Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg kwaliteit VN in ontwikkelingssamenwerking

Datum nieuwsfeit: 23-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg kwaliteit van de vn als kanaal voor ontwikkelingssame nwerking

Gemaakt: 27-6-2000 tijd: 16:25


1


26714 De kwaliteit van de VN als kanaal voor ontwikkelingssamenwerking
nr. 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 juni 2000

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken<1> heeft op 31 mei 2000 overleg gevoerd met minister Herfkens voor Ontwikkelingssamenwerking over de notitie over de VN als kanaal voor ontwikkelingssamenwerking (26714, nr. 1).

Van het overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Hessing (VVD) was vol lof over deze notitie, maar kon niet nalaten te vermelden dat het hem was opgevallen dat in de notitie bij goede ontwikkelingen of aanzetten daartoe vaak is vermeld: "mede door toedoen van Nederland", terwijl niet tot uitdrukking is gebracht dat Nederland ook medeverantwoordelijk is voor nogal wat negatieve ontwikkelingen.

Het vermelden van de voorgenomen doelen en middelen achtte hij een stap in de goede richting, omdat de Kamer aan de hand daarvan de effectiviteit van het optreden van de minister kan controleren. Daar de VN-organisaties zeer divers van karakter zijn, is het alleen mogelijk om door middel van een heel specifieke allocatie van middelen, selectief en resultaat gericht, die organisaties bij te sturen. Zijn algemene advies aan de minister was om dit keer op keer zo concreet mogelijk te doen, intensief gebruik makend van het instrument van carrot + stick. Dit kan vooral via de vrijwillige bijdragen, een sturingsinstrument bij uitstek. Daarbij dient een directe koppeling te worden gemaakt tussen de vrijwillige bijdragen en de doelstellingen van het OS-beleid: het alloceren van middelen voor gerichte armoedebestrijding, economische verzelfstandiging, duurzame ontwikkeling en soms heel specifieke projecten voor organisatieverbetering. Dit betekent het oormerken van de vrijwillige bijdragen voor specifieke programma's en projecten op basis van concrete resultaatsverplichting met een horizonbepaling en specifieke verantwoordingen. Indien dit de bedoeling is, kon hij instemmen met het lijstje van middelen, vermeld op pagina 4 van de notitie, mits in het eerste punt "algemene" werd vervangen door "specifieke".

Samenwerking met de Wereldbank vond de heer Hessing van zeer groot belang en de geschetste aanpak sprak hem aan.

Hij vond het verstandig om de benadering van UNDP, zoals in de notitie geschetst, door te zetten. Zou een splitsing tussen de eigen programma's van UNDP en de algemene coördinerende rol van deze organisatie meer duidelijkheid over de effectiviteit kunnen verschaffen?

Hij meende dat de resultaten van de onafhankelijke evaluatie van de activiteiten van de UNCDF bekend zijn en vroeg of deze de minister aanleiding geven tot aanpassing van haar beleidsconclusies. Hij hechtte groot belang aan deze organisatie in het kader van het faciliëren van kapitaalverschaffing voor de particuliere sector, aangezien alleen dat kan bijdragen aan een versnelling van de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf en de werkgelegenheid.

Mevrouw Dijksma (PvdA) concludeerde uit de notitie dat de minister van mening is dat multilaterale hulp potentieel effectiever is dan bilaterale hulp en dat meer gebruik moet worden gemaakt van de VN-kanalen voor ontwikkelingshulp, mits deze goed functioneren. Het beeld dat naar voren komt uit de appreciaties van de kwaliteit van de VN-organisaties is wisselend. Helder is aangegeven waaraan het bij sommige organisaties schort, hetgeen verschillende malen financieel is afgestraft. Zij verwachtte dat de in het stuk aangegeven koers almaar krachtiger wordt gevolgd.

Het multilaterale kanaal heeft belangrijke voordelen, maar mevrouw Dijksma zette vraagtekens bij het ongecontroleerd wegzetten van Nederlandse OS-gelden naar VN-instellingen, waarvan bekend is dat daarbij bureaucratische rompslomp eerder regel dan uitzondering is. Voorkomen moet worden dat Nederland het controlemechanisme op zijn OS-geldstromen verliest. Zij pleitte ervoor dat Nederland een grote vinger in de VN-pap houdt en vroeg hoe groot die vinger kan zijn. Zij verzocht de minister prioriteiten aan te geven op het gebied van sociaal beleid, milieu en duurzaamheid en de Kamer te blijven informeren over de controle van de geldstromen naar VN-instellingen. Evaluatie-eisen van door de VN-instellingen gefinancierde en uitgevoerde projecten achtte zij daarbij belangrijk.

Zij vestigde er de aandacht op dat de Nederlandse hulporganisaties een extra schakel ontmoeten bij het aanwenden van financiële steun, hetgeen in sommige gevallen de efficiëntie benadeelt. Het hoge bureaucratische gehalte van VN-instellingen kan tot gevolg hebben dat de periode tussen aanvraag en ontvangst van gelden onnodig lang is. In dit verband wees zij op het VN-Trustfund. Donorcoördinatie ten spijt is het voor een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie vaak omslachtig om extra financiële steun te verwerven.

Een van hoofdoorzaken die de minister aangeeft voor tekortkomingen in het functioneren van VN-organisaties vormt het wereldwijde mandaat voor operationele activiteiten, verwijzende naar een door mevrouw Dijksma ingediende motie, waarin is gevraagd om de VN-hulp meer te concentreren op lage-inkomenslanden. Met die motie is niet beoogd een systeem van donordarlings te introduceren en de rest de boel de boel te laten. Zij zou het verkeerd vinden als gekomen wordt tot een zodanige concentratie dat nog maar een zeer beperkt aantal landen overblijft waaraan hulp wordt gegeven. Het is belangrijk niet in de valkuil van de technocratie terecht te komen. Zij wilde het criterium "good governance" niet loslaten en een politiek inhoudelijk debat voeren over de manier waarop daartegen aangekeken wordt. Naar haar mening is good governance geen voorwaarde vooraf. Het gaat om een proces waarin een land zit. Op basis van de geboekte vooruitgang moet worden beoordeeld of er iets gedaan wordt.

Wat de samenwerking betreft tussen VN-instellingen en de Wereldbank dacht zij aan afstemming op het terrein van macro-economisch en financieel-economisch beleid dat voor een groot gedeelte bij instanties als de Wereldbank en het IMF een rol speelt en het sociale aspect dat vooral naar voren komt in het rapport "Globalisation with a human face" van UNDP. In dat rapport wordt gepleit voor het incorporeren van sociaal beleid in macro-economische beleid van in het bijzonder arme landen die een enorme kloof tussen de hoge- en lage-inkomensgroepen zouden moeten dichten. Mevrouw Dijksma verzocht de minister in te gaan op de toekomstige rol van de organisaties UNHCR en OCHA.

De heer Eurlings (CDA) merkte op dat de VN-instellingen voor ontwikkelingssamenwerking een belangrijke functie hebben bij de uitvoering van programma's en projecten. Aangezien Nederland jaarlijks een aanzienlijk deel van zijn OS-budget aan de VN-kanalen besteedt, is er dus alle reden om het functioneren van de VN-kanalen tegen het licht te houden. Daarom was hij blij met het naar de Kamer sturen van deze notitie, overigens op verzoek van de commissie-Van Zijl.

Hij was van mening dat de notitie voor een flink deel niet voldoet aan het gestelde doel. Het stuk komt niet verder dan het vermelden van appreciaties en de vaststelling dat de gegeven schets van de organisaties subjectief is. De minister heeft gesteld ten aanzien van het gros van de organisaties niets te kunnen zeggen over doeltreffendheid en effectiviteit. Bovendien kan zij niet vaststellen of het leeuwendeel van de ruim 940 mln. die Nederland aan de internationale organisaties voor ontwikkelingssamenwerking afdraagt goed wordt besteed. Het is weliswaar verheugend dat een aantal VN-instellingen bezig is met het ontwikkelen van systemen om koppeling tussen doelstellingen, middelen en prestaties beter mogelijk te maken, maar voorlopig is het resultaat ervan de minister onbekend.

De Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat Nederland hoegenaamd geen zeggenschap en controle heeft over de door dit orgaan onderzochte VN-organisaties en dat dit een zeer ongewenste situatie is. De verantwoording van de internationale organisaties biedt de lidstaten onvoldoende basis om te kunnen beoordelen of zij waar voor hen geld krijgen. De minister erkent dit bezwaar, maar het is nog onduidelijk of dit probleem adequaat wordt opgelost. Zij is van plan in toenemende mate via de multilaterale instellingen ontwikkelingsgelden te besteden. Direct na haar aantreden heeft zij daarmee een begin gemaakt en het einde lijkt nog lang niet in zicht. Onlangs schreef de minister te streven naar het meer inzetten van multilaterale kanalen bij het bilaterale beleid. Naar aanleiding van de problemen in het Europese OS-beleid merkte zij op dat Brussel er beter aan zou doen het Europese geld multilateraal in te zetten. Vanwaar dit heilige geloof in multilaterale instellingen? In de notitie zijn een aantal redenen opgesomd, maar veelal gaat het om onbewezen stellingen, zoals:


- potentieel is multilaterale hulp beter dan bilaterale hulp;

- versnippering wordt voorkomen;


- het ownership komt beter tot zijn recht;

- het heeft schaalvoordelen;


- er wordt minder beslag gelegd op institutionele capaciteit en financiën van het ontvangende land.

Bij de laatste twee kon de heer Eurlings zich iets voorstellen, maar de eerste drie leken hem aanvechtbaar. Daarom vroeg hij de minister om een doorwrochte reactie daarop.

Hij memoreerde dat de minister gesteld heeft dat wat multilateraal kan ook multilateraal moet. Zij heeft ook gesteld dat er niet altijd sprake is van een goed functionerend VN-kanaal. Toch gaat zij op haar multilaterale weg voort. Zij zal zeggen dat de kwaliteit van de verschillende VN-organisaties nogal uiteenloopt, dat een aantal organisaties vooruitgang boekt en daarom op extra Nederlandse steun kan rekenen en dat een aantal in gebreke blijft en daarom gekort wordt, terwijl Nederland er voor het overige hard aan trekt om de noodzakelijke hervormingen doorgevoerd te krijgen. Op zichzelf valt dit toe te juichen, maar internationale molens malen erg langzaam en Nederland kan in zijn eentje niet alles voor elkaar krijgen, zeker niet als het zich schijnbaar uit strategische overwegingen vooral toelegt op coalitievorming met partners buiten de EU. De heer Eurlings wilde graag een duidelijk overzicht hebben van de hervormingen die op stapel staan en verzocht vooral om een weloverwogen afweging of dit de fase is voor verdere intensivering van het multilaterale beleid. Bij haar aantreden gaf de minister toe een beheersprobleem te hebben en efficiënter te willen gaan werken. Via multilaterale instellingen is het betrekkelijk eenvoudig grote sommen geld weg te zetten. Is dit ook een belangrijke overweging?

UNDP is een belangrijke organisatie, maar versnippering en slecht management hebben geleid tot prestaties die onder de maat blijven. De regering heeft terecht gesteld dat zij door het falen van het ingezette transitieproces de Nederlandse positie als grote donor wil herzien. Kan de minister dit "herzien" nader toelichten? Over welke termijn gaat het hierbij en welke criteria zullen bij die heroverweging worden gehanteerd? Wat wordt exact beoogd met een onafhankelijke evaluatie? Is deze al gestart? Welke lidstaten zullen eraan meedoen?

Wat de samenwerking en de taakafbakening met de Wereldbank aangaat, wilde heer Eurlings graag weten wat de inzet van de minister is. De Wereldbank heeft de laatste jaren aan landjepik gedaan. Acht de minister dit een wenselijke of onwenselijke ontwikkeling? Hoe wordt dit probleem opgelost? Het rapport-Berteling laat zien dat hechtere samenwerking tussen Wereldbank en UNDP geen eenvoudige zaak is.

UNICEF, een organisatie die onmiskenbaar goed werk doet voor de verbetering van de positie van kinderen, wordt over het algemeen positief beoordeeld. In dit geval kiest de regering voor handhaving van het budget op hetzelfde niveau. Waarom? In een aantal andere gevallen kiest de regering voor verhoging van het budget. Belangenbehartiging van kinderen vond de heer Eurlings cruciaal. Waarom wordt niet tot een verhoging overgegaan?

Het WFP is een belangrijke organisatie, maar vertoont een belangrijk aantal tekortkomingen, zoals aanbodgestuurde versnippering en te weinig aandacht voor ongewenste neveneffecten van de voedselhulp. Nederland heeft in 1996 terecht gekozen voor halvering van de bijdrage en zich geconcentreerd op noodhulp. Kan de minister meedelen welke ontwikkeling zij op de wat langere termijn voorziet?

Wat bedoelt de minister met de constatering dat verlaging van de bijdrage aan de FAO een gevolg is van individuele beslissingen? De minister verwacht een verdere afbouw van de bijdrage. Heeft zij daarmee alle hoop op verbeteringen opgegeven?

Wat de WHO betreft, heeft de minister terecht groot vertrouwen in mevrouw Brundtland. Zij heeft een partnershipprogramma gesloten voor betere aansluiting. De heer Eurlings stond daar in principe achter. De vraag is hoe een en ander zal uitpakken en met welk bedrag Nederland zijn bijdrage in de komende jaren zal verhogen.

De UNESCO is feitelijk door de minister opgegeven. De verkiezing van de nieuwe DG zou essentieel zijn. Helaas is gekozen voor een Japanner over wiens capaciteiten niet onverdeeld positief gedacht wordt. Wat is de reactie van de minister hierop?

Hij had in het stuk een analyse gemist over UNHCR. Kan daarover iets nader wordt gemeld?

Mevrouw Karimi (GroenLinks) was over deze notitie positiever dan over de eerder uitgebrachte notities in de reeks van drie. De minister geeft hierin veel concreter aan wat de problemen zijn, wat zij voor heeft met de verschillende organisaties en hoe zij daaraan wil werken.

Het versterken van de VN-instellingen had haar instemming en zou uitgangspunt van beleid moeten zijn. Dit zou kunnen langs een centrale lijn. Met de manier waarop dit in de notitie is aangegeven, was zij het eens. Het zou ook kunnen langs een decentrale lijn. In dat kader kan worden gedacht aan vrijwillige bijdragen die concreet en specifiek gericht worden ingezet. Daarvoor gelden twee instrumenten. Het eerste betreft partnershipprogramma's, een instrument waarover de minister en ook de fractie van GroenLinks positief denkt. Het tweede betreft multibiprogramma's en daarover is de minister minder positief, in tegenstelling tot de Algemene Rekenkamer. Via het versterken van goede, decentrale organisaties kan invloed worden uitgeoefend op de centrale.

Wat UNDP betreft, moet de vraag worden beantwoord of de 10% korting doorgevoerd is. Zou die korting als een soort fonds gebruikt worden om specifiek werk te doen?

Mevrouw Karimi was blij dat de minister terug is gekomen op haar beleidsconclusie inzake UNCDF. Indien de minister veel meer inzet op decentrale en lokale besturen, is er sprake van een stapje in de goede richting.

Met betrekking tot de relatie tussen UNDP en Wereldbank zou zij graag horen welke afbakening de minister het meest geschikt acht. Wat betekent de opmerking dat UNDP zich moet concentreren op postconflictlanden?

Wat de FAO aangaat, pleitte zij ervoor niet te kiezen voor een centrale samenwerking.

Gezien het belang en de urgentie van het onderwerp aids, vroeg zij aandacht voor meer steun van Nederland aan UNAIDS.

De heer Hoekema (D66) bracht de positie van Nederland ter sprake bij het vervullen van topfuncties in VN-organen en vroeg hiervoor meer aandacht. Wij zijn ondervertegenwoordigd in de hogere rangen.

Hij had voor deze notitie grote waardering en steunde het leggen van de nadruk op het multilaterale kanaal. Nederland heeft traditioneel altijd heel veel nadruk gelegd op bilateraal beleid en vrij weinig op multilateraal beleid. Een algemeen probleem vormen de effectiviteit, de efficiëntie, de controle en de evaluatie. Kan de minister aangeven hoe de instellingen, organisaties, programma's en fondsen van de VN zich laten evalueren? Is daar een algemeen model voor? Is de onafhankelijkheid ervan gegarandeerd? Hij benadrukte dat de evaluatie van het werk van UNDP van het grootste belang is en vroeg of daarover al wat meer is te zeggen.

UNFPA vond hij een bijzonder goede organisatie die de steun van Nederland volop verdient. Waarom wordt niet wat meer geld naar deze organisatie gesluisd?

De hervorming van de Romeinse instellingen leek hem noodzakelijk. Bestaat daarvoor een coherent plan? Wat is de rol van de nieuwe DG -- het begrip "nieuw" is hier uiteraard relatief -- van de FAO in dit verband?

De heer Hoekema vond het goed dat de minister het heeft aangedurfd om UNDP de wacht aan te zeggen. Gezien het feit dat de nieuwe administrateur van het programma blijk heeft gegeven van een inspirerende visie en goede plannen vroeg hij hoe het nu gaat met UNDP. Hij was ervoor beheerst gebruik te maken van het instrument van carrot + stick, waarbij de voorspelbaarheid inzake de vrijwillige bijdragen van Nederland wel voorop moet blijven staan.

In het verleden werd de nulgroei beschouwd als een uitgangspunt waaraan absoluut niet mocht worden getornd. Nederland blijkt nu voorstander te zijn van het loslaten van dit uitgangspunt voor succesvol beleid. Op welke wijze worden de meer conservatieve partners gestimuleerd de Nederlandse beleidsuitgangspunten over te nemen? Is er een EU-beleid om meer slagkracht in het veld te kunnen brengen dan Nederland alleen kan? Staat zoiets op de agenda van de EU-Ontwikkelingsraad?

Het was hem niet duidelijk of de UN Development Group een nieuwe, overkoepelende organisatie is. Wordt binnen het VN-systeem nu meer gemeenschappelijk geopereerd? Hoe moet UNDAF in dit verband worden gezien?

De keuze van Nederland voor partnershipprogramma's leek de heer Hoekema heel goed. In welke gevallen wordt daartoe overgegaan? Hij wees erop dat niet alle organisaties die programma's kennen. Naar zijn mening moet de multibiweg geopend blijven.

De stelling is geponeerd dat de VN tekortkomingen vertoont als gevolg van het inconsistente beleid van de lidstaten. Nederland is op weg een consistent en coherent beleid te voeren. Geldt dit ook voor de andere lidstaten van de EU en andere belangrijke donoren van de VN-organisaties?

Het antwoord van de minister

De minister ging ervan uit dat de hele Kamer zich in beginsel positief opstelt tegenover de VN, ondanks het feit dat veel VN-organisaties nogal wat zwakke punten hebben.

De discussie over multilateraal versus bilateraal is in de Kamer nauwelijks gevoerd. Duidelijk is dat Nederland als donor in tegenstelling tot veel andere donoren relatief weinig multilateraal doet. Afgezien daarvan zijn er capaciteitsproblemen. Waar andere donoren ten minste vier, oplopend tot negen ambtenaren hebben per omgezette 10 mln. dollar heeft Nederland er twee. Verder geldt dat in de meeste donorlanden waarmee Nederland zich wil vergelijken de minister voor ontwikkelingssamenwerking of een eigen apparaat heeft -- dan wel aan het opbouwen is, zoals in het VK -- of een soort rijksdienst. Zij zou overigens geen voorstander zijn van een eigen rijksdienst. Als de Kamer van mening is dat bilateraal door moet worden gegaan op het huidige financiële niveau, moeten daar personele en organisatorische consequenties aan verbonden worden. In de komende brief over de internationale ontwikkelingsarchitectuur zou zij op een en ander dieper ingaan.

Zij had de motie-Dijksma niet in die zin geïnterpreteerd dat de internationale organisaties zich uitsluitend dienen te richten op de armste landen met een goed bestuur. Goed bestuur vond zij geen criterium voor iedere VN-organisatie. Wel moet getracht worden VN-organisaties te focussen op de armere landen. De minister was van mening dat UNDP zijn kantoren in Bangkok en Brazilië moet sluiten en uitsluitend moet werken in ontwikkelingslanden waar het een toegevoegde waarde heeft, maar had geconstateerd dat dit door de dinosaurusachtige houding van de G77-woordvoerders niet wordt gestimuleerd.

In de komende brief wordt nader ingegaan op de samenwerking tussen Wereldbank en VN. Zij was van mening dat het financieel-economische beleid veel socialer moet worden. Op dit moment wordt invulling gegeven aan het sociale gezicht van de Wereldbank en het IMF.

In het onderhavige stuk is niets vermeld over UNHCR en OCHA. De minister wilde desgewenst een aparte notitie uitbrengen over het functioneren van UNHCR. OCHA is een vrij jong coördinatiemechanisme over de werking waarvan zij enthousiast was.

De mededeling "mede door toedoen van Nederland" was een aantal malen in het stuk vermeld naar aanleiding van eerdere vragen over wat Nederland op bepaalde terreinen doet.

Zij onderschreef de opmerkingen over carrot + stick en vrijwillige bijdragen en merkte op dat Nederland zich richt op het financieren van resultaten, niet van intenties.

Het oormerken van geld heeft er niet toe bijgedragen ervoor te zorgen dat VN-instellingen zich met hun hoofdzaken bezighouden. Zij kunnen weinig op lange termijn plannen, omdat zij elk jaar moeten afwachten welke landen zo goed zijn hun bijdragen te leveren. Multilaterale besluitvorming wordt onmiddellijk onderuit gehaald als enerzijds wordt besloten iets te doen en als anderzijds de fondsen in afwijking van die besluitvorming worden geoormerkt. Zij was bereid selectief per organisatie van de nulgroei af te komen, maar moest constateren dat de Verenigde Staten daarvoor niets voelen. Via partnershipprogramma's wordt getracht bepaalde thema's te steunen waarvan gedacht wordt dat zij deugen.

Het vorige jaar is aan UNDP 5 mln. van de achtergehouden 10% alsnog uitgekeerd, omdat op het punt van samenwerking met de Wereldbank enorme vooruitgang is bereikt. De bereidheid om samen te werken met de Wereldbank is een essentieel onderdeel bij het beantwoorden van de vraag of verzoeken om additionele middelen aan organisaties worden gehonoreerd.

Het was de minister gebleken dat de ontwikkelingslanden veel liever te maken hebben met VN-instellingen dan met bilaterale donoren die per definitie geopolitieke of economische agenda's hebben.

Zeven jaar geleden bleek de Nederlandse regering van mening te zijn dat de Wereldbank zich moest bezighouden met postconflictlanden. Zij was het daar toen niet mee eens en vond dat een typische VN-zaak, maar inmiddels is het Nederlandse standpunt gemeengoed geworden.

Zij zegde toe dat de Kamer binnen twee weken concreet voorgelegd krijgt welke VN-instelling welk bedrag en waarom krijgt. In de prijzen vallen in elk geval UNAIDS en UNFPA. Ten aanzien van UNICEF hield zij nog een slag om de arm. UNICEF stelt zich terughoudend op bij het meedoen aan de sectorale benadering, omdat deze VN-instelling graag haar eigen zichtbaarheid wil blijven tonen. Dit is in tegenspraak met doelmatigheid. Maar misschien wordt aan deze instelling toch wat meer gegeven, omdat de kwaliteit van de projecten in het veld vaak erg goed is.

Wat UNDP betreft, moeten de hervormingen snel worden doorgevoerd, omdat het geduld op raakt. Triest is dat minder geld beschikbaar is, terwijl net een nieuwe administrateur is aangesteld die hervormingsgezind is. Indien blijkt dat betrokkene gunstige resultaten kan tonen, kan worden overwogen de korting ongedaan te maken. De administrateur weet waarop hij wordt afgerekend.

Getracht wordt de vijf grootste donoren te mobiliseren om te komen tot een evaluatie. Vier zijn er inmiddels over de streep; alleen Japan aarzelt nog. Een probleem ten aanzien van de VN-instellingen is dat er geen onafhankelijke evaluatiediensten zijn. Daardoor komen nooit slechte rapporten op tafel en dat wil men in die kringen graag zo houden. De evaluatie is erop gericht het transitieproces bij UNDP te ondersteunen.

UNDG is geen nieuwe organisatie, maar betreft de vergadering van alle VN-organisaties, bedoeld om ter plekke en op centraal niveau te komen tot betere samenwerking. Dit is cruciaal. De regering overweegt wat partnershipgeld in te zetten om UNDG in staat te stellen UNDAF in een aantal landen beter te laten opereren, waarbij het mogelijk is via de Nederlandse ambassades na te gaan of met het geld gedaan wordt waarvoor het bestemd is.

Voor UNDAF vormt UNICEF een van de problemen. Daarop moet UNICEF worden aangesproken, hoe mooi de projecten ook zijn.

De minister was van mening dat de nieuwe DG van de UNESCO niet tegenvalt al was deze voor Nederland niet de eerste keuze.

Nederland is bezig prestatiemeting ten aanzien van alle VN-instellingen in te voeren, dat wil zeggen dat doelmatigheid en doeltreffendheid worden gemeten aan de hand van door iedereen gehanteerde harde indicatoren.

Zij merkte op dat niet op verzoek van de commissie-Van Zijl deze notitie naar de Kamer is gezonden. Bij haar aantreden had zij dit al kenbaar gemaakt en gesteld zaken als prestatiemeting, vergelijkend onderzoek, concurrentie en kwaliteit aan de orde te willen stellen.

Uit het rapport van de Rekenkamer blijkt op veel instellingen kritiek te zijn, terwijl tevens tot uitdrukking komt dat het systeem bij Ontwikkelingssamenwerking goed is en andere ministeries wordt verzocht dat systeem ook in te voeren. Bovendien meldt de Rekenkamer zeer tevreden te zijn over de appreciaties, gemaakt door de minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

In het rapport van de Rekenkamer staat niet dat multibiprojecten goede projecten zijn, maar staat dat ze goed beheerd worden.

Via partnershipprogramma's wordt in financieel opzicht waardering kenbaar gemaakt voor instellingen, met de bedoeling te voorkomen dat vanwege gebrek aan geld bepaalde projecten mislukken.

De hervorming van de Romeinse instellingen heeft internationaal weinig prioriteit ondanks de energie die Nederland daar de laatste vijftien jaar in heeft gestoken. Wat WFP betreft, liggen de Verenigde Staten voortdurend dwars.

Positiever kon zij berichten over UNCDF. Er worden kleine pilotprojecten uitgevoerd die als voorbeeld kunnen dienen voor organisaties als UNDP. Zij zou deze uitstekende organisatie graag wat extra geld willen geven, maar het probleem is dat Nederland al 24% van het budget fourneert. Zij wilde het voorlopig houden bij de huidige bijdrage en alleen iets meer doen als andere donoren dat ook doen.

Nederland is qua personeel niet ondervertegenwoordigd in VN-organisaties, maar heeft weinig mensen in topfuncties. Feit is dat de meeste organisaties topzwaar zijn en dat Nederland er niet voor is dat meer topfuncties worden gecreëerd. Daarbij komt dat, nadat in twee gevallen na het doen van veel moeite goede kandidaten gevonden waren, deze zich terugtrokken, wat weinig inspirerend werkt.

Nadere gedachtewisseling

De heer Hessing (VVD) was blij dat mevrouw Karimi deze notitie beter vindt dan de vorige twee en keek met haar vol verwachting uit naar de volgende.

Mevrouw Dijksma (PvdA) vond het niet juist in het algemeen te stellen dat de versnippering moet worden voorkomen en dat tot schrapping moet worden overgegaan. Geformuleerd moet worden wat precies voor ogen staat, waarbij als uitgangspunt moet gelden dat gefocust moet worden op lage-inkomenslanden.

Zij wilde graag weten of het feit dat andere EU-lidstaten veel meer multilateraal doen dan Nederland een kwaliteitscriterium is.

Naar de mening van de minister moet UNDP zich richten op postconflictlanden. Doet Nederland dit nu al en is het daarin consistent? Mevrouw Dijksma zou het niet verstandig vinden het mandaat van deze organisatie zodanig in te perken dat zij alleen als een probleemoplossend instituut gaat werken. Hoe denkt de minister daarover?

De heer Eurlings (CDA) was het hartgrondig eens met de stelling dat Nederland resultaten moet financieren en geen intenties. Ook instellingen als zodanig moeten niet gefinancierd worden. Een instelling is een middel en mag nooit een doel op zichzelf worden. Gezien het feit dat de effectiviteit van het werk van veel VN-organisaties ten minste zeer twijfelachtig is, is de discussie over het steeds meer gaan van bilaterale hulp naar multilaterale hulp actueel. Kan in het komende stuk nader worden ingegaan op de verhouding tussen bilaterale en multilaterale kanalen in de verschillende donorlanden en een overzicht worden verstrekt van de bijdragen van die landen aan de verschillende instellingen?

Hij betreurde het dat zijn positieve geste inzake de commissie-Van Zijl niet op waarde is geschat, ofschoon deze toch welgemeend was.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) begreep dat de aanpak van de minister minder rigoureus zal zijn dan in de notitie is verwoord vanwege een paar goede ontwikkelingen die VN-organisaties te zien hebben gegeven.

Zij verzocht de minister de Kamer in een volgend stuk te informeren over de problemen inzake de uitvoeringscapaciteit en over de Britse oplossing hiervoor, alsmede over de inhoud van partnershipprogramma's.

Dit jaar moet een nieuwe hoge commissaris van UNHCR worden benoemd. Is Nederland daarmee bezig?

De heer Hoekema (D66) was van mening dat ook VN-organisaties als ECOSOC aan hervorming toe zijn en vroeg naar de mening van de minister hierover.

Hij zou het op prijs stellen als de minister andere donorlanden ertoe kon brengen meer geld ter beschikking te stellen aan UNCDF. Dit fonds is bij uitstek geschikt om economische dynamiek in ontwikkelingslanden te brengen.

De minister zegde haar inzet op het laatste punt toe.

In haar paraplubrief zou zij ingaan op de vragen over fora als ECOSOC.

Zij roemde de coherentie van de Britten en voegde eraan toe dat Nederland wat dit betreft op de goede weg is.

Het was nooit haar inzet geweest de motie-Dijksma c.s. zo uit te leggen dat good governance een criterium zou moeten worden voor alle VN-organisaties. Invulling aan deze motie wordt gegeven via het zich concentreren op de lage-inkomenslanden en niet op de armste landen, want dat zou te smal zijn. Zij was van oordeel dat voorkomen moet worden dat de internationale financiële instellingen alleen nog maar aanwezig zijn in de tweede generatie hervormerslanden en dat UNDP de lappenmandlanden voor zijn rekening neemt. Per land moet worden bezien wat de toegevoegde waarde van welke organisatie is.

Het feit dat veel Europese landen meer multilateraal te werk gaan dan Nederland is op zich geen argument. Dit punt dient in samenhang te worden bezien met de beperkte Nederlandse uitvoeringscapaciteit. Dit vergt een debat ten principale, hetgeen in Nederland uitsluitend gevoerd kan worden bij formatiebesprekingen. Het Britse model komt overeen met wat in Nederland vijf jaar geleden gold en de minister kon niet ontkennen dat zij daarop jaloers is. Zij zou een en ander op papier zetten en de Kamer doen toekomen.

Zij was er verheugd over te kunnen melden dat UNDP in Jakarta voortreffelijk functioneert.

De Nederlandse hulp in de laatste tien tot vijftien jaar is terdege geëvalueerd. De conclusies daaruit worden verwerkt in nieuw beleid, maar nu is het te vroeg om daarop in te gaan.

In het kader van partnershipprogramma's worden afspraken gemaakt over controle, waarbij een tamelijk lichte rapportageplicht geldt om zoveel mogelijk bureaucratie te vermijden. In dat kader wordt gebruik gemaakt van de financiële verantwoording van de instellingen zelf en dat moet voldoende zijn.

De voorzitter van de commissie,

De Boer

De griffier van de commissie,

Hommes


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Valk (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA),ondervoorzitter, M.B. Vos (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Dijksma (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Remak (VVD), Van der Knaap (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Wilders (VVD)

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Zijlstra (PvdA), Belinfante (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Eurlings (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Van Bommel (SP), Cherribi (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Gortzak (PvdA), De Haan (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Feenstra (PvdA), Leers (CDA), Patijn (VVD), Van den Akker (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duivesteijn (PvdA), Balemans (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie