Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg bezoek Indonesie en verslag bezoek Singapore

Datum nieuwsfeit: 21-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg bezoek aan indonesie en verslag werkbezoek aan singap ore

Gemaakt: 26-6-2000 tijd: 13:17


1


26049 Indonesie


26800 XIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2000

nr. 25 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 21 juni 2000

De vaste commissie voor Economische Zaken<1> heeft op 24 mei 2000 overleg gevoerd met minister Jorritsma-Lebbink van Economische Zaken over:


- de brief van 17 maart 2000 inzake het verslag van het bezoek aan Indonesië van 28 februari - 3 maart 2000 over vernieuwing van de economische samenwerking met Indonesië (26049, nr. 23);

- de brief van 7 april 2000 inzake het verslag van het werkbezoek aan Singapore op 6 en 7 maart 2000 (26800-XIII, nr. 50).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Hessing (VVD) merkte op dat de parlementaire delegatie een heel plezierige indruk heeft overgehouden aan het bezoek dat zij onlangs aan Indonesië heeft gebracht en dat zij het door de minister uitgesproken vertrouwen in president Wahid kan onderschrijven. Er hebben zeer constructieve gesprekken plaatsgevonden met de minister van justitie, met de coördinerend minister van economie, financiën en industrie, de heer Kwik, met mensenrechtenorganisaties, met internationale organisaties et cetera. De heer Hessing had de indruk dat het erg nuttig is om vanuit Nederland zowel bi- als multilateraal wat meer aandacht te besteden aan de onderbouwing van de economische mogelijkheden in Indonesië. President Wahid vraagt terecht regelmatig om buitenlandse investeringen en wil tegelijkertijd werken aan binnenlandse investeringen

Het bedrijfsleven maakt in dezen natuurlijk zijn eigen afwegingen, maar kijkt daarbij ook naar de opstelling van de Nederlandse overheid. De minister wil dat nieuwe beleid wel steunen. Er kan concreet geholpen worden o.a. met stages en trainingen in Nederland. Men kan hier ervaring en kennis opdoen, zowel in de economische als de financiële sector. Op die manier ontstaat er een band. Bedrijven en banken zouden jonge Indonesiërs de gelegenheid kunnen bieden om in Nederland ervaring op te doen teneinde daarmee in hun eigen land aan de slag te kunnen gaan.

Het is zeer belangrijk dat de regering de Indonesische regering steunt in projecten ter bestrijding van de corruptie. Dit zou kunnen betekenen dat de procureur-generaal moet worden gesteund in zijn vervolgingsbeleid.

Zeer belangrijk is ook de betrouwbaarheid van de financiële sector. Ook daarbij zou Nederland steun kunnen verlenen.

Voor het Nederlandse bedrijfsleven in enge zin is een goede IBO (investeringsbeschermingsovereenkomst) belangrijk. Misschien moet er een nieuwe komen?

Ook via het ORET-mechanisme (ontwikkelingsrelevante exporttransacties) kan een heel concreet signaal gegeven worden. Er is voldoende ruimte om met dat instrument aan de gang te gaan en dit op korte termijn te optimaliseren. Misschien moet gesproken worden van een ORIT-mechanisme, een importinstrument. Het gaat erom Indonesië te ondersteunen met de import van goederen die men zelf niet heeft om de eigen economie op gang te brengen.

Wil het in Indonesië lukken, dan zal op een heleboel terreinen gescoord moeten worden. Dat geldt voor de mensenrechten, de wetgeving en de democratisering van het leger. Bovendien is het heel essentieel dat de economie beter gaat. Voor politieke stabiliteit is een goede economie en vooral ook aandacht voor het midden- en kleinbedrijf uiterst belangrijk. De minister van Economische Zaken kan daarin een goede rol spelen.

De heer Herrebrugh (PvdA) sprak over een uiterst interessant verslag van een zeer belangrijke reis. De tijd schrijdt echter voort. Er hebben sindsdien in Indonesië zowel gunstige als ongunstige ontwikkelingen plaatsgevonden.

Een van de doelstellingen van het bezoek was om het vertrouwen uit te spreken in het nieuwe economische beleid van de Indonesische regering en waar mogelijk daaraan steun te verlenen. Minister Kwik heeft zeer duidelijk de intentie uitgesproken om die maatregelen te nemen die nodig zijn voor de aanpassing van de binnenlandse economische situatie. Het is dan ook wrang om na het bezoek te moeten vernemen dat er sprake is van ernstige tegenstellingen in het beleid van het departement van minister Kwik, die uiteindelijk hebben geleid tot het ontslag van twee ministers. Is dat een belemmering voor de ontwikkelingen die Nederland wil ondersteunen?

De banksector vormt een van de belangrijkste pijlers van de economische herstructurering. De Indonesische regering heeft inmiddels een fors aantal failliete of bijna failliete banken overgenomen, doch er zijn nog behoorlijke achterstanden te overbruggen bij de privatisering van het bankwezen. Ziet de minister mogelijkheden om de indrukwekkende beleidsvoornemens op dit terrein te ondersteunen? Misschien kan Nederland helpen bij het opzetten van een gezamenlijke kapitaalvoorziening voor Indonesische banken of door middel van joint ventures?

Privatisering zonder wetshervormingen op het punt van beheer, financiële transparantie en faillissementen is vrijwel onmogelijk. Ook moet de Indonesische "maffia" in de hand gehouden worden. Die heeft in deze branche aanzienlijke belangen opgebouwd. De Indonesische regering vreest dat een aantal van de financiële instellingen ook na privatisering in handen van deze mensen komt.

Het bureau van de Indonesische Attorney General doet pogingen om meer grip te krijgen op de bestrijding van de corruptie. Kan ook dat ondersteund worden door Nederland?

Er zullen verschillende instrumenten worden ingezet op het gebied van handel en investeringen, maar in een aantal gevallen is sprake van een nogal zuinige opzet van Nederland. Zo wordt bijvoorbeeld voor ondersteuning van de taskforce Corporate Governance slechts een bedrag van f.90.000 beschikbaar gesteld. Kan dat niet wat ruimhartiger?

De exportfinanciering heeft te lijden van het feit dat er nog geen reguliere ondersteuning mogelijk is door middel van kredietverzekering. Zijn de openstelling van SENO (Stichting economische samenwerking Nederland opkomende markten, een herverzekeringsfaciliteit van EZ), GOM (garantiefaciliteit opkomende markten) en de bedragen die daarbij aan de orde zijn, in eerste instantie bedoeld om de uitbreiding van pure handelstransacties te steunen? Hoe zit het met de mogelijkheid om in Indonesië investeringen in het midden- en kleinbedrijf tot stand te brengen? De IFOM (investeringsfaciliteit opkomende markten) is bedoeld voor ondersteuning van investeringen in opkomende markten, met name in Indonesië, waarbij de Staat borg staat voor achtergestelde leningen met een maximum van 5 mln. Hoe verhoudt zich dit tot de bedragen van
10 mln. respectievelijk 15 mln. in het kader van GOM en ORET? Zou het niet zinnig zijn de faciliteiten in het kader van IFOM sterker te verhogen dan de faciliteiten die puur op handelstransacties gericht zijn?

De heer Herrebrugh wees op de scholingsfaciliteit die door het Nederlandse transport en scheepvaart college is opgezet in de Filippijnen voor Filippijnse gezellen. Ook is het mogelijkheid deze mensen aldaar op te leiden tot scheepsofficier, vergelijkbaar met de opleiding tot maritiem officier bij de Nederlandse scheepvaartschool. Zou het in het kader van verbetering van de transportinfrastructuur in Indonesië niet aardig zijn om ook daar een dergelijke faciliteit tot stand te brengen? Dat leidt tot verbetering van de overdracht van knowhow tussen Nederland en Indonesië en zou misschien ook kunnen bijdragen aan de oplossing van een specifiek Nederlands probleem met betrekking tot de bemanningen in de Nederlandse zeescheepvaart. Misschien kan in de toekomst ook meer en betere ondersteuning gegeven worden aan een uitgebreider programma op het gebied van infrastructurele samenwerking in de zeescheepvaart tussen Nederland en Indonesië?

Antwoord van de regering

De minister beaamde dat sinds haar bezoek en dat van de Kamerleden aan Indonesië een paar dingen anders zijn gegaan dan verwacht c.q. gehoopt was. Het bezoek diende inderdaad om vertrouwen uit te spreken in het beleid van de Indonesische regering. Het hele kabinet is van mening dat president Wahid de goede kant op wil. Het is goed om de bevolking van Indonesië te laten weten dat ook andere regeringen denken dat er met steun van het buitenland iets van gemaakt kan worden. Het zal echter een langdurig en buitengewoon moeilijk proces zijn.

Het bedrijfsleven heeft kritisch gekeken naar het investeringsklimaat. Er is met verschillende bewindslieden openhartig gesproken. Het was geen traditionele handelsmissie, het was veel meer gericht op fact finding en om enig vertrouwen uit te stralen.

De economische vooruitging in Indonesië is inderdaad zeer gebonden aan de politieke ontwikkelingen. President Wahid en een aantal minister hebben een goede indruk achtergelaten. Zo'n langdurig hervormingsproces gaat echter met vallen en opstaan. De politieke instabiliteit is nog heel groot. Het ontslag van Yussuf Kalla en Laks Mana Sukardi heeft zeker bij de buitenlandse investeerders de nodige onrust gewekt. Het is echter wel zo dat Wahid zijn economische team wat meer geconsolideerd heeft. De positie van minister Kwik is niet veranderd, bovendien is het team economische adviseurs versterkt, o.a. met Dipo Alam, die op het moment van dit overleg in Nederland is voor overleg op het terrein van corporate governance. Daarbij wordt onder meer gesproken over het banktoezicht. Er wordt gepraat met EZ, met VNO/NCW, met de Nederlandsche Bank, met de AEX, de kamers van koophandel, het NEI en de Stichting corporate governance. Ondersteuning op het gebied van corporate governance is toegezegd door het IMF. Daarvoor zijn voldoende middelen beschikbaar. Ook minister Herfkens heeft daarvoor middelen beschikbaar gesteld.

Natuurlijk zijn situaties zoals in Ambon en West-Papoea niet goed voor de start van een economisch hervormingsproces. Vertraging in de herstructurering van het bankwezen is natuurlijk een ellendig probleem. IBRA (Indonesian Bank Restructuring Agency) zal de herkapitaliseringsdoelstellingen niet kunnen realiseren. Bovendien is het de vraag of minister Susilo erin zal slagen de nieuwe energiewet goedgekeurd te krijgen. En dat is wel heel belangrijk, ook in relatie met het IMF en de Wereldbank. Het is zeer twijfelachtig of men werkelijk kan beginnen met afschaffing van de niet goed functionerende en daarmee de economie in negatieve zin beïnvloedende brandstofsubsidies. Verder is een stabiele wisselkoers belangrijk en de koers van de roepia laat in die zin te wensen over.

Gelukkig gaan bepaalde zaken wel goed. Het herstel van de economie gaat sneller dan verwacht. Het eerste kwartaal laat een groei zien van
6%. Dat houdt in dat men het komende jaar minimaal boven de 4% uitkomt. De inflatie bedraagt thans 9,6%. En die was in 1999 nog méér dan 20%. Dat is een fantastische vooruitgang. Het IMF speelt daarin een belangrijke rol. Afgesproken is om tot 5% te komen in 2004. Het overschot op de lopende rekening zal dit jaar 5 mld. bedragen. Dat neemt natuurlijk af als er sprake is van een toenemende exportvraag en een behoefte aan buitenlandse kapitaalgoederen om de economie te helpen opbouwen. Dit soort processen gaan met vallen en opstaan, elke keer weer opnieuw proberen. Heel belangrijk is de hervatting van de kredietverlening door het IMF en de toezegging van 4,7 mld. die de donorlanden in februari hebben gedaan en die duidelijk deel uitmaakt van een groot pakket van maatregelen dat met het IMF is overeengekomen. Op 1 juli a.s. zal de nieuwe tranche van 400 mln. vrijgegeven worden.

De minister was van mening dat Nederland een heel belangrijke rol kan en moet blijven spelen om Indonesië te ondersteunen in de hervormingspogingen. President Wahid ziet graag een bijzondere rol van Nederland in dezen. Met de collega's van LNV, VROM en VW is een aantal dingen gedaan op het gebied van corporate governance. Naast het geven van geld worden er mensen ingezet. Het bedrijfsleven heeft grote belangstelling om een rol te spelen in corporate governance. Dit is een belangrijk middel om corruptie te bestrijden.

Reguliere kredietverzekering is nog niet mogelijk. Geen enkel Europees land stelt de reguliere kredietverzekering open. Nederland heeft een faciliteit gecreëerd van 250 mln. voor de kortlopende handelstransacties. De middellange handelstransacties worden door de EU-landen vaak case by case verzekerd. De voorwaarden vertonen overigens grote overeenkomst met de SENO-faciliteit van EZ. Sinds maart 2000 is voor commerciële projecten met een middellange financiering mogelijk uit hoofde van de SENO-faciliteit van EZ, waarbij het te verzekeren transactiebedrag maximaal 10 mln. is. Voor de ORET-projecten is nu een kredietverzekering via de GOM mogelijk met een te verzekeren transactiebedrag van maximaal 10 mln. De bedoeling is om dat bedrag wat op te hogen. Daarbij is echter het probleem dat de met de GOM-faciliteit te verzekeren nafinciering op dit moment twaalf jaar bedraagt. In Indonesië geldt echter een nafinanciering van
25 jaar. Dat is onacceptabel. Dat zijn de goederen vaak reeds lang verkocht of weg. Het is ook niet goed voor Indonesië. Met minister Kwik wordt bekeken of vijftien jaar mogelijk is. Veel langer is absoluut niet wenselijk. Het bedrag uit EFI
(exportfinancieringsarrangement Indonesië) is omgezet naar ORET. Met een beetje verstandig opereren is er wel financiering te vinden voor alles wat echt nodig is. Er bestaat echter enige teleurstelling, ook bij sommige bedrijven, dat Indonesië zelf dit jaar niet heel veel ruimte heeft om investeringen uit het buitenland te halen. Hun blue list is uitermate kort en dat heeft te maken met het feit dat zij dit jaar moeten herstructureren. De minister hoopte dat vóór 1 januari volgend jaar het oude systeem van 25 jaar nafinanciering veranderd wordt in een meer verstandige benadering van dit soort zaken.
Voor stages en trainingen bestaan twee faciliteiten: het beurzen-cum-stageprogramma in samenwerking met VNO/NCW met een budget van 11 mln. tot 2001, en de Aziëfaciliteit. Onder het beurzen-cum-stageprogramma is een training voor scheepvaartofficieren aangeboden. De internationale eisen voor scheepvaartpersoneel zijn inderdaad verscherpt. De desbetreffende Indonesische opleidingen zijn nog niet adequaat. Maritieme opleidingen zijn belangrijk zowel voor Nederlandse als voor internationale rederijen. Bovendien bestaat er grote behoefte aan technisch materiaal en simulatoren. Samenwerking met bedrijven is hierbij ook van belang. Hier liggen ook prachtige kansen voor ontwikkelingssamenwerking. Het opzetten van een trainingsfaciliteit in Indonesië ligt meer op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.

De IBO dateert uit 1995 en kent geen nationale behandeling, maar wel het most favoured nation principe. In het MOU (memorandum of understanding) is afgesproken de IBO te verbeteren. Die onderhandelingen gaan beginnen.

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking ondersteunt het proces van good governance. Daarvoor zijn financiële middelen vrijgemaakt. Daarbij hoort ondersteuning van het rechtssysteem. Ook IMF en Wereldbank dragen dit een zeer warm hart toe, omdat juist hier concreet gewerkt kan worden aan bestrijding van corruptie. EZ zou zich met name moet richten op de corporate governance en op ondersteuning bij het verbeteren van bepaalde wetten bijvoorbeeld de Mededingingswet. Sommige wetten zijn nog niet eens vertaald in het Bahasa en hebben ook niet de ontwikkelingen in jurisprudentie meegemaakt zoals die hier wel hebben plaatsgevonden. Als bijvoorbeeld een faillissementswet nooit wordt toegepast, is er blijkbaar iets fout in het rechtssysteem. De afgelopen twintig jaar is er in Indonesië niet één bedrijf failliet gegaan. Dat zal allemaal bekeken worden. Iedereen wil daaraan graag meedoen, de Wereldbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank, maar ook landen zoals de VS, Australië en Duitsland kijken daar bilateraal naar. EZ wil daaraan ook graag bilateraal meedoen voorzover dat binnen de mogelijkheden ligt. Voor een deel behoort dit echter tot het ontwikkelingsprogramma.

Bij het gezamenlijk opzetten van kapitaalvoorzieningen ligt de grootste rol bij de banken. Een aantal Nederlandse banken bekijkt zeer nadrukkelijk wat er via IBRA mogelijk is. De minister sloot een bepaalde rol van de Nederlandse banken in de toekomst niet uit. Een en ander hangt natuurlijk af van de manier waarop de wetgeving zich zal ontwikkelen.

Nadere gedachtewisseling

De heer Hessing (VVD) drong aan op een zo integraal mogelijke benadering ten opzichte van Indonesië. De aanzetten daarvoor zijn uitstekend. Er moet een uitstekende coördinatie plaatsvinden tussen de verschillende ministeries die zich hiermee bezighouden.

De heer Hessing vroeg naar de uitwerking van het nieuwe MOU. Op welke manier wordt de voortgangsbewaking geregeld? Zou het niet mogelijk zijn de commissie daarover in september-oktober schriftelijk te informeren?

Hij ondersteunde de oproep om iets te doen aan de maritieme sector. Het is buitengewoon belangrijk dat er goede verbindingen zijn tussen de ongeveer 7000 bewoonde eilanden in Indonesië.

De heer Herrebrugh (PvdA) benadrukte dat juist in de maritieme sector op praktische gronden daadwerkelijk een samenwerkingsmodel tot stand kan komen dat tot beider voordelen zou kunnen strekken.

Wanneer verschijnt de herijkte kabinetsnota met betrekking tot Indonesië en bevat die nota ook de uitgangspunten waarover thans wordt gesproken?

De heer Herrebrugh meende dat de GOM bedoeld is voor handelstransactieverzekeringen vanuit de ORET -- 10 mln. per transactie, eventueel op te hogen tot 15 mln. -- terwijl de IFOM juist een faciliteit is ter verzekering van bijvoorbeeld de commerciële risico's voor Nederlandse investeerders -- maximaal 5 mln. -- als sprake is van concrete investeringen en niet van handelsprojecten. Investeringen dragen sterker bij tot bredere economische ontwikkelingen dan pure handelstransacties. Ziet de minister een mogelijkheid dat bedrag van 5 mln. te verhogen?

De minister deelde mee dat na de zomer een gemengde commissie, bestaande uit een aantal mensen uit Indonesië en Nederland, zal samenkomen onder leiding van EZ van Indonesië en EZ van Nederland. Dan zal de uitwerking van het MOU plaatsvinden en kunnen ook andere lopende zaken aan de orde komen. Het leek haar verstandig de Kamer daarna van de voortgang op de hoogte te stellen.

De maritieme sector is een interessant punt dat heel goed in de gemengde commissie aan de orde kan worden gesteld. Indonesië moet dat echter zelf belangrijk vinden. Bij hulp vanuit Nederland gaat het immers altijd om vraaggestuurde zaken. De minister kon niet zeggen of dit niet reeds in een van de programma's zit. Zij stelde zich voor eens met de Nederlandse reders te spreken over een eventuele rol in dezen.

De Indonesiënotitie die door de minister van Buitenlandse Zaken is toegezegd, wordt half juni verwacht.

IFON staat sinds kort open voor Indonesië. Tot nu toe hebben de Nederlandse bedrijven daarvan nog geen gebruikgemaakt. Dat zou te maken kunnen hebben met het feit dat deze faciliteit pas kort openstaat en met het investeringsklimaat in het algemeen. Het is een algemeen instrument. Als blijkt dat er meer moet gebeuren, kan dat nader worden bekeken.

De voorzitter van de commissie,

Biesheuvel

De griffier van de commissie,

Tielens-Tripels


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Van Zuijlen (PvdA), M.B. Vos (GroenLinks), Rabbae (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD), Wagenaar (PvdA), De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Stroeken (CDA), Ravestein (D66), Geluk (VVD), Van den Akker (CDA), Blok (VVD), Hindriks (PvdA),Dijsselbloem (PvdA)

Plv. leden: Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Kalsbeek (PvdA), Wijn (CDA), Klein Molekamp (VVD), Schoenmakers (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Vendrik (GroenLinks), Poppe (SP), De Swart (VVD), Van den Berg (SGP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (RPF/GPV), Schimmel (D66), Van Baalen (VVD), Herrebrugh (PvdA), Smits (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Van der Hoeven (CDA), Bakker (D66), Van Beek (VVD), De Haan (CDA), Udo (VVD), Hamer (PvdA), Koenders (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie