Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage CDA in debat over Raming Kamer 2001

Datum nieuwsfeit: 20-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Raming Kamer 2001 (200600)

Den Haag, 20 juni 2000

CDA wil graag vasthouden aan de goede traditie om dit debat over de raming te openen met het uitspreken van dank aan alle Kamermedewerkers. Er is in het afgelopen jaar weer veel werk verzet.

De Kamer behoort de afspiegeling te zijn van de samenleving. En dat zijn we gelukkig ook. Niet alleen bij ons dagelijkse werk als volksvertegenwoordigers, maar ook bij de deelname aan de blije (voetbal) en verdrietige gebeurtenissen (vuurwerkramp) die ons land treffen. Dat maakt ook het leven hier hectisch. En stelt steeds hogere eisen aan medewerkers en kamerleden, die ook moeten anticiperen op de veranderingen die in onze samenleving gaande zijn.

Maar zoals mijn fractievoorzitter het onlangs omschreef in NRC - in een steeds fragmentarischer wordende samenleving is het zaak dat juist de Kamer het gehéél blijft zien en een integrale afweging weet te maken. De vraag is of wij voor die taak voldoende toegerust zijn. Zeker, er is de afgelopen jaren invulling gegeven aan de aanbevelingen van de werkgroep Doelman Pel (de PPO-operatie) om de positie van de fracties t.o.v. van die van het Kabinet te versterken, maar de vraag is of dat voldoende is geweest. Voor onze fractie geldt in ieder geval dat een belangrijk deel van deze extra middelen meteen weer zijn verdampt als gevolg van de bezuinigingen en het lagere zetelaantal.

Maar nog los daarvan, bestaat bij ons nadrukkelijk het gevoel dat er ook structureel sprake is van een onvoldoende evenwicht in de ondersteuning van de Kamer, en dan met name de fracties t.o.v. van het Kabinet. Zeker, de voorstellen die het presidium doet om de positie van de Kamer verder te versterken oa. op het terrein van het parlementaire onderzoek en de opzet van een verificatie buro, spreken ons aan. Maar nog steeds geldt de vraag: is dit wel voldoende gezien de veelheid van onderwerpen die bovendien nog sterk in beweging zijn en de informatieachterstand die de Kamer toch veelal heeft t.o.v. de departmenten. Met touwtjes en elastiekjes moet de kamer vaak proberen de Regering tegenwicht te bieden.

Natuurlijk is de inzet van de medewerkers van de Kamer van grote betekenis en ook zeer gewaardeerd. Maar er zit een principieel verschil tussen het werk van de Kamer en dat van de Fracties: ambtenaren van de Kamer kunnen en mogen hun werk niet politiek richten. Zij zullen zich enkel moeten baseren op de feiten en mogen daaraan geen politieke inkleuring geven. Fracties onderscheiden zich juist wel door die feiten politiek te wegen. En dat is toch waar het in dit huis om gaat. En daarom pleiten wij voor een stevige verdere versterking van de ondersteuning voor de fracties.

Hoewel voor de meeste fracties de PPO operatie wel tot verbetering heeft geleid is de verhouding tussen de fractie-ondersteuning en de algemene ondersteuning via de Kamer nog steeds scheef. Natuurlijk blijft ook algemene ondersteuning nodig voor het betere verloop van het primaire proces. Maar de principiele keus die wij maken is dat vooral voorang moet worden gegeven aan de ondersteuning via de fracties omdat zij immers het politieke debat bepalen.

Het komt ons voor dat wij in dit opzicht ook internationaal achterlopen. Het zou zeer zinvol zijn om eens een inventarisatie te krijgen van de fractieondersteuning in andere parlementen. Hoe zit het bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Wij zouden u willen uitnodigen dat vergelijkend overzicht eens te maken. Waarbij wij met name geinteresseerd zijn in het aantal formatieplaatsen per parlementslid per fractie. Dat is nu voor onze fractie gemiddeld zon 1,7 full-time medewerker per kamerlid. Wij vinden dat dat minstens naar drie full-time medewerkers per Kamerlid zou moeten groeien, waarvan er in ieder geval 2 beleidsinhoudelijk moeten kunnen functioneren.

Daar direct mee samenhangend is onze nadrukkelijk wens om in de toekomst onze eigen begroting te gaan vaststellen. Het is bepaald niet bevorderlijk voor de onafhankelijke positie van het parlement dat wij jaarlijks met de Regering moeten soebatten om de noodzakelijke middelen. Natuurlijk hoort daarbij dat ook de Kamer dan financiele verantwoording aflegt. Ook op dit punt willen wij U uitnodigen om met concrete voorstellen te komen.

De opzet van een verificatieburo kunnen wij in principe steunen. Er is inderdaad behoefte aan een vaste groep onderzoekers, die, in dienst van de Kamer, kamerleden kan bijstaan bij het beoordelen van rapporten over complexe projecten en onderwerpen.
Op dit moment loopt de Kamer nog regelmatig vast in bergen informatie uit verschillende bronnen met vaak teegenstrijdige conclusies. Zie de discussies over de Betuwelijn, Schiphol en het mestprobleem. Overigens zien wij voor dit bureau tevens een rol voor wat betreft de Europese regelgeving: er is binnen de Kamer een groot gebrek aan kennis van wat Europa concreet betekent voor ons dagelijks werk.
Daarnaast blijft het parlementair onderzoek van groot belang. Wat ons betreft mag dit instrument zelfs creatiever en frekwenter worden gebruikt, overigens zonder het daarmee bot te maken. Ervaringen in andere landen (bijv. Duitsland ) waar men een onderscheid aanbrengt tussen het onderzoek naar gevoerd beleid (zoals via de parlementaire enquete) en onderzoek naar toekomst gericht beleid, kunnen als voorbeeld dienen en wellicht onze positie weer verder versterken. Wij vragen dit mee te nemen bij de uitwerkingen door de Cie voor de werkwijze.

Een tweede hoofdpunt dat ik wil aansnijden bij deze discussie over de Raming is de informatievoorziening aan de Kamer, en met name het gebruik van e-mail. Er is met betrekking tot de automatisering het afgelopen jaren veel ten goede veranderd. De computer hardware is vervangen en gemoderniseerd; de ambtelijke ondersteuning aanzienlijk verbeterd. Toch blijven er een aantal zorgpunten bestaan, zeker omdat we nog maar aan het begin staan van een verdere explosie in de informatiestroom. De vraag is of kamerleden nog wel door de virtuele bomen het bos blijven zien.

Wil je alle mailtjes per dag alleen al openen, laat staan beantwoorden, dan kost dat minstens een uur. E-mail wordt in toenemende mate gebruikt als aktiemiddel. Zou het niet wenselijk zijn dat gerelateerd aan de politieke agenda van een bepaalde week, op de Kamersite er een postbus wordt geopend waar men per onderwerp kan reageren. Alle leden kunnen daar vervolgens zelf mee doen wat ze willen.

Ook kan de efficiency rond de e-mail verzending worden vergroot wanneer het Commissieburo de aan kamerleden en medewerkers toegezonden mailtjes duidelijk zouden voorzien van een onderwerptypering. Nu moet alle mail worden geopend incl.de bijlage, om dan tot de ontdekkking te komen dat het stuk voor het werk van de desbetreffende persoon niet relevant is.

Wat het toezenden van alle Kamerstukken per e-mail betreft, zie ik dit als een niet te ontkomen ontwikkeling. Maar dan moet het technisch gezien wel werken. En dat doet het beslist nog niet. Het kamerleden thuis project heeft in dat opzicht tot heel wat frustratie geleid. We hebben hoop dat het nieuwe project Kamer thuis het beter gaat doen. Maar ook hier zal individuele (na-)zorg onontbeerlijk zijn. Incl, het up-to-date houden van de software. Het mag niet meer voorkomen dat zoals bij het oude project dat de Kamer moest werken met een 4 jaar oude virusscanner, die nooit was ge-update. Overigens hoe staat het met de aankoop van nieuwe apparatuur en het volgen van de Europese aanbestedingsrichtlijn daarbij? Ik heb u over mijn twijfels of de juiste procedure is gevolgd al schriftelijk geinformeerd.

Wat de informatievoorziening tenslotte in het algemeen betreft zijn wij verheugd met het voorstel om te komen tot een dienst Informatievoorziening. Over het algemeen geldt trouwens dat het omvormen van de Diensten en Commissieburos hard nodig is om aan te sluiten bij de nieuwe ontwikkelingen en behoeften. Zou het niet wenselijk zijn dat zeker omdat controle op kwaliteit na-ijlt of zelfs soms ontbreekt we vooraf onze kwaliteitseisen stellen bijv. door ook de werkprocessen van deze diensten en Commissieburos te certificeren (bijv. ISO 9002).

Ook het werk van de griffiers van de Kamercommissies zal aan de nieuwe eisen moeten worden aangepast. Teveel krijg ik de indruk dat griffiers zich vooral bezig houden met procedures en aan hun meer inhoudelijke taken (toegankelijk maken van informatie, het leggen van contacten etc) niet of nauwelijks toekomen. Ik vraag mij af, of het verdere verschuiven van taken en onderwerpen naar procedurevergaderingen, deze bureaucratische rolvervulling niet nog verder zal laten toenemen. En ook uit politieke overwegingen voelen wij er niet veel voor om alle onderwerpen eerst in de Commissies voor te behandelen voordat ze de plenaire zaal bereiken. De jus gaat er zo wel vlug van af.

Tenslotte heb ik nog de volgende vragen c.q. opmerkingen: Wij zouden het zeer betreuren als de de draadomroep van de Tweede Kamer verdwijnt. Voor veel mensen is die uitzending uiterst nuttig en het draagt ook bij aan een beter contact tussen parlement en samenleving. Doordat er geen wettelijk voorschrift bestaat (de zgn must-carry verplichting) zullen we andere wegen moeten zoeken om deze draadomroep toch te behouden. Kan het presidium toezeggen dat hier werk van wordt gemaakt?

Het vragenuurtje is door de recente vernieuwde aanpak beslist levendiger geworden. Maar niet altijd goed verstaanbaar. Dat geldt overigens nog steeds voor de gehele akoustiek. Is die te verbeteren? Dat geldt ook voor de verstaanbaarheid op de publieke tribune.

Dan het reisbudget. Dat is niet meegegroeid met de ontwikkelingen in de laatste jaren. Al zeven jaar lang is de hoogte van dit budget onveranderd gebleven. De orientatie op het buitenland in een wereld die steeds verder globaliseert wordt voor ons werk steeds belangrijker. Waarom wordt het reisbudget niet op zijn minst geindexeerd. Uiteraard moeten geen flauwekul-reizen worden gehonoreerd. Wat ons betreft mag scherp worden gelet op de functionaliteit.

Wat de huisvesting van de Kamer betreft, vragen wij nog eens naar het nut van het voortbestaan van de bouw begeleidings Cie. Of je vormt deze club om tot een meer permanente adviescommmisie over de huisvesting of je doekt hem op. We willen graag een nadere onderbouwing van wat U nu precies voorstaat.

Dan tenslotte de telefonische bereikbaarheid. Ondanks de nieuwe apparatuur of misschien wel dankzij is de bereikbaarheid bepaald niet verbeterd. Veel van de nieuwe faciliteiten worden niet gebruikt omdat het te ingewikkeld is. Een ook het piepersysteem werkt niet feilloos. Het doorverbinden vanuit elders in het gebouw naar de Kamers is technisch niet meer mogeljk. Kortom hier moet nog wel het nodige verbeteren. Juist ook met het oog op de dienstbaarheid die de Kamer zou moeten kenmerken.

Woordvoerder: Gerd Leers

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie