Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Arbeidsvoorzieningenorganisatie

Datum nieuwsfeit: 22-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Arbeidsvoorzieningenorganisatie (220600)

Den Haag, 22 juni 2000

Inbreng:

Na ruim 10 jaar tripartiet bestuurde arbeidsvoorziening is de grote ontvlechting begonnen. De gedeelde verantwoordelijkheid met sociale partners is nooit echt goed uit de verf gekomen. Tripartiete arbeidsvoorziening lijkt als wees geboren en altijd als stiefkind te zijn behandeld. De vraag of het CBA wel alle kans heeft gekregen en genomen om te bewijzen dat overheid, werkgevers en werknemers elkaar nodig hebben in het kader van arbeidsmarktbeleid is nauwelijks gesteld, laat staan serieus beantwoord. Toch dragen sociale partners de specifieke kennis van de (sectorale) arbeidsmarktontwikkeling. De afgelopen jaren is die kennis niet voldoende benut. Met als gevolg dat het arbeidsmarktbeleid te weinig inspeelt op vraagontwikkeling en nog te vaak opereert binnen de coördinaten van het denken in werkloosheidsbestrijding. Tekorten in de zorg, het onderwijs, de metaalelectro-industrie enz. hadden voorzien kunnen en moeten worden. Aan de tripartiete verantwoordelijkheidsstructuur komt tot spijt van het CDA een einde. Voor de op te richten Raad voor Werk en Inkomen is het cruciaal, zowel voluit in te zetten op sectoraal als op regionaal beleid.


1. Ontvlechting. Het CBA ligt op stoom als het gaat om de ontvlechtingsoperatie. De bedrijven zullen per 1 oktober zelfstandig opereren. De vraag is of op die datum het suwi-traject zover is dat verzelfstandiging echt handen en voeten kan krijgen. Voor de externe verzelfstandiging van het Reintegratiebedrijf is wetswijziging nodig. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Wat wordt verstaan onder externe verzelfstandiging? De markt voor reïntegratie ontwikkelt zich snel, maar de wetgeving m.b.t. de Suwi-voorstellen over reïntegratie moeten nog gemaakt worden. Is het niet logischer en zorgvuldiger om het Reïntegratiebedrijf pas in de markt te zetten als duidelijk is wat de nieuwe reïntegratiewetgeving gaat inhouden? Verder vragen wij ons af wat er nodig is om het Reïntegratiebedrijf op eigen benen te zetten. Voor de totale reorganisatie heeft het CBA een claim van 2,5 mrd. op tafel gelegd. De minister beraadt zich nu al zon drie maanden op deze claim. Wanneer kunnen we de uitkomst van dit beraad verwachten?

2. Centra voor Werk en Inkomen. De basisdienstverlening van Arbeidsvoorziening wordt gelegd in de CWIs. Het is mij nog niet duidelijk wat de taken van de CWIs precies zullen zijn. Er wordt nu gewerkt aan het ontwikkelen van de beursvloergedachte. Wat houdt dat precies in? Ook de vormgeving van de CWIs is onduidelijk: wordt het een Rijksdienst, waar de basisdienstverlening in is geïntegreerd? En om hoeveel cwis gaat het precies? Naar verluid komen er zon 50 volledige CWIs met een aantal (100) mobiele of satelliet CWIs. Kloppen die getallen? Op welke afwegingen zijn de getallen gebaseerd? Hoe verhouden zich die getallen met het gegeven dat vanaf 1 januari 2000 reeds 72 CWIs op volle toeren zijn (nu inmiddels 84 ?). Is het de bedoeling dat er CWIs gesloten worden? En wanneer komt er helderheid voor de cwis die nog uit de startblokken moeten komen? Het lijkt vreemd om de stimuleringsregeling te handhaven en na 1 januari 2000 nog nieuwe CWIs op te (laten) starten als er vervolgens maar 50 komen. Hoe zit het straks het met de spreiding en dus met de bereikbaarheid voor werkzoekenden en werkgevers? Waar mijn fractie zich zorgen over maakt is de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de basisdienstverlening. Daarnaast vragen wij ons af of de vormgeving van CWIs in samenwerking met gemeenten tot stand komt of dat er een blauwdruk over het hele land wordt gelegd. Kunnen CWIs per regio gaan verschillen? Mijn fractie prijst de voortvarendheid van het CBA in dit proces van verzelfstandiging maar het is de vraag of de SUWI-plannen en regelgeving al zover uitgekristalliseerd is dat het verantwoord is het zo te doen.

3. CVV. Het CBA stelt voor de Centra voor Vakopleiding extern te verzelfstandigen, waarbij samenwerking met de ROCs wordt aanbevolen en tegelijkertijd het behoud van de hoofdelijk versnelde scholingsformule wordt bepleit. De minister wil eerst overleggen met het CBA, sociale partners en OCW. Vanuit welk vertrekpunt gaat de minister dat overleg in? Ik wijs erop dat in het SUWI-hoofdlijnendebat de Kamer heeft gepleit, voor een zodanige positionering van het CVV en voor de vrouwenvakscholen. Dat de succesvolle aanpak die voor bepaalde groepen noodzakelijk is behouden blijft. De toenmalige minister heeft die zorgvuldigheid toegezegd. Mijn fractie kiest voor een zorgvuldig verzelfstandigingtraject waarbij private financiering niet wordt uitgesloten. Van belang is dat de kenmerkende toegevoegde waarde van het CVV-concept beschikbaar en bereikbaar blijft. Wij kunnen ons voorstellen dat het CVV een maatschappelijke onderneming wordt, die gemaakte winst herinvesteert in het bedrijf.
Mede in het licht van het belang van employability vinden wij betrokkenheid van sociale partners van belang. Waar staat deze minister? Hij is immers niet blanco, gelet op de vraag die hij- zoals uit stukken van het CBA blijkt- heeft gesteld over de mogelijkheden voor publiek-private of private financieringsmogelijkheden voor de CVVs. Het CBA wil dit onderzoeken en overwegen ( brief 19 mei asC2000-1/2613) mits de minister de hvs-formule garandeert. Inmiddels heeft hierover (vanmorgen) overleg plaats gevonden met het CBA. Wat is de uitkomst en wat betekent dit voor het vertrekpunt van de minister in het overleg met andere genoemde partners? Kan de minister toezeggen dat er direct na het zomerreces concrete voorstellen bij de Kamer liggen? Duidelijkheid is nodig. De CVVs zijn nu niet rendabel en het CBA doet alle moeite om de CVVs draaiende te houden. Dit gaat ten koste van kleinere private maatschappelijke ondernemingen die zich met name richten op scholing en begeleiding van specifieke groepen. Vanwege de preferred supplier-positie van het CVV ontstaat de situatie dat de kleinere ondernemingen met een perfecte
prijs/kwaliteitverhouding en een topprestatie als het gaat om resultaten met zeer specifieke cliënten, uit de markt worden geduwd en failliet gaan. (vb. Werk-artaal uit Zeist en Rozij in noordwest Overijssel.) Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Graag een reactie van de minister.

4. Kwartaalrapportage, begroting en beleid 2000. De derde kwartaalrapportage 1999 is op onderdelen teleurstellend. Met name het aantal reïntegratietrajecten voor allochtonen en arbeidsgehandicapten blijft te ver achter bij de prognoses. Het niet kunnen vinden van cliënten als oorzaak, verbaast ons zeer. Zeker omdat andere reïntegratiebedrijven wel voldoende cliënten kunnen vinden. Graag een verklaring hiervoor. Is er sprake van bureaucratie? Kent arbvo de kaartenbakken (nu nog) niet? Spelen de onzekerheid over de toekomst, de leegloop van personeel en het ziekteverzuim hier een rol? Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat in 2000 hetzelfde beeld ontstaat? Dit is ook van belang om het toe te juichen convenant met het MKB, om 20.000 allochtonen (fase 1) naar een baan te bemiddelen. Hoe staat het daarmee? Wanneer kan de Kamer de eerste resultaten tegemoet zien? Het CBA is optimistisch over 2000. De minister minder, zo blijkt uit zijn brief over de begroting en het beleidsplan van arbvo. Hij verwacht een gewijzigde begroting. Wat betekent dit voor de verzelfstandiging van het Reïntegratiebedrijf. Zal het zich kunnen handhaven op de markt? Klopt het dat de baten met 50 miljoen neerwaarts zijn bijgesteld en de loonkosten 8 miljoen opwaarts? En welk bedrag wordt in 2000 aan de begroting toegevoegd in het kader van SUWI? Waarom heeft de minister de eerste twee wijzigingen niet in de oorspronkelijke begroting laten aanbrengen? Hier is immers geen sprake van verrassende maar voorspelbare ontwikkelingen? Graag antwoord.
5. Toezichtrapport ARK. De Algemene rekenkamer is kritisch over de toezichtfilosofie en -praktijk van het ministerie van SZW. Die is te afwachtend en reactief. De informatievoorziening is hierdoor vaak niet volledig, niet tijdig en/of niet betrouwbaar. De ESF-affaire is hiervan een voorbeeld.
Ook is het door de directie toezicht ontwikkelde interventiebeleid te globaal en onvoldoende effectief. Het oordeel van de ARK is stevig. De aanbevelingen spreken voor zich. De minister schrijft dat in het zomerreces de uitwerking van de ark aanbevelingen naar de Kamer worden gezonden. Die zien we met belangstelling tegemoet.
6. ESF. De ESF organisatie blijft (voorlopig) in de Arbvo-structuur. Wel gaat het geld uit Brussel via het departement lopen, zodat de minister zowel beleidsmatig als financieel beter kan sturen. Dat vraagt om uitleg. Op welke wijze denkt hij anders te gaan sturen, ook in financiële zin, dan nu gebeurt door Arbvo? Ligt het dan niet meer voor de hand de ESF eenheid bij het ministerie onder te brengen? Zal het ministerie alle projecten nu vooraf gaan toetsen en wordt de ESF-eenheid een technische uitvoerder? Voor de nieuwe periode ESF moet de les van de afgelopen 6 jaar goed geleerd zijn. Preventie en effectieve controle zijn sleutelfactoren. Belangrijke voorwaarde is dat de regelgeving helder en eenduidig is. De door het ministerie opgestelde nieuwe regels dreigen echter opnieuw zodanig complex te worden dat dat leidt tot nieuwe ondoorzichtigheid en /of onuitvoerbaarheid. Met de bekende voorspelbare problemen als gevolg Waarom maakt de minister het opnieuw zo ingewikkeld? In het AO van 10 mei heeft de minister, net als eerder zijn voorganger, gezegd dat kleinere gemeenten en andere projectaanvragers zoals ROCs, dit tzt kunnen doen via Arbeidsvoorziening. Arbvo heeft immers 250 miljoen toegekend gekregen? Uit een brief van Arbvo ( 24 mei jura/sr) blijkt dat de minister deze 250 miljoen 2 keer aan het verdelen is. Eén keer aan arbvo, vanwege het wegvallen van de gedwongen winkelnering gemeenten en uvis en één keer via arbvo naar kleinere gemeenten, rocs etc. Graag opheldering. In genoemde brief stelt het cba nl. vast dat : in navolging van de afspraken in de periode 95-99, de wijze van besteding door arbeidsvoorziening van het budget eigen organisatie, vanzelfsprekend binnen de kaders van de regelgeving, vrij is .Welke zijn die kaders en wat de afspraken? ( apart budget vanuit Brussel voor organisatie etc.)

7. In de brief van 22 mei gaat de minister in op gestelde vragen inzake futuro laboral. In die brief schrijft hij dat er voor 1999 nog een afbouwregeling is overeengekomen, waarvoor onder het kopje beleidskosten nog eens 915.000 gulden wordt neergeteld. Uit welk potje komt dat? Hoe verhoudt zich dat met het gegeven dat dit project al enige tijd onder verdenking stond? Graag opheldering van toenemende mist rond dit project. Deze, voor de Kamer nieuwe informatie, onderstreept wat de minister op mijn vraag antwoordde: de onderste steen in deze slepende ESF-affaire is nog lang niet boven. De brief van 19 juni van de minister over ESF maakt het Europese-subsidiedrama nog groter. Naar schatting voor 163 miljoen problemen in 1998. Waarop baseert de minister deze schatting? Over 1999 is nog niets bekend: zal het daarbij om een zelfde bedrag gaan? Dat zou ons dan verbazen, omdat begin 1999 klip en klaar was dat het echt mis is gegaan met de ESF-projecten. Wordt het niet tijd om de rol van de het ministerie en Arbvo inzake ESF eens grondig te onderzoeken?
Kamerlid: Gerda Verburg

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie