Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over ontwikkelingen op benzinemarkt

Datum nieuwsfeit: 22-06-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie EZ

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: Persbericht
Nummer: 101
Datum: 22-06-2000

ONTWIKKELINGEN OP DE BENZINEMARKT

Het lid van de Tweede Kamer Hofstra (VVD) heeft aan de ministers van Economische Zaken en van Financien op 25 mei 2000 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 Bent u op de hoogte van de problematiek rond het recent geopende, onbemande pompstation van Tango in Nijmegen, waarbij nabij gelegen stations van grote oliemaatschappijen evenveel of zelfs grotere kortingen aanbieden, terwijl deze stations niet onbemand zijn? 1) Deelt u de mening dat deze prijsverlagingen, die op korte termijn veel consumentenvoordeel opleveren, slechts bedoeld zijn om een nieuwkomer uit de markt te weren?

2 Hoe verklaart u dat deze omliggende stations een dergelijke ruime korting kunnen aanbieden terwijl ze wel bemand zijn en de grote oliemaatschappijen altijd stellen dat hun marges uiterst beperkt zijn en dat de bij de MDW-operatie beoogde prijsdaling van 5 a 10 cent per liter volstrekt onmogelijk zijn?

3 Is het waar dat deze feitelijk geregistreerde prijsverlagingen niet in strijd zijn met de Mededingingswet? Zo ja, is dat terecht? Zijn deze prijsverlagingen dan ook niet in strijd met de geest van de wet? Zo neen, hoe kunnen deze praktijken worden aangepakt op grond van de mededingingswet of enig andere wet en welke regels gelden daarbij?

4 Deelt u meer algemeen de mening dat deze handelwijze zich slecht verdraagt met de wens tot meer prijsconcurrentie op langere termijn en vooral met de wens van toetreding van meer en ook kleine marktpartijen op de benzinemarkt?

5 Bent u bereid, als er geen wettelijke beperkingen zijn voor dit prijsbeleid, een en ander met de grote maatschappijen te bespreken bij de verdere voorbereiding en uitwerking van het convenant over de nieuwe regels voor de benzinestations?

6 Kunt u overigens aangeven waarop de vele recente prijsveranderingen zijn gebaseerd en bent u bereid om met de oliemaatschappijen te overleggen over een voor de consument begrijpelijker prijsbeleid, waarbij wellicht de frequentie van prijsveranderingen ook een rol kan spelen?

7 Kunt u aangeven welke gevolgen de sterke stijging van de brandstofprijzen voor de inflatie heeft? Welk deel van de inflatie wordt inmiddels veroorzaakt door de gestegen brandstofprijzen?

8 Wanneer gaat u het convenant met de oliemaatschappijen tekenen? Bent u bereid om daarbij ook afspraken te maken over een transparant beleid inzake prijsschommelingen en eerlijker concurrentie?


1) De bijgevoegde prijzen zijn op maandag 22 mei 2000 persoonlijk vastgesteld.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink heeft deze vragen mede namens de minister van Financien, drs. G. Zalm alsvolgt beantwoord.

1 Ja. Ik constateer dat de komst van TANGO in de directe omgeving prijsconcurrentie heeft losgemaakt. Naar de beweegredenen van de bestaande pomphouders om drastische prijsverlagingen door te voeren moet ik gissen. Voor de hand ligt natuurlijk wel dat de bestaande pomphouders trachten de marktpositie te behouden.

2 Zoals ik hierboven reeds heb aangegeven ben ik niet op de hoogte van de interne bedrijfsstrategie van de verschillende pomphouders en de respectievelijke oliemaatschappijen. Ik heb dus geen verklaring voor prijsverschillen in Nijmegen en in de rest van Nederland. Het lijkt er wel op dat de pomphouders en oliemaatschappijen omwille van het behoud van marktaandeel bereid en in staat zijn belangrijk meer marge te laten vallen dan de in de vraag genoemde bedragen.

3 Van prijsverlagingen op zich kan niet beoordeeld worden of deze in strijd zijn met de Mededingingswet. Concurrentiebeperkend gedrag als prijsafspraken en misbruik van machtspositie verdraagt zich niet met de Mededingingswet. Het toezicht op naleving van de Mededingingswet en de uitvoering van de taken die uit de wet voortvloeien ligt bij de NMa. Op dit punt kom ik onderstaand uitgebreider terug.

4 Een kwalificatie van de handelswijze van ondernemingen hangt af van hun motieven. Aan betere condities voor toetreding en prijsconcurrentie hebben we hard gewerkt in het MDW project benzinemarkt. Inmiddels ligt het implementatieplan vast; ik verwijs hierbij naar de brieven aan de Tweede Kamer en naar het Algemeen Overleg van 16 maart jl. De markt is thans duidelijk in ontwikkeling. TANGO biedt - als nieuwe toetreder - zicht op een markt waar naast de thans gebruikelijke concurrentie met service, zegeltjes, e.d. ook prijsconcurrentie een plaats heeft. Prijsconcurrentie betekent overigens niet dat alleen nieuwe marktpartijen lagere prijzen mogen hanteren en dat bestaande marktpartijen de prijzen ongewijzigd moeten laten.

5 Nee. U vraagt mij bijna prijsafspraken te maken met de oliemaatschappijen. Ik zal niet ingrijpen in een vrije markt, anders dan via het bevorderen van de marktwerking. De prijsvorming van benzine is primair aan de markt, waarbij de overheid de spelregels heeft vastgelegd in de Mededingingswet met als toezichthouder de NMa. De recent gesloten convenanten waar u aan refereert hebben alleen betrekking op uitgiftebeleid van benzinestations langs Rijkswegen en niet op de prijsvorming van benzine.

6 Elk jaar stijgt de marktprijs van benzine (spotmarkt Rotterdam) ten gevolge van de hoge vraag in de zomer in de VS. Drie factoren hebben dit jaar geleid tot een extreme omvang van deze seizoenspiek: een ten opzichte van de Euro sterke dollar, de aanscherping van de benzinespecificaties in de VS en de lage voorraden van benzine in de VS. Ter toelichting zend ik u als bijlage twee grafieken die tonen hoe de benzineprijs in Nederland en in de buurlanden reageert op de straffe verhoging van de
spotmarktnotering. De Nederlandse oliemaatschappijen rekenen de prijsstijging direct door aan de consument en zo blijft hun marge (het verschil tussen pompprijs zónder belastingen en de marktprijs) op een gelijk, relatief hoog, niveau. In de buurlanden kan de prijsstijging niet direct worden doorberekend aan de consument. Dit kan duiden op een hogere prijsconcurrentie in de buur-landen dan in Nederland. Met name de periode na 17 april is illustratief voor deze verschillen tussen Nederland en de ons omringende landen.

7 Het aandeel van de motorbrandstoffen in het consumenten-prijsindex is volgens het CBS iets meer dan 3%. Over de eerste maanden van dit jaar is de pompprijs van diesel met 8% en van benzine met 17% gestegen. Deze prijsstijgingen dragen ca. 0,4% (0,08% per maand) bij aan de inflatie over de periode januari t/m mei. Over de afgelopen vier jaar beschouwd, is de bijdrage van het prijsverloop van de motorbrandstoffen ca. 0,16% per jaar (1996: +0,24%; 1997:+0,09%; 1998:-0,12% en 1999:+0,41%).

8 Het convenant met de oliemaatschappijen is reeds op 13 april jl. getekend en op 30 mei jl. door de Minister van Financien ter kennisneming aan de Tweede Kamer gezonden. Een aantal details wordt thans nog uitgewerkt.
Zoals boven aangegeven zie ik geen reden met de oliemaatschappijen afspraken te maken over transparantie van de prijs. Ik verwacht dat het convenant zal bijdragen aan een betere marktwerking bij de verdeling van benzinestations langs Rijkswegen over de - naar ik hoop ook nieuwe - marktpartijen.

Mondelinge vraag van het lid Crone gesteld bij Regeling der werkzaamheden 23 mei 2000
(TK78-5039).
Ter aanvulling op vraag 3 en als antwoord op de mondelinge vragen van de heer Crone het volgende. De prijsvorming van producten - en benzine is daarbij geen uitzondering - is aan de markt, waarbij de overheid regels heeft gesteld aan de concurrentie in de Mededingingswet. Het toezicht op de mededinging is aan de NMa opgedragen. Het is dus ook aan de NMa te beoordelen of bij de sterke prijsconcurrentie, zoals nu in Nijmegen plaatsvindt, sprake is van prijsafspraken, misbruik van een economische machtspositie of ander gedrag dat in strijd is met de Mededingingswet. De NMa heeft naar aanleiding van klachten een onderzoek naar deze aspecten gestart. Mede naar aanleiding van uw vragen heb ik mij ervan overtuigd dat de NMa met grote aandacht de prijsvorming van motor-brand-stoffen (in het bijzonder benzine) zal onderzoeken. Evenals u ben ik bijzonder geinteresseerd in de uitkomsten van dit onderzoek.

De bijlagen behorende bij de vragen en antwoorden zijn op te vragen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie