Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over wao-populatie

Datum nieuwsfeit: 21-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over wao-populatie

Gemaakt: 22-6-2000 tijd: 10:58


4

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 21 juni 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Wilders (VVD) over WAO'ers.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(J.F. Hoogervorst)


2990012650

Vragen van het lid Wilders (VVD) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Hoogervorst, over WAO'ers. (Ingezonden 16 juni 2000)

Vraag 1

Bent u van mening dat «je echt niet veel meer hoeft te verwachten over de afname van de huidige WAO-populatie» Financieel Dagblad, 15 juni
2000? Heeft u ook gezegd dat u «niet durft te stellen dat er een substantiële afname valt te verwachten van het WAO-volume» en dat Nederland nog lang met een bestand van «dik 900.000 WAO-ers» zal blijven zitten?

Antwoord 1

De in vraag 1 aangehaalde citaten zijn afkomstig uit een artikel in het Financiële Dagblad maar vormen op zichzelf, zonder in het juiste verband te worden geplaatst, geen adequate weergave van hetgeen ik daarin gezegd heb.

Zoals in het interview gesteld, heeft de huidige WAO-populatie voor een belangrijk deel de grote herkeuringsoperatie van de jaren negentig ondergaan. Bovendien zijn ruim 400.000 WAO'ers op aandringen van de Tweede Kamer gevrijwaard gebleven van deze herkeurings-operatie. De essentie van mijn opmerking in het Financieele Dagblad was dat het onder deze omstandigheden niet realistisch is te veronderstellen dat binnen korte tijd enkele honderd-duizenden WAO'ers zullen uitstromen en dat derhalve de grootste winst moet worden verwacht van de beperking van de instroom. Dat neemt niet weg dat er nog wel degelijk bemiddelbare WAO'ers in het bestand zitten en dat daarvoor extra reïntegratie-inspanningen worden gedaan, zoals ik in mijn Plan van aanpak WAO heb duidelijk gemaakt.

Dat ik niet verwacht dat het aantal WAO'ers binnen korte tijd tot onder de 900.000 zal dalen mag evenmin verbazing wekken, gezien het feit dat de ijklijn in het regeerakkoord op grond van demografische factoren een endogene groei van het volume arbeidsongeschiktheid laat zien. Deze trends laten zich niet in korte tijd keren.

Niettemin vind ik de huidige instroom in de WAO veel te hoog en ben ik er van overtuigd dat de groeitendenzen kunnen worden omgebogen. SUWI en het Plan van aanpak WAO bieden hiertoe een breed en samenhangend pakket van maatregelen: verbetering van de publieke keuringspraktijk, stimulering van de private reïntegratiemarkt, verbetering van financiële prikkels, verbetering van arbeidsomstandigheden door onder meer de arbo-convenanten en de maatregelen in het kader van het poortwachtersmodel.

Deze ambitieuze beleidsinspanning is een kwestie van lange adem, maar zal naar mijn stellige verwachting leiden tot beperking van de instroom in de WAO. In de moedeloze teneur van het artikel in het Financieele Dagblad van 15 juni jongstleden met de kop 'Politiek schrijft WAO'ers geheel af' kan ik mij derhalve niet herkennen.


2

Vraag 2

Bent u zich bewust van het feit dat de forse groei van het aantal WAO-ers van 8000 in het eerste kwartaal van dit jaar zou kunnen leiden tot een groei van het aantal WAO-ers met ruim 25.000 dit jaar?

Antwoord 2

Het aantal uitkeringen WAO was ultimo 1999 744 duizend. Ultimo maart
2000 was dit gegroeid tot 752 duizend, dus een groei van 8 duizend. Hiervan zijn echter naar schatting 3000 uitkeringen het gevolg van een inhaalslag bij de keuringen. Deze inhaalslag heeft een administratief verhogend effect op de instroom, dat niet gepaard gaat met financiële bijstellingen omdat deze mensen reeds een voorschotsuitkering kregen.
Los van deze administratieve effecten blijft de huidige instroom in de WAO hoger dan geraamd, hetgeen de urgentie van de door mij voorgestelde intensivering van het Plan van aanpak WAO onderstreept.

Vraag 3
Bent u van mening dat er geen enkele sprake meer is van verborgen werkloosheid (verdiscontering) onder het zittende bestand WAO-ers? Zo ja, hoe komt u aan dat oordeel? Zo neen, hoe rijmt zich dit met uw uitspraken genoemd in de eerste vraag?

Antwoord 3

Met ingang van 1987 is de zogenaamde verdiscontering van werkloosheid in de WAO afgeschaft. Dit betekent dat dit alleen nog sporadisch voor zal komen bij de oudste cohorten.

Wel ben ik van mening dat het aandeel van (geheel of gedeeltelijk) arbeidsongeschikten dat betaalde arbeid verricht (thans ca. 200.000 personen), vergroot zou kunnen worden. Ik wijs er daarbij wel op dat een grotere arbeidsparticipatie niet per definitie betekent dat het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering dan ook afneemt, omdat het veelal gezien de groep die het hier betreft, gaat om een combinatie van uitkering met arbeid.

Vraag 4

Legt u zich erbij neer dat alle psychisch arbeidsongeschikten die maar liefst een derde van het zittende bestand uitmaken, terecht in de WAO zitten? Zo ja, hoe rijmt u dat met uw eerdere uitspraken dat de verzekeringsgeneeskundige standaard «Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden» in de praktijk niet goed wordt uitgevoerd en er dus veel mensen ten onrechte (medisch) psychisch arbeidsongeschikt zijn verklaard?

Antwoord 4

Neen.

Ongeveer 35-40 % van alle eerste WAO claimbeoordelingen resulteert in volledige arbeidsongeschiktheid op medisch gronden. Volgens het Lisv is dit ongeveer tweemaal zo veel als waarschijnlijk nodig zou zijn. Betere naleving van de standaard «Geen Duurzame Benutbare Mogelijkheden» is derhalve dringend nodig. Daarnaast ben ik van mening dat de beoordeling van zieken en arbeidsongeschikten met psychische klachten en de behandeling


3

van deze groep verbeterd dient te worden. Ik heb hiertoe velerlei maatregelen in gang gezet zoals ook vermeld in de Voortgangsnota arbeidsongeschiktheidsregelingen (Kamerstukken II, 1999/2000, 22 187, nr. 104). Genoemd kunnen worden de voorstellen voor interventies in het eerste ziektejaar en het poortwachtersmodel, de aanpassing van het Functie-informatiesysteem, en reïntegratietrajecten en herbeoordelingen voor jongere kansrijke arbeidsongeschikten.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie