Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Voorjaarsnota 2000

Datum nieuwsfeit: 20-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Voorjaarsnota 2000 (200600)

Den Haag, 20 juni 2000

Het beeld van de overheidsfinanciën is zonnig en onvergelijkbaar met de dreigingen aan het begin van de kabinetsperiode. CDA is blij met die omslag en die omslag lijkt voorlopig aan te houden. Vorige week werd in de pers opnieuw melding gemaakt van een extra meevaller dit jaar van 1,5 miljard. Is dit bericht juist, waar is deze meevaller op terug te voeren en is het kabinet voornemens hieraan een bestemming in de uitgavensfeer te geven? Ook de aard van de financieel-economische vragen begint te veranderen: toen dreiging van oplopend financieringstekort, hogere staatsschuld, tegenvallende inkomsten
e.d., nu miljardenmeevallers maar ook risicos van oververhitting en snel toenemende schaarste op de arbeidsmarkt (en al die veranderingen in een tijdbestek van nauwelijks anderhalf jaar!). Het is zaak de goede financieel-economische ontwikkeling vast te houden en de intensiveringen ook op langere termijn te kunnen continueren. Tegelijkertijd wel letten op een aantal kwetsbare ontwikkelingen en uiteraard op zaken die mensen bezighouden en concreet raken. Wat betreft dit laatste denkt de CDA-fractie met name aan de sterk stijgende lokale lasten.


1. De toestand in de wereld (en in Nederland): hoge groeicijfers, verbeterde werkgelegenheid, vernieuwende economie, maar af en toe ook: waarschuwingen m.b.t. de ontwikkeling van de Amerikaanse economie (harde of zachte landing, vgl. visie BIB), olieprijzen en koers euro (niet alleen economisch bepaald, maar ook kwestie van politiek vertrouwen in proces van uitbreiding) , de kwetsbare factor consumentenvertrouwen, de oplopende inflatie (vooral in 2001 door de BTW-verhoging; N.B. inflatie is nu al 2,4% met name vanwege de hoge brandstofprijzen), schaarste op de arbeidsmarkt, betrekkelijk forse loonontwikkeling en naar het zich laat aanzien uitbundige koopkrachtontwikkeling in 2001, de gewijzigde betekenis van lastenverlichting als werkgelegenheidsinstrument. Hoe bestendig is het financieel-economische beeld? Drie opmerkingen. a) Het IMF is blijkens recente berichten lovend over de Nederlandse economie en de economische prestaties. Er is waardering voor het beleid, mooi dus voor het kabinet. Op één punt echter is er een waarschuwing, namelijk de mogelijke oververhitting. Om die reden acht het IMF het van belang dat de meevallers in het tekort zeg staatsschuldreductie lopen. Eerder wees ook de CDA-fractie op het belang van staatsschuldreductie. Graag een reactie van de minister op dit IMF-signaal. b) Over de inflatie is in deze Kamer reeds herhaaldelijk gesproken. De inflatie zal volgend jaar ronduit hoog zijn, volgens huidig inzicht zon 3,5%. Heeft de minister instrumenten in petto om de inflatie te beteugelen (matiging benzineaccijnzen bijv.)? We kunnen ons niet voorstellen dat deze minister een inflatie van meer dan 3% zo maar laat passeren. c) De huidige economische groei hangt voor een belangrijk deel samen met het hoge consumentenvertrouwen. Zo wees DNB-president Wellink op het feit dat de hypotheekverstrekking t.b.v. consumptieve doelen de economische groei van de laatste tijd fors heeft gestimuleerd. Banken zijn vaak te uitbundig met het verstrekken van hypotheken (6 x het inkomen). Vindt er al overleg met de banken plaats? Deze vragen moeten ook worden gesteld met het oog op een situatie waarin het economisch tij weer eens mocht keren (de sociale zekerheidsmeevallers vallen dan voor een deel weg, terwijl de rijksoverheid ook nu al een tekort van ruim 7 miljard heeft. NB De cijfers van de Voorjaarsnota zijn zonder meer mooi te noemen, maar wel moet worden bedacht dat het voortdurend gaat om de saldi. De meevallers komen eigenlijk voornamelijk voort uit de gunstige ontwikkeling van de sociale zekerheid, de economische ontwikkeling, de prijsontwikkeling van het BBP en de meevallende rentebetalingen. Is het kabinet voornemens het tekort van de rijksoverheid weg te werken en zo ja, op welke termijn?)

2. Beperkt beeld t.a.v. algemene beleidsvisie kabinet: Voorjaarsnota biedt op zichzelf een evenwichtig beeld t.a.v. de ricting van de gekozen intensiveringen. De gekozen prioriteiten liggen behoorlijk op een lijn met CDA-verkiezingsprogramma en bij die prioriteiten zal de CDA-fractie het kabinet dan ook steunen. Tegelijkertijd ontbreekt de meer omvattende beleidsvisie van het kabinet. Wat is bijvoorbeeld de visie op terugdringing van de staatsschuld en op de verhouding tussen de voeding van het AOW-Spaarfonds en terugdringing van die schuld? We lezen vandaag in de krant dat de coalitiepartijen het eens zijn met het kabinet om 5,5 miljard extra te doen aan terugdringing van de staatsschuld. Maar is dit inderdaad de visie van het kabinet? Welk standpunt neemt het kabinet in t.a.v. de aanwending van de inkomsten van de verkoop van aandelen KPN, veiling frequenties e.d.? En wat is de positie van het FES in deze discussie (voeding en aanwending)? De CDA-fractie koerst op reductie van de staatsschuld en aanwending van de rentevrijval voor investeringen. Hoe wordt de noodzaak van lastenverlichting beoordeeld en welke keuzes worden gemaakt t.a.v. de eventuele inzet van middelen voor lastenverlichting? We missen het totaalbeeld en dat is voor een beoordeling van de plannen enigszins een handicap. Dat laatste geldt met name ook voor de verhouding uitgavenintensiveringen (waar we het nu over hebben) en de beleidsinstrumentele inzet van middelen voor lastenverlichting zoals bevordering van duurzame energiebronnen (waar we het na Prinsjesdag over zullen hebben). Waarom biedt het kabinet nu toch niet een meer omvattend beleidsbeeld of in ieder geval een indicatie ervan? Concreet: wat is de waarde van de ruim 1 miljard extra t.b.v. het onderwijs als we niet weten of er eventueel ook nog uit andere bronnen middelen zal worden geput? Vanwaar ook de angst om niet tegelijkertijd over de inkomstenmeevallers te spreken?


3. Uitgavenintensiveringen: Het kabinet heeft dus een evenwichtige mix geleverd. Het is met het oog op beleidsconsistentie niet onlogisch dat de intensiveringen van het regeerakkoord naar voren worden gehaald. De CDA-fractie wil in dit verband nog eens krachtig het belang van onderwijs en onderzoek onderstrepen. Want er zijn duidelijke knelpunten: hier en daar een braindrain aan universiteiten en andere kennisinstellingen, de problematiek van de onderwijshuisvesting die gemeenten vaak voor nogal wat problemen stelt, de noodzaak van goede combinaties van scholing en werk (bijv. bij de politie), de uitdaging om mensen te behouden en te werven voor maatschappelijke functies in de zorg, het onderwijs en politie/justitie. Dergelijke vraagstukken moeten met kracht worden aangepakt en dat heeft natuurlijk ook een prijs. Enkele meer algemene vragen over de extra uitgaven. a) Tijdens de behandeling van de jaarverslagen is kamerbreed gewezen op het belang heldere en meetbare doelstellingen. Op dit moment hebben we nog niet de begroting nieuwe stijl, maar wel is van belang zicht te hebben op dergelijke doelen. Geld dient immers te worden besteed wanneer er daartoe een aanwijsbare noodzaak is en niet omdat er toch geld te verdelen valt. Het naar voren halen van intensiveringen uit het regeerakkoord is vanuit beleidsconsistentie zinvol, maar graag een reactie van de minister op de beoogde prestaties. b) In hoeverre dekt de extra ruimte de tegenvallers, terwijl er mogelijk juist ook behoefte is aan andere uitgaven (voorbeeld: de helft van de extra financiële ruimte voor de zorg gaat op aan tegenvallers in de sfeer van medicijnen. In dit verband wijs ik ook op de problematiek van de grote werkdruk van mensen die werkzaam in de gehandicaptenzorg. Er ontstaan risicos). (Overigens, we hebben het nu over miljardenintensiveringen, maar kan toch nog iets meer worden gezegd over de mogelijke belemmeringen om die intensiveringen nog in het lopende begrotingsjaar te kunnen wegzetten?)


4. Staatsschuld: Veel politieke onderwerpen zijn zo langzamerhand gedepolitiseerd. Dat geldt echter niet voor het vraagstuk van de wenselijkheid van terugdringing van de staatsschuld. Daarover is inmiddels een stevig debat ontstaan. Het CDA suggereerde eerder het beleidsperspectief om in een jaar of 20 à 25 van de staatsschuld af te komen. Juist nu het economisch zo voor de wind gaat, kan goede voortgang worden geboekt. Op die manier wordt gewerkt aan meer budgettaire ruimte in de toekomst, ruimte die dan nodig zal zijn op grond van met name de vergrijzing. Verder is staatsschuldreductie in de huidige economische omstandigheden een goed middel om oververhitting tegen te gaan. Anderen kiezen echter voor een geheel andere invalshoek en willen meer uitgeven c.q. investeren. Welke positie neemt het kabinet in? Die vraag moet ook worden gesteld omdat de politieke opvattingen hierover, ook binnen de coalitie, uiteenlopen.


5. Lastenverlichting: (1) De Voorjaarsnota doet over dit onderwerp geen uitspraken de aanwending van de inkomstenmeevallers komt immers pas later in het kabinet aan de orde maar wel maakt de nota duidelijk dat er miljarden lastenverlichting extra gegeven zouden kunnen worden wanneer het kabinet de 50-50-formule zou toepassen. De minister van Financiën heeft al aangegeven dat er volgend jaar bovenop de belastingherziening geen of nauwelijks extra lastenverlichting zal komen, maar dat in het verkiezingsjaar 2002 weer wel extra lastenverlichting gegeven zou kunnen worden. Kan de minister mede tegen de achtergrond van het meerjarig doorkijkje van de Voorjaarsnota de economische logica van deze visie nog eens uitleggen? Maar dat is niet het enige. (2) Want er lijkt een discrepantie te ontstaan tussen wat het Rijk aan lastenverlichting biedt en wat burgers aan lastenverzwaring ervaren. We krijgen volgend jaar meer dan 6 miljard lastenverlichting, maar burgers zien ook dat rekeningrijden wordt ingevoerd, dat de veiling van bijv. UMTS-frequenties en dan gaat het om vele miljarden vroeg of laat toch aan de consument zal worden doorberekend, dat de premies voor de ziektekostenverzekeringen stijgen en dat lastenverzwaring op lokaal niveau niet zelden voortvloeit uit Haags beleid. En op lokaal niveau is er nogal wat aan de hand. Volgend jaar zal de hertaxatie van woningen de OZB fors kunnen doen stijgen. Er staan burgers onaangename verrassingen te wachten wanneer gemeenten de maximale belastingcapaciteit gaan benutten. Daarnaast nemen andere tarieven, maar bijvoorbeeld ook de waterschapslasten, toe. Voor velen zal het loonstrookje er in januari 2001 mooi uitzien (alhoewel we ook rekening moeten houden met onplezierige verrassingen), maar die vreugde lijkt al snel getemperd te worden door allerlei lastenstijgingen, met name op lokaal niveau. De CDA-fractie maakt zich om al die stijgende lokale lasten toch wel zorgen; lasten die veelal door Den Haag zijn afgedwongen. Deelt het kabinet die zorg of niet? Worden naar de indruk van de minister de OZB-tarieven nu verlaagd n.a.v. de forse waardestijging van woningen? En begint de Zalmsnip nu toch niet een sigaar uit eigen doos te worden? Kortom: verdampt de lastenverlichting niet erg voor de burger juist vanwege de uiteenlopende lastenstijgingen? (3) Een laatste punt over lastenverlichting betreft de betekenis ervan voor de arbeidsmarkt. Ook het CDA heeft jarenlang lastenverlichting bepleit als werkgelegenheidsinstrument. Maar de economische tijden zijn radicaal gewijzigd: nu heerst er schaarste op de arbeidsmarkt en bedrijven kunnen geen geschikte mensen vinden. De inkomensontwikkeling stijgt in rap tempo: de overheid biedt veel lastenverlichting (in de veronderstelling dat dit tot een lage loonstijging zou leiden) en werkgevers en werknemers stellen op grond van de economische ontwikkeling en de schaarste op de arbeidsmarkt hoge lonen vast. De verwachtingen en veronderstellingen van het kabinet komen niet uit. Hoe beoordeelt de minister nu de macro-economische betekenis van de lastenverlichting? Men kan zich op goede gronden afvragen of de met de lastenverlichting samenhangende loonraming in het regeerakkoord van 1,5% per jaar wel realistisch is geweest. Welke effecten voorziet de minister van de te verwachten toch betrekkelijk hoge loonontwikkeling? Wanneer kan een beleidsvisie van het kabinet over de aanpak van het probleem van de armoedeval tegemoet worden gezien (en een beleidsvisie is dus meer dan uitlatingen van afzonderlijke bewindspersonen)? In algemene zin moet ook worden gewezen op de steeds nijpender problematiek van het aantrekken en behouden van arbeidskrachten in de publieke sector. Spanningen dreigen in toenemende mate. De concurrentie met het bedrijfsleven wordt steeds lastiger. In de marktsector worden hoge salarissen geboden, terwijl er in de publieke sector problemen gaan ontstaan. We hebben het in Den Haag met elkaar graag over de kwaliteit van de samenleving, maar die kwaliteit komt onder druk te staan wanneer er onvoldoende leerkrachten, agenten, verplegend personeel maar ook goed gekwalificeerde ambtenaren zijn. Deze kwestie gaat verder dan wat in het kader van dit debat kan worden besproken. Is er geen reden om deze kwestie nader te belichten, in de vorm van een stevige beleidsnotitie?


6. Enkele punten tot slot:

Bereikbaarheidsoffensief: in de schriftelijke beantwoording wordt wat betreft de investeringen een jaarlijks bedrag van 0,9 miljard per jaar genoemd. Is dit alles of zijn er ook andere financiële bronnen? Verder herinnert de CDA-fractie aan de toezeggingen van de premier in 1998 m.b.t. de regiocontracten in Zuid en Oost. Tot nu blijven daar de projecten achter. Daarover bestaat onder andere in Limburg ontevredenheid. Zaken mogen niet op een te lange baan worden geschoven. Tenslotte: welke concrete plannen heeft het kabinet voor de 100 miljoen t.b.v. de stimulering van de publiek-private samenwerking?

Kan de regering aangeven op welke wijze de uitgaven voor Clean Development Mechanism en eerstejaars opvang asielzoekers, die door de OESO niet worden geaccepteerd als ODA-uitgaven, in de Voorjaarsnota zijn verwerkt?

Aansluiting Voorjaarsnota-suppletore begrotingen: in nogal wat gevallen blijken de cijfers van de Voorjaarsnota en de suppletore begrotingen niet met elkaar overeen te stemmen. Graag een toezegging van het kabinet dat die afstemming volgend jaar wel kan worden bereikt. Het VBTB-proces is immers gebaat met een eenduidige, transparante en niet voor meerdere uitleg vatbare financiële systematiek.

Kamerlid: Jan Peter Balkenende

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie