Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oratie over taalgebruik in bijsluiters en formulieren

Datum nieuwsfeit: 30-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Katholieke Universiteit Brabant

Oratie prof. dr. J. Renkema

Tussen de regels Over taalgebruik in bijsluiters, belastingformulieren en bijbelvertalingen

Op vrijdag 30 juni 2000 zal prof. dr. J. Renkema, hoofddocent Tekstwetenschap aan de Katholieke Universiteit Brabant, zijn ambt aanvaarden van bijzonder hoogleraar Taalverzorging met het uitspreken van een inaugurele rede, getiteld: 'Tussen de regels, over taalgebruik in bijsluiters, belastingformulieren en bijbelvertalingen'. De leerstoel is een initiatief van het Genootschap Onze Taal.

Aula KUB - 16.15 uur

Korte samenvatting

Renkema pleit in zijn rede voor een benadering van taalverzorging waarin nieuwe vormen van taalgebruik worden beoordeeld op hun bijdrage aan de rijkdom van onze taal. Alternatieve mogelijkheden, zoals 'een aantal mensen hebben' naast 'een aantal mensen heeft', zijn niet bij voorbaat onjuist, maar bieden taalgebruikers de mogelijkheid om zich heel precies uit te drukken. Tussen de alternatieven bestaat een betekenisnuance: bij 'een aantal mensen heeft' ligt de nadruk op het geheel, op de groep; bij 'een aantal mensen hebben' gaat het om de individuen. Taalgebruikers moeten kiezen voor de vorm die het best aansluit bij hun bedoeling. Taalverzorging betekent het wegen van de mogelijkheden en het kiezen van de meest geschikte vorm, en niet slechts het afkeuren van één van de varianten. De rijkdom van onze taal moet worden gecultiveerd, en niet worden ingeperkt.

In discussies over taalverzorging wordt meestal verondersteld dat iedereen het eens is over de vraag wat moet worden verstaan onder 'goed' taalgebruik. Dit is echter niet altijd het geval. Daarom introduceert Renkema in zijn oratie een analysemodel voor tekstkwaliteit, het CCC-model. Met behulp van dit model kunnen uitspraken over de kwaliteit van een tekst op een systematische wijze worden gecategoriseerd. Het model is gebaseerd op drie criteria: het correspondentiecriterium, het consistentiecriterium en het correctheidscriterium. De drie criteria worden toegepast op de vijf algemeen gangbare tekstniveaus: teksttype, inhoud, opbouw, formulering en presentatie.

Het toepassen van de drie criteria op de vijf tekstniveaus leidt tot vijftien ijkpunten waarmee tekstkwaliteit kan worden vastgesteld. Het model kan op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als raster bij het categoriseren van commentaren, of als leidraad bij het opstellen van een tekst. De hoogste tekstniveaus (teksttype, inhoud en opbouw) zijn meer bepalend voor de tekstkwaliteit dan de lagere tekstniveaus.

Het CCC-model dient ook als kader voor onderzoek naar tekstkwaliteit. In de oratie wordt aandacht besteed aan onderzoek naar de kwaliteit van specifieke tekstniveaus in drie verschillende tekstsoorten: een bijsluiter, een belastingformulier en een bijbelvertaling. Eerst wordt een voorbeeld gegeven van een CCC-analyse op het niveau van de inhoud, in een bijsluiter bij het medicijn Norit. Een tekst geeft voldoende informatie wanneer de vragen die door de tekst worden opgeroepen, worden beantwoord. Uit de CCC-analyse blijkt dat de Norit-bijsluiter de lezer op een tiental punten in het onzekere laat. Vervolgens wordt de rol van de tekststructuur in belastingformulieren besproken. Er zijn verschillende manieren om de belastingplichtigen hun tariefgroep te laten bepalen: met behulp van een lopende tekst of met een stroomdiagram. In de oratie wordt ook het kaderdiagram gepresenteerd, een nieuwe structuur voor de tariefgroepsvraag, ontwikkeld met het oog op de opkomst van beeldschermcommunicatie. Dit kaderdiagram combineert de voordelen van lopende tekst en stroomdiagram. Het aanbieden van informatie op beeldscherm heeft verregaande gevolgen voor de structurering van de informatie.

Ten slotte wordt ingegaan op een onderzoek naar lezersoordelen over zinsbouw en woordkeus in de nieuwe bijbelvertaling. Interessant is daarbij de rol van de kerkelijke achtergrond van de lezer, en het effect van de factor 'bron'. Oordelen kerkelijke lezers anders dan niet-kerkelijke lezers? Worden stijloordelen beïnvloed door het feit dat een tekst uit de bijbel afkomstig is? Voor het beantwoorden van deze vragen zijn bijbelfragmenten ook gepresenteerd als niet-bijbels, aan zowel kerkelijke als niet-kerkelijke lezers.

In de taaladviesliteratuur komt het volgende advies steeds weer terug: denk aan de lezer. De opkomst van beeldschermcommunicatie is één van de twee gunstige omstandigheden waardoor schrijvers beter in staat zijn dit advies op te volgen. Informatie die via beeldscherm wordt gepresenteerd, kan gemakkelijk in vraag-antwoordvorm worden ge(her)formuleerd. Deze nieuwe structuur heeft meer weg van een gesprek. De enigszins passieve rol van lezer verandert dan in de meer actieve rol van gesprekspartner. De tweede gunstige omstandigheid die het de auteur mogelijk maakt zich beter in de lezer in te leven, is de ontwikkeling in tekstwetenschappelijk onderzoek. Discussies van deskundigen over 'goed taalgebruik' kunnen worden aangevuld met veldonderzoek bij potentiële lezers, waardoor een preciezer beeld ontstaat van het effect van bepaalde structuur- en stijlkenmerken. De betekenis van de enigszins vage uitdrukking goed taalgebruik' kan zo worden verhelderd, en daarmee ook het doel van taalverzorging. In onderzoek en onderwijs op het terrein van de taalverzorging gaat het niet alleen om discussies over taalregels, maar vooral om datgene wat de regels kunnen bijdragen aan het cultiveren van de rijkdom van de taal en het verbeteren van de communicatie.

Curriculum vitae:

Jan Renkema (1948) begon in de jaren zeventig als taalkundig adviseur van de Tweede Kamer. Hij 'vertaalde' de Troonrede, samen met kamervoorzitter Anne Vondeling. Uit dat werk vloeide zijn proefschrift voort, De taal van Den Haag, en een handboek voor duidelijk taalgebruik, de Schrijfwijzer, dat nog steeds geldt als het standaardwerk in de taaladviesliteratuur.

Verder was hij onder andere eindredacteur van het maandblad Onze Taal en buitengewoon hoogleraar Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Sinds 1981 is hij tevens hoofddocent bij de sectie tekstwetenschap van de Letterenfaculteit van de Katholieke Universiteit Brabant. Zijn inleiding in het vakgebied, Tekst en Uitleg, is inmiddels vertaald in het Engels, Spaans, Japans en Koreaans. Ook schreef hij de Leidraad bij het Groene Boekje. Verder is hij eindredacteur van het internationale Engelstalige tijdschrift Document Design.

De integrale tekst van de uitgesproken oratie staat vanaf vrijdag 30 juni op de website van het Genootschap Onze Taal Een uitgebreide versie van de oratie wordt uitgegeven bij Het Spectrum in Utrecht;
ISBN 90-274-7206-8, 92 blz., prijs f 24,15.
Persvertegenwoordigers, die prijs stellen op toezending van de integrale tekst van de oratie kunnen deze - voorzover niet reeds hierbij gevoegd - aanvragen bij Voorlichting en Externe Betrekkingen van de KUB, tel. 013 - 4662000.
Voor een toelichting op de leerstoel vanuit het Genootschap Onze Taal, kunt u bellen met 070-3561220.

04-07-2000 KUB

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie