Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng PvdA: Wet voorraadvorming aaardolieprodukten

Datum nieuwsfeit: 29-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 28 juni 2000



Inbreng van de PvdA-fractie Wet voorraadvorming aardolieprodukten, nr. 27 170


Woordvoerder: Tineke Witteveen-Hevinga

Inleiding.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden achten het aanhouden van olievoorraden belangrijk met het oog op mogelijke onderbrekingen in de aanvoer en het vrijwel ontbreken van mogelijkheden om gemakkelijk over te schakelen naar alternatieven zoals kolen en gas. Zij onderschrijven in beginsel het doel van het wetsvoorstel, namelijk het bieden van tegenwicht van het aanbodkartel en het voorkomen maatschappelijke en economische schade bij ernstige verstoringen. De regering meent, mede op basis van het advies van de Algemene Energie Raad (AER) en na overleg met diverse betrokkenen dat de kans op een oliecrisis in de toekomst als klein moeten worden beschouwd. Kan de regering deze verwachting nog nader toelichten?

Deze leden wensen ten aanzien van enkele onderdelen een nadere toelichting.

Met betrekking tot de voorraadvolumes, produktieniveaus en prijsontwikkelingen:

De leden van de PvdA-fractie stellen vast dat de benzineprijzen de laatste weken van mei explosief gestegen zijn. Hoe verhoudt zich dit gegeven met het voornemen om de crisisvoorraden terug te brengen? Deelt de regering de mening dat wereldproduktievolumes, en de relatieve schaarste die ontstaat bij beperking van deze produktievolumes, nog steeds van grote betekenis kunnen zijn voor de vorming van de olieprijs? Is het juist dat de omvang van crisisvoorraden eveneens van invloed kan zijn op de olieprijs, en de prijs van olie afgeleide produkten met dien verstande dat grote voorraden een neerwaartse invloed op deze prijzen zouden kunnen uitoefenen?

Hoe verhoudt de omvang van de voorraden zich tot de wijze waarop, en de snelheid waarmee, een hogere prijs voor ruwe olie zich vertaalt in een hogere benzineprijs?

Hebben de leden van de PvdA-fractie het goed begrepen dat kleinere voorraden ertoe zouden kunnen leiden dat een hogere prijs voor ruwe olie zich sneller, en met minder vertraging, zal vertalen in hogere benzineprijzen, en dat deze benzineprijzen in grotere mate dan nu zouden kunnen fluctueren? In welke mate fungeren de huidige, in het kader van het crisisbeleid aangehouden, voorraden als buffervoorraden, wat betreft prijsvorming?

De leden van de PvdA-fractie trekken een parallel met het bankwezen, waarbij een zekere kasreserve noodzakelijk is om het vertrouwen in de financiële instelling te handhaven. Acht de regering een dergelijke parallel gerechtvaardigd?

Welke voorraden zijn van hieruit gezien noodzakelijk om de prijsbeïnvloeding tot een zo minimaal mogelijk niveau terug te brengen?

M.b.t. de werking van de markt:

De regering stelt dat ten aanzien van Fair Sharing (eerlijke verdeling van olievoorraden over bedrijven en afnemers) voortaan vertrouwd zal worden op de werking van de markt. Kan de regering dit toelichten?

Eén en ander lijkt de leden van de PvdA-fractie in eerste instantie niet helemaal logisch. Het is gebruikelijk dat in economische crisissituaties dat juist vaak wordt teruggegrepen op administratieve systemen, juist omdat vrije marktwerking in degelijke crisissituaties nadelige gevolgen heeft, of kan hebben. Zo kan de relatieve allocatie verstoord worden, of kunnen door schaarste, bv. in combinatie met overreacties, zeer ongewenste prijsontwikkelingen optreden. Kan de regering hierop ingaan?

De aanpassing van de Wet voorraadvorming aardolieprodukten wordt verder door de regering onderbouwd met de beleidsfilosofie 'markt waar mogelijk en overheid waar nodig'. Op grond waarvan geldt deze beleidsfilosofie?

De regering stelt dat een mogelijk gevolg is dat relatieve marktaandelen na een oliecrisis zouden kunnen verschuiven. Acht de regering een dergelijke ontregeling van de markt daadwerkelijk wenselijk?

M.b.t. substitutiemogelijkheden:

De regering stelt op blz. 10 van het nader rapport dat substitutiemogelijkheden in Nederland, waaronder de mogelijkheid van substitutie van olie door gas, in Nederland nauwelijks meer voorhanden zijn. Dit wordt toegeschreven aan de grote gaspenetratie in Nederland. De leden van de PvdA-fractie hebben hier vragen bij. Op het eerste gezicht zouden zij namelijk denken dat juist een grote gaspenetratie het in beginsel beter mogelijk zou moeten maken om tot verdere substitutie te komen. Daarnaast is ongeveer de helft van de gasproduktie bestemd voor de export, wat ook op substitutiemogelijkheden duidt in geval van olieschaarste. Kan de regering hierop ingaan? Welke mogelijkheden en belemmeringen zijn er voor het vervangen van olie door gas?

Met betrekking tot voorzieningszekerheid:

De regering benadrukt het belang van een level playing field op blz. 12 van het nader rapport. Dit zou een argument zijn om de voorzieningszekerheid in Nederland terug te brengen naar een niveau die vergelijkbaar is met andere landen. De leden van de PvdA-fractie zetten hier echter vraagtekens bij. Zij nemen aan dat verbruiksbeperkende maatregelen slechts in uitzonderlijke omstandigheden genomen zullen worden. Deze leden vragen zich daarom af of de bestrijding van een crisis, dan wel het nemen van voorzorgsmaatregelen hiertegen, niet van een veel hogere orde, en van groter belang, is dan het streven naar een level playing field. Kan de regering hierop ingaan?

Hoe vaak is in het verleden voorgekomen dat maatregelen op grond van de Wet voorraadvorming olieprodukten daadwerkelijk genomen zijn? Hoe vaak verwacht de regering deze in de toekomst? Kan de regering hierop ingaan?

De regering wijst op de veranderde positie van de OPEC. De marktkracht van de OPEC zou afgenomen zijn door de grotere geografische spreiding van de olieproduktie. Kan de regering een nadere toelichting op 'de grotere geografische spreiding van de olieproduktie'? Op welke andere gebieden wordt gedoeld? Hoe moeten de stijgende olieprijzen in mei 2000 in dit licht worden beoordeeld?

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af wat de gevolgen voor Nederland zouden kunnen zijn, indien de OPEC-landen hun olietoevoer naar westerse landen zouden staken. Zijn hier scenario's voor? Kan de regering hierop ingaan? Hoelang zou de Nederlandse economie kunnen blijven functioneren in de huidige en de nieuwe situatie volgens het onderhavige wetsontwerp? Bestaan er afspraken met olieproducerende landen buiten de OPEC over een dergelijke situatie? Bestaan er scenario's voor de prijsontwikkeling in een dergelijk geval?

De leden van de PvdA-fractie hebben begrepen dat de verplichtingen van de COVA m.b.t. de voorraden zal toenemen en die van het bedrijfsleven zal afnemen.

Bedrijven mogen hun voorraden voor eigen behoefte meetellen in de door hen verplicht aan te houden voorraden. Kan nader inzicht worden gegeven in de kwantitatieve aspecten?

Kan uitvoerig uiteengezet worden hoe de ministeriele verantwoordelijkheid richting COVA en het bedrijfsleven is geregeld: de minister van Economische Zaken kan de COVA een aanwijzing geven om meer, of alleen nog maar, voorraden aan te houden waarvan zij eigenaar is en, indien nodig, surplusvoorraden op te bouwen. Hoe vindt de handhaving plaats, met name ook richting bedrijfsleven (zie pag. 6 Memorie van Toelichting bovenaan).

Ka de Kamer geïnformeerd worden over het resultaat van het overleg dat met het bedrijfsleven gevoerd wordt over de informatieverplichtingen die uit dit wetsvoorstel voortvloeien?

Met betrekking tot macro - economische effecten:

Hoe staat de regering tegenover de overweging van de Algemene Energieraad (AER), in zijn advies van 5 oktober 1998, dat de macro-economische effecten van een olieprijsstijging beperkt zijn? De leden van de PvdA-fractie geven in overweging dat bij de economische recessies van de jaren '70 en '90 de olieprijs een belangrijke rol speelde. Kan de regering hierop ingaan? Hoe schat de regering de gevolgen van supply shock inflatie in? Zijn de inkomsten van de Nederlandse Staat niet ook mede afhankelijk van de olieprijs gezien de koppeling van de aardgasprijzen , c.q. - baten aan de olieprijzen?

De AER adviseert, op basis van deze overweging, maar ook op basis van de overweging dat effectief ingrijpen moeilijk is, dat een actief olieprijsbeleid te ontraden is. Tegelijkertijd stelt de AER dat het verschil tussen markt- en eindverbruikersprijs wel degelijk ruimte biedt voor een beleidsreactie. De leden van de PvdA-fractie vragen hoe dit met elkaar te rijmen is. Kan de regering hierop ingaan? Ziet de regering mogelijkheden om een actief oliecrisisbeleid te voeren?

Met betrekking tot de kosten en heffing voorraden:

De kosten, verbonden met de voorraadverplichting, zouden op jaarbasis dalen met zo'n 50 miljoen gulden. Betekent dit dat de bedrijfswinsten navenant zullen stijgen, en ook de daaraan verbonden vennootschapsbelastingheffing? Zo ja, bestaan er plannen om deze financiële ruimte in te vullen?

Deze leden nemen aan dat de daling van de voorraadheffing op zichzelf een negatief effect op de Staatsinkomsten zal hebben. Kan een indicatie worden gegeven van de derving van deze inkomsten?

Met betrekking tot veiligheid:

De leden van de PvdA-fractie hebben begrepen dat 20% van de mondiale opslag zich in Nederland bevindt. Deze opslag vindt plaats in bovengrondse opslagtanks.

Zal deze situatie gecontinueerd worden na inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel? Op welke wijze is het element veiligheid in de overwegingen betrokken bij deze relatief grote opslagcapaciteit in Nederland als klein land met een geringe oppervlakte en grote bevolkingsdichtheid? Is uit veiligheidsoverwegingen een kleinere opslagcapaciteit ooit overwogen? Kan het antwoord toegelicht worden?

Waar bevinden zich deze tanks buiten het Botlekgebied?

Is het juist dat Nederlandse bedrijven en/of de COVA ook opslagcapaciteit, incl. ondergrondse, in andere EU-lidstaten gebruikt? Kan hierover nadere informatie worden verstrekt?

Met betrekking tot de voorgestelde crisismaatregelen:

Kan een toelichting worden gegeven op de te verwachten effecten op de afzonderlijk te nemen gebruiksbeperkende maatregelen?

Artikelgewijs

Art. 11

De regering erkent het risico van dubbeltellingen bij reserveringen. Toch is niet voorzien in controle vóóraf op de reserveringen. Hoe kan de regering garanderen dat de betreffende voorraden daadwerkelijk ter beschikking staan van de voorraadplichtigen?

Art. 13

Voorraadplichtigen dienen de minister gegevens te verstrekken omtrent de samenstelling en omvang van hun voorraden. Zijn deze gegevens openbaar?

Is er voldoende capaciteit beschikbaar voor de naleving van de wet? Is het juist dat de Economische Controledienst met deze dienst is belast? Welk percentage van de totale capaciteit van de ECD is hiermee gemoeid?

Schriftelijke verstrekking van gegevens komt te vervallen, in verband met de opkomst van de informatietechnologie. De leden van de PvdA-fractie achten dit een relatief vergaande stap in verband met de vertrouwelijkheid van de gegevens en het mogelijk onderscheppen van dit materiaal. Hoe ziet de regering dit? In hoeverre schat de regering in dat hiervan een precedentwerking kan uitgaan?

De vereiste een administratie te voeren komt ook te vervallen, omdat dit gelet op de professionaliteit van de branche toch wel zou gebeuren. Een dergelijke open regelgeving gaat ver, en kan een zekere precedentwerking oproepen. Kan de regering hierop ingaan? Wat gebeurt er indien blijkt dat er toch geen administratie wordt gevoerd?

Art. 17

Zijn de door COVA aan de minister te verstrekken inlichtingen openbaar of worden deze inlichtingen desgewenst vertrouwelijk aan de leden van de Tweede Kamer verstrekt?

Art. 22

Worden voorstellen ter verhoging van de voorraadheffing ter goedkeuring voorgelegd aan de Tweede Kamer?

Art. 26

Kan de regering inzicht geven in de mate waarin in Nederland olievoorraden nu reeds dienen als dekking van voorraadverplichtingen in het buitenland? Is van de bevoegdheid om hiervoor toestemming te vragen in het verleden veel gebruik gemaakt?

Op welke wijze wordt gegarandeerd dat COVA, immers een monopolist, een marktconforme prijs zal bieden, dan wel geen gebruik zal maken van een machtspositie?

Art. 31

Zal de Tweede Kamer nog geconsulteerd worden inzake de opnieuw vast te stellen ministeriële regeling betreffende de omvang van de voorraden van de COVA?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie