Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VWS inzake naleving Arbeidstijdenwet in ambulancezorg

Datum nieuwsfeit: 28-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenWs inzake naleving arbeidsrijdenwet in de ambu lancezorg

Gemaakt: 30-6-2000 tijd: 15:30


3

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 28 juni 2000

Met uw brief van 8 juni heeft u gereageerd op mijn brief van 30 mei
2000 inzake knelpunten in de ambulancezorg. Uw Commissie wenst nader te worden geïnformeerd over de oudeschuldenproblematiek, over de bijdragen van provincies en gemeenten, over de budgettaire consequenties van de compensatie van de kostengevolgen van het naleven van de Arbeidstijdenwet in de ambulancesector, over mijn reactie op de brief van de LFAZ van 19 mei 2000 en over de uitkomsten van mijn overleg met de LFAZ.

Ook heeft uw Commissie er op aangedrongen het knelpuntenonderzoek te versnellen en, in september 2000 een tussenrapportage - voorzien van een beleidsbeslissing - te doen uitbrengen.

Met deze brief wil ik u over deze zaken informeren.

Graag wil ik daarbij beginnen met het overleg dat ik heb gehad met het bestuur van de LFAZ. In dit overleg zijn veel zaken besproken die ook van belang zijn voor de beantwoording van uw brief.

Overleg met de LFAZ

Op 20 juni 2000 heb ik bestuurlijk overleg gevoerd met de LFAZ. In dit constructief verlopen overleg zijn diverse onderwerpen besproken.

Met de LFAZ heb ik afgesproken dat er met ingang van september 2000 regelmatig overleg zal plaatsvinden over de ambulancezorg. Bij dit gestructureerd overleg zullen ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en Zorgverzekeraars Nederland worden betrokken. Indien er kostenvraagstukken worden besproken zal het College Tarieven Gezondheidszorg bij het overleg worden uitgenodigd. Ik verwacht dat dit regelmatige overleg een uitstekende basis beidt om gezamenlijk de vraagstukken te bespreken die zich ten aanzien van de ambulancezorg voordoen.

De LFAZ heeft onder de leden een enquête gehouden naar de stand van zaken rond de vorming van regionale ambulancevoorzieningen. Uit de enquête komt naar voren dat 6 van de 25 RAV's zijn gevormd. In de 19 andere toekomstige RAV's hebben de betrokken instellingen inmiddels een intentieverklaring getekend (5), zijn al in de onderhandelingsfase (7) of hebben inmiddels een samenwerkingsovereenkomst of fusiedocument getekend (3). In de vier overige gebieden zijn partijen weliswaar met elkaar in overleg, maar is nog niet de fase bereikt dat er een intentieverklaring is getekend. Ik constateer dat uit deze enquête blijkt dat er inmiddels een behoorlijke vooruitgang kan worden geboekt op het punt van de RAV-vorming.

In de enquête is door de LFAZ tevens gevraagd wat de belangrijkste knelpunten zijn die de diensten tegenkomen in de fase waarin de RAV in oprichting zich nu bevindt. Overwegend worden genoemd financiële problemen in het algemeen, onduidelijkheid inzake de positie van de CPA en de GHOR en financiële problemen bij beoogde partners.

In het overleg met de LFAZ is ook de 15-minuteneis aan de orde geweest. Graag wil ik ook in deze brief op dit onderwerp ingaan.

In het voormalige Eisenbesluit ambulancevervoer stond als eis aan de vervoerder dat deze binnen 15 minuten na opdracht door de CPA ter plaatse moest kunnen zijn. De formulering is destijds zo gekozen omdat de vervoerder geen invloed had op het functioneren van de CPA en het hem dus ook niet aangerekend kon worden dat een melding te lang bij de CPA bleef liggen. Met de RAV ligt dat echter anders. De RAV is integraal verantwoordelijk voor zowel het «rijdend deel» van de ambulancezorg als voor de meldkamer. In de nota «Met zorg verbonden» is daarom een andere formulering gehanteerd, nl. dat de ambulance binnen 15 minuten na melding bij de CPA ter plaatse moet zijn. Hiermee wordt ook de CPA gedwongen om de meldingen zo snel als mogelijk (en verantwoord) is te verwerken. In het onderzoek naar knelpunten in de ambulancezorg zal de huidige norm (15 minuten na melding bij de CPA) als uitgangspunt worden genomen bij het beoordelen van het aantal standplaatsen en de spreiding daarvan. Na afloop van het onderzoek zullen de uitkomsten hiervan betrokken moeten worden bij het eventueel aanpassen van de provinciale spreidingsplannen cq. de regionale ambulanceplannen.

De LFAZ heeft aangegeven dat zij binnenkort een onderzoek wil laten doen naar de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden. Het streven van de LFAZ is erop gericht om te komen tot één CAO voor de hele ambulancezorg.

Brief LFAZ d.d. 19 mei 2000

Met haar brief van 19 mei 2000 heeft de LFAZ u een aantal zaken onder de aandacht gebracht ten behoeve van het Algemeen Overleg op 25 mei
2000. De LFAZ reageert onder meer op mijn brief aan u van 12 mei 2000 (inventarisatie knelpunten ambulancezorg). Mijn brief van 12 mei j.l. heeft kennelijk bij de LFAZ de indruk gewekt dat ik van mening zou zijn dat de LFAZ zich onvoldoende zou inspannen om de RAV-vorming van de grond te krijgen. Een dergelijke indruk zou niet terecht zijn. In mijn brief van 12 mei j.l. heb ik gesteld dat «de RAV-vorming slechts zeer traag gerealiseerd wordt en dat de sector zelf onvoldoende in staat lijkt deze kwaliteitsslag in den brede te realiseren'. Graag wil ik benadrukken dat ik met 'de sector' niet de LFAZ bedoel. Ik doelde in mijn brief op het feit dat de individuele ambulancediensten - op basis van de op dat moment beschikbare informatie - nog onvoldoende in staat waren gebleken om veel RAV's te realiseren; dit ondanks de vele inspanningen van de LFAZ.

De LFAZ noemt in haar brief als een van de problemen in de ambulancesector het ontbreken van aanpassingen van wet- en regelgeving ten behoeve van de RAV-vorming. Ik ben van mening dat dit punt genuanceerd moet worden bezien. Met de nota «Met zorg verbonden» (1997) heb ik mijn beleid ten aanzien van de RAV-vorming bekend gemaakt. Vervolgens heb ik in circulaires mijn beleid nader gespecificeerd. Zoals door de LFAZ terecht wordt opgemerkt, is de ambulancezorg ingebed in een ingewikkelde bestuurlijke constructie. Aanpassing van de formele wet- en regelgeving - sluitstuk op het proces van RAV-vorming - moet daarom zorgvuldig plaatsvinden. Inmiddels is de wijziging van de wet- en regelgeving volop in voorbereiding, in nauwe samenwerking met de LFAZ, de VNG en het IPO.

De onderwerpen die de LFAZ mij in eerdere brieven onder de aandacht heeft gebracht, zullen worden ingebracht in het gestructureerd overleg dat, zoals hierboven gemeld, geïntensiveerd zal gaan worden.

Oudeschuldenproblematiek

De oudeschuldenproblematiek heb ik besproken met de LFAZ.

Indien er sprake is van exploitatieproblemen bij ambulancediensten dan dienen deze diensten primair in overleg te gaan met het College Tarieven Gezondheidszorg.

Als in er het kader van de RAV-vorming sprake is van sluiting van een ambulancedienst (intrekken van de vergunning door de provincie) kan een beroep gedaan worden op het College sanering ziekenhuisvoorzieningen voor de kosten na datum van de sluiting van de ambulancedienst.

Bovenstaande laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de instelling zelf ten aanzien van de exploitatie.

Bijdragen van andere overheden

De ambulancesector wordt volledig gefinancierd via premies (Ziekenfondswet en particuliere ziektekostenverzekeringen). In incidentele gevallen wordt er door lagere overheden voor extra activiteiten betaald. Het CBS geeft voor 1999 een bedrag aan van f 4 mln. als bijdrage van lagere overheden. Er kan geen onderscheid worden gemaakt tussen bijdragen van gemeenten en bijdragen van provincies. Ik ga ervan uit dat de bijdragen voornamelijk, zo niet geheel van gemeenten afkomstig zijn. Het betreft hier o.a. vergoedingen voor het stand-by staan van ambulances in het kader van openbare orde en veiligheid (grote branden, evenementen) waarbij geen vervoer plaatsvindt.

Budgettaire consequenties naleving Arbeidstijdenwet

Met haar brief van 31 mei 2000 heeft de LFAZ mij geïnformeerd over de kostengevolgen van de toepassing van de Arbeidstijdenwet per 1 juli
2000. In het overleg van 20 juni j.l. heb ik dit onderwerp nader besproken.

De LFAZ heeft aangegeven dat de directe personeelskosten met ingang van 2000 structureel toenemen met ca. f 8 mln. Incidenteel is er sprake van een bedrag van f 875.000,=, verdeeld over vijf jaar, dat benodigd is voor het afbouwen van de inkomensderving van het rijdend ambulancepersoneel in dienst van particuliere werkgevers. De benodigde bedragen stel ik reeds voor het jaar 2000 beschikbaar. Ik zal het CTG verzoeken om in overleg met WTG-partijen een beleidsregel hiervoor op te stellen.

Knelpuntenonderzoek

In mijn brief van 30 mei 2000 heb ik u gemeld dat in augustus/september een tussenrapportage kan worden uitgebracht waarin de productiecijfers en de kostengegevens over 1999 zijn meegenomen. Dit is, zoals ook in die brief gesteld, afhankelijk van de respons van de instellingen en van de kwaliteit en volledigheid van de aangeleverde gegevens. De tussenrapportage zal ik u aanbieden, voorzien van mijn beleidsstandpunt. Ik hecht eraan op te merken dat er dan slechts een indicatie gegeven kan worden ten aanzien van de financiële aspecten. Er kunnen dan nog geen uitspraken worden gedaan over kwaliteit en doelmatigheid.

Een verdere versnelling van het onderzoek is niet mogelijk zonder de kwaliteit en de betrouwbaarheid van het onderzoek aan te tasten.

In dit kader is het van belang u te melden dat het College Tarieven Gezondheidszorg op 19 juni 2000 heeft besloten tot het bevriezen van de negatieve budgettaire herallocaties, in afwachting van de uitkomsten van het knelpuntenonderzoek.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie