Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV aan agrarische natuurverenigingen

Datum nieuwsfeit: 27-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV agrarische natuurverenigingen

Gemaakt: 29-6-2000 tijd: 16:


26800 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2000

Nr. 118 Brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 27 juni 2000


In deze brief informeer ik u, naar aanleiding van de toezegging tijdens de behandeling van de LNV-begroting in oktober 1999, over de plaats van milieucoöperaties binnen het beleid. De beleidslijn in deze brief is een vervolg op het Bestuurlijk Experiment Milieucoöperaties, waarover u in het verleden regelmatig bent geïnformeerd.

De diversiteit aan organisaties, die op dit moment wordt aangeduid met de term milieucoöperaties, is groot. Deze diversiteit betreft de onderwerpen waar de organisaties zich op richten en de ontwikkelingsfasen waarin deze organisaties verkeren. Soms zijn individuele agrariërs lid, soms organisaties, soms is sprake van een combinatie van beide. In een aantal gevallen zijn ook burgers lid. In de praktijk blijken de meeste organisaties zich te richten op natuur- en landschapsbeheer, terwijl een aantal organisaties zich daarnaast ook richt op milieuonderwerpen. Als uitgangspunt bij de beschrijving van de beleidslijn kies ik de vraag in hoeverre de organisaties bij kunnen dragen aan de realisatie van het overheidsbeleid.

Voorstel tot naamswijziging
In 1999 is het rapport "Samenwerkingsverbanden: perspectief van samenwerkings-verbanden voor LNV-beleid" verschenen (Rapport 176 van het Informatie- en Kenniscentrum Landbouw), waarin een evaluatie wordt gegeven over de mogelijke rol van milieucoöperaties voor het overheidsbeleid. Ik baseer mijn standpunt mede op de uitkomsten van deze evaluatie. Hieronder volgt eerst een korte weergave van enkele belangrijke punten uit het rapport.

Het rapport geeft aan dat het belangrijkste raakvlak tussen overheid en milieucoöperaties op dit moment ligt op het terrein van agrarisch natuur- en landschapsbeheer, waarbij het accent van de activiteiten op gebiedsniveau ligt. Tevens is de conclusie dat, binnen het thema plattelandsvernieuwing, milieucoöperaties een interessante partner kunnen zijn voor overheden, met name voor provincies. Het faciliteren van milieucoöperaties zou, onder voorwaarde dat ze bijdragen aan het realiseren van publieke doelen, gericht moeten zijn op kennis en bestuurlijke expertise. Tevens wordt de overheid opgeroepen open te blijven staan voor experimenten met zelfregulering (op milieugebied).

Uitgaande van de beleidscyclus van beleidsvoorbereiding tot en met de uitvoering, monitoring en evaluatie wordt met name een rol voor de milieucoöperaties voorzien bij de beleidsvoorbereiding en het ontwikkelen van beleidsinstrumenten. Voorwaarden voor een rol bij de uitvoering en de monitoring zijn professionaliteit van de organisatie en sturingskracht naar de leden middels contracten. Op het gebied van de handhaving en controle is alleen privaatrechtelijke sanctionering door milieucoöperaties mogelijk. Overigens werd ook vanuit de organisaties aangegeven, dat controle op hun activiteiten beter door een onafhankelijke partij of overheid kan gebeuren. Tot zover het rapport.

Gezien het accent van de activiteiten van de organisaties op het terrein van natuur en landschap en het feit dat de organisaties vrijwel allemaal verenigingen zijn, stel ik voor in het vervolg het begrip agrarische natuurvereniging te gebruiken in plaats van milieucoöperatie. Dit sluit uiteraard de activiteiten ten aanzien van milieu niet uit.

Ik constateer dat de samenwerkingsverbanden een belangrijke voortrekkersrol vervullen in het landelijk gebied bij gebiedsgerichte initiatieven en als bruggenbouwer fungeren tussen landbouworganisaties, maatschappelijke organisaties en overheden. Als zodanig maken ze deel uit van de institutionele vernieuwing die in de samenleving plaatsvindt.

Natuur en landschap
Gezien de nadruk van de activiteiten op het gebied van natuur en landschap, en het regionale karakter van het werkterrein, is het van belang de rol van de agrarische natuurverenigingen te bezien in het licht van het gebiedenbeleid. De provincies spelen hierbij een centrale rol en zijn in mijn opvatting eerste aanspreekpunt. Ik zal met de provincies via het IPO nagaan in hoeverre bestaand (landelijk en EU-) instrumentarium ten behoeve van het gebiedenbeleid, of mogelijk andere kanalen, mogelijkheden bieden voor ondersteuning op het gebied van ontwikkeling en professionalisering van deze organisaties. Ik ben van mening dat de agrarische natuurverenigingen als gesprekspartner bij de verschillende overheden een belangrijke rol kunnen vervullen bij het vormgeven aan het regionale beleid, met name door de kennis en ervaring in het gebied. Daarnaast kunnen deze organisaties middels projecten bijdragen aan de realisering van milieu-, natuur- en landschapsbeleid.
In het Programma Beheer is reeds een mogelijkheid opgenomen van een eerste ronde van aanvragen door collectieven, voorzover deze activiteiten passen binnen de gebiedsplannen die door de provincies worden opgesteld. Bij de evaluatie van Programma Beheer en het nemen van vervolgbesluiten zullen de ervaringen van de huidige deelnemende organisaties worden betrokken.
De maatschappelijke ontwikkelingen leiden ertoe, dat wellicht in de toekomst nieuwe eisen aan landschapskwaliteit, natuurwaarden en goed waterbeheer worden gesteld, waarbij de uitvoering niet gefinancierd kan worden uit de markt en waarbij publieke middelen moeten worden ingezet om de doelen te bereiken. Bij de ontwikkeling en uitvoering van deze "groene diensten" kunnen collectieven, zoals agrarische natuurverenigingen, een belangrijke rol spelen. Ook hierbij vind ik regionale uitwerking van belang.

Milieu
Regelmatig zijn in het verleden in het kader van het Bestuurlijk Experiment Milieucoöperaties verzoeken ingediend voor ontheffing van regelgeving, met name op milieuterrein. Dergelijke ontheffingen van generieke regelgeving acht ik ongewenst. Echter, ingeval de natuurlijke omstandigheden, zoals grondsoort, in een gebied zich markant onderscheiden van andere gebieden, kan er aanleiding zijn mee te werken aan experimenten. Deze experimenten hebben dan tot doel na te gaan of het generieke beleid voor deze specifieke situaties moet worden aangepast.

De volgende criteria en overwegingen zijn van belang:
· er zijn duidelijke en objectief vast te stellen argumenten om te komen tot een afwijking van de generieke regels;
· de doelen en de inspanningen moeten helder vastliggen en in afrekenbare termen zijn geformuleerd;
· afspraken dienen controleerbaar en handhaafbaar te zijn, waarbij het individuele bedrijf verantwoordelijk blijft voor het halen van de normen;
· uitzonderingen dienen in overeenstemming te zijn met hogere regelgeving, bijvoorbeeld van de EU.

Bij het toestaan van experimenten voor aanpassing van de generieke regelgeving wil ik (een deel van de) voorbereidings- en uitvoeringskosten vergoeden, ingeval sprake is van concrete en uitvoeringsgerichte projecten die bijdragen aan realisering van beleidsdoelen. De uitkomsten van dergelijke experimenten kunnen aanleiding zijn tot aanpassing van bestaande regelgeving. Verder is het van belang dat afspraken met dergelijke organisaties slechts mogelijk zijn wanneer ze een juridische status hebben waarin verantwoordelijk-heden en aansprakelijkheden goed zijn geregeld, zodat beide partijen als volwaardig contractpartner kunnen optreden. Overigens biedt de huidige regelgeving reeds de mogelijkheid om onder voorwaarden ontheffing te verlenen. Zo bevat het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998 de mogelijkheid om ontheffing van regels te verlenen ten behoeve van onderzoek.

Tot slot
Ik ben geen voorstander van generieke bijdragen in de exploitatie van deze organisaties.
Tevens zie ik op dit moment geen mogelijkheden tot overdracht van controletaken met betrekking tot de generieke publiekrechtelijke regelgeving. Echter, bij toenemende professionalisering van de organisaties zijn hierover wellicht in de toekomst afspraken te maken, bijvoorbeeld wanneer de regionale samenwerkingsverbanden hogere beleidsdoelen willen stellen dan in het generieke beleid beschreven staan en daar privaatrechtelijk afspraken over maken.

Voorzover LNV-beleid aan de orde is, blijven de Regionale Beleidsdirecties van mijn Ministerie eerste aanspreekpunt voor de agrarische natuurverenigingen. Ik zal op landelijk niveau een coördinatiepunt instellen ten behoeve van het vormgeven van het beleid zoals in deze brief is vermeld. Daarnaast zal ik de inhoud van deze brief bespreken met de sector en met de andere overheden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

L.J. Brinkhorst



Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie