Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over particuliere verhuurders

Datum nieuwsfeit: 28-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over particuliere verhuurders
Gemaakt: 29-6-2000 tijd: 15:13


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


28 juni 2000

Hierbij doe ik u de antwoorden op de vragen van de heer Poppe over particuliere verhuurders toekomen.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.W. Remkes

Antwoorden op de vragen van de heer Poppe (SP) over particuliere verhuurders

ingezonden d.d. 8 juni 2000 onder nr. 2990012270.

Antwoord op vraag 1.

Ja. Ik heb het betreffende rapport onlangs van de Nederlandse Woonbond in ontvangst mogen nemen.

Antwoord op vraag 2.

Indien deze conclusie juist blijkt te zijn, dan acht ik dit een zorgelijke situatie. Ik heb dan ook bij de ontvangstneming van het Woonbond-rapport aangegeven dat indien de wet te weinig mogelijkheden biedt om verhuurders en huurders daadwerkelijk aan de overlegtafel te krijgen, wetgeving met sanctiemogelijkheden aan de horizon verschijnt. Ik heb daarom ook gezegd benieuwd te zijn naar de reactie van de kant van de verhuurders.

Ik constateer overigens wel dat de Wet op het overleg huurders verhuurder eerst op 1 december 1998 in werking is getreden. Dit zou kunnen betekenen dat er sprake is van aanloopproblemen bij de introductie van een nieuwe wet.

Daarnaast blijkt uit het Woonbond-onderzoek niet duidelijk welke oorzaken hebben geleid tot een zo hoog percentage organisaties die niet als overlegpartner zijn behandeld (bijvoorbeeld: is de ondervraagde huurdersorganisatie wel de aangewezen gesprekspartner voor de betreffende verhuurder).

Dit neemt niet weg dat ik alert zal zijn op signalen ten aanzien van dit punt en deze nadrukkelijk zal meewegen in de voorziene evaluatie, welke volgens planning in het najaar van 2001 aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden.

Antwoord op vraag 3.

Mede vanwege de relatief korte periode, waarin de wet in de praktijk werkzaam is, zie ik vooralsnog geen aanleiding om de evaluatie te vervroegen. Ik vind overigens dat, naast de betrokkenheid van huurders op het collectieve niveau (via de Wet op het overleg huurders verhuurder), versterking van de positie van de individuele huurder gewenst is. Vanuit die visie sta ik een aangescherpte motiveringsplicht inzake het huurprijs- en onderhoudsbeleid door verhuurders aan de huurder voor. Het formulier voor huurverhogingen boven het inflatiepercentage, dat de huurder hierin inzicht zal geven, zal in 2001 zijn voorgeschreven. Ik heb hierover onlangs in Uw Kamer gesproken.

Antwoord op vraag 4 en 5.

Ik kan niet beoordelen of er met het door de Woonbond gehanteerde cijfer voor de rendementen in de commerciële sector, afgezet tegen het onderhouds- en isolatieniveau, sprake is van oneigenlijke rendementen. Uit de mij bekende informatie over de kwaliteit van de woningvoorraad, blijkt in ieder geval dat er een onderscheid kan worden gemaakt tussen de institutionele beleggers en particuliere personen (bij welke laatsten de onderhoudsachterstanden relatief groot zijn).

Over de aangehaalde rendementscijfers merk ik op dat dit gemiddelde cijfer niet alleen een via de huurontwikkeling behaald rendement betreft, maar ook voor een belangrijk deel is toe te schrijven aan de waarde-ontwikkeling van het verhuurde bezit. Het hieruit voortvloeiende rendement beschouw ik niet als een oneigenlijk rendement.

Ik constateer overigens wel dat rendementen kunnen variëren met de schaarste op de markt. Gezien dit beeld moet de woningmarkt meer in evenwicht worden gebracht. Ik heb daarvoor verschillende wegen aangekondigd

Zoals reeds in de Ontwerp-Nota Wonen aangegeven, acht ik een versterking van de positie van de huurder noodzakelijk. Daarnaast zou het aanbod in vooral kwalitatieve zin meer in overeenstemming moeten worden gebracht met de woonwensen van de woonconsument.

Ik acht dit principieel de juiste weg. Het binden aan een maximum van de rendementen in de commerciële sector acht ik daarentegen een ongewenste stap. Deze maatregel verhoudt zich niet met de waarborgen die het Rijk moet bieden voor een normaal ondernemerschap.

Ook het voorschrijven van de wijze van verantwoording om zicht te krijgen op het functioneren van de commerciële sector alsmede het voorschrijven van fondsvorming, acht ik principieel onjuist.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.W. Remkes

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie