voorts moeilijk denkbaar dat de nationale rechter, ook in de zaak waarin het gerecht een prejudiciële beslissing heeft gegeven, deze volgt wanneer het Hof die beslissing inmiddels vernietigd heeft. Vooral met door lagere nationale rechters gevraagde prejudiciële beslissingen kunnen zich problemen voordoen. Voor een door een uitspraak van de nationale rechter, gebaseerd op een prejudiciële beslissing, in het ongelijk gestelde partij zal het aantrekkelijk zijn tegen die uitspraak in beroep te gaan, in de hoop dat in de tussentijd het Hof de beslissing van het Gerecht heeft vernietigd. Hetzelfde kan zich bij de hoogste rechter voordoen, nl. wanneer deze, na een prejudiciële beslissing, een uitspraak van een lagere rechter vernietigt en de zaak ter afdoe-ning weer naar een lagere rechter verwijst.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat een beroep in het belang der wet tegen een prejudiciële uitspraak van het Gerecht van eerste aanleg, niet of nauwelijks te onderscheiden is van een gewone hogere voorziening van zulk een uitspraak en daardoor dezelfde bezwaren ontmoet.


3.3. Wel verdient de gedachte overweging de taak prejudiciële beslissingen vast te stellen over te hevelen naar het Gerecht van eerste aanleg voor verzoeken met betrekking tot relatief geïsoleerde rechtsgebieden. Beslissingen op zulke gebieden zullen doorgaans geen precedentwerking hebben voor vra-gen op andere gebieden. Het openstellen van een hogere voorziening terwille van de rechtseenheid is dan niet vereist.
In dit verband kan men denken aan het EEX-verdrag, de in voorbereiding zijnde verordening op het gebied van het internationaal privaatrecht en aan regels van, of op grond van, de Bepalingen inzake politiële en justitiële samenwerking in strafzaken in het Unieverdrag. Voor dergelijke taken zouden enkele specialisten in het Gerecht kunnen worden benoemd, eventueel op een bijzondere basis, oproepbaar voor zaken op het gebied van hun specialisme.
Wil men komen tot een taakverschuiving van Hof naar Gerecht, dan zou dit beter ten aanzien van andere procedures dan de prejudiciële kunnen gebeuren, waarbij het voorbeeld van inbreukprocedures met betrekking tot de omzetting van richtlijnen te noemen is. In sommige gevallen is het wellicht ook mogelijk dat het Hof de uitleg van rechtsregels geeft en de zaak vervolgens ter uitwerking naar het Gerecht verwijst

4. Versnelling van de prejudiciële procedure
4.1. De dialoog tussen het Hof en verwijzende nationale rechters zou kunnen worden versterkt, doordat het Hof, wanneer het problemen heeft met betrekking tot de strekking of de formulering van gestelde vragen, dan wel het aan het bodemgeschil ten grondslag liggende feitencomplex, daarover met het desbetreffende nationale gerecht contact zou opnemen Van de zijde van het Hof zou zulk een dialoog desgewenst door de advocaat-generaal of de rechter-rapporteur kunnen worden gevoerd.

4.2. De Hoge Raad heeft goede ervaringen met een geheel schriftelijke procedure. Hij is zich ervan bewust dat dit in het Europese kader anders kan liggen en dat, althans in sommige zaken, een zekere behoefte aan mondelinge behandeling zal bestaan. Denkbaar zou echter zijn althans interveniërende Europese Instellingen en lidstaten, maar mogelijk ook de partijen in het bodemgeding, voor de keus te stellen hetzij schriftelijk, hetzij mondeling te interveniëren. Indien het Hof behoefte zou hebben aan een mondelinge toelichting op of aanvulling van een schriftelijke interventie, zou het daarom kunnen verzoeken.
Dit zou tot belangrijke tijdwinst kunnen leiden.

4.3. Het Hof zou de mogelijkheid moeten krijgen interveniënten peremptoir te stellen. Het thans veel voorkomende vragen om uitstel heeft verlenging van de procedure tot gevolg. Peremptoirstelling, inhoudend dat een aspirant-interveniënt niet meer aan het woord komt na afloop van de vastgestelde datum, zal om die reden nuttig kunnen zijn.


4.4. Het Hof zou in sterkere mate dan voorheen kunnen leunen op de conclusie van de advocaat-generaal, gesteld dat het Hof het met die conclusie (in grote lijnen) eens is. De Hoge Raad beperkt zich herhaaldelijk tot een verwijzing naar de conclusie. Zo nodig zou het aantal advocaten-generaal kunnen worden uitgebreid, hetgeen - als gevolg van de individuele werkwijze van de advocaten generaal - niet dezelfde bezwaren ontmoet als uitbreiding van het Hof.

5. Slotopmerkingen

5.1. Na uitbreiding van het Hof als gevolg van toetreding van nieuwe lidstaten, zou plenaire behandeling, ook van prejudiciële zaken, hoge uitzondering moeten worden. Het Hof zou zich in vaste kamers, met een zekere specialisatie op onderwerp, moeten verdelen. Dit is bij nationale gerechten ook het geval. Er bestaan methodes om te verzekeren dat het Hof toch n lijn blijft volgen.

5.2. Aan-pas-sing van de reglementen die kan leiden tot snellere procedures en vergroting van de verwerkingscapaciteit ware zo snel mogelijk te realiseren. In de huidige situatie is de duur van - onder meer prejudiciële - procedures in het algemeen -al te lang.

5.3. Aanmerkelijke tijdwinst zou kunnen worden behaald door het aantal werktalen te beperken, waarbij interveniënten en partijen desgewenst zelf voor een vertaling in een werktaal kunnen zorgen.
16 juni 2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie