Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over gaswinning uit Myanmar

Datum nieuwsfeit: 21-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over gaswinning uit myanmar
Gemaakt: 21-6-2000 tijd: 16:31

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


21 juni 2000

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 26 mei
2000, kenmerk 2990011460, waarbij waren gevoegd de door de leden Koenders en Hoekema overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, in bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,


3

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer Ybema, Staatssecretaris van Economische Zaken, op vragen van de leden Koenders en Hoekema (ingezonden 25 mei 2000)



Vraag 1

Hoe beoordeelt u de berichtgeving waaruit blijkt dat de mensenrechtenschendingen en de milieuvervuiling door de aanleg van de Yetagun-pijplijn in Myanmar een direct gevolg zijn van de Westerse investeringen in het project - en dus mede van het Nederlands bedrijf IHC Caland - en dat de westerse bedrijven middels hun consultants van de ernstige mensenrechtenschendingen op de hoogte waren Antwoord Ik kan niet beoordelen of er een direct oorzakelijk verband bestaat tussen westerse investeringen in het Yetagun-pijplijnproject en mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling. Ik ben overigens van mening dat dit soort risico's door bedrijven en hun consultants onder ogen moeten worden gezien alvorens deel te nemen aan projecten. In een land als Birma, waar de mensenrechtensituatie bijzonder slecht is, verdienen dergelijke risico's extra aandacht. De suggestie dat IHC Caland betrokken zou zijn bij genoemde gaspijplijn behoeft nuancering. Voor zover mij bekend, is IHC Caland niet betrokken bij aanleg of exploitatie van de gaspijplijn. Evenmin leverde het bedrijf een bijdrage aan voeding van die pijplijn. Wel leverde het bedrijf een op- en overslagsysteem voor condensaat (olie die vrijkomt als bijprodukt bij de produktie van gas). Deze olie wordt per schip, niet per pijplijn afgevoerd. Vraag 2 Bent U op de hoogte van het officiële en openlijke verzoek in april van de Britse regering aan het bedrijf Premier Oil om zich uit Myanmar terug te trekken? Hoe beoordeelt u die stap van de Britse regering en bent u bereid eenzelfde oproep te doen aan het Nederlandse IHC Caland?Bent U op de hoogte van het officiële en openlijke verzoek in april van de Britse regering aan het bedrijf Pemier Oil om zich uit Myanmar terug te trekken? Hoe beoordeelt u die stap van de Britse regering en bent u bereid eenzelfde oproep te doen aan het Nederlandse IHC Caland? Antwoord Ja, ik ben hiervan op de hoogte. De regering moedigt zoals bekend handel met en investeringen in Birma op geen enkele wijze aan, zolang mensenrechtenschendingen op de huidige schaal voortduren en de terugkeer naar de democratie wordt geblokkeerd. In het verleden heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken in antwoord op vragen 3,4 en
5 van het lid Rabbae (nr 2979814340) te kennen gegeven dat hij gaarne zou zien dat in het algemeen buitenlandse investeringen in Birma achterwege blijven. Dit standpunt is bekend bij IHC Caland. Vraag 3
Hoe beoordeelt u in dit licht de afstoting van aandelen IHC Caland door ABN-Amro Bank? Antwoord Ik kan geen oordeel vellen over de overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing van ABN-Amro om aandelen IHC Caland af te stoten. Ik ben van mening dat ondernemingen bij aandelentransacties een eigen verantwoordelijkheid hebben. Vraag 4

In hoeverre bent u bereid bij de Regering van Thailand aan te dringen op het zoeken naar alternatieven voor gaswinning uit Myanmar en het respecteren van de rechten van vluchtelingen uit dat land.

Antwoord

De Thaise regering is in algemene zin bekend met het Nederlandse en EU-beleid ten aanzien van Birma, zeker ook waar het betreft handel en investeringen.

Voorts kan worden geconstateerd dat Thailand sedert 1988 grote groepen vluchtelingen uit Birma een (tijdelijk) onderdak verschaft. In 1999 heeft de Thaise regering de UNHCR toegestaan een formele, operationele rol te vervullen bij de opvang van Birmese vluchtelingen, die daarmee (nog) meer conform internationale standaarden verloopt. In het doorlopend overleg tussen de Thaise regering, UNHCR en de donorgemeenschap vormt concrete invulling van deze rol onderwerp van gesprek. Er zijn mij geen recente ontwikkelingen bekend die aanleiding geven tot nadere vragen.

Op dit moment zie ik derhalve geen aanleiding tot nadere stappen bij de Thaise autoriteiten.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie