Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over komst Antillianen naar Nederland

Datum nieuwsfeit: 29-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over massale komst van antillianen naar nederland
Gemaakt: 4-7-2000 tijd: 10:11


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


29 juni 2000

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door het lid Van der Knaap (CDA) over de massale komst van Antillianen naar Nederland. Deze vragen werden ingezonden op 7 juni 2000 met kenmerk 2990012080.

DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

G.M. de Vries


2990012080

Vragen van het lid Van der Knaap (CDA) aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de massale komst van Antillianen naar Nederland. (Ingezonden 7 juni 2000)


1. Hebt u kennisgenomen van de berichtgeving dat de uittocht van Antillianen naar Nederland de komende maanden alle records zal breken?
Ja.

In de periode van januari 2000 tot en met mei 2000 hebben zich ruim
2800 Antillianen in Nederland gevestigd. Dat is een stijging van ruim
20% ten opzichte van dezelfde periode in 1999. In bijlage 1 treft u een schematisch overzicht van de beschikbare migratiecijfers over
1998, 1999 en januari tot en met mei van 2000. Uit het gegeven overzicht blijkt dat in de maanden juli, augustus en september zich in voorafgaande jaren een «piek» heeft voorgedaan.

2. Welke oorzaken liggen naar uw mening ten grondslag aan deze uittocht?

Aangenomen kan worden dat de economische en sociale omstandigheden in de Nederlandse Antillen aan de emigratie ten grondslag liggen.

Daarnaast, dat is een «constante» factor in de migratiecijfers, komen Antillianen naar Nederland om (hoger en wetenschappelijk) onderwijs te volgen.


3. Kunt u uiteenzetten wat het aandeel in deze uittocht is van Antilliaanse jongeren die in aanmerking zouden komen voor het inburgeringstraject of de voogdijregeling?

In bijgaand overzicht is een onderverdeling gemaakt naar de leeftijd
0-18 jaar (voogdijregeling) en 16-25 jaar (inburgering). De voogdijregeling geldt voor minderjarige Antillianen die alleen en onbegeleid de Antillen willen verlaten. Voor minderjarigen die voor gezinshereniging naar Nederland komen of Antillianen die aannemelijk kunnen maken dat het verblijf in Nederland van korte duur zal zijn, geldt de voogdijregeling niet.

Gelet op het feit dat uitschrijving uit de bevolkingsregistratie over het algemeen plaatsvindt direct voorafgaand aan het vertrek naar het buitenland is bij benadering niet te zeggen hoeveel jongeren er de komende maanden daadwerkelijk naar Nederland zullen komen.


4. Kunt u uiteenzetten hoeveel van de in vraag -3- bedoelde jongeren zich hebben laten uitschrijven uit de Antilliaanse bevolkingsregisters?

Zie het antwoord op vraag 3. Overigens krijgt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties iedere maand een uitdraai van het Vestigingsregister. In die uitdraai zijn de Antillianen vermeld die zich in de GBA hebben ingeschreven. De meest recente gegevens betreffen mei 2000. Deze gegevens zijn in de bijgevoegde bijlage verwerkt.


5. Hoe beoordeelt u deze uittocht tegen de achtergrond van de motie-Van der Knaap/Van Middelkoop?

De Antilliaanse samenleving ondervindt aanmerkelijke negatieve consequenties van de migratie. Het land verliest een belangrijk deel van zijn kader

Uit het verloop van de migratiesaldi in het verleden kan worden afgeleid dat in periodes van economische groei in de Nederlandse Antillen de migratie naar Nederland afneemt.

Derhalve mag worden aangenomen dat de migratie pas zal afnemen indien de economie in de Antillen aantrekt en als gevolg daarvan voor de Antilliaanse bevolking nieuwe perspectieven ontstaan. Daarom is het van groot belang dat het herstelbeleid van de Antilliaanse regering snel wordt uitgevoerd en daarover met het IMF op korte termijn een akkoord wordt bereikt.


6. Wat is de stand van zaken betreffende de uitvoering van deze motie?
In (een bijlage bij) de nota Migratie Antilliaanse Jongeren zijn de juridische mogelijkheden om de immigratie te beperken uiteen gezet. Dat materiaal is beschikbaar voor het geval de Nederlandse regering tot de conclusie zou moeten komen dat de inzet van juridische instrumenten noodzakelijk is.


7. Wanneer kan de Kamer de toegezegde informatie over de nadere afspraken over de uitvoering van de voogdijregeling tegemoet zien?
De minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid en ik bereiden een evaluatie voor waarin wij aangeven wat er sinds de totstandkoming van de nota Migratie Antilliaanse Jongeren in gang is gezet en wat daarmee is bereikt. In die brief wordt ook aandacht besteed aan de uitvoering van de voogdijregeling. Zie voorts het antwoord op 9.


8. Heeft het in uw brief van 15 februari jl. aangekondigde overleg over de voortgang van de uitvoering van de Nota Migratie Antilliaanse jongeren onlangs plaats gehad? Zo ja, wat was de uitkomst van dit overleg?

Ja, het overleg heeft zoals gepland op maandag 29 mei 2000 plaatsgevonden. In de evaluatie die de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid en ik aan de Tweede Kamer zullen zenden wordt verslag gedaan van het gevoerde overleg.


9. Kunt u de Kamer informeren over de reactie van het kabinet-Pourier op de door de Staten van de Nederlandse Antillen aangenomen motie waarin de verplichte inburgering wordt afgewezen?
Op 8 juni 2000 is een brief ontvangen van de minister-president van de Nederlandse Antillen. Hierin deelt hij ons mee dat de Antilliaanse regering het, gezien het advies van de Raad van Advies en de uitspraken van de Staten van de Nederlandse Antillen niet opportuun acht om de ontwerp-Landsverordening Inburgering bij de Staten (althans in de huidige vorm) in te dienen. De minister-president geeft verder aan dat de Antilliaanse regering de mogelijkheid bestudeert om het verplichte inburgeringstraject in te bedden in de in voorbereiding zijnde ontwerp-Landsverordening Burgerplicht.

In afwachting van het definitieve standpunt van de Antilliaanse regering hebben de minister voor Grote steden- en Integratiebeleid en ik de evaluatie van de nota Migratie Antilliaanse Jongeren aangehouden. De Kamer is hierover bij brief van 16 juni 2000 geïnformeerd.

De minister voor Grote steden- en Integratiebeleid en ik hebben de Antilliaanse regering, via minister Lamp waarmee wij vorige week overleg hebben gevoerd, gevraagd om zoveel mogelijk te bespoedigen dat de besluitvorming hierover binnen de Antilliaanse regering nog vóór het overleg met uw Kamer is afgerond.


10 en 11 Wanneer zal de Kamer kennis kunnen nemen van de evaluatie van de Nota Migratie Antilliaanse jongeren? Wilt u deze vragen beantwoorden vóór het algemeen overleg van 15 juni aanstaande?
Zie het antwoord op vraag 9.


1998 = 7675 1 jan. t/m 31 mei 1999 = 2368


1999 = 8712 1 jan. t/m 31 mei 2000 = 2871

Stijging = 1037 (13,51%) Stijging: = 503 (21,2%)


1998 = 2328 1 jan. 1999 t/m 31 mei 1999 = 713

1999 = 2931 1 jan. 2000 t/m 31 mei 2000 = 614
Stijging = 603 (25,9%) Daling = 99 (-13,88%)


1998 = 2362 1 jan. 1999 t/mt 31 mei 1999 = 511

1999 = 2742 1 jan. 2000 t/m 31 mei 2000 = 702
Stijging: = 380 (16,08%) Stijging = 191 (37,38%)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie