Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad Vervoer 26 juni 2000

Datum nieuwsfeit: 26-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Europese Unie

2279. Raad - VERVOER Press Release: Luxembourg (26-06-2000) - Press: 224 - Nr: 9547/00


9547/00 (Presse 224)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :


2279e zitting van de Raad

- VERVOER -

Luxemburg, 26 juni 2000

Voorzitter:

de heer Jorge COELHO

Minister van Infrastructuurvoorzieningen van Portugal

INHOUD

DEELNEMERS


*

BESPROKEN PUNTEN

ZEEVERVOER


*


-

RICHTLIJN INZAKE DE MET DE INSPECTIE VAN DE SCHEPEN BELASTE

ORGANISATIES *


-

RICHTLIJN INZAKE HAVENSTAATCONTROLE *


-

VERORDENING INZAKE DUBBELWANDIGE OLIETANKSCHEPEN *


-

VEILIGHEID OP ZEE - CONCLUSIES *

GALILEO


*

LUCHTVAART


*


-

RECHTEN VAN VLIEGTUIGPASSAGIERS *


-

EEN EUROPEES LUCHTRUIM *


-

VEILIGHEIDSEISEN EN VAKBEKWAAMHEIDSATTESTEN VOOR CABINEPERSONEEL

IN DE BURGERLUCHTVAART *


-

EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE LUCHTVAARTVEILIGHEID *


-

OPEN-SKIES-VERDRAG *

INLANDTRANSPORT


*


-

VERGROTING VAN DE VERKEERSVEILIGHEID - RESOLUTIE *


-

INTEROPERABILITEIT VAN HET GEWONE SPOORVERKEER *


- TRANSITORECHTEN VOOR ZWARE VRACHTWAGENS IN TRANSITOVERKEER DOOR

OOSTENRIJK (ECOPUNTEN)


*


- TOEWIJZING VAN VERGUNNINGEN VOOR ZWARE VRACHTWAGENS DIE IN

ZWITSERLAND AAN HET VERKEER DEELNEMEN


*


- MEDEDELING VAN DE COMMISSIE "OP WEG NAAR VEILIGER,

CONCURRERENDER, HOOGWAARDIGER WEGVERVOER IN DE GEMEENSCHAP"


*


- ICAO: WERKZAAMHEDEN MET BETREKKING TOT GELUIDSHINDER IN DE

LUCHTVAART


*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER


*


-

Richtlijnen over het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en per spoor *

CULTUUR/AUDIOVISUELE SECTOR


*

DOUANE-UNIE


*


-

Douanesamenwerking - EG/Turkije *

ONDERZOEK


*


-

Samenwerkingsovereenkomsten met Kazachstan en Oezbekistan *
VISSERIJ


*


-

Wijziging van de TAC- en quotaverordening voor 2000 *
REKENKAMER


*


-

Speciaal verslag nr. 7/1999 van de Rekenkamer over de ontwikkeling van bedrijventerreinen *

-

Speciaal verslag nr. 3/2000 van de Rekenkamer over het Europees Sociaal Fonds en het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (afdeling Oriëntatie) *

-

Speciaal verslag nr. 7/2000 van de Rekenkamer over het Internationaal Fonds voor Ierland en het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999) *

ECOFIN


*


-

Beginselen voor de registratie van belastingen en sociale premies
*

HANDELSPOLITIEK


*


-

Overeenkomst betreffende de handel in textielproducten met Kazachstan *

Voor meer informatie: tel. 32-2-285.60.83, 32-2-285.81.11

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België :

Mevrouw Isabelle DURANT

Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer

Denemarken
:

de heer Jacob BUKSTI

Minister van Verkeer

Duitsland
:

De heer Reinhard KLIMMT

Minister van Verkeer en Bouw- en Woonbeleid

De heer Henner WITTLING

Staatssecretaris, Ministerie van Verkeer en Bouw- en Woonbeleid

Griekenland
:

De heer Christos PAPOUTSIS

Minister van Koopvaardij

De heer Christos VERELIS

Minister van Verkeer

Spanje
:

De heer Francisco ÁLVAREZ-CASCOS FERNÁNDEZ

Minister van Opbouw

Frankrijk
:

De heer Jean-Claude GAYSSOT

Minister van Infrastructuur, Verkeer en Huisvesting

Ierland
:

Mevrouw Mary O'ROURKE

Minister van Overheidsbedrijven

Italië
:

De heer Pierluigi BERSANI

Minister van Verkeer en Scheepvaart

Luxemburg
:

De heer Henri GRETHEN

Minister van Vervoer

Nederland
:

Mevrouw Tineke NETELENBOS

Minister van Verkeer en Waterstaat

Oostenrijk
:

De heer Michael SCHMID

Minister van Verkeer, Innovatie en Technologie

Portugal
:

De heer Jorge COELHO

Minister van Infrastructuurvoorzieningen

De heer Guilhermino RODRIGUES

Staatssecretaris van Verkeer

Finland
:

De heer Olli-Pekka HEINONEN

Minister van Verkeer en Communicatie

Zweden
:

De heer Björn ROSENGREN

Minister van Industrie

Mevrouw Birgitta HEIJER

Staatssecretaris bij het Ministerie van Industrie

Verenigd Koninkrijk
:

De heer Keith HILL

Onderminister van Verkeer


* * *

Commissie
:

Mevrouw Loyola DE PALACIO

Vice-voorzitter

ZEEVERVOER


-

RICHTLIJN INZAKE DE MET DE INSPECTIE VAN DE SCHEPEN BELASTE

ORGANISATIES

In afwachting van de lopende institutionele procedures (advies van het Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de regio's, medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement), heeft de Raad geconstateerd dat er brede overeenstemming was over de ontwerp-richtlijn inzake de organisaties voor de inspectie van schepen.

Doel van het voorstel is de kwaliteit van de met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties die taken voor lidstaten uitvoeren ("classificatiebureaus"), te verbeteren en te harmoniseren, met name door:


- de verantwoordelijkheid voor het erkennen, controleren en schorsen van de inspectieorganisaties over te dragen van de lidstaten aan de Commissie, met dien verstande dat de lidstaten bevoegd blijven voor de aanwijzing van de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op hun vloot;
- de voorschriften inzake de burgerlijke aansprakelijkheid van de erkende organisaties te harmoniseren;

- de door de erkende organisaties te verstrekken informatie ook te doen toezenden aan de Commissie, de vlaggenstaten en het Sirenac-informatiesysteem voor havenstaatcontrole, en, in geval van verandering van classificatiebureau, aan dat nieuwe bureau.

-

RICHTLIJN INZAKE HAVENSTAATCONTROLE

De Raad heeft nota genomen van de voortgang van de besprekingen over het richtlijnvoorstel van de Commissie. Hij heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen vaart te zetten achter dit dossier zodat de Raad in zijn zitting van oktober a.s. tot een akkoord kan komen dat vorderingen in de medebeslissingsprocedure met het Parlement mogelijk maakt.

Het voorstel tot wijziging van de richtlijn over de havenstaatcontrole heeft onder meer ten doel controles verplicht te stellen, op basis van het reeds door het Memorandum van Overeenstemming van Parijs (MOU) inzake toezicht door de havenstaat ingevoerde systeem van prioriteiten voor het identificeren van schepen met een hoog risico. Voor oudere schepen hebben strengere maatregelen meer bepaald betrekking op verplichte uitgebreide inspecties om mogelijke risico's te ontdekken en op de weigering van toegang tot communautaire havens voor schepen met de slechtste beoordelinglijst inzake veiligheid. Het voorstel voorziet ook in een ruimere verspreiding van informatie tussen havenstaten, de Commissie en het publiek en een verbeterde controle op de toepassing van de richtlijn.


-

VERORDENING INZAKE DUBBELWANDIGE OLIETANKSCHEPEN

De Raad heeft nota genomen van de vooruitgang van de besprekingen over het voorstel voor een verordening van de Commissie inzake de geleidelijke invoering van dubbelwandige olietankers. Hij heeft gewezen op het belang van de technische kwesties die in het Commissievoorstel aan de orde worden gesteld.

De Raad heeft nota genomen van de bijdragen van de delegaties en het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen verder te werken en een debat in de Raad van oktober a.s. voor te bereiden.

Met het voorstel betreffende dubbelwandige olietankschepen wordt beoogd enkelwandige olietankschepen sneller uit de vaart te nemen en te vervangen door dubbelwandige olietankschepen, zoals reeds is vastgelegd in het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL). In dit verband dient erop gewezen te worden dat de Verenigde Staten een dergelijke maatregel reeds hebben genomen in het kader van hun Oil Pollution Act van 1990 (OPA90). De Commissie stelt voor dat tankschepen die de vlag van een lidstaat voeren en schepen die communautaire havens aandoen van een dubbele wand dienen te zijn voorzien; de data voor de invoering van die regeling zouden dezelfde moeten zijn als die welke door de Verenigde Staten zijn voorgeschreven. Tevens wordt voorgesteld het programma voor uitdevaartneming uit te breiden tot vaartuigen die zo klein zijn dat zij momenteel niet onder MARPOL vallen. Bij wijze van flankerende maatregel stelt de Commissie financiële stimulansen voor in de vorm van lagere haven- en loodsrechten voor dubbelwandige olietankers en hogere rechten voor enkelwandige tankschepen.


-

VEILIGHEID OP ZEE - CONCLUSIES

"1. DE RAAD herhaalt dat hij op het gebied van de veiligheid op zee op internationaal, communautair en nationaal niveau een beleid wil voortzetten en intensiveren dat de kans op ongevallen doet afnemen, waardoor verlies aan mensenlevens en verontreiniging van het mariene milieu worden vermeden.

2. Hij erkent dat wanneer enig onderdeel van de scheepvaartindustrie substandaardnormen aanvaardt, dit ten koste gaat van de bescherming van mens en milieu, de veiligheid van schepen en eerlijke concurrentie, en dat de beëindiging van zulke praktijken ten goede zal komen aan alle betrokken partijen en zal bijdragen tot een universele cultuur van veiligheid en kwaliteit.
3. Hij acht het streven naar efficiëntie en kwaliteit bij de maritieme autoriteiten van de lidstaten van groot belang voor hun werk op het gebied van veiligheid en voorkoming van verontreiniging van het mariene milieu. Met het oog daarop verzoekt hij de lidstaten de situatie te evalueren en zo nodig personeelsbezetting en beschikbare middelen af te stemmen op de verschillende te vervullen taken en een kwaliteitsborgingssysteem toe te passen.

4. Hij acht het noodzakelijk dat er tussen de lidstaten ervaringen worden uitgewisseld op het gebied van organisatie en werkmethoden, met name via een betere coördinatie van de activiteiten van de scheepsverkeersdiensten (VTS), om aldus te bereiken dat werkwijze en eisen verbeterd worden. Hij acht dit des te meer van belang met het oog op de komende uitbreiding van de Europese Unie.
5. Hij steunt de ontwikkeling en uitbreiding van het EQUASIS-informatiesysteem om te komen tot meer transparantie in de informatie over veiligheid en kwaliteit van de mondiale koopvaardijvloot.

6. In het besef dat voor de verbetering van de veiligheid op zee volledige vakbekwaamheid van de bemanningen en goede arbeidsvoorwaarden aan boord nodig zijn, verzoekt hij de lidstaten de desbetreffende internationale verdragen van de IMO en de ILO te bekrachtigen en een oplossing te zoeken voor het probleem van in de steek gelaten zeelieden.

7. Hij is van oordeel dat er bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het vervoer van aardolieproducten en andere gevaarlijke stoffen over zee en meent derhalve dat de mededeling van de Commissie over de veiligheid van het vervoer van aardolieproducten over zee op het juiste moment komt.
8. Hij wijst erop dat goede vorderingen zijn gemaakt met de behandeling van het voorstel houdende wijziging van Richtlijn
94/57/EG van de Raad inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties, wat moet leiden tot een vergaande harmonisatie van de financiële aansprakelijkheid van de classificatiebureaus en een betere en meer uniforme controle op de taakvervulling van die organen.

9. Hij geeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opdracht prioriteit te verlenen aan de verdere behandeling van het voorstel houdende wijziging van Richtlijn 95/21/EG betreffende de naleving, met betrekking tot de schepen die gebruik maken van havens in de Gemeenschap en varen in de onder de jurisdictie van de lidstaten vallende wateren, van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (havenstaatcontrole), teneinde dat voorstel vóór eind 2000 aan te nemen en aldus de doeltreffendheid van de havenstaatcontrole te verbeteren en kennelijk onveilige schepen toegang te weigeren tot de havens van de Gemeenschap.
10. Hij draagt het Comité van permanente vertegenwoordigers op het voorstel voor een verordening betreffende de versnelde invoering van eisen inzake dubbelwandige uitvoering of gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen met dezelfde prioriteit verder te behandelen, en vraagt de Commissie zo spoedig mogelijk een evaluatie voor te leggen van de economische, sociale en juridische gevolgen daarvan voor de economie van de Europese Unie en de aardolievoorziening.

11. Hij neemt nota van het voornemen van de Commissie om, zoals aangegeven in haar mededeling over de veiligheid van het vervoer van aardolieproducten over zee, een reeks acties voor te stellen die gericht zijn op de verbetering van de veiligheid op zee, zoals voorstellen tot instelling van een systeem voor toezicht op het zeevervoer zodat schepen efficiënter gevolgd kunnen worden, en van een juridisch kader ter versterking van de
milieuaansprakelijkheidsregeling die thans op het gebied van vervuiling door olielozingen van toepassing is.
12. Het belang van betrokkenheid van ook niet-EU-landen indachtig, spoort hij de lidstaten aan hun volle steun te geven aan de werkzaamheden in de IMO, die zouden moeten leiden tot een spoedige, adequate herziening van bijlage I van het MARPOL-verdrag om het gevaar van het vervoer van aardolieproducten over zee met enkelwandige tankers uit te bannen.

13. Hij roept de lidstaten en de Commissie op te streven naar verhoging van het door het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (IOPCF) bepaalde
schadevergoedingsmaximum per ongeval, met name om een betere dekking voor milieuschade te bieden, en te dien einde ook met niet-EU-landen samen te werken.

14. Hij juicht de campagne voor gerichte inspectie van olietankers van het comité havenstaatcontrole van het memorandum van Parijs toe.

15. Hij verzoekt de Commissie te overwegen zo nodig een Europese gegevensbank te vormen betreffende ongevallen en voorvallen op zee, hetgeen een belangrijke vereiste is om ongevallen in de toekomst te voorkomen en maatregelen te treffen die berusten op de formele veiligheidsbeoordeling (FSA).

16. Hij herinnert eraan dat het bereiken van de doelstellingen van het beleid voor veiligheid op zee afhankelijk is van een correcte, doeltreffende toepassing van de bestaande wetgeving, met inbegrip van algemene communautaire maatregelen inzake gezondheids- en arbeidsomstandigheden in de maritieme sector. Daarom verzoekt hij de Commissie een rapport voor te leggen over de uitvoering en toepassing van het acquis communautaire in de lidstaten.
17. Hij wijst nogmaals op de reeds eerder geformuleerde doelstelling van behoud en bevordering van de zeevaartberoepen in Europa, die verwezenlijkt moet worden door het stimuleren van de belangstelling van de Europese jongeren voor die bedrijfstak en door te zorgen voor een behoorlijke beroepsopleiding. Met het oog daarop verzoekt hij de Commissie een mededeling in te dienen over de aanwerving en opleiding van zeelieden, en daarbij in het bijzonder rekening te houden met de suggesties van de sociale partners."

GALILEO

De Raad heeft nota genomen van het interimverslag van de Commissie betreffende de ontwerpfase van het GALILEO-project en was met name ingenomen met de op de wereldconferentie over radiocommunicatie in Istanbul behaalde resultaten. Vervolgens heeft de Raad politieke overeenstemming bereikt over de onderstaande ontwerp-conclusies, met dien verstande dat ze tijdens een komende zitting van de Raad formeel ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.

"De Raad van de Europese Unie


1. bevestigt, in het licht van de conclusies van de Europese Raad van Keulen van 3 en 4 juni 1999, het strategisch belang van het GALILEO-project, dat voornamelijk civiele behoeften moet dienen;
2. brengt zijn resolutie van 19 juli 1999 ( 1) in herinnering inzake de voorwaarden voor de realisatie van de ontwerpfase van het GALILEO-project en verlangt dat de Commissie vóór eind 2000 de resultaten van de ontwerpfase aan de Raad voorlegt, waarin op alle in die resolutie genoemde vereisten wordt ingegaan, zodat de Raad een besluit kan nemen over de verdere ontwikkeling van GALILEO;
3. is verheugd over het voortschrijdende werk bij de ESA aan het GALILEO-satellietprogramma;

4. is verheugd over de verkregen resultaten wat betreft de toewijzing van nieuwe frequenties voor radionavigatie per satelliet tijdens de Wereldradioconferentie die op 2 juni 2000 werd beëindigd;

5. wijst erop dat met verschillende onafhankelijke en interoperabele systemen naast elkaar de mogelijkheden van radionavigatie per satelliet wereldwijd optimaal tot ontwikkeling gebracht kunnen worden;

6. verzoekt de Commissie om in onderhandelingen met de Verenigde Staten en de Russische Federatie de weg te effenen voor nauwe samenwerking, rekening houdend met het tijdschema van het Europese project, en besprekingen te beginnen met andere derde landen;
7. onderstreept dat het systeemontwerp onder meer gebaseerd moet zijn op gebruikerseisen die opgesteld zijn via onderzoek en intensief overleg met potentiële gebruikers. Daarom wordt de Commissie verzocht de structurele dialoog met alle geïnteresseerde gebruikersfora voort te zetten en te intensiveren en de Raad toe te lichten hoe GALILEO tegemoetkomt aan de gebruikerseisen;
8. verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk informatie te verstrekken over:


·

een aanvullende kosten-batenanalyse, waarin in kaart gebracht wordt wat de eventuele kosten en baten van het project zijn voor de verschillende sectoren en hoe de kosten op billijke wijze gespreid kunnen worden over de verschillende gebruikerscategorieën;

·

de technische keuzen voor het laatste stadium van de ontwerpfase, in het licht van de projectdoelstellingen op het stuk van diensten, betrouwbaarheid en internationale samenwerking; die keuzen moeten het opzetten van het publiek/privaat partnerschap en van een aansprakelijkheidsregeling vergemakkelijken;
·

een ontwerp-architectuur met de volgende kenmerken: levering van alle diensten met gecontroleerde toegang; mondiaal bereik, inclusief de noorderbreedten; optimale integratie van EGNOS zodat de continuïteit en de integriteit van het systeem gewaarborgd zijn en de capaciteit vergroot wordt; en kosteneffectiviteit;
·

de grote lijnen van de organisatie, de financiering en het beheer van het GALILEO-programma.


9. verzoekt de Commissie deze informatie tijdig te verstrekken, zodat de Raad Vervoer tijdens zijn volgende zitting op basis van een vragenlijst een uitvoerig oriënterend debat kan houden en dan tijdens zijn zitting op 20 en 21 december 2000 een besluit kan nemen."
LUCHTVAART


-

RECHTEN VAN VLIEGTUIGPASSAGIERS

De Commissie heeft de Raad meegedeeld welke maatregelen zij naar aanleiding van de Raadszitting van 28 maart heeft genomen om ervoor te zorgen dat de rechten die de Europese burgers als vliegtuigpassagiers genieten bij het grote publiek bekend raken. De Raad is er met name mee ingenomen dat met de actieve medewerking van de Europese luchthavens een informatiecampagne is gelanceerd, die vorige week officieel van start ging in Lissabon en Rome.

Vooral het belang van de samenwerking tussen de luchtvaartmaatschappijen werd geaccentueerd.

De Raad heeft akte genomen van de recente mededeling van de Commissie over de versterking en de uitbreiding van de rechten van de passagiers en het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen deze mededeling te bestuderen zodat de Raad ze in zijn zitting van oktober kan bespreken.

Er zij aan herinnerd dat de Commissie tijdens de zitting van de Raad van 28 maart jl. daarover een werkdocument heeft gepresenteerd. De Commissie overweegt een beleidsinitiatief in twee fasen:


- de eerste is een kortetermijnactie die de passagiers bewust moet maken van hun huidige rechten en de wijze waarop ze daarvan gebruik kunnen maken. De Commissiediensten hebben daartoe de bovenbedoelde informatiecampagne op gang gebracht om meer bekendheid te geven aan de rechten van de passagiers en zullen een actieprogramma opstellen om deze campagne verder uit te voeren.
- de tweede is het voorbereiden, met het oog op aanneming, van maatregelen op middellange termijn, om de rechten te versterken, de bejegening bij problemen te verbeteren en de consumenten de nodige informatie te geven om met kennis van zaken keuzen te maken.

-

EEN EUROPEES LUCHTRUIM

De Raad is door commissaris DE PALACIO geïnformeerd over het werk dat de door haar voorgezeten Groep op hoog niveau tot dusver heeft verricht. Hij heeft nota genomen van de bijdragen van de delegaties en onderstreept dat de werkzaamheden van die Groep moeten worden voortgezet en dat - zoals overeengekomen tijdens de Europese Raad van Santa Maria da Feira - de Commissie is verzocht in het eerste halfjaar van 2001 een eindrapport te presenteren, met het oog op het indienen van passende voorstellen.

Er zij op gewezen dat vliegtuigvertragingen in Europa een alarmerend niveau hebben bereikt; dit verschijnsel was vooral vorige zomer acuut en hield verband met de Kosovo-crisis.

De Raad Vervoer heeft in dat verband afgelopen juni een resolutie aangenomen waarin de Commissie wordt verzocht hem een verslag voor te leggen over de initiatieven die moeten worden genomen om dit probleem op te lossen. In december jl. heeft de Commissie een mededeling gepresenteerd over de totstandbrenging van één luchtvaartruimte in Europa. Tijdens die zitting heeft de Commissie de Raad in kennis gesteld van haar voornemen om onder voorzitterschap van Mevr. DE PALACIO, vice-voorzitter van de Commissie, een Groep op hoog niveau te laten bijeenkomen om in samenwerking met alle betrokken partijen, civiele zowel als militaire, de problemen i.v.m. het beheer van het luchtverkeer in hun geheel aan te pakken.


-

VEILIGHEIDSEISEN EN VAKBEKWAAMHEIDSATTESTEN VOOR CABINEPERSONEEL

IN DE BURGERLUCHTVAART

De Raad heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen de ontwerprichtlijn inzake veiligheidseisen voor het cabinepersoneel grondig te bestuderen in samenhang met het voorstel voor een verordening inzake de omzetting van JAR OPS 1 (gezamenlijke luchtvaartvoorschriften) in de gemeenschapswetgeving.
Door de aandacht van de Raad op het bovengenoemde voorstel te vestigen, heeft het voorzitterschap het politieke belang van dit ontwerp onderstreept, juist nu de Commissie haar nieuwe voorstel over de opname van JAR OPS heeft ingediend. Er zij aan herinnerd dat dit voorstel aansluit bij de technische, sociale en veiligheidsmaatregelen die het liberaliseringsproces in de luchtverkeerssector begeleiden.


-

EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE LUCHTVAARTVEILIGHEID

De Raad heeft gedebatteerd over de luchtvaartveiligheid en herhaald dat dit steeds een voorwerp van zorg van de Raad is geweest. Hij constateerde dat reeds belangrijk voorbereidend werk is verricht om de beste methoden te kiezen om dit doel te bereiken.
De Raad heeft erkend dat er verschillende keuzemogelijkheden zijn om de luchtvaartveiligheid te bevorderen en te versterken.

Aangezien de doelstellingen van snelle besluitvorming, efficiënt optreden en actie op pan-Europees niveau moeten worden gehaald, heeft de Raad geconstateerd dat een communautaire regeling momenteel de beste oplossing is om de beoogde versterking van de veiligheid te verwezenlijken.

Afgaande op de bijdragen tijdens de Raadszitting kan worden geconcludeerd dat de delegaties het ermee eens zijn dat de volgende stap de bespreking van een door de Commissie in te dienen voorstel voor een verordening tot instelling van een communautair agentschap is.

De Raad heeft de Commissie derhalve verzocht om hem zo spoedig mogelijk een voorstel voor een verordening voor te leggen waarin rekening wordt gehouden met de standpunten van de delegaties in die zitting en de hoofdlijnen die het voorzitterschap in zijn nota aan de delegaties heeft geschetst.

In de nota van het voorzitterschap wordt met name een mogelijk systeem voor de ontwikkeling van de luchtvaartveiligheid in Europa beschreven dat in het communautaire raamwerk kan worden ingepast. Zo een systeem zou ten opzichte van een internationale organisatie als onmiddellijke voordelen hebben dat er één besluitvormingskader is en dat het kan worden ingesteld zonder dat langdurige nationale bekrachtigingsprocedures nodig zijn.

De instantie geeft typecertificeringen uit voor luchtvaartproducten, terwijl de noodzakelijke gemeenschappelijke voorschriften voor productcertificatie door de Commissie worden aangenomen via de comitologieprocedure. Deze gecentraliseerde uitgifte van uniforme certificaten zou een grote meerwaarde hebben ten opzichte van het huidige systeem, dat geen enkele bindende norm kent.

Voorts,


- moeten derde landen bij de werkzaamheden van de deskundigen van de instantie worden betrokken;

- moet de instantie regels opstellen voor de toepassing van de door de bevoegde organen vastgestelde milieunormen;
- worden de individuele besluiten van de instantie ten aanzien van de veiligheid door de directeur genomen. Niettemin mogen de lidstaten nationale deskundigen aanwijzen die waar nodig kunnen deelnemen aan de voorbereidende werkzaamheden.

-

OPEN-SKIES-VERDRAG

De Commissie heeft de Raad geïnformeerd over de recente ontmoetingen met vertegenwoordigers van de regering van de Verenigde Staten over de wenselijkheid van open skies in het luchtverkeer ("TCAA", Transatlantic Common Aviation Area).

De Raad heeft zijn voldoening uitgesproken over de voortgang van de werkzaamheden op technisch gebied over een eventueel onderhandelingsmandaat met de Verenigde Staten dat volgens hem volledig moet zijn. De Raad heeft niettemin opgemerkt dat nog extra werk nodig is voor hij in staat is een politiek besluit te nemen.

De Raad heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers verzocht het nodige te doen opdat tijdens de Raadszitting in december een besluit kan worden genomen.

INLANDTRANSPORT


-

VERGROTING VAN DE VERKEERSVEILIGHEID - RESOLUTIE

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

een algemeen debat gehouden hebbende over de op 20 maart 2000 door de Commissie voorgelegde mededeling "Prioriteiten op het gebied van verkeersveiligheid in de Europese Unie: Voortgangsrapport en rangschikking van acties naar prioriteit" en verheugd over de indiening daarvan, die past in het kader van het tweede actieprogramma van de Gemeenschap ter bevordering van de verkeersveiligheid in de Europese Unie voor de periode 1997-2001,


1) memoreert dat de vaststelling van maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren een doelstelling van het gemeenschappelijk vervoersbeleid is die uitdrukkelijk in het Verdrag is vastgelegd;

2) is van oordeel dat de vergroting van de verkeersveiligheid een van de hoofdprioriteiten van het vervoersbeleid moet zijn, gezien het onaanvaardbaar hoge aantal doden en gewonden bij verkeersongevallen in Europa, met ernstige fysieke, psychische en materiële gevolgen voor de slachtoffers en hun familie en voor de samenleving in haar geheel;

3) herinnert eraan dat vergroting van de verkeersveiligheid iedereen aangaat, dat wil zeggen de Europese Unie, de nationale, regionale, en lokale autoriteiten in de lidstaten, de motorvoertuigenindustrie, de vervoersondernemingen, de verenigingen en vooral de weggebruikers zelf;
4) constateert dat er aangaande verkeersongevallen nog aanmerkelijke verschillen tussen de lidstaten bestaan, hetgeen een reden te meer is voor een uitgebreider optreden, ook op Gemeenschapsniveau;

5) constateert dat het tweede actieprogramma een economische dimensie heeft verleend aan de aanpak van de verkeersveiligheid door economische kosten te verbinden aan sterfgevallen, fysiek letsel en materiële schade ten gevolge van verkeersongevallen;
6) erkent dat de kosten van ongevallenpreventie in het algemeen veel lager zijn dan de economische kosten van verkeersongevallen en de daardoor veroorzaakte schade;

7) merkt op dat het aantal verkeersslachtoffers, waaronder opmerkelijk veel kinderen en jongeren, op jaarbasis weliswaar afneemt, maar dat de situatie maatschappelijk onaanvaardbaar blijft, en dat alle betrokkenen actief dienen bij te dragen tot de vermindering van het aantal slachtoffers;


8) onderstreept het belang van de voortzetting en intensivering van de besprekingen die worden gevoerd in het kader van de administratieve overeenkomsten betreffende de toepassing en uitvoering van gezamenlijke verkeerscontroles;
9) deelt de mening van het Europees Parlement geuit in zijn resolutie van 11 maart 1998 over het tweede actieprogramma ( 2) dat er een nieuwe strategie moet worden gekozen om sneller resultaat te boeken op het gebied van de verkeersveiligheid waarbinnen onder meer prioriteiten worden gesteld voor de toekomstige EU-maatregelen;


10) acht vooruitgang op het gebied van de volgende maatregelen van fundamenteel belang:

I. WETGEVING


1. wijziging van Richtlijn 91/671/EEG ( 3) om het verplichte gebruik van veiligheidsgordels uit te breiden tot alle voertuigen waarin de veiligheidsgordel reeds een standaardvoorziening is, en het gebruik van goedgekeurde bevestigingssystemen voor kinderen te verplichten ;

2. uitbreiding van het toepassingsgebied van Richtlijn 92/6/EEG (
4) betreffende snelheidsbegrenzers tot bedrijfsvoertuigen of bussen van meer dan 3,5 ton op basis van het volgende evaluatierapport van de Commissie over de ervaring die bij de uitvoering van genoemde richtlijn is opgedaan;
3. richtlijn betreffende de goedkeuring van voertuigen met een voorzijde die bij aanrijdingen minder ernstige gevolgen heeft voor de meest kwetsbare weggebruikers, vooral kinderen, voetgangers en fietsers;

4. richtlijn betreffende het verplicht dragen van een helm voor gebruikers van motorrijwielen en bromfietsen;
5. wijziging van Richtlijn 91/439/EEG ( 5) betreffende het rijbewijs om de rijbewijscategorieën in overeenstemming te brengen met de verschillende soorten voertuigen en de toepassing van medische criteria voor rijbewijzen doelgerichter te maken;

6. wijziging van Richtlijn 71/127/EEG ( 6) om het zijdelingse en achterwaartse gezichtsveld door verkleining van de "dode hoek" te vergroten;

7. maatregelen met betrekking tot het probleem van autorijden en alcohol: een aanbeveling aannemen inzake het rijden onder invloed van alcohol met een oproep aan de lidstaten in het bijzonder de aanneming te overwegen van 0,5 mg alcohol per ml bloed als maximumlimiet voor het alcoholpromillage van bestuurders, onverminderd de vaststelling van lagere limieten voor alle of voor bepaalde categorieën bestuurders.
II. ONDERZOEK


1. voortzetting en intensivering van het werk in het kader van het Europese programma voor de beoordeling van nieuwe automodellen (EURO-NCAP) met het oog op de eventuele opneming van extra criteria in het bijzonder betreffende actieve veiligheid en veiligheid van voetgangers; evaluatie van de resultaten van het programma EURO-NCAP uit het oogpunt van de verkeersveiligheid;
2. voortzetting van het onderzoek naar
verkeersveiligheidsproblemen die veroorzaakt worden door bestuurders onder invloed van drugs en bepaalde geneesmiddelen, met in het bijzonder bestudering van de beste controlepraktijken in de lidstaten en ontwikkeling van opsporingsmiddelen ten behoeve van een doeltreffender controle;

3. voortzetting van het onderzoek met het oog op de vaststelling van normen voor de toepassing van computergestuurde systemen in voertuigen, gezien het actuele belang van de ontwikkeling van die systemen en de behoefte aan meer kennis over de effecten ervan op de verkeersveiligheid;

4. voortzetting van het onderzoek naar het gebruik van geavanceerde technologieën die het rijden ondersteunen, voor voertuigen en infrastructuur, die een belangrijk potentieel voor verbetering van de verkeersveiligheid bieden;
5. voortzetting van de evaluatie van technologieën met gevolgen voor voorzieningen voor het regelen van de snelheid, opsporing van eventuele problemen van technische, organisatorische, administratieve en juridische aard voor de toepassing daarvan, met uitwerking van een coherente strategie voor het oplossen van die problemen en het bevorderen van de commerciële verkrijgbaarheid van die technieken;

6. voortzetting en uitbreiding van de werkzaamheden in verband met de bescherming van de inzittenden van voertuigen in geval van een kopstaartbotsing ("zweepslag" - "whiplash");

7. onderzoek naar de mogelijkheid om uitrustingen te gebruiken die het starten van voertuigen verhinderen wanneer het nationaal toegestane alcoholpromillage overschreden is;
8. voortzetting van de werkzaamheden betreffende de installatie in voertuigen van voorzieningen die aan het gebruik van de veiligheidsgordel herinneren, met het oog op het uitwerken van specificaties;

9. nagaan of de eventuele verplichting tot het dragen van een helm voor fietsers geen negatieve neveneffecten dreigt te hebben voor het gebruik van de fiets en bestudering van de problemen bij de effectieve toepassing van deze maatregel;

10. verdere bestudering van de relevantie en de gevolgen van het permanent gebruik van hetzij dimlichten, hetzij speciale lichten door voertuigen overdag;

11. bestudering van de eventuele neveneffecten van het ontplooien van de airbag met name bij veelvuldige schokken.
12. bestudering van de effecten en mogelijkheden van de eventuele verplichte installatie in lichte voertuigen van instelbare door de bestuurder in werking te stellen snelheidsverklikker. .

III. INFORMATIE


1. bevordering van de verspreiding van de resultaten van in het kader van het programma EURO-NCAP gevoerde proefcampagnes;
2. bevordering en versterking van de uitwisseling van informatie op het gebied van de verkeersveiligheid, vooral door middel van de communautaire gegevensbank CARE ( 7), daar kwalitatieve en kwantitatieve informatie duidelijk kan maken waar de prioriteiten liggen en welke maatregelen vereist zijn met het oog op de vaststelling van het verkeersveiligheidsbeleid;
3. bevordering van voorlichtingscampagnes over de gevolgen van rijden onder invloed van alcohol en overdreven snelheid;
4. bevordering van voorlichtingscampagnes over het belang van het gebruik van de veiligheidsgordel door gebruikers van voertuigen en van het dragen van een helm door gebruikers van tweewielige voertuigen;

5. aanleggen en beheren van een geïntegreerd informatiesysteem voor het verzamelen, vergelijken, interpreteren en bekendmaken van statistieken over alle aspecten van de verkeersveiligheid in de Europese Unie;


6. bevordering van informatie-uitwisseling op Europees niveau op het gebied van slachtofferhulp na ongevallen, daar vaststaat dat een doeltreffende informatie-uitwisseling reeds heeft bijgedragen tot een vermindering van het aantal verkeersdoden;
7. vaststelling van richtsnoeren voor de verspreiding van informatie over beste praktijken voor het ontwerpen van "flexibele" infrastructuren en vaststelling van beleidsvoornemens voor het wegwerken van "zwarte punten" en het verstrekken van informatie aan de automobilisten over die punten;
8. bevordering van de uitwisseling van informatie over de beste strategieën voor het voeren van voorlichtingscampagnes. IV. CONCLUSIE

De Raad, indachtig het voorgaande en ernaar strevend ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen,


1. steunt de aanbeveling van de Commissie, die de nationale, regionale en lokale autoriteiten van de lidstaten wil aanmoedigen de kosten van verkeersveiligheidsmaatregelen te berekenen en de effecten van die maatregelen in het oog te houden, om die kosten te vergelijken met de baten, uitgedrukt als de som van de kosten van ongevallen die vermeden konden worden;

2. geeft de voornoemde autoriteiten in overweging de investeringen in projecten op het gebied van de verkeersveiligheid te verhogen en nieuwe - met name economische - stimulansen te bieden die investeringen op alle niveaus kunnen bespoedigen;
3. spoort de lidstaten aan de op 17 juni 1998 ondertekende overeenkomst betreffende ontzegging van de rijbevoegdheid uit te voeren ( 8);

4. verzoekt de lidstaten de werkzaamheden af te ronden die reeds in het kader van het Schengenakkoord zijn begonnen met het oog op het tot stand brengen van een samenwerkingsakkoord voor de vervolging van overtredingen van het verkeersreglement en voor het opleggen van geldboetes.

Daarnaast verzoekt de Raad de Commissie:

5. zo spoedig mogelijk de bovenbedoelde wetgevingsvoorstellen in te dienen;

6. voort te gaan met haar werk op het gebied van onderzoek en informatie;


7. in samenwerking met de lidstaten voort te gaan met haar werk om de kwaliteit van de CARE-databank te verbeteren en de gebruikte begrippen te harmoniseren;

8. bij de opstelling van haar volgende actieprogramma rekening te houden met:

- deze resolutie,


- de eventuele maatregelen ter verkleining van de nefaste invloed van onaangepaste snelheid op de verkeersveiligheid,
- de wenselijkheid een gekwantificeerde doelstelling vast te stellen inzake de vermindering van het totaal aantal slachtoffers op de wegen van de Gemeenschap.


-

INTEROPERABILITEIT VAN HET GEWONE SPOORVERKEER

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over het gemeenschappelijk standpunt over het richtlijnvoorstel betreffende de interoperabiliteit van het conventionele Trans-Europese spoorwegsysteem.
De Raad heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen deze tekst bij te werken zodat zonder bespreking een gemeenschappelijk standpunt kan worden vastgesteld en aan het Europees Parlement toegezonden.

Met dit voorstel voor een richtlijn worden communautaire mechanismen gecreëerd voor het opstellen en aannemen van technische specificaties die interoperabiliteit mogelijk maken en voor de beoordeling van overeenstemming met deze specificaties. Het voorstel is van toepassing op het conventionele Europese netwerk en bestrijkt de vernieuwing van materieel, evenals modernisering en constructie. Het voorstel voorziet in het ontwerpen van technische specificaties voor een aantal subsystemen; in het bijzonder signalering, controle/besturing, rollend materieel, infrastructuur, onderhoud, exploitatie en informatietechnologie. De technische specificaties en de Europese normen waarmee die operationeel worden gemaakt, zijn verplicht op het gehele conventionele Trans-Europese netwerk, met bepaalde uitzonderingen.


- TRANSITORECHTEN VOOR ZWARE VRACHTWAGENS IN TRANSITOVERKEER DOOR

OOSTENRIJK (ECOPUNTEN)

De Raad heeft de kwestie van het transitoverkeer van zware vrachtwagens door Oostenrijk besproken. Aangezien hij geen akkoord kon bereiken, heeft hij het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen de bestudering van het Commissievoorstel voort te zetten in het licht van de gevoerde besprekingen in de Raad, zodat deze te zijner tijd een beslissing hierover kan nemen.

Er zij aan herinnerd dat protocol nr. 9 van de toetredingsakte van Oostenrijk, van toepassing tot uiterlijk 1 januari 2004, twee mechanismen bevat om het transitoverkeer van vrachtwagens door Oostenrijk te beperken: het stelsel van ecopunten en de vrijwaringsclausule.

Het stelsel van ecopunten, dat recht geeft op transito door Oostenrijk en waarmee beoogd wordt de vervuiling (NOx) terug te dringen die door doorgaand vrachtwagenverkeer in Oostenrijk wordt veroorzaakt, komt erop neer dat een aantal ecopunten tussen alle lidstaten wordt verdeeld op basis van de vervuiling veroorzaakt door bovenbedoelde vrachtwagens. De vrijwaringsclausule bepaalt dat, als het totale aantal vrachtwagens in transitoverkeer in een jaar met meer dan 8% het aantal transitoritten van het jaar 1991 overschrijdt, het aantal ecopunten volgens een vastgestelde formule verminderd wordt.

Aangezien de Commissie vastgesteld heeft dat een dergelijke overschrijding zich in 1999 heeft voorgedaan, heeft zij aan het in het protocol bedoelde comité een ontwerp-verordening daarover voorgelegd. Naar het oordeel van de Commissie moet volgens de letter van het protocol het aantal ritten voor het jaar 2000 met circa 350.000 worden verminderd. Om nadelige gevolgen voor de economie van de EU in haar geheel te vermijden, stelt zij wijzigingen in de bestaande verordening voor, die onder meer het volgende behelzen: vermindering van het aantal ecopunten gespreid over vier jaar, uitzonderlijke opschorting van de toepassing van het plafond van 108% voor het jaar 2000 en wijziging van de sleutel voor verdeling van de ecopunten tussen de lidstaten.

In verband met de meningsverschillen over statistisch-juridische aspecten en over de door de Commissie gekozen methodologie, kon in het Comité niet de vereiste gekwalificeerde meerderheid worden bereikt. Bijgevolg heeft de Commissie, volgens de in het protocol voorgeschreven procedure, besloten dit voorstel voor een verordening aan de Raad voor te leggen. Deze heeft drie maanden de tijd, d.w.z. tot 20 september 2000, om een besluit te nemen over dit voorstel; komt hij niet tot een besluit, dan stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen conform het voorstel vast.


- TOEWIJZING VAN VERGUNNINGEN VOOR ZWARE VRACHTWAGENS DIE IN

ZWITSERLAND AAN HET VERKEER DEELNEMEN

De Raad heeft nota genomen van de stand van zaken met betrekking tot het voorstel voor een verordening over de toewijzing van vergunningen voor zware vrachtwagens die in Zwitserland aan het verkeer deelnemen. De Raad heeft gewezen op het belang dat de mogelijkheden voor transitoverkeer in Zwitserland ten volle worden benut en heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen de werkzaamheden voort te zetten, opdat tijdens de Raadszitting in oktober een akkoord kan worden bereikt.

Er zij aan herinnerd dat één van de zeven sectoriële overeenkomsten tussen de Gemeenschap en Zwitserland die momenteel bekrachtigd worden, betrekking heeft op het goederen- en personenvervoer per spoor en over de weg. Deze overeenkomst voorziet gedurende een overgangsperiode in toekenning van een aantal vergunningen op grond waarvan de communautaire vervoerders met voertuigen met een gewicht van meer dan
28 ton mogen deelnemen aan het verkeer op Zwitsers grondgebied.
In februari 1999 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening ingediend dat de opstelling van tabellen voor de verdeling van deze vergunningen tussen de lidstaten ten doel heeft.

Na kennisneming van het advies van het Europees Parlement over het voorstel in eerste lezing heeft de Commissie in maart 2000 een gewijzigd voorstel ingediend, waarin de amendementen van het Parlement zijn overgenomen.

DIVERSEN


- MEDEDELING VAN DE COMMISSIE "OP WEG NAAR VEILIGER, CONCURRERENDER,

HOOGWAARDIGER WEGVERVOER IN DE GEMEENSCHAP"

De Raad heeft nota genomen van de presentatie door de Commissie van haar mededeling "Op weg naar veiliger, concurrerender, hoogwaardiger wegvervoer in de Gemeenschap", alsmede van de opmerkingen van de delegaties daarover. De Raad heeft geconstateerd dat hij dit najaar, onder Frans voorzitterschap, een debat hierover zal kunnen houden.

- ICAO: WERKZAAMHEDEN MET BETREKKING TOT GELUIDSHINDER IN DE

LUCHTVAART

De Raad heeft nota genomen van de opmerkingen van Commissielid DE PALACIO, die op het belang wees van een onderling afgestemde opstelling van de lidstaten ten aanzien van de lopende ICAO-werkzaamheden met betrekking tot het geluid van vliegtuigen.
ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)
VERVOER

Richtlijnen over het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en per spoor

De Raad heeft twee gemeenschappelijke standpunten vastgesteld met het oog op de aanneming van twee richtlijnen over het vervoer van gevaarlijke stoffen:


- het gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van de richtlijn tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg;
- het gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van de richtlijn tot wijziging van Richtlijn 96/49/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor.
Met deze twee richtlijnen (strekkend tot wijziging van Richtlijn
94/55/EG) wordt met name beoogd de problemen op te lossen met betrekking tot de toepassing van een aantal overgangsbepalingen van Richtlijn 94/55/EG, respectievelijk Richtlijn 96/49/EG, die geldig waren tot en met 31 december 1998.

Doel van de richtlijn over het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg is om voor de vereiste samenhang te zorgen tussen een aantal bepalingen van Richtlijn 94/55 en de wijzigingen in de bijlagen bij de Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR-Overeenkomst).

Tevens heeft de richtlijn over het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor tot doel een aantal afwijkingen als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 96/49/EG, die betrekking hebben op een overgangsbepaling voor bepaalde wagons en tanks, beter te omschrijven.

CULTUUR/AUDIOVISUELE SECTOR

Nadat hierover in de zitting van de Raad Cultuur/Audiovisuele sector op 16 mei 2000 inhoudelijk overeenstemming was bereikt, heeft de Raad de volgende teksten formeel aangenomen:


- een resolutie over de conservering en opwaardering van het Europees cinematografisch erfgoed;

- conclusies van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de mededeling van de Commissie over de beginselen en richtsnoeren voor het audiovisuele beleid van de Gemeenschap in het digitale tijdperk.
(De tekst hiervan is opgenomen in persmededeling nr. 8394/00 Presse 154.)

DOUANE-UNIE

Douanesamenwerking - EG/Turkije

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van een ontwerp-besluit van het Comité Douanesamenwerking EG-Turkije betreffende de aanvaarding ter staving van de oorsprong uit de Gemeenschap of uit Turkije van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en van factuurverklaringen, afgegeven door bepaalde landen die met de Gemeenschap of met Turkije een preferentiële overeenkomst hebben ondertekend.

ONDERZOEK

Samenwerkingsovereenkomsten met Kazachstan en Oezbekistan
De Raad heeft twee besluiten aangenomen waarmee de Commissie gemachtigd wordt onderhandelingen te voeren over twee samenwerkingsovereenkomsten: de ene tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Kazachstan en de andere tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Oezbekistan.

VISSERIJ

Wijziging van de TAC- en quotaverordening voor 2000
De Raad heeft een verordening aangenomen houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2742/1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (de TAC's en quota voor 2000).

Deze verordening stelt de TAC's en quota in de Oostzee vast voor de haringvangst in de wateren van de Gemeenschap, alsmede voor de kabeljauw- en sprotvangst in de Russische wateren. Tevens stelt zij de voorwaarden vast voor controle op de visserij en de aanvoer door vaartuigen van derde landen in de zone voor de kust van het Franse departement Guyana.

REKENKAMER

Speciaal verslag nr. 6/99 van de Rekenkamer betreffende het additionaliteitsbeginsel

De Raad heeft akte genomen van speciaal verslag nr. 6/99 van de Rekenkamer betreffende het additionaliteitsbeginsel en heeft de volgende conclusies aangenomen:

"Er moet rekening gehouden worden met de algemene conclusie van de Rekenkamer dat het basisconcept van de additionaliteit redelijk helder is, maar dat de praktische uitvoering grote methodologische problemen met zich meebrengt.

Het additionaliteitsbeginsel vormt één van de vier grondbeginselen van de Structuurfondsen; de regels voor de verificatie van de additionaliteit die door de nieuwe verordening voor de programmeringsperiode 2000-2006 worden ingevoerd, zijn eenvoudiger, concreter en gemakkelijker uitvoerbaar, beter in de programmering, het toezicht en de evaluatie geïntegreerd en beter aangepast aan de beschikbare budgettaire en statistische informatie.

De problemen in verband met de verificatie van de additionaliteit moeten geregeld blijven worden via een constructief partnerschap tussen Commissie en lidstaten, waardoor er pragmatische oplossingen gevonden kunnen worden die afgestemd zijn op de bijzondere situatie van de verschillende doelstellingen en lidstaten.

Aangezien de Raad het oorspronkelijke Commissievoorstel om de verificatie van de additionaliteit als voorwaarde te stellen voor de toewijzing van de uitvoeringsreserve verworpen heeft en de nieuwe regelgeving van de Structuurfondsen geen precieze rechtsgrondslag bevat, is het niet de taak van de Commissie om nieuwe opschortingsbepalingen in de besluiten over de
programmeringsdocumenten van de lidstaten op te nemen. Een eventuele oplegging van sancties vanwege niet-naleving van het additionaliteitsbeginsel moet gekoppeld worden aan een duidelijke, passende rechtsgrondslag, een eenvormige methode en exacte regels die op alle lidstaten kunnen worden toegepast."

Speciaal verslag nr. 7/1999 van de Rekenkamer over de ontwikkeling van bedrijventerreinen

De Raad heeft nota genomen van het verslag van de Rekenkamer over de ontwikkeling van bedrijventerreinen en heeft de volgende conclusies vastgesteld:

"De ontwikkeling van bedrijventerreinen kan op zich niet als een doelstelling van het structuurbeleid worden beschouwd. De structuurfondsprogramma's voorzien niet altijd in specifieke maatregelen voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen, maar gebruiken industrieterreinen als instrument om doelstellingen van het regionaal beleid te bereiken.

De nieuwe algemene verordening inzake de Structuurfondsen stelt controle- en evaluatie-instrumenten uitdrukkelijk verplicht, waardoor het gemakkelijker zal zijn het effect van de acties inzake bedrijventerreinen te meten en te vergelijken.

De overdracht van communautaire middelen aan een openbare instantie wordt niet beschouwd als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag. Alleen de lidstaten kunnen beslissen of de begunstigde openbare instantie de terreinen mag verkopen of verhuren tegen marktprijzen of onder gunstiger voorwaarden. De verkoop en verhuur aan particuliere ondernemingen van door openbare instanties bouwrijp gemaakte kavels, tegen voorwaarden die geen afspiegeling zijn van de marktvoorwaarden, kunnen een vorm van staatssteun zijn en moeten daarom worden gemeld en goedgekeurd krachtens artikel 88, lid 3, van het Verdrag, behoudens gevallen die onder de "de minimis"-regel vallen.

EFRO-steun mag voor openbare instanties geen middel zijn om winst te maken. Indien toch winst wordt gemaakt, moet de winst worden terugbetaald of opnieuw geïnvesteerd in andere acties in het kader van de EFRO-doelstellingen."

Speciaal verslag nr. 3/2000 van de Rekenkamer over het Europees Sociaal Fonds en het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (afdeling Oriëntatie)

De Raad heeft akte genomen van een verslag van de Rekenkamer en heeft nota genomen van de resultaten van de werkzaamheden van de Groep structuurmaatregelen betreffende de behandeling van speciaal verslag nr. 3/2000 van de Rekenkamer over de maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid van jongeren in het kader van het Europees Sociaal Fonds en het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (afdeling Oriëntatie).

Speciaal verslag nr. 7/2000 van de Rekenkamer over het Internationaal Fonds voor Ierland en het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999)

De Raad heeft akte genomen van de presentatie van het verslag van de Rekenkamer over het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999) en heeft de volgende conclusies aangenomen:

"De financiële steun van de EU via het IFI en het PEACE-programma heeft het proces van vrede en verzoening in de regio helpen ondersteunen en daarmee bijgedragen tot de aanzienlijke vooruitgang die op politiek niveau geboekt is.

Het IFI heeft een positieve bijdrage geleverd om de weg te bereiden voor het gezamenlijk beheer en de gezamenlijke implementatie van programma's tussen Ierland en Noord-Ierland en heeft - een novum - voorrang verleend aan de financiering voor probleemgebieden. Status en rol van het IFI zijn uniek en het Fonds functioneert volgens andere regels dan die welke op de eigen EU-initiatieven van toepassing zijn.

Het PEACE-programma is een totaal succes gebleken. Sinds het verslag van de Rekenkamer van 1997 hebben het toezichtcomité en de uitvoerende instanties al maatregelen genomen om veel van de door de Rekenkamer in dit verslag gesignaleerde tekortkomingen te verhelpen, en heeft de beheersautoriteit zelf toegezegd op basis van de desbetreffende bevindingen de procedures te herzien."

ECOFIN

Beginselen voor de registratie van belastingen en sociale premies
De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr.
2223/96 ten aanzien van de beginselen voor de registratie van belastingen en sociale premies vastgesteld.

Doel van deze verordening is de gemeenschappelijke beginselen van het ESR 95 ten aanzien van belastingen en sociale premies te wijzigen, teneinde voor vergelijkbaarheid tussen de lidstaten en transparantie te zorgen.

Ter verwezenlijking van deze doelstelling wordt bij de bepaling van het effect van belastingen en sociale premies die in het systeem worden geregistreerd, op het nettofinancieringsoverschot/tekort van de overheid, geen rekening gehouden met bedragen die waarschijnlijk niet zullen worden geïnd.

Bijgevolg is het effect van belastingen en sociale premies die op basis van het belastbare feit in het systeem worden geregistreerd, op het nettofinancieringsoverschot/tekort van de overheid - bezien over een redelijke termijn -, gelijk aan de werkelijk geïnde bedragen.

HANDELSPOLITIEK

Overeenkomst betreffende de handel in textielproducten met Kazachstan
De Raad heeft een besluit aangenomen over de ondertekening van de Overeenkomst betreffende de handel in textielproducten met Kazachstan.

Er zij aan herinnerd dat de Commissie in de tweede helft van 1999, overeenkomstig de door de Raad aangenomen richtsnoeren, onderhandelingen heeft gevoerd over, en de tekst geparafeerd heeft van, overeenkomsten betreffende de handel in textielproducten met bepaalde derde landen (Armenië, Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Volksrepubliek China, de Arabische Republiek Egypte, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Georgië, Kazachstan, Moldavië, het Koninkrijk Nepal, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne en Oezbekistan).

Terwijl de procedures voor de formele goedkeuring van deze overeenkomsten worden afgewerkt, worden zij voor het jaar 2000 reeds voorlopig toegepast, mits hierover - conform de besluiten van de Raad van 21 december 1999 - wederkerigheid kan worden bereikt.

Met het oog op het geplande bezoek van een delegatie van Kazachstan onder leiding van de President van dit land aan Brussel op
27 juni 2000, heeft de Commissie de Raad voorgesteld een besluit over de ondertekening van de Overeenkomst met Kazachstan, op een zodanig tijdstip aan te nemen, dat de ondertekening op 27 juni kan plaatsvinden.

BENOEMINGEN

Comité van de regio's

De Raad heeft het besluit aangenomen tot benoeming van twee Italiaanse leden en een vervangend Italiaans lid van het comité van de regio's:


- de heer Paolo AGOSTINACCHIO en de heer Luigi FLORIO worden benoemd tot leden van het Comité van de regio's, ter vervanging van de heer Enzo BIANCO en de heer Gian Franco CIAURRO, voor de resterende duur van hun ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met
25 januari 2002.

- de heer Antonangelo CASULA wordt benoemd tot plaatsvervangend lid van het Comité van de regio's, ter vervanging van de heer Walter VITALI, voor de resterende duur van diens ambtstermijn, d.w.z. tot 25 januari 2002.

Footnotes:

( 1) PB C 221/1999, blz. 1.

( 2) PB C 104 van 6.4.1998, blz. 139.

( 3) Richtlijn 91/671/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de onderlinge aanpassing aan de wetgevingen van de lidstaten betreffende het verplichte gebruik van veiligheidsgordels in voertuigen van minder dan 3,5 ton (PB L 373 van 31.12.1991, blz. 26).

( 4) Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (PB L 57 van 2.3.1992, blz. 27).

( 5) PB L 237 van 24.8.1991, blz. 1.

( 6) Richtlijn 71/127/EEG van de Raad van 1 maart 1971 inzake de onderlinge aanpassing aan de wetgevingen van de lidstaten betreffende achteruitkijkspiegels van motorvoertuigen (PB L 68 van 22.3.1971, blz.
1).

( 7) Beschikking 93/704/EG van de Raad van 30 november 1993 betreffende de oprichting van een communautaire gegevensbank inzake ongevallen in het wegverkeer (PB L 329 van 30.12.1993, blz. 63).
( 8) PB C 216 van 10.7.1998, blz. 2.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie