Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VWS over positionering algemene ziekenhuizen

Datum nieuwsfeit: 23-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VWS inzake positionering algemene ziekenhuizen
Gemaakt: 27-6-2000 tijd: 12:


3

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 23 juni 2000

In uw brief van 8 juni 2000 deelt u mij mede dat de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport er van uit gaat dat zij spoedig de door mij voor het zomerreces toegezegde notitie positionering algemene ziekenhuizen tegemoet kan zien.

In antwoord hierop bericht ik u dat ik met de NVZ Vereniging van Ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten, medeopstellers van de notitie, inmiddels heb afgesproken dat de notitie positionering algemene ziekenhuizen nog deze zomer gereed zal komen en u zal bereiken vóór het einde van het zomerreces van de Tweede Kamer.

Ik hecht eraan dat de totstandkoming van de notitie uiterst zorgvuldig geschiedt. In de notitie zullen de verschuivingen van verantwoordelijkheden en sturingsbevoegdheden naar ziekenhuizen en zorgverzekeraars een belangrijke plaats innemen. Ook de onderlinge verhoudingen tussen de partijen komen daarmee in de schijnwerpers te staan. Met het oog hierop vind ik het van het grootste belang dat de inhoud van de nota grondig met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) besproken wordt. Daarnaast is, gezien de raakvlakken met andere zorgaanbieders, in elk geval overleg met de Landelijke Huisartsenvereniging én met de Vereniging van Academische Ziekenhuizen noodzakelijk.

Met de recente zogenoemde Kaderbriefbesluitvorming zijn voorts extra gelden vrijgemaakt voor ICT in de zorg. Daarmee is het belang van concrete, snel uitvoerbare initiatieven om handen en voeten te geven aan de inzet van ICT in de ziekenhuizen nog groter geworden. Ik zou deze graag ook in de nota positionering verwerkt zien.

Op 6 april j.l. is in de Kamer door het CDA-lid Buijs c.s. een motie ingediend waarmee om een uitvoeringstoets aan het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen gevraagd wordt over de gewenste ziekenhuisspreiding. Op 19 april stuurde uw commissie mij vervolgens een brief waarin de Kamer stelde, expliciet te bedoelen dat het College Bouw Ziekenhuisvoor-zieningen op korte termijn een uitvoeringstoets gevraagd wordt, die « tevens een bijdrage kan leveren aan de nota positionering algemene ziekenhuizen welke later dit jaar zal verschijnen».

Inmiddels heb ik het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen de gevraagde uitvoeringstoets voorgelegd. Afschrift ervan heb ik bij deze brief gevoegd.

Per afzonderlijke brief bericht ik u over de ziekenhuissituatie in Venlo/Venray en Enschede/Oldenzaal. Daaruit blijkt dat de besturen van de desbetreffende ziekenhuizen nog in vol overleg zijn met alle betrokken partijen. Eventuele besluitvorming over een nadere taakverdeling tussen de locaties is eerst na de zomer voorzien.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Voorzitter van het College Bouw Ziekenhuisvoorziening

Utrecht

Geachte heer De Boer,

Op 22 en 30 maart jl. heb ik overleg gevoerd met de Vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over academische ziekenhuizen/algemene ziekenhuizen. In het overleg heb ik mijn visie gegeven op de organisatie van de ziekenhuiszorg in de 21ste eeuw. Het verslag van dit overleg heb ik als bijlage 1 toegevoegd.

Naar aanleiding van het overleg heeft de heer Buijs een motie (bijlage
2) ingediend. In de motie Buijs worden als uitgangspunten voor het toekomstige ziekenhuisbeleid genoemd: een goede bereikbaarheid van ziekenhuisvoorzieningen voor de patiënt en een goede samenwerking en samenhang tussen ziekenhuisvoorzieningen en andere intra- en extramurale voorzieningen in het kader van de ketenbenadering. De uitgangspunten in de motie - die met algemene stemmen is aangenomen - kan ik geheel onderschrijven. In de motie is de wens neergelegd om aan het College bouw ziekenhuisvoorzieningen over de gewenste ziekenhuisspreiding een uitvoeringstoets te vragen en de uitkomsten van de uitvoeringstoets neer te slaan in richtlijnen voor voorgenomen fusies van ziekenhuisvoorzieningen.

In het navolgende geef ik mijn visie op de organisatie van de ziekenhuiszorg in de 21e eeuw. Aan het eind van deze brief verzoek ik u - ter uitvoering van de motie - om een uitvoeringstoets.

Ontwikkelingen.

De ziekenhuissector is de laatste jaren sterk in beweging. Allerlei ontwikkelingen liggen hieraan ten grondslag. In het navolgende zal ik er enkele van aanstippen.

In de eerste plaats kunnen medisch-technologische ontwikkelingen worden genoemd. Steeds complexere ingrepen worden hierdoor mogelijk. Daarbij kunnen ook mensen worden geholpen waarvoor tot voor kort geen mogelijkheden bestonden. Deze ingrepen vergen grote investeringen in menskracht, in materieel, alsmede in organisatorische randvoorwaarden. De tendens is dan ook deze zorg vanuit overwegingen van kwaliteit en doelmatigheid in toenemende mate te concentreren. Anderzijds zijn ingrepen die enkele jaren gelden nog complex waren, steeds eenvoudiger uit te voeren. Apparatuur wordt compacter en handzamer, in die gevallen is een zware infrastructuur niet langer een vereiste. Nieuwe technieken zijn ook voor patiënten minder belastend waardoor de duur van de opname beperkt kan worden dan wel dagverpleging volstaat. Dat alles biedt de optie om bepaalde ziekenhuiszorg meer gedeconcentreerd, bijvoorbeeld in buitenpoliklinieken, aan te bieden.

Een andere ontwikkeling is het veranderen van de zorgvragen. Een vergrijzende bevolking brengt een toename van chronische ziekten met zich mee. Chronisch zieken hebben een in de tijd veelal fluctuerende zorgvraag, waarbij de zorgverlening geregeld van de ene zorgverlener op de andere over gaat. Dit stelt hoge eisen aan de organisatie en continuïteit van zorg, alsmede aan de communicatie tussen de verschillende betrokken zorgverleners. Zorgverlening georganiseerd in de vorm van ketenzorg is noodzakelijk.

Verder wordt de patiënt steeds mondiger. Hij eist dat de zorg op zijn specifieke zorgbehoefte wordt afgestemd, in plaats van dat hij zich moet voegen naar het bestaande zorgaanbod. Patiëntgerichte zorg is dan ook een «must» geworden.

Ook bij de professionals is de behoefte om de zorg «anders» te organiseren sterk aanwezig. Ook zij denken steeds meer vanuit de zorgprocessen die patiënten moeten doorlopen en hebben meer oog gekregen voor geïntegreerde zorgverlening waarbij verschillende disciplines elkaar nodig hebben en met elkaar samenwerken. Deze veranderende attitude heeft inmiddels ook zijn weerslag op de organisatie van de zorginstellingen zelf. Via een zogenoemd «kantelingproces» wordt de organisatie van de zorginstellingen steeds meer op een procesmatige zorgverlening toegesneden. Verder wordt de zorg steeds vaker in samenwerking met andere zorgaanbieders in een transmurale vorm aangeboden. Zorg op maat wordt hierdoor beter mogelijk.

Daarnaast speelt de wijze van beroepsuitoefening een rol. De werktijden van medisch specialisten in ziekenhuizen zijn totnogtoe flink langer dan gebruikelijk. De lengte ervan wordt niet altijd meer aanvaard, ook het deeltijdwerken neemt toe. Dit heeft tot gevolg dat er meer specialisten zullen moeten komen.

Anderzijds biedt schaalvergroting door samenvoegen van functies van meerdere locaties op één locatie vaak de mogelijkheid tot functiedifferentiatie. Daardoor wordt niet alleen het zorgaanbod ten behoeve van de patiënt verbreed. Maar ook wordt het daardoor mogelijk om specifieke interesses of bekwaamheden van individuele leden van maatschappen verder uit te bouwen.

Voorts heeft de informatie- en communicatietechnologie (ICT) zijn intrede in de ziekenhuizen gedaan. De potentiële mogelijkheden hiervan voor ondersteuning van de bedrijfsvoering, de zorgverlening in ziekenhuizen en het beschikbaar stellen van gegevens aan collega's binnen en buiten het ziekenhuis zijn ongekend. Teveel nog is sprake van ontwikkelingen zonder afstemming met anderen. Samenwerking, standaardisatie, eenheid van taal zullen moeten leiden tot landelijke dekking en onderlinge verbindingen.

Tenslotte verandert ook het politieke denken over ziekenhuiszorg. Dit is duidelijk zichtbaar gebleken in het traject MDW-ziekenhuiszorg (marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit).

Uitkomst van dit traject is de conclusie dat het zorgstelsel beter kan functioneren als sturingsverantwoordelijkheden zoveel mogelijk bij de veldpartijen worden neergelegd en de overheid zich beperkt tot het aangeven van de hoofdlijnen en het waarborgen van de randvoorwaarden. Uitgangspunt daarbij is dat de zo gewenste samenhang in de zorg zoveel mogelijk wordt versterkt. Deze samenhang kan het beste op regionaal niveau worden bereikt, omdat daar vaak al van nature relaties tussen instellingen bestaan waarop kan worden voortgebouwd.

Verantwoordelijkheid instellingen neemt toe.

Met de toenemende vrijheidsgraden wordt ook de verantwoordelijkheid van de instellingsbesturen groter om hier op een verantwoorde manier mee om te gaan. Vanuit het besef dat de gezondheidszorg voor een groot deel met collectieve middelen wordt gefinancierd zullen zij zich moeten blijven inzetten om de brede maatschappelijke doelstellingen die wij in ons land met de gezondheidszorg nastreven, te weten toegankelijkheid, gelijke behandeling, kwaliteit van zorg en financiële discipline, te bereiken. Hierbij is het evident dat de instellingen ook een eigen verantwoordelijkheid hebben omtrent de beschikbaarheid van goed opgeleid personeel en dat zij er ook voor dienen te zorgen dat de kennis van dit personeel up-to-date wordt gehouden.

Het gaat om maatschappelijk ondernemerschap, d.w.z. vanuit een ondernemende en bedrijfsmatige instelling maatschappelijke doelstellingen realiseren. Dat kan alleen maar functioneren als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan. De belangrijkste hiervan zijn: transparantie, externe verantwoording en toezicht.

Transparantie houdt in dat instellingen bereid moeten zijn te laten zien welke prestaties zij voor de ter beschikking gestelde middelen leveren. Een goede registratie van de verschillende bedrijfsprocessen is hiervoor een essentiële voorwaarde. Ook zal de instelling bereid moeten zijn om over het gepresteerde tegenover externe partijen, zoals bijvoorbeeld patiënten, verzekeraars en overheid, expliciet verantwoording af te leggen. Een goede en breed verspreide jaarverslaglegging kan hierbij bijvoorbeeld een rol spelen. Tenslotte zullen ook de toezichthoudende instanties erop moeten toezien dat de maatschappelijke doelstellingen in acht worden genomen.

Resumerend kom ik tot de conclusie dat het voor de komende tien tot vijftien jaar belangrijk is dat de organisatie en structuur van de curatieve zorgketen toegroeit naar meer samenhang, doelmatigheid, transparantie en vraaggerichtheid.

Om een dergelijke structuur tot stand te laten komen is het van belang dat er binnen de ziekenhuizen maar ook tussen de ziekenhuizen intensief wordt samengewerkt. Per regio zijn er afspraken nodig over de onderlinge taakverdeling. Welke onderdelen van de ziekenhuiszorg waar geconcentreerd worden, welke onderdelen van ziekenhuiszorg gedeconcenteerd worden (poliklinieken, dagbehandelingcentra etc.) of waar de op care gerichte zorg- en hulpverlening wordt ondergebracht.

Consequenties voor bouw.

Ontegenzeggelijk zullen de veranderende opvattingen over zorg eveneens consequenties hebben voor het ontwerp en de bouw van ziekenhuizen. Nieuwe ziekenhuisgebouwen zullen zodanig ontworpen moeten worden dat zij bovengenoemde dynamische processen goed kunnen accommoderen, bestaande gebouwen zullen moeten worden aangepast.

Kernwoor-den hierbij zijn: flexibele ziekenhuisgebouwen, die een proces- en klantgerichte zorgverle-ning ondersteunen, met een toenemend accent op ambulante zorgverlening en samenhang in het zorgaanbod, ingebed in, alsmede faciliterend ten behoeve van, een regionaal zorgnetwerk.

Onder meer door de technische ontwikkelingen zijn er in het laatste decennium ruim 10.000 bedden verdwenen. Een ontwikkeling die nog niet het eindstadium heeft bereikt. Mede onder invloed van een verdere teruggang van de gemiddelde ligduur in een ziekenhuis naar wellicht zo'n 6 á 7 dagen, zal de bedbehoefte afnemen tot 2 bedden per 1000 inwoners. Daarentegen zal het aantal dagbehandelingen verder toenemen en zal de doorstroomsnelheid binnen het ziekenhuis worden verhoogd. Om dat te bereiken worden ziekenhuizen steeds afhankelijker van andere voorzieningen en beroepsbeoefenaren zoals huisartsen, thuiszorg en verpleeghuizen.

Verder is te verwachten dat, in bestuurlijke zin, het aantal ziekenhuisorganisaties nog verder zal afnemen. Thans kennen we nog zo'n 100 algemene ziekenhuizen en dat worden er geleidelijk minder doordat samenwerking in veel gevallen zal leiden tot fusie. Deze ontwikkeling wordt mede ingegeven door het feit dat naar verwachting de zorgvraag sneller groeit dan de capaciteit en dat samenwerking in regionaal verband een van de mogelijkheden is om schaarse capaciteit rationeler in te zetten om aan die groeiende zorgvraag tegemoet te komen. Dat betekent onder meer dat niet elk ziekenhuis meer alle functies kan bieden maar dat er sprake is van enerzijds concentratie en anderzijds echelonnering van medische functies.

Kijkend naar deze ontwikkeling van toenemende schaalvergroting van ziekenhuisorganisaties is te verwachten dat het verzorgingsgebied ervan in de toekomst zal toe groeien naar zo'n minimaal 300.000 adherente inwoners per organisatie.

Visie voorop.

Startpunt voor elk bouwinitiatief is een heldere, door de regio gedragen, visie omtrent de taak en functie die het ziekenhuis zal vervullen, alsmede de positie die het zal innemen in het regionale zorgnetwerk. Het ziekenhuis is immers een essentiële schakel in een dekkend, integraal en patiëntgericht zorgaanbod ten behoeve van de eigen regionale populatie.

Bij ieder bouwinitiatief zal moeten worden geëxplici-teerd hoe hieraan invulling wordt gegeven en hoe de vernieuwde infrastructuur hieraan zal bijdragen.

Ook dient te worden aangegeven op welke wijze de andere zorgaanbieders in het zorgnetwerk bij de voorbereiding van het initiatief betrokken zijn geweest.

De visie zal derhalve in ieder geval de volgende elementen moeten bevatten:

een beschrijving van het totstandkomingsproces van de visie;

een overzicht van de partijen in de regio die hierbij waren betrokken, alsmede hun rol en positie;

een beschrijving van de plaats en positie van het ziekenhuis in het zorgnetwerk (in termen van de zorgfuncties die het ziekenhuis wil vervullen) alsmede een beschrijving hoe de relaties met andere zorgaanbieders worden vormgegeven;

een vertaling van bovenstaande in bouwkundige uitgangspunten voor het nieuw te bouwen ziekenhuis;

een grove schets van het nieuw te bouwen ziekenhuis, waaruit blijkt hoe het bestuur van het ziekenhuis aan het bovenstaande vorm denkt te geven.

Om een doelmatige en doeltreffende inzet van de beschikbare middelen voor de ziekenhuiszorg bij de beoogde koerswijzigingen in het beleid te kunnen blijven waarborgen, dienen de ziekenhuizen in het Lange Termijn Huisvestings Plan een inhoudelijke verbinding te leggen tussen de visie op zorgverlening, de organisatie en de daartoe benodigde infrastructuur, alsmede de financiering vanuit de beschikbare trekkingsrechten.

De visie op zorgverlening dient ondersteund te worden door de visie vanuit de regio. Zo heeft het ziekenhuis de mogelijkheid om zelf mede sturing te geven aan inhoud en vorm van zijn zorgpakket en het realiseren van de daartoe benodigde infrastructuur, rekening houdend met de logistieke consequenties (patiënten, medewerkers en goederen).

Flexibele opzet.

Bij het ontwerpen van ziekenhuizen dient flexibiliteit het uitgangspunt te zijn. Met name vanwege de verschuiving van klinische naar poliklinische en ambulante zorgverlening zal de behoefte aan klinische capaciteit verder afnemen. Klinische gebouwdelen zullen zonder hoge kosten daarom op eenvoudige wijze bruikbaar moeten kunnen worden gemaakt voor andere functies.

Overigens dient bij het ontwerp van het ziekenhuis reeds rekening te worden gehouden met een aanzienlijke reductie van de klinische capaciteit ten opzichte van die van het te vervangen gebouw. De huidige -normatieve- capaciteit van ziekenhuizen ligt ingevolge de beleidsregels ex artikel 3 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen op maximaal 2,8 bedden per 1000 inwoners. Op termijn zal de klinische capaciteit verder teruglopen en naar verwachting rond de 2 bedden per
1000 inwoners (i.e. 2,0 promille) komen te liggen.
Deze 2,0 promillenorm is de berekeningsgrondslag voor de omvang van het nieuw te bouwen ziekenhuis en voor het aantal daarin te plannen bedden. Deze lagere norm zal echter geen gevolgen hebben voor het toekomstige exploitatiebudget van het ziekenhuis. Het exploitatiebudget blijft gebaseerd op de capaciteit van 2,8 promille. Omdat de daadwerkelijke klinische capaciteit van het ziekenhuis is verlaagd, doch het exploitatiebudget niet, ontstaat er ruimte voor het ziekenhuis om te investeren in zorgvernieuwende activiteiten en daarvoor bijvoorbeeld bouw te realiseren.

De opzet van ziekenhuisgebouwen.

Voor de komende jaren acht ik het belangrijk dat de organisatie en structuur van de curatieve zorgketen toegroeit naar meer samenhang, doelmatigheid, transparantie en vraaggerichtheid. Ik verwacht dat daardoor het uiteindelijke resultaat van deze ontwikkeling een significante wijziging van de organisatie en structuur van de curatieve zorgketen inhouden. De bouwkundig-ruimtelijke invulling zal hierdoor sterk kunnen verschillen van de huidige situatie.

De ontwikkeling naar structurering rond zorgprocessen heeft in de eerste plaats effect op de inrichting van de ziekenhuisorganisatie. Dit betekent voor de organisatie en bouwkundige structuur dat de ziekenhuisorganisatie rond zorgprocessen gestructureerd zal moeten worden. De verschillende specialismen zullen een voor de patiënt logische clustering in het gebouw moeten krijgen.

Binnen de (toekomstige) ziekenhuisorganisatie zie ik op twee verschillende niveaus de volgende ontwikkeling ontstaan:

de ontwikkeling naar interventiecentra waar complexe, intensieve medisch-specialistische behandelingen plaatsvinden en

de ontwikkeling naar gedeconcentreerde poliklinische en dagbehandelingcentra met mogelijkheden voor kort verblijf, waar een steeds groter deel van de curatieve zorg wordt verleend.

Om de voordelen - snellere behandeling en doorstroming van patiënten in zowel het interventiecentrum als in het dagbehandelingcentrum, behandeling en verzorging dichter bij huis of zelfs thuis, het aanbod nauw aansluitend bij de vraag - ten volle te kunnen realiseren zal vanuit de ziekenhuizen de bereidheid moeten bestaan om te investeren niet alleen binnen de eigen muren, maar tevens buiten die muren. Dit laatste kan bijvoorbeeld in projecten ten behoeve van transmurale zorg, in zorgnetwerken, in transferpunten en in verdere uitbouw van care-voorzieningen.

Enerzijds zullen meer en meer professionals vanuit het ziekenhuis elders ingezet kunnen worden. Dat zou tevens kunnen betekenen dat (eenvoudige) curatieve ingrepen plaats kunnen vinden in gebouwen van andere zorgaanbieders waarmee in het zorgnetwerk wordt samengewerkt.

Anderzijds zullen binnen de muren van het ziekenhuis faciliteiten moeten worden aangeboden ten behoeve van de eerstelijnszorg. Denkbaar is dat aldus een derde niveau, naast de twee hierboven al genoemde niveaus, zal gaan ontstaan.

Samenwerking en kritische succesfactoren voor kleine ziekenhuizen.

Structurele, geformaliseerde samenwerking met een groter ziekenhuis is voor ieder kleiner ziekenhuis aan de orde. Het is één van de kritische succesfactoren. Al in 1995 wees de Hoofdinspectie in zijn Inspectierapport hierop.

In het bijzonder denk ik bij dergelijke samenwerking aan onomkeerbare afspraken tussen de samenwerkende ziekenhuizen omtrent een taakverdeling, waarbij het kleinere ziekenhuis zich beperkt tot de basale ziekenhuiszorg en waarbij kwetsbare functies en complexe zorg als complexe chirurgische ingrepen met de daarbij noodzakelijke intensive care-voorzieningen en de 7x24 uur spoedeisende hulp primair in het grotere ziekenhuis worden uitgeoefend.

Vervlechting met het zorgaanbod van andere zorgaanbieders.

Vanuit de gedachte dat het ziekenhuis is gepositioneerd in een regionaal zorgnetwerk en ook ten behoeve hiervan werkt aan integrale zorg, moet bij de planvorming worden overwogen of het zorgaanbod ook in ruimtelijke zin met dat van andere zorgaanbieders kan worden vervlochten. Te denken valt bijvoorbeeld aan het inrichten van huisartsenposten en/of bedden in het ziekenhuis die aan patiënten van huisartsen worden beschikbaar gesteld zonder tussenkomst van een medisch specialist.

Ook kunnen buitenpoliklinieken worden samengevoegd met het zorgaanbod van diverse eerstelijns zorgverleners in gezondheidscentra. Tevens zijn er mogelijkheden in de richting van de derdelijnszorg zoals: gespecialiseerde thuiszorg, ziekenboegen van verzorgingshuizen, afdelingen van verpleeghuizen, eventueel hotelverblijf onder regie van het ziekenhuis dan wel verblijf in een annex het ziekenhuis gelegen «zotel».

ICT.

Op korte termijn zal ik de Tweede Kamer berichten over de activiteiten van het Platform ICT onder leiding van de heer Brinkman. In die notitie zullen de aanpak en de onderwerpen aan de orde komen waar het platform zich mee bezighoudt. Onderdeel ervan is de besteding van het bedrag van fl. 110 miljoen dat gedurende twee jaar voor de aanpak van het ICT-beleid is gereserveerd. Voor de ziekenhuissector zijn deze activiteiten van groot belang. De mogelijkheden die ICT thans biedt zijn zo groot dat ICT substantieel kan bijdragen aan de kwaliteit en doelmatigheid van de bedrijfsprocessen in het ziekenhuis. Het ICT-aspect zal daarom integraal onderdeel moeten uitmaken van de planontwikkeling van het ziekenhuisgebouw. Investeringen in ICT zullen ook in het kader van de reguliere planbeoordeling worden meegenomen. ICT behoort immers tot de infrastructuur van het ziekenhuis en valt als investering derhalve binnen de WZV-bouwkaders. Investeringen in ICT kunnen daarom dan ook desgewenst als melding bij het CBZ worden ingediend.

Mogelijkheden voor ICT liggen onder meer in de ondersteuning bij het beheer, bijvoorbeeld bij de facturering en het declaratieverkeer, waar overigens al veel is bereikt. Ook kan ICT de communicatie tussen professionals binnen en buiten het ziekenhuis faciliteren. Het moet worden gezien als een belangrijk hulpmiddel om patiëntgerichte zorg te realiseren. Tenslotte kan ICT ook direct worden toegepast in het primaire proces van diagnostiek en behandeling.

Er zal in het ziekenhuis derhalve een geïntegreerd, hoogwaardig informatiesysteem moeten worden gerealiseerd, dat alle bedrijfsprocessen maximaal ondersteunt en ook verschillende bedrijfsprocessen met elkaar in verband kan brengen. Zo zullen zorggegevens en administratieve gegevens, met inachtneming van de privacy aspecten, aan elkaar moeten kunnen worden gekoppeld. Ook zal standaardisatie van systemen die binnen de zorg worden gebruikt prioriteit moeten krijgen.

Sturingsmogelijkheden.

Het initiatief voor sluiting, samenwerking en fusie ligt in principe bij de betrokken instellingsbesturen. Voor fusie en samenwerking is geen ministeriele goedkeuring vereist. Hetzelfde geldt voor het concentreren resp. deconcentreren voor functies. Op voorwaarde dat de instelling over voldoende trekkingsrechten beschikt en er geen sprake is van functieuitbreiding kan zelfs via de meldingsregeling een nieuwe poliklinische locatie geopend worden zonder ministeriele goedkeuring. De formele sturingsmogelijkheid voor de minister is daarmee in individuele gevallen beperkt. De spreiding van ziekenhuisvoorzieningen over Nederland is daarmee een afgeleide van besluiten van individuele instellingen.

Ook in de sfeer van de beleidsregels ex artikel 3 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen zijn de kaders ruim. Meer of minder expliciet is er een ondergrens van 200 bedden vastgesteld en geldt 800 als bovengrens, dat geeft een bandbreedte van 600 bedden.

Ook de beddennorm van 2,8 promille is minder exact dan hij lijkt. Deze norm vormt een bovengrens voor het aantal in een ziekenhuis te bouwen of te renoveren vierkante meters en de daarvoor beschikbaar te stellen gelden. Het bouwen op basis van een lagere norm zoals de 2,0 promillenorm, is gewenst. Met de financiën die daarmee worden bespaard, kunnen bijvoorbeeld zorgvernieuwingsplannen worden bekostigd. De mate waarin dat gebeurt is de keus van het ziekenhuis.

Sedert enige tijd wordt nu gewerkt met de mogelijkheden van de nieuwe meldingsregeling op grond van de Wet ziekenhuisvoorzieningen. Deze regeling blijkt naar tevredenheid te functioneren. Het aantal aanvragen om bouwvergunningen is sterk afgenomen. Ziekenhuisbesturen gaan met de vrijheden die zij met deze regeling hebben gekregen in het algemeen verantwoord om. Ook de totstandkoming van lange termijn huisvestingsplannen gaat goed. Met deze huisvestingsplannen leggen ziekenhuisbesturen het huisvestingsbeleid voor de eerste decennia vast. De plannen bieden vervolgens een goed instrument om toezicht te houden op de uitvoering van de meldingsregeling. Dit geeft vertrouwen voor de toekomst en geeft mij het vertrouwen dat wij substantieel op deze weg verder moeten gaan. Nadat eerder de provinciale planningskaders verlaten zijn, is met de meldingsregeling dus een grote dereguleringsstap gezet. Ook in de in voorbereiding zijnde wet- en regelgeving rond ziekenhuisbouw zal de dereguleringslijn, in het verlengde van het al eerder genoemde MDW-rapport verder worden voortgezet. Bij het verrichten van deze uitvoeringstoets dient de dereguleringslijn uitgangspunt te zijn.

Inhoud uitvoeringstoets

Ik verzoek u het bovenstaande aan een uitvoeringstoets te onderwerpen. Het gaat er hierbij om dat u aangeeft hoe op verantwoorde wijze dit moderniseringsproces van de ziekenhuizen - rekening houdende met de wenselijkheid van een goede bereikbaarheid, samenwerking en samenhang
- kan worden gefaciliteerd met fysieke en virtuele infrastructuur. Tevens dient u daarbij aan te geven op welke wijze bestaande bouwmaatstaven, investeringsrichtlijnen, beleidsregels en overige regelgeving moeten worden doorgestreept of aangepast om die doelstellingen optimaal te bereiken.

In dit verband vraag ik tenslotte uw aandacht voor het volgende. Binnenkort wordt een rapport uitgebracht door de Stuurgroep Modernisering Verloskunde. In deze stuurgroep participeren KNOV, LHV, VVAH, NVOG, NVK, ZN, LVT, BTN en het ministerie van VWS. Met dit rapport wordt beoogd een integrale meerjarenvisie te ontwikkelen op de verloskundige zorgverlening in de 21e eeuw. Versterking van de eerstelijn en stimulering van thuisbevallingen zullen vooropstaan. Daarmee heeft het rapport een directe relatie met de intramurale zorg. Ik verzoek u de inhoud van dit rapport, dat naar verwachting eind juli gereed zal zijn, te betrekken bij de uitvoeringstoets. Afschrift van dit rapport doe ik u zo spoedig mogelijk tegemoet komen.

De resultaten van uw werkzaamheden zie ik graag zo spoedig mogelijk tegemoet.

Hoogachtend,

de Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie