Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief EZ inzake ICT en administratieve lasten

Datum nieuwsfeit: 30-06-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief EZ inzake ict en administratieve lasten
Gemaakt: 5-7-2000 tijd: 11:22


17


26643 Informatie- en communicatietechnologie

nr. 7 Brief van de minister van Economische Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 juni 2000


1 Inleiding; Follow-up Commissie administratieve lasten
Eén loket waar ondernemers terecht kunnen voor alle informatie die ze van de overheid nodig hebben, waar ze alle formulieren kunnen vinden die ze moeten invullen. Formulieren die, daar waar relevant, reeds ingevuld zijn met de gegevens die al bij de overheid over dat bedrijf bekend zijn. Deze formulieren direct in kunnen vullen en elektronisch versturen.

Dat is waar het kabinet naar streeft voor de
business-to-administration communicatie. De snelle ontwikkelingen in informatie- en communicatietechnologie (ICT) maken dat mogelijk, en het kabinet zal alles in het werk stellen om een dergelijke situatie ook daadwerkelijk te realiseren.

Door de ontwikkelingen in ICT kan de overheid efficiënter, effectiever en klantvriendelijker opereren. Dat is geen vrijblijvende optie; de overheid is verplicht iedere belastinggulden zo efficiënt en effectief mogelijk aan te wenden. Het mes snijdt zo aan twee kanten: een elektronische overheid geeft 'value for taxpayers-money' en zorgt er door de administratieve lasten aanzienlijk te verminderen tegelijkertijd voor dat aan de kant van het bedrijfsleven de nodige besparingen kunnen worden behaald. En, niet onbelangrijk, het gaat hier om het substantieel verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening door de overheid.

Ambitieuze inzet van ICT-toepassingen is één van de aanbevelingen van de Commissie Administratieve Lasten (CAL), die advies heeft uitgebracht over de mogelijkheden om de administratieve lastendruk omlaag te brengen.

Op 11 februari jl. heeft het kabinet zijn reactie op de voorstellen van de CAL inzake het terugdringen van de administratieve lasten in ons land Kamerstuk 24036, nr. 148 aan de Kamer gestuurd. In deze brief benadrukt het kabinet nogmaals, de reductie van de administratieve lasten als een belangrijke beleidsdoelstelling te zien. Tevens bevestigt het kabinet daarin dat het een aantal belangrijke voorstellen van de CAL overneemt.

In deze brief zal het kabinet, zoals aangekondigd in zijn reactie op het rapport van de Commissie administratieve lasten, een nader beeld geven van een Internet-groeimodel dat een oplossing moet bieden bij het terugdringen van de administratieve lasten. Hierbij zal aangegeven worden welke van de reeds lopende initiatieven bouwstenen kunnen vormen voor een dergelijk model en welke elementen hiervoor nog ontwikkeld moeten worden.

Uiteengezet zal worden welke stappen genomen moeten worden bij deze ontwikkeling en welke organisatiestructuur daarvoor benodigd is. Daarbij zal ook de nodige aandacht worden gegeven aan de aansturing van het project en het bewaken van de samenhang met de overige 'bouwstenen'.

Aan het slot van deze brief wordt in een overzicht duidelijk gemaakt hoe de diverse bouwstenen op het niveau van de individuele ondernemer in elkaar grijpen (zie 'Een mogelijke procesbeschrijving').


2 ICT-toepassingen bij de reductie van administratieve lasten: een Internet-groeimodel

Het berichtenverkeer tussen bedrijven en overheidsinstellingen (aangifte van belasting en premies, rapportages, enquêtes, vergunningen e.d.) vormt een substantieel element van de administratieve lasten in Nederland. Veel van deze gegevensuitwisseling loopt nog steeds via 'gewone' papieren formulieren. Voordat een formulier kan worden ingevuld heeft een ondernemer zich vaak al de nodige inspanning moeten getroosten. Informatie moet worden ingewonnen, formulieren aangevraagd, handleidingen bestudeerd, etc. Het optimaal benutten van de mogelijkheden die ICT toepassingen bieden zal deze inspanningen aanzienlijk kunnen verlichten.

Het kabinet is zich terdege bewust van de kansen die ICT biedt: door ambitieus te werken aan de inzet van ICT ten behoeve van de vermindering van administratieve lasten wordt een extra impuls gegeven aan de doelstelling zoals geformuleerd in het Actieprogramma Elektronische Overheid Kamerstukken II, vergaderjaar 1998-1999, 26387, nr.1 en De Digitale Delta Kamerstukken II, vergaderjaar 1998-1999, 26643, nr. 6: in 2002 moet minimaal 25% van de publieke dienstverlening langs elektronische weg afgehandeld kunnen worden.

Buitenlandse ervaringen leren dat dat proces daar waar het gaat om administratieve lastenverlichting kan worden versneld en het kabinet legt daar dus nu een schepje bovenop.

Met het oog op het terugdringen van de administratieve lasten streeft het kabinet naar een situatie waarin:


1 een ondernemer op één plek (door middel van een overheidsportal) alle relevante overheidsformulieren kan vinden;

2 deze formulieren automatisch ingevuld worden met de bij de overheid over deze onderneming bekende gegevens;


3 de ondernemer pro-actief door de overheid wordt geattendeerd op bepaalde diensten, verplichtingen of informatie;

4 een bepaald gegeven slechts één keer, per post of elektronisch, hoeft te worden aangeleverd.

Het door de Commissie Administratieve Lasten geschetste Internet-groeimodel biedt hiervoor de benodigde inspiratie. Een dergelijk Internet-groeimodel In feite gaat het om een ICT-groeimodel. Er wordt namelijk niet noodzakelijkerwijs bij alle onderdelen alleen gebruik gemaakt van Internet. is gebaseerd op drie hoofdlijnen:


1 één-loket-benadering (front-office): bedrijven moeten op één centrale plaats alle relevante informatie en formulieren kunnen verkrijgen en transacties kunnen verrichten;


2 elektronische gegevensaanlevering: bedrijven moeten de gevraagde gegevens aan de instellingen (bijv. CBS, Belastingdienst) kunnen leveren met behulp van elektronische data-uitwisseling;

3 meervoudig gebruik van gegevens (back-office): een ondernemer hoeft gegevens nog slechts één keer aan te leveren.

Bij de ontwikkeling van dit model wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande projecten en initiatieven. Deze leveren onmisbare bouwstenen op alle genoemde lijnen. Om ze nog beter met elkaar te laten samenwerken en aldus synergie-effecten te realiseren is echter nog meer nodig. Dat is het beschikbaar stellen van alle formulieren van de rijksoverheid op Internet, en het geleidelijk toevoegen van functionaliteiten zoals het elektronisch kunnen invullen en verzenden: «Overheidsformulieren On-line». In de volgende paragraaf zal geschetst worden hoe de lopende projecten zich tot elkaar verhouden en wat 'Overheidsformulieren On-line' daaraan toevoegt. Gezamenlijk vormen zij een Internet-groeimodel.


3 De bouwstenen en het cement: samenhang tussen bestaande projecten en een nieuw initiatief

In het gebruik van ICT-toepassingen bij de reductie van administratieve lasten worden, zoals gezegd, drie verschillende lijnen onderscheiden. Op elk van deze lijnen wordt door het kabinet actie ondernomen of ondersteund. In combinatie met het op te starten project 'Overheidsformulieren On-line' vormen zij een Internet-groeimodel en zullen zij moeten leiden tot de situatie zoals die in de vorige paragraaf is geschetst. Hieronder worden de drie lijnen kort beschreven. Een uitgebreidere beschrijving is te vinden in de bijlage.

Eén-loketbenadering; het bedrijvenloket

Bedrijven moeten op één centrale plaats alle relevante informatie en formulieren kunnen vinden en transacties kunnen verrichten. Ook instellingen hebben er baat bij dat hun regelgeving helder en uitvoerbaar is. Vele overheidsinstellingen hebben een eigen systeem van informatievoorziening, via folders, Internet etc.

Het bedrijvenloket is een plek waar een ondernemer via één loket de dienstverlening van verschillende publieke instellingen kan betrekken. In de ideale situatie zal een bedrijvenloket de informatievoorziening, de 'intake' en de transactie-dienstverlening van de samenwerkende publieke instellingen verzorgen.

Er zijn momenteel drie proefprojecten gaande. Eind 2001 zullen drie bedrijvenloketten functioneren in Drenthe, de stad Groningen en de Regio Noordwest Holland. In deze bedrijvenloketten zal de informatievoorziening van de deelnemende instellingen worden geïntegreerd en zullen startende ondernemers hun wettelijke verplichtingen via één loket kunnen afwikkelen.

Uiterlijk eind 2001 bestaat er daarnaast een portalsite genaamd «bedrijvenloket.nl», waar ondernemers toegang hebben tot de verschillende dan reeds bestaande of in aanbouw zijnde regionale bedrijvenloketten. Het uiteindelijke doel op de langere termijn is dat in elke regio in Nederland bedrijvenloketten in werking zijn, waarbij alle relevante publieke dienstverleners de dienstverlening aan bedrijven geïntegreerd aanbieden.

Elektronische gegevensuitwisseling

Bedrijven moeten de gevraagde gegevens aan de overheid kunnen leveren met behulp van elektronische data-uitwisseling. Elektronische gegevensuitwisseling zal een aanzienlijke besparing van de administratieve lasten voor bedrijven (en overigens ook voor betrokken overheidsinstellingen) betekenen. Elektronische gegevensuitwisseling is gebonden aan een aantal randvoorwaarden zoals authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid Authenticiteit: de identiteit van de andere partij kan met zekerheid worden vastgesteld. Integriteit: betrokken partijen kunnen zeker zijn dat de aangeboden informatie echt is en niet gemanipuleerd. Vertrouwelijkheid: betrokken partijen kunnen zeker zijn dat de informatie die wordt uitgewisseld vertrouwelijk blijft en niet in verkeerde handen valt. .

Het project Elektronische Heerendiensten (EHD) is gericht op elektronische gegevensuitwisseling tussen bedrijfsleven en overheid. Het voorziet in een uniforme inrichting van het communicatieproces tussen ondernemingen en uitvoeringsinstanties. De grote winst daarbij is dat de huidige verschillen in de interfaces van uitvoeringsinstanties naar ondernemingen verdwijnen.

In de huidige fase van het project worden proeftuinen voorbereid in samenwerking met softwareleveranciers, brancheorganisaties, ondernemingen en administratiekantoren. Deze fase dient eind 2000 te zijn afgerond. In de periode hierna kunnen dan door de private sector, op basis van de ontwikkelde specificaties, EHD-compliant producten in de markt gezet worden.

Meervoudig gebruik van gegevens

Ten behoeve van hun primaire proces verzamelen, beheren en gebruiken overheidsorganisaties grote hoeveelheden gegevens over personen, bedrijven, inkomens, sociale verzekeringen, gebouwen en andere objecten. De meeste van deze gegevens worden meerdere keren opnieuw bij bedrijven en burgers uitgevraagd doordat deze


-hoewel reeds binnen de overheid beschikbaar- door gebrek aan onderlinge afstemming en samenwerking niet of slechts beperkt worden hergebruikt. Ook moet in een aantal gevallen nog worden voorzien in een wettelijke titel voor onderlinge uitwisseling.

Het project Stroomlijning Basisgegevens beoogt in bovenomschreven situatie een fundamentele verandering te brengen door een majeure impuls te geven aan de tot-standkoming van een stelsel van zogenaamde authentieke registraties Politiek verantwoordelijk voor Stroomlijning Basisgegevens is de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid. In het programma participeren -naast het Ministerie van BZK- de Ministeries van EZ, Fin, Jus, SZW, VWS en VROM, alsmede de Registratiekamer. De uitvoering van het programma is belegd bij een programmabureau Stroomlijning Basisgegevens.

. De kern van het concept 'authentieke registratie' is het aanwijzen van één instantie als unieke bron voor een specifiek gegeven. Hierdoor wordt meervoudige bevraging bij bedrijven (en burgers) overbodig en wordt koppeling van gegevens mogelijk.

Het Ministerie van EZ coördineert de werkgroep Basisbedrijvenregister, die een authentiek register opzet waar de deelnemende organisaties (KvK's, Belastingdienst, CBS en UVI's) de basisgegevens van alle ondernemingen in ons land kunnen vinden.

Eind 2002 moet dat register operationeel zijn waarna het geleidelijk verder kan worden uitgebouwd bijvoorbeeld door koppeling met registers van andere instanties.

De genoemde projecten leveren onmisbare bouwstenen voor een Internet-groeimodel. De 'missing link' wordt gevormd door het beschikbaar stellen van alle overheidsformulieren op Internet, en de geleidelijke toevoeging van functionaliteiten: «Overheidsformulieren On-line». In de volgende paragraaf zal geschetst worden hoe de lopende projecten zich tot elkaar verhouden en wat 'Overheidsformulieren On-line' daaraan toevoegt.

De samenhang

Een goed functionerende back-office vormt een onmisbare basis. Het project Stroomlijning Basisgegevens is erop gericht de back-office van de overheid te stroomlijnen. Eén van de deelprojecten van dat project is het Basisbedrijvenregister (BBR). Een dergelijk register zal de back-office vormen van de regionale Bedrijvenloketten, en straks van het landelijke Bedrijvenloket. Het project Basisbedrijvenregister is een voorwaarde voor de eerder geschetste situatie waarbij een ondernemer een bepaald gegeven slechts éénmaal hoeft aan te leveren.

Ook voor de elektronische gegevensaanlevering zal een BBR een rol vervullen. Berichten die in het kader van het project EHD moeten worden aangemaakt, kunnen sneller geïmplementeerd worden. Op zijn beurt kan het project EHD ook een bijdrage leveren aan een BBR. EHD gaat niet uit van harmonisatie van begrippen, maar van een gegevensvraag. Om elektronische berichten te ontwikkelen voor deze gegevensuitvraag, dient uiteraard wel een volledig inzicht en overzicht te zijn van de gegevens die iedere instantie die gebruik maakt van EHD uitvraagt. Met behulp van dergelijke overzichten die ten behoeve van het project EHD gemaakt worden, kan dus een begin gemaakt worden met het beter op elkaar afstemmen van gegevens, begrippen en definities.

Het project EHD is met name geschikt voor regelmatig terugkerende, reguliere gegevensuitvraag aan ondernemers. Het Bedrijvenloket, de front-office, heeft juist grote waarde voor minder regelmatig terugkerende transacties en dienstverlening, waarbij de vraagpatronen van de ondernemer centraal staan.

Overheidsformulieren On-line

De hiervoor beschreven projecten zullen meer met elkaar in verband worden gebracht met het oog op het specifieke doel van vermindering van de administratieve lasten. Want hoewel deze projecten ieder voor zich reeds een aandeel kunnen hebben in het verminderen van de administratieve lastendruk, kunnen ze, indien nadrukkelijk met elkaar in verband gebracht, van groot belang zijn voor elkaar. Om ze nog beter met elkaar te laten samenwerken en aldus synergie-effecten te realiseren is echter meer nodig. Dat is het beschikbaar stellen van alle formulieren van de rijksoverheid op een Internet-site en het geleidelijk toevoegen van functionaliteiten zoals het elektronisch invullen en verzenden: «Overheidsformulieren On-line».

Het op Internet beschikbaar stellen van alle overheidsformulieren en daar geleidelijk nieuwe functionaliteiten aan toevoegen richt zich in eerste instantie op de front-office.

De overeenkomsten met het project Bedrijvenloket zijn groot. Een verschil is dat het bedrijvenloket, hoewel daaraan organisaties met een landelijke dekking meewerken, primair lokaal of regionaal georiënteerd is (met uiteindelijk wel een nationale dekking), terwijl Overheidsformulieren On-line nationaal georiënteerd is en dus begint bij de formulieren van de rijksoverheid.

Het Bedrijvenloket richt zich op de hele levenscyclus van het bedrijf, onder andere op een aantal cruciale momenten zoals het opstarten van een onderneming en het aannemen van een eerste werknemer. Ook wil het bedrijvenloket bijdragen aan het verhogen van het algemene informatieniveau voor alle ondernemers. Het Bedrijvenloket gaat daarbij uit van de vraagpatronen van de ondernemer. Het creëren van een overheidsportal waar de formulieren beschikbaar worden gesteld, kan tenslotte een belangrijke bijdrage leveren aan het harmoniseren van begrippen door inzicht te geven in gegevensstromen. Daarmee komen mogelijke doublures namelijk eerder aan het licht.


4 Overheidsformulieren On-line: een uitdaging voor de elektronische overheid
Opzetten en uitvoeren van het project Overheidsformulieren On-line zal een stevige inzet vergen van alle betrokken partijen. De ambitie is hoog: medio
2001 moeten alle formulieren van de rijksoverheid op Internet staan en eind
2002 moeten die formulieren langs elektronische weg kunnen worden verzonden.
Vanuit een relatief eenvoudige beginsituatie, waarin alle formulieren van de rijksoverheid gemakkelijk toegankelijk moeten worden gemaakt via Internet, zal er fors geïnvesteerd moeten worden om deze formulieren geleidelijk interactief te maken. Niet alleen moeten ze 'achter de computer' kunnen worden ingevuld, maar ook verzonden. Dit vraagt om betrouwbare en veilige manieren van elektronische communicatie. In een volgende fase moeten de formulieren waar mogelijk reeds ingevuld zijn met de gegevens die bij de overheid over het betreffende bedrijf bekend zijn: gegevens die al eerder zijn aangeleverd worden automatisch ingevuld op de elektronische formulieren. In een laatste fase worden lay-out van de formulieren, alsmede de gebruikte definitie en terminologie geüniformeerd, en worden formulieren 'vraaggestuurd' ontworpen.

Er is dus sprake van een gefaseerd proces. Vanuit een relatief eenvoudige beginsituatie zullen er telkens functionaliteiten toegevoegd worden waardoor het voor de ondernemer eenvoudiger wordt informatie te verzamelen, in te vullen en te verzenden.

De eerste fase is gericht op informatie; formulieren van de rijksoverheid zijn eenvoudig op Internet te vinden.

In een volgende fase is wordt intake en transactie (hierna tezamen aangeduid als transactie) mogelijk: de formulieren kunnen via Internet ingevuld en verzonden worden en het bedrijf krijgt een ontvangstbevestiging.

Ten slotte zal er sprake moeten zijn van interactie: een bedrijf dat een bepaald formulier via Internet opvraagt, vindt daarin reeds de gegevens ingevuld die over dat bedrijf bij de overheid bekend zijn zodat het in principe kan volstaan met het slechts éénmaal aanleveren van een bepaald gegeven.

Informatie Transactie Interactie

Overheid Overheid Overheid

Bedrijf Bedrijf Bedrijf

De stapsgewijze benadering van het kabinet langs de drie geschetste wegen is in lijn met de visie van de Commissie-Slechte, die aanbeveelt dat er stap voor stap aan de interactiviteit, integratie en standaardisatie wordt gewerkt.

Overheidsformulieren On-line: de aanpak

Het beschikbaar stellen van de overheidsformulieren op Internet en het toevoegen van functionaliteiten is een gefaseerd proces. Het kabinet onderscheidt de volgende fasen en daaraan gekoppelde doelen Het kabinet gaat daarbij uit van de formulieren voortvloeiend uit regelgeving van de rijksoverheid t.b.v. het bedrijfsleven: in eerste instantie de formulieren van de rijksoverheid in engere zin (te beginnen met die van EZ) en aansluitend die van ZBO's etc. In overleg met BZK zal worden bezien hoe deze ervaringen tevens kunnen worden gebruikt t.b.v. de mede-overheden en t.b.v. on-line formulieren voor burgers. Het bedrijvenloket, dat in eerste instantie een regionale insteek heeft, en de andere loketten in het kader van OL2000 zullen daar ook behulpzaam bij zijn.:

Fase 1

Informatie

Medio 2001

Centrale site met (doorverwijzingen naar) on-line formulieren en informatie

formulieren in pdf beschikbaar, kunnen geprint worden

informatie is beschikbaar om regelingen toe te lichten (uit brochures e.d.) en om hulp te krijgen via telefoon, mail, brief

Fase 2

Medio 2002

Formulieren kunnen m.b.v. intelligent zoeksysteem worden gevonden en on-line worden ingevuld

intelligent zoeksysteem (intelligent agent) op verschillende kenmerken (op formuliernummer, op tekst, op categorie) om juiste formulier te kunnen vinden

formulieren kunnen on-line worden ingevuld, ondersteund door pop-up screens, automatische doorverwijzingen, links naar toelichtingen etc.

Fase 3

Transactie

Eind


2002

On-line ingevulde formulieren kunnen elektronisch worden verzonden

formulieren kunnen veilig en betrouwbaar elektronisch worden verstuurd

er komt een ontvangstbevestiging met transactienummer

Fase 4

Interactie

Eind


2003

Na toestemming van ondernemer worden gegevens hergebruikt, er kan één formulier naar verschillende instanties

Gegevens die al eerder in identieke vorm zijn aangeleverd worden automatisch ingevuld op elektronische formulieren, te beginnen met NAW gegevens

Er ontstaat geleidelijk een (spontane) tendens tot uniformering van lay-out en definities

Formulieren worden vraaggestuurd ontworpen

Samenwerking tussen overheid en marktpartijen

Bij de ontwikkeling van het Internet-groeimodel wil het kabinet ook optimaal gebruik maken van de in de markt aanwezige creativiteit, innovativiteit en daadkracht. De markt kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ideeënvorming binnen de overheid en bij het realiseren van het Internet-groeimodel. Diensten van de overheid zullen worden aangeboden via een overheidsportal. In bepaalde gevallen echter is goed voorstelbaar dat de overheidsdiensten óók worden aangeboden via Internet-sites of andere kanalen van de private sector, al dan niet met aanvullende dienstverlening.

Zo zijn inmiddels de formulieren van het Handelsregister via Internet te downloaden. Daarop aansluitend wordt nog dit jaar, in samenwerking tussen de Kamers van Koophandel en de notarissen, een intelligente invoermogelijkheid via Internet geboden. Daarmee kunnen ondernemers, beveiligd met behulp van een gecertificeerde digitale handtekening, op een elektronische wijze rechtstreeks muteren in het Handelsregister.

Buitenlandse voorbeelden van samenwerking tussen overheid en marktpartijen

De staat Victoria (Australië) heeft in 1996 een opdracht in de markt gezet om een dienst te ontwikkelen waarmee 24 uur per dag transacties met de overheid mogelijk zijn. Uiteindelijk is hiervoor een nieuw bedrijf opgericht, Maxi. Allerhande diensten en betalingen kunnen daar worden verricht. Maxi is een intermediair tussen burger/bedrijfsleven en overheidsinstanties. Maxi kan worden gecontracteerd door de overheidsinstanties. Overheidsinstanties moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden in de back-office om gebruik te kunnen maken van de diensten van Maxi. Zij betalen een jaarlijkse subscription fee plus een bepaald bedrag per transactie.

In het VK bestaat sinds november 1998 de Industry Consultative Committee (ICC). De ICC spreekt regelmatig met de voor E-government verantwoordelijke partijen in de Britse regering over de E-government strategie en van toepassing zijnde trends in het bedrijfsleven. Mogelijkheden voor partnerships tussen overheid en private sector t.b.v. elektronische dienstverlening zijn hierbij een expliciet punt.

Een overheidsportal kan voor bepaalde diensten ook doorverwijzen naar een site van een marktpartij zoals Maxi in Australië. Het opzetten, optimaliseren en beheren van de overheidsportal zal zoveel mogelijk in samenwerking met een marktpartij kunnen worden gedaan.

Het kabinet beseft overigens dat dergelijke vormen van samenwerking met de private sector een raamwerk vereist waarbinnen partijen dienen te opereren.

De hoge eisen die worden gesteld aan overheidsdienstverlening (zoals m.b.t. privacy, betrouwbaarheid, afleggen van verantwoording, openheid) zullen in dezelfde mate moeten gelden. Daarover moet 100% zekerheid bestaan.

Deze zekerheden gelden ook als er geen sprake is van samenwerking met de markt. Beveiliging van elektronisch dataverkeer, bescherming van persoonsgegevens, authenticiteit en integriteit zijn belangrijke randvoorwaarden voor een online overheid. Het kabinet zal blijven zoeken naar afdoende oplossingen voor die randvoorwaarden, daarbij geholpen door de voortschrijdende techniek. Belangrijk aangrijpingspunt daarbij zijn de activiteiten van de Taskforce Public Key Infrastructure (PKI). Deze Taskforce houdt zich bezig met het ontwikkelen en implementeren van een samenhangende infrastructuur van technologie en procedures ten behoeve van een betrouwbare en vertrouwelijke communicatie van en met de overheid. Dit is met name van belang voor de verdergaande ontwikkeling van bijvoorbeeld elektronische belastingaangiften, Elektronische Heerendiensten (EHD) en het Bedrijvenloket. In dit kader kan worden gedacht aan instanties die de authenticatie en beveiliging van het elektronisch berichtenverkeer ondersteunen met een gecertificeerde digitale handtekening zoals bijvoorbeeld ook in het eerder genoemde, en door de Belastingdienst ondersteunde, initiatief van de Kamers van Koophandel is voorzien.

Ambitie vereist commitment

Het opzetten van een site met overheidsformulieren, het bewaken van de samenhang met andere projecten en het verder ontwikkelen van de nodige functionaliteiten vergt inzet en commitment op hoog niveau van ieder departement, en de daaronder ressorterende uitvoeringsorganisaties. Uiteindelijk gaat het om een fundamentele verbetering van de publieke sector en het bereiken van een belangrijke kabinetsdoelstelling: aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten. Dit vereist een cultuuromslag die belangrijke organisatorische gevolgen met zich meebrengt. De overheid moet klantvriendelijker worden; ministeries moeten meer samenwerken, de hokjesgeest moet worden doorbroken.

De projectorganisatie

Ten behoeve van de uitvoering zal een interdepartementale projectorganisatie worden opgezet, die uiteraard zeer nauwe contacten zal onderhouden met de andere in deze brief beschreven projecten.

De organisatie is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een prototype, marktconsultaties, het ontwikkelen van hulpmiddelen: zij vervult dus een faciliterende en coördinerende rol. De ministeries zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering binnen de eigen departementen. Ieder departement zal daarvoor een verantwoordelijke persoon aanwijzen.

Momenteel wordt door het Ministerie van BZK gewerkt aan het opzetten van een ICT-uitvoeringsorganisatie (de ICTU) voor de overheid, bedoeld als faciliteit voor de uitvoering van programma's en projecten op ICT-terrein waarbinnen meerdere overheidsorganisaties samenwerken. Bezien zal worden welke rol deze organisatie bij het project Overheidsformulieren On-line zal kunnen vervullen.

Programma's in het VK en de VS

In het Verenigd Koninkrijk heeft de regering onlangs haar plannen voor de elektronische overheid bekendgemaakt: «E-Government - a strategic framework for public services in the Information Age». Elektronische dienstverlening aan het bedrijfsleven is een belangrijk onderdeel: als voornaamste doel wordt genoemd de vermindering van de administratieve lasten. Om de doelstelling -in 2005 moet 100% van de publieke dienstverlening langs elektronische weg kunnen plaatsvinden- te bereiken is gezorgd voor commitment op hoog niveau. De Central IT Unit (te vergelijken met de ICTU i.o.) speelt een belangrijke rol in de coördinatie en het ontwikkelen van standaarden. De CITU wordt ondersteund door de Information Age Government Champions, een groep van 36 topambtenaren die de gehele overheid vertegenwoordigen. Gezamenlijk zijn zij verantwoordelijk voor de uitvoering van de e-government strategie. Zowel CITU als IAGC rapporteren aan de e-Envoy, die rechtstreeks onder de premier valt.

Access America is de nationale strategie in de Verenigde Staten om de elektronische overheid te bevorderen. Access America is één van de onderdelen van het Reinventing Government programma van Vice-president Al Gore. Hij wordt ondersteund door de National Partnership for Reinventing Government (NPR), bestaande uit senior medewerkers van de federale overheid die voor een periode van 3 tot 12 maanden worden gedetacheerd bij de NPR. De uitvoering van Access America is grotendeels in handen van de Government Information Technology Systems Board en de Chief Information Offices Council. In beide organisaties zitten hoge ambtenaren van de Federale overheid.

De projectorganisatie zal bestaan uit mensen van verschillende ministeries en verschillende disciplines. Een grondige kennis van ontwikkelingen op ICT-gebied en meer specifiek van het ICT-gebruik door overheden is van belang. Daarnaast is het ook zaak om ontwikkelingen in het buitenland op dit terrein nauwlettend te volgen. Gedacht wordt aan een kleine en dus slagvaardige projectorganisatie, waarin naast het Ministerie van Economische Zaken als projectleider ook de andere meest betrokken departementen vertegenwoordigd zijn. Vanwege de betrokkenheid van die ministeries bij de diverse 'bouwstenen', ligt betrokkenheid van de Ministeries van BZK, Financiën en SZW, alsmede hun uitvoerende diensten, voor de hand. De eindverantwoordelijkheid zal bij het Ministerie van Economische Zaken liggen. Daarnaast is EZ uiteraard verantwoordelijk voor de eigen inbreng bij projecten als Basisbedrijvenregister en Elektronische Heerendiensten.

Een Stuurgroep bestaande uit hoge ambtenaren van de meest betrokken ministeries zal de noodzakelijke sturing aan het project geven. Deze stuurgroep zal regelmatig bijeenkomen om de voortgang te bewaken en daartoe zonodig maatregelen treffen op het vlak van inzet van mensen en financiële middelen.

Uiteraard zal het kabinet regelmatig over de voortgang van het project aan de Kamer rapporteren.

Samenhang.

In de nu volgende fase zullen de verschillende projecten nadrukkelijk met elkaar in verband worden gebracht. Producten uit het ene project zijn belangrijk voor de voortgang van andere projecten en een adequate onderlinge afstemming is dus van cruciaal belang. Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat het ambitieniveau en de fasering van bijvoorbeeld Stroomlijning Basisgegevens, dat een heel eigen, bredere doelstelling heeft, (nog) slechts beperkt aansluit op de beoogde doelen en planning van Overheidsformulieren On-line. Ditzelfde geldt ook voor het project

Public Key Infrastructure.

Het is in dit stadium van de projecten dan ook niet goed mogelijk en ook niet wenselijk om ze tot in detail te plannen. Dit zou tot verstarring van de ontwikkelingstrajecten van de onderscheiden eigenstandige projecten leiden. Wel acht het kabinet het noodzakelijk, de betrokken partijen een gemeenschappelijk perspectief te verschaffen over de tijdshorizon van de projecten door daarvoor nu een einddatum te noemen. Het commitment van de betrokken organisaties en een alerte regievoering vanuit de projectorganisatie staan naar het oordeel van het kabinet borg voor een goede onderlinge afstemming en realisatie binnen het aangegeven planningsperspectief.

Daarnaast wil het kabinet enkele cruciale padafhankelijkheden tussen de projecten in het planningsschema markeren en van een streefplanning voorzien. Die padafhankelijkheden worden gevormd doordat projecten op bepaalde momenten afhankelijk zijn van halfproducten van andere projecten.

minister van Economische Zaken

A. Jorritsma-Lebbink

BIJLAGE

Bouwstenen voor een Internet-groeimodel; beschrijving van de lopende projecten

A. Het Bedrijvenloket

Bedrijven moeten op één centrale plaats alle relevante informatie en formulieren kunnen vinden en transacties kunnen verrichten. Ook instellingen hebben er baat bij dat hun regelgeving helder en uitvoerbaar is. Vele overheidsinstellingen hebben een eigen systeem van informatievoorziening, via folders, Internet etc.

Het bedrijvenloket Het project Bedrijvenloket wordt uitgevoerd onder regie en verantwoordelijkheid van het ministerie van EZ. Het bedrijvenloket wordt - gelijktijdig met de andere domeinen 'Bouwen en wonen' (VROM), 'Zorg en Welzijn' (VWS) en Generieke activiteiten (BZK)- gerealiseerd in het kader van de tweede fase van het programma Overheidsloket 2000, dat op zijn beurt weer deel uitmaakt van het programma Elektronische Overheid. is een plek waar een ondernemer via één loket de dienstverlening van verschillende publieke instellingen kan betrekken. In de ideale situatie zal een bedrijvenloket de informatievoorziening, de 'intake' en de transactie-dienstverlening van de samenwerkende publieke instellingen verzorgen. Dat zal desgewenst kunnen in fysieke, telefonische en/of virtuele vorm. Het aantal samenwerkende publieke instellingen is onbeperkt, waarbij tenminste de Kamer van Koophandel, Belastingdienst en een gemeente zullen meewerken aan een bedrijvenloket.

Bij de implementatie van het bedrijvenloket is nadrukkelijk gekozen voor een gefaseerde aanpak. Er zijn drie proefprojecten van start gegaan. Eind 2001 zullen er drie bedrijvenloketten functioneren: in Drenthe, de stad Groningen en de Regio Noordwest Holland. In deze bedrijvenloketten zal in ieder geval de informatievoorziening van de deelnemende instellingen worden geïntegreerd en zullen startende ondernemers hun wettelijke verplichtingen via één loket kunnen afwikkelen. De regio's hebben aangegeven ook hun dienstverlening voor bestaande ondernemers onder het bedrijvenloket te brengen. Hoewel er nadrukkelijk afstemming tussen de pilotprojecten plaatsvindt, werken ze ieder verschillende modellen uit. Zo kan rekening worden gehouden met regionaal maatwerk en kan ervaring met verschillende modellen worden opgedaan.

Op basis van de ervaringen in de pilotprojecten zal een handboek «hoe kan een bedrijvenloket worden gebouwd» worden opgesteld. Onderdeel van dat handboek is een beschrijving van een virtueel bedrijvenloket en één of meerdere uitwerkingen van een dergelijk virtueel bedrijvenloket. Uiterlijk eind 2001 bestaat er daarnaast een portal site genaamd «bedrijvenloket.nl», waar ondernemers toegang hebben tot de verschillende dan reeds bestaande en in aanbouw zijnde regionale bedrijvenloketten.

Het uiteindelijke doel op de langere termijn is dat in elke regio in Nederland bedrijvenloketten in werking zijn (landelijke dekking), waarbij alle relevante publieke dienstverleners (relevantie bezien vanuit de bedrijven) de dienstverlening aan bedrijven geïntegreerd aanbieden. Doordat tenminste twee landelijke partijen deelnemen (belastingdienst en de KvK), en de bedrijvenloketbouwers elkaars verrichtingen zullen volgen, zullen de bedrijvenloketten naar verwachting grote gemene delers hebben.

B. Elektronische gegevensuitwisseling

Bedrijven moeten de gevraagde gegevens aan de overheid kunnen leveren met behulp van elektronische data-uitwisseling. Elektronische gegevensuitwisseling zal een aanzienlijke besparing van de administratieve lasten voor bedrijven (en overigens ook voor betrokken overheidsinstellingen) betekenen. Deze gegevensuitwisseling kan rechtstreeks tussen (administraties van) bedrijven en instellingen plaatsvinden, of via de Internetsite. Dit zal afhangen van de technische mogelijkheden en ook van het soort gegevensuitvraag. Elektronische gegevensuitwisseling is gebonden aan een aantal randvoorwaarden zoals authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid.

Elektronische Heerendiensten

Het project Elektronische Heerendiensten (EHD) Het project Elektronische Heerendiensten is een samenwerkingsproject van Belastingdienst, CBS, LISV en het ministerie van Economische Zaken. is gericht op elektronische gegevensuitwisseling tussen bedrijfsleven en overheid. EHD voorziet in een uniforme inrichting van het communicatieproces tussen ondernemingen en uitvoeringsinstanties. De grote winst daarbij is dat de huidige verschillen in de interfaces van uitvoeringsinstanties naar ondernemingen verdwijnen. Dit schept mogelijkheden om het communicatieproces aan beide zijden verdergaand te automatiseren.

Het project kent een aantal belangrijke doelen en uitgangspunten:

Integratie in het bedrijfsproces: de mogelijkheden voor het geautomatiseerd aanmaken en verzenden van berichten zijn geïntegreerd in software(pakketten) voor bedrijfsadministraties en zijn gekoppeld aan deze bedrijfsadministraties.
In het project EHD worden specificaties opgesteld en beproefd. De uiteindelijke ontwikkeling van de software wordt aan marktpartijen gelaten.

Uniformiteit: de gegevensvragen worden door de uitvoeringsinstanties op een uniforme wijze gedefinieerd; begrippen en definities worden echter niet geharmoniseerd. De gegevens worden op een uniforme wijze elektronisch en beveiligd uitgewisseld;

Loket in bedrijf: er wordt één (virtueel) loket gecreëerd bij elk gegevensaanleverend bedrijf van waaruit alle berichtgeving naar uitvoeringsinstanties plaats vindt;

Eén druk op de knop: berichtgeving moet voor de bedrijven niet meer zijn dan een kwestie van «een druk op de knop».

In de huidige fase van het project worden proeftuinen voorbereid in samenwerking met softwareleveranciers, brancheorganisaties, ondernemingen en administratiekantoren. Deze fase dient eind 2000 te zijn afgerond. In de periode hierna kunnen dan, op basis van de ontwikkelde specificaties, EHD-compliant producten in de markt gezet worden.

Het streven is erop gericht om eind 2002 het volgende te hebben bereikt:

Uitvoeringsorganisaties bieden voldoende berichten elektronisch aan om tegemoet te kunnen komen aan minimaal 80% van de met elektronische communicatie haalbare lastenverlichting van de lasten die zij veroorzaken;

Het werkingsgebied van EHD is voldoende uitgebreid om minimaal 25% van de totale lasten van een aanleverend bedrijf te kunnen verlichten.

Stroomlijning Basisgegevens

Ten behoeve van hun primaire proces verzamelen, beheren en gebruiken overheidsorganisaties grote hoeveelheden gegevens over personen, bedrijven, inkomens, sociale verzekeringen, gebouwen en andere objecten. De meeste van deze gegevens worden meerdere keren opnieuw bij bedrijven en burgers opgevraagd doordat deze -hoewel reeds binnen de overheid beschikbaar- door gebrek aan onderlinge afstemming en samenwerking niet of slechts beperkt worden hergebruikt.

Het project Stroomlijning Basisgegevens beoogt hierin een fundamentele verandering te brengen door een majeure impuls te geven aan de tot-standkoming van een stelsel van zogenaamde authentieke registraties Politiek verantwoordelijk voor Stroomlijning Basisgegevens is de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid. In het programma participeren -naast het ministerie van BZK- de ministeries van EZ, Financiën, Justitie, SZW, VWS en VROM, alsmede de Registratiekamer. De uitvoering van het programma is belegd bij een programmabureau Stroomlijning Basisgegevens.

. De kern van het concept 'authentieke registratie' is het aanwijzen van één instantie als unieke bron voor een specifiek gegeven, zoals de Gemeentelijke Basis-administratie die functie nu reeds vervult voor persoons-gegevens. Hierdoor wordt meervoudige bevraging bij bedrijven en burgers overbodig en wordt koppeling van gegevens mogelijk (waar wenselijk en wettelijk toegestaan).In eerste instantie zal het daarbij veelal gaan om bedrijfs- en persoonsidentificerende gegevens zoals naam, adres, woonplaats, bedrijfsactiviteit. Die authentieke basisregistraties maken het vervolgens mogelijk om ook inhoudelijke gegevens slechts eenmaal te hoeven uitvragen. Dit vereist een goede gegevensuitwisseling tussen de verschillende overheidsinstellingen ('back-office'). Voorop staat overigens de privacy van persoons- en bedrijfsgegevens. Het is dan ook het recht van de individuele ondernemer om al dan niet in te stemmen met meervoudig gebruik. Ook een strikt beleid met betrekking tot verstrekking van gegevens aan derden is van belang (doelbinding).

Het programma Stroomlijning Basisgegevens bestaat uit twee actielijnen:

Beleidsontwikkeling, gericht op de verdere ontwikkeling van een kader voor authentieke registraties, waarin is vastgelegd aan welke eisen deze dienen te voldoen met betrekking tot organisatie, kwaliteit, privacy, standaardisatie e.d.

Implementatie, gericht op de projectmatige invoering van het authentieke-registraties-concept in de vorm van een aantal basisregistraties. De projectvoering hiervan is de verantwoordelijkheid van de ministeries van EZ, Fin, Jus, SZW, VWS en VROM, in samenwerking met zelfstandige bestuursorganen en lagere overheden.

In 2000 is de actielijn Beleidsontwikkeling volledig in uitvoering genomen. Hiertoe is vanaf voorjaar 2000 een Programmabureau Stroomlijning Basisgegevens operationeel. Volgens planning is zomer 2000 een kader voor authentieke registratie gereed om bestuurlijk en/of juridisch te worden geformaliseerd.

Binnen de actielijn Implementatie zijn in 1999 de volgende projecten opgestart:


- Basisbedrijvenregister (onder verantwoordelijkheid van het ministerie van EZ);


- Gebouwenregister (VROM, Ravi en VNG);


- Geografisch Kernbestand (VROM en Ravi);


- Verzekerdenadministratie (SZW, LISV en UVI's).
Met name de projecten Basisbedrijvenregister (BBR) en Verzekerdenadministratie (VZA bij de UVI's) zijn in het kader van de administratieve lastenreductie belangrijk en als zodanig ook reeds door de Commissie Administratieve Lasten aangemerkt. Het Ministerie van EZ coördineert de werkgroep Basisbedrijvenregister, die een authentiek register opzet waar de deelnemende organisaties de basisgegevens van alle ondernemingen in ons land kunnen vinden.

Planningsoverzicht

Bedrijvenloket

Eind 2001 drie functionerende regionale bedrijvenloketten

Eind 2001 portalsite Bedrijvenloket.nl

Basisbedrijvenregister

Medio 2001 start implementatiefase basisbedrijvenregister Medio 2001 is een streefdatum. Dit tijdstip stelt de bedrijvenloket-bouwers in de gelegenheid te anticiperen op het in 2003 gereed zijnde en operationeel zijnde basisbedrijvenregister. Dit betekent dat er op dat moment overeenstemming moet zijn bereikt over de opzet van het basisbedrijvenregister qua: invulling programma van eisen (eisen met betrekking tot organisatie, kwaliteit , privacy, standaardisatie, e.d.), invulling bestuurlijke betrokkenheden, architectuur van het basisbedrijvenregister en qua start van de implementatie van het basisbedrijvenregister.

Begin 2003 basisbedrijvenregister als authentieke bron operationeel

Elektronische Heerendiensten

Begin 2001 'EHD-pakket' beschikbaar

Overheidsformulieren On-line

medio 2001 formulieren beschikbaar

eind 2001 formulieren kunnen eenvoudig gevonden en on-line ingevuld worden

eind 2003 gegevens worden hergebruikt; één formulier naar verschillende instanties

eind 2002 On-line ingevulde formulieren kunnen elektronisch verzonden worden

E. Een mogelijke procesbeschrijving

Via de site Overheid.nl kunnen alle formulieren van de overheid met behulp van een gebruiksvriendelijk, intelligent zoeksysteem worden gevonden. De diverse instellingen waarborgen dat de actuele formulieren in een elektronisch format (bijvoorbeeld XML) beschikbaar zijn. De formulieren kunnen door de ondernemer worden gedownload. Er kan een geavanceerde automatische selectie plaatsvinden op basis van het type werkgever, bedrijfsomvang enz (gegevens uit het Basisbedrijvenregister). Elke ondernemer krijgt dan precies die formulieren die op hem in de betreffende situatie van toepassing zijn.

De ondernemer heeft een aantal opties hoe om te gaan met de formulieren; het belangrijkste onderscheid is dat tussen frequent terugkerende informatie en meer eenmalige informatie-overdracht.

Een deel van de formulieren moet een ondernemer regelmatig ingevuld aanleveren, denk aan belastingaangifte, melding sociale verzekeringen, werkgeversverklaring enz. Dat zijn 'frequently asked questions' (faq's) van de overheid. Die faq's zijn als catalogus te downloaden via Internet. De ondernemer downloadt die catalogus naar zijn EHD-module. Invulling van de benodigde gegevens gaat dan zoveel mogelijk geautomatiseerd: daar zorgt de EHD-compliant software voor. EHD (Elektronische Heerendiensten) voorziet in deze functie als volgt: eenmalig geeft de ondernemer aan welke gegevens uit zijn administratie naar welke instantie verzonden moeten worden; EHD doet de rest (invullen en verzenden). Daarbij kan een voorziening worden ingebouwd waarmee de ondernemer de uiteindelijke check houdt op de gegevens alvorens deze worden verzonden.

Een deel van de formulieren komt minder in aanmerking voor invullen en verzenden via EHD: de incidenteel aan te leveren formulieren, bijvoorbeeld in het kader van de aanvraag van een vergunning of verplichtingen in het kader van het aannemen van een eerste werknemer. Deze formulieren zal de ondernemer downloaden van de site, via zijn toetsenbord invullen en waar nodig combineren met andere computerbestanden zoals bouwtekeningen, en elektronisch verzenden (dan wel afdrukken, handmatig invullen en per post verzenden). Indien de formulieren betrekking hebben op duidelijk herkenbare, cruciale momenten in de levensfase van een bedrijf, zoals het aannemen van de eerste werknemer, zijn de formulieren zijn al logisch gerangschikt op basis van vraagpatronen van de ondernemer, en de ondernemer hoeft niet meer naar verschillende instanties om aan zijn verplichtingen te voldoen: de samenwerkende instanties bieden hun dienstverlening geïntegreerd aan via dit bedrijvenloket.

De gegevens die een ondernemer moet aanleveren zijn voor zover mogelijk van te voren ingevuld op basis van de inhoud van authentieke registraties die momenteel (mede) via het programma Stroomlijning Basisgegevens worden ingericht zoals Basisbedrijvenregister en Verzekerdenadministratie. De ondernemer behoeft dan alleen nog de gegevens in te vullen die nog niet bij de overheid bekend zijn. Een alternatief is dat de ondernemer via een toegangscontrole de gegevens van de diverse instanties raadpleegt (afscherming beperkt de toegang die de ondernemer heeft tot de gegevens die hij mag zien).

Als een ondernemer eenmaal gegevens aan een overheidsinstelling heeft aangeleverd hoeft hij dat niet ook aan de andere instanties te doen. Via RINIS, het (nu reeds bestaande) Routerings Instituut Nationale Informatie Stromen kunnen de betrokken (overheids-)instellingen op een beveiligde manier onderling gegevens uitwisselen. Voorwaarde is steeds dat er voor de uitwisseling een wettelijke titel bestaat.

(n.b.) Diverse instanties (Belastingdienst, de UVI's, de Sociale Verzekeringsbank, het CBS en andere instanties zoals een aantal zorgverzekeraars, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, en de Dienst Justitiële Inrichtingen) zijn thans reeds aangesloten op RINIS. RINIS overstijgt strikt genomen dus reeds de publieke sector. Via RINIS vloeien vooral gegevens vanuit de sector Sociale Zekerheid naar de andere sectoren. Het aantal aangesloten organisaties neemt nog steeds toe.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie